-A +A

Ambtshalve onderzoek door de stafhouder na onontvankelijke klacht

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Hof van Cassatie
Datum van de uitspraak: 
vri, 13/01/2017
A.R.: 
D.15.0016.N

Krachtens artikel 458, § 1, eerste lid Gerechtelijk Wetboek, ontvangt de stafhouder de klachten tegen de advocaten van zijn Orde. Om ontvankelijk te zijn, moeten klachten schriftelijk worden ingediend, moeten ze ondertekend en gedateerd zijn, en moeten ze de volledige identiteit van de klager bevatten. De stafhouder kan eveneens ambtshalve of op schriftelijke aangifte door de procureur-generaal een onderzoek instellen.

Krachtens artikel 458, § 2, tweede lid Gerechtelijk Wetboek brengt de stafhouder, wanneer hij van mening is dat de klacht onontvankelijk, ongegrond of van onvoldoende gewicht is, de klager en de advocaat hiervan schriftelijk op de hoogte. De klager kan die beslissing betwisten bij een ter post aangetekende brief gericht aan de voorzitter van de tuchtraad.

Uit deze bepalingen volgt dat de stafhouder naar aanleiding van feiten die hem ter kennis werden gebracht middels een klacht die niet voldoet aan de ontvankelijkheidsvereisten van artikel 458, § 1, eerste lid Gerechtelijk Wetboek, ambtshalve een onderzoek kan instellen en dat de advocaat alsdan enkel nog de ontvankelijkheid van de ambtshalve opgestarte procedure in vraag kan stellen, doch geen belang meer heeft bij de beslechting van de ontvankelijkheid van de klacht als dusdanig.

Een onwettigheid tijdens het onderzoek bedoeld in artikel 458 Gerechtelijk Wetboek leidt slechts tot een schending van het recht van verdediging en artikel 6 EVRM wanneer die onwettigheid de beslissing van de tuchtrechter heeft beïnvloed of van aard was bij de vervolgde advocaat twijfel te doen ontstaan over de geschiktheid van de tuchtrechter om zijn zaak eerlijk te behandelen.

Publicatie
tijdschrift: 
RABG
Uitgever: 
Larcier
Jaargang: 
2017/6
Pagina: 
437
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

(A.K. / Nederlandse Orde van Advocaten bij de balie te Brussel - Rolnr.: D.15.0016.N)

I. Rechtspleging voor het Hof
Het cassatieberoep is gericht tegen een beslissing van de Nederlandstalige tuchtraad van beroep voor advocaten van 9 juni 2015.

Sectievoorzitter Alain Smetryns heeft verslag uitgebracht.

Advocaat-generaal André Van Ingelgem heeft geconcludeerd.

II. Cassatiemiddelen
De eiseres voert in haar verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan.

III. Beslissing van het Hof
Beoordeling
Eerste middel
Eerste onderdeel
Eerste subonderdeel
(…)

Tweede subonderdeel
(…)

Derde subonderdeel
4. Krachtens artikel 458, § 1, eerste lid Gerechtelijk Wetboek, ontvangt de stafhouder de klachten tegen de advocaten van zijn Orde. Om ontvankelijk te zijn, moeten klachten schriftelijk worden ingediend, moeten ze ondertekend en gedateerd zijn, en moeten ze de volledige identiteit van de klager bevatten. De stafhouder kan eveneens ambtshalve of op schriftelijke aangifte door de procureur-generaal een onderzoek instellen.

Krachtens artikel 458, § 2, tweede lid Gerechtelijk Wetboek brengt de stafhouder, wanneer hij van mening is dat de klacht onontvankelijk, ongegrond of van onvoldoende gewicht is, de klager en de advocaat hiervan schriftelijk op de hoogte. De klager kan die beslissing betwisten bij een ter post aangetekende brief gericht aan de voorzitter van de tuchtraad.

5. Uit deze bepalingen volgt dat de stafhouder naar aanleiding van feiten die hem ter kennis werden gebracht middels een klacht die niet voldoet aan de ontvankelijkheidsvereisten van artikel 458, § 1, eerste lid Gerechtelijk Wetboek, ambtshalve een onderzoek kan instellen en dat de advocaat alsdan enkel nog de ontvankelijkheid van de ambtshalve opgestarte procedure in vraag kan stellen, doch geen belang meer heeft bij de beslechting van de ontvankelijkheid van de klacht als dusdanig.

Het subonderdeel dat van een andere rechtsopvatting uitgaat, faalt naar recht.

Tweede onderdeel
Eerste subonderdeel
(…)

Tweede subonderdeel
8. In zoverre het subonderdeel de miskenning aanvoert van het algemene rechtsbeginsel inzake het vermoeden van onschuld, zonder te preciseren hoe en waardoor de appelrechters dit vermoeden hebben miskend, is het bij gebrek aan nauwkeurigheid niet ontvankelijk.

9. Voor het overige leidt een onwettigheid tijdens het onderzoek bedoeld in artikel 458 Gerechtelijk Wetboek slechts tot een schending van het recht van verdediging en artikel 6 EVRM wanneer die onwettigheid de beslissing van de tuchtrechter heeft beïnvloed of van aard was bij de vervolgde advocaat twijfel te doen ontstaan over de geschiktheid van de tuchtrechter om zijn zaak eerlijk te behandelen.

10. Het subonderdeel dat niet aanvoert dat de beslissing van de tuchtraad van beroep is beïnvloed door de in het onderdeel aangevoerde onwettigheid van het onderzoek of dat deze bij eiseres aanleiding kon geven tot twijfel over de geschiktheid van de tuchtraad van beroep om haar zaak eerlijk te behandelen, kan niet tot cassatie leiden en is mitsdien, bij gebrek aan belang, niet ontvankelijk.

Tweede middel
(…)

Dictum

Het Hof,

Verwerpt het cassatieberoep.

Veroordeelt de eiseres tot de kosten.

Bepaalt de kosten voor de eiseres op 499,58 EUR in debet.

Gerelateerd
Aangemaakt op: do, 20/07/2017 - 15:27
Laatst aangepast op: do, 20/07/2017 - 15:27

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.