-A +A

Ambtshalve controle van territoriale bevoegdheid bij verstek

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Arrondissementsrechtbank
Plaats van uitspraak: West-Vlaanderen
Datum van de uitspraak: 
vri, 21/10/2016

Artikel 630, tweede lid Ger.W. stelt dat van de verstekmakende verweerder vermoed wordt dat hij de bevoegdheid afwijst van de rechter voor wie de zaak aanhangig is. Dit vermoeden van betwisting geldt in principe slechts wanneer de dwingende bevoegdheidsregels van de artikelen 627, 628 en 629 Ger.W. van toepassing zijn.

Maar Potpourri I dan?

De rechter dient op grond van artikel 630 Ger. W. zijn territoriale bevoegdheid na te gaan in geval van verstek, zelfs wanneer de wet niet uitdrukkelijk bepaalt welke rechter territoriaal bevoegd is om kennis te nemen van de vordering.

Daarentegen stelt het nieuw artikel 806 Ger.W., van toepassing sedert 1 november 2015: "In het verstekvonnis willigt de rechter de vorderingen of verweermiddelen van de verschijnende partij in, behalve in zoverre de rechtspleging, die vorderingen of middelen, strijdig zijn met de openbare orde."

Waar de territoriale bevoegdheid in principe de openbare orde niet raakt, oordeelde het Hof van Cassatie reeds lang voor de inwerkingtreding van het nieuwe artikel 806 Ger.W. dat de rechter, desnoods ambtshalve, toch zijn territoriale bevoegdheid dient te onderzoeken (zie hoger).

Onbetwistbaar behoort het tot de essentiële taak van de rechter erover te waken dat éénieder de kans heeft gekregen om voor hem te verschijnen.

Deze processuele bescherming behelst zonodig een onderzoek van de territoriale bevoegdheid. Men moet immers uitgaan van de finaliteit van artikel 624 Ger.W.

Deze wettekst speelt in het voordeel van de verweerder, zodat men van hem niet mag verwachten dat hij zich voor de rechter zou aanbieden, alleen maar om de onbevoegdheid op te werpen. De rechter moet nagaan of het gebeurlijk aftrekken van de verweerder van de rechter, die de wet hem toekent, het verstek van deze partij al dan niet kan verklaren.

De tekst van het nieuwe artikel 806 Ger.W. staat daar niet aan in de weg.

Het blijft de taak van de rechter bij verstek om na te gaan of de afwezige verweerder regelmatig is gedagvaard of opgeroepen.

Het is en blijft de taak van de rechter bij verstek na te gaan of hij wel bevoegd is.

De benodigde bevoegdheidscontrole omvat de materiële bevoegdheid wanneer ze de openbare orde raakt en in elk geval de territoriale bevoegdheid, ook wanneer ze de openbare orde niet raakt en slechts van dwingend of aanvullend recht is.

De rechter moet in geval van verstek een sanctie opleggen bij miskenning van om het even welke territoriale bevoegdheidsregel.

Ook de territoriale bevoegdheid moet beoordeeld worden in functie wat in de dagvaarding staat vermeld.

Het is niet voldoende dat de eisende partij zich in de dagvaarding op een forumbeding beroept, zij draagt ook de aanvoeringslast van hetgeen zij beweert.

Wanneer de eisende partij zich op een forumbeding in de factuurvoorwaarden beroept, legt zij te dezen  deze niet voor maar stelt zij dat de facturen naar een website verwijzen waarop de factuurvoorwaarden geraadpleegd kunnen worden, zonder meer.

In het kader van de wilsovereenstemming beperkt de rechterlijke controle zich tot een onderzoek van de kennisneming en de aanvaarding van het bevoegdheidsbeding.

De rechter onderzoekt op de eerste plaats of de contracterende partijen kennis hadden van de bevoegdheidsaanwijzing en vervolgens of ze deze uitdrukkelijk of stilzwijgend aanvaard hebben.

Een loutere verwijzing naar een website op een factuur is op zich niet voldoende om dat bewijs te leveren, tenzij uit de voorgelegde stukken bijvoorbeeld blijkt dat er reeds een zeer lange handelsrelatie bestaat tussen partijen, waaruit de aanvaarding van de factuurvoorwaarden eventueel zou kunnen worden afgeleid. 

De toepassing van artikel 624, 2° Ger.W. leidt te dezen evenmin tot de bevoegdheid van de Rechtbank van Koophandel Gent, afdeling Brugge, vermits het voorwerp van de vordering een betalingsverbintenis is.

Bij gebrek aan een gekozen plaats van betaling, dient er betaald te worden in de woonplaats van de schuldenaar (artikel 1247, lid 2 B.W.).

Publicatie
tijdschrift: 
NJW
Uitgever: 
Kluwer
Jaargang: 
2018
Pagina: 
266
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

VOF DEBISERVICE, [ ... ] eiseres, [ ... ]

tegen:

BVBA Animalerie Mouscronnoise, [ ... ] verweerster,

[ ... ]

2. FEITEN EN GEGEVENS VAN DE VORDERINGEN

De vordering, zoals gesteld in de dagvaarding van 24 mei 2016, strekt tot veroordeling van de verwerende partij om aan eisende partij te betalen een schuld ten bedrage van€ 30.707,76, meer intresten en een conventioneel schadebeding van € 3.103,29 uit hoofde van facturen die door NV LAROY GROUP (voorheen NV LARROY DUVO) aan eiseres werden overgedragen.

Op de inleidende zitting van 9 juni 2016 van de Rechtbank van Koophandel Gent, afdeling Brugge, verscheen de verwerende partij niet en werd tegen haar verstek verleend.

In het verstekvonnis van 13 juli 2016 stelde de Rechtbank van Koophandel Gent, afdeling Brugge, dat de verwerende partij niet gedagvaard werd voor de rechter van de woonplaats, zoals bedoeld door artikel 624, 1 ° Ger.W. en dat het er niet op lijkt dat de rechtbank territoriaal bevoegd is op grond van een ander artikel.

Bovendien bleek het forumbeding, waarop eiseres zich in de dagvaarding beroept, om zich tot de Rechtbank van Koophandel Gent, afdeling Brugge, te wenden, in werkelijkheid niet voor te komen op de facturen.

Ter zitting van 23 juni 2016 van de Rechtbank van Koophandel Gent, afdeling Brugge, heeft de eiseres bevestigd dat zulks het geval was, maar dat de facturen op de website beschikbaar waren en op verzoek konden worden afgeleverd, zoals vermeld op de factuur.

In die omstandigheden twijfelde de Rechtbank van Koophandel Gent, afdeling Brugge, aan de toepasselijkheid van het forumbeding en dus ook aan de territoriale bevoegdheid.

Conform artikel 640 Ger.W. werd de zaak naar de Arrondissementsrechtbank verwezen.

3. BEOORDELING

Artikel 630, tweede lid Ger.W. stelt dat van de verstekmakende verweerder vermoed wordt dat hij de bevoegdheid afwijst van de rechter voor wie de zaak aanhangig is. Dit vermoeden van betwisting geldt in principe slechts wanneer de dwingende bevoegdheidsregels van de artikelen 627, 628 en 629 Ger.W. van toepassing zijn.

Dit principe werd onder meer bevestigd door het Hof van Cassatie in een arrest van 13 juni 1985. Het Hof voegde er echter wel aan toe dat, in geval van verstek, de rechter hoe dan ook zijn territoriale bevoegdheid moet nagaan, zelfs bij ontstentenis van het wettelijk vermoeden van artikel 630, tweede lid Ger.W. (Cass. 13 juni 1985, Arr.Cass. 1984-1985, 1423). De rechter dient derhalve zijn territoriale bevoegdheid na te gaan in geval van verstek, zelfs wanneer de wet niet uitdrukkelijk bepaalt welke rechter territoriaal bevoegd is om kennis te nemen van de vordering.

Daarentegen stelt het nieuw artikel 806 Ger.W., van toepassing sedert 1 november 2015: "In het verstekvonnis willigt de rechter de vorderingen of verweermiddelen van de verschijnende partij in, behalve in zoverre de rechtspleging, die vorderingen of middelen, strijdig zijn met de openbare orde."

Waar de territoriale bevoegdheid in principe de openbare orde niet raakt, oordeelde het Hof reeds lang voor de inwerkingtreding van het nieuwe artikel 806 Ger.W. dat de rechter, desnoods ambtshalve, toch zijn territoriale bevoegdheid dient te onderzoeken (zie hoger). Onbetwistbaar behoort het tot de essentiële taak van de rechter erover te waken dat éénieder de kans heeft gekregen om voor hem te verschijnen.

Deze processuele bescherming behelst zonodig een onderzoek van de territoriale bevoegdheid. Men moet immers uitgaan van de finaliteit van artikel 624 Ger.W. Deze wettekst speelt in het voordeel van de verweerder, zodat men van hem niet mag verwachten dat hij zich voor de rechter zou aanbieden, alleen maar om de onbevoegdheid op te werpen. De rechter moet nagaan of het gebeurlijk aftrekken van de verweerder van de rechter, die de wet hem toekent, het verstek van deze partij al dan niet kan verklaren (J. LAENENS, Overzicht van rechtspraak, De bevoegdheid (1979-1992), T.P.R. 1993, p. 1503, nr. 33). De tekst van het nieuwe artikel 806 Ger.W. staat daar niet aan in de weg.

Het blijft de taak van de rechter bij verstek om na te gaan of de afwezige verweerder regelmatig is gedagvaard of opgeroepen. Het is en blijft de taak van de rechter bij verstek na te gaan of hij wel bevoegd is. De benodigde bevoegdheidscontrole omvat de materiële bevoegdheid wanneer ze de openbare orde raakt en in elk geval de territoriale bevoegdheid, ook wanneer ze de openbare orde niet raakt en slechts van dwingend of aanvullend recht is.

De parlementaire voorbereiding leert dat de teneur van het cassatiearrest van 13 juni 1985 zou kunnen blijven dienen. Artikel 630, tweede lid Ger.W. blijft verenigbaar met artikel 806 Ger.W. Meer algemeen moet de rechter in geval van verstek een sanctie opleggen bij miskenning van om het even welke territoriale bevoegdheidsregel (Parl.St. Kamer 2014-15, nr. 541219/009, p. 8-9; Parl.St. Kamer 2014-15, nr. 54 1219/009, p.9; Parl.St. Kamer 2014-15, nr. 54 1219/005, p. 99-100; S. MOSSELMANS, Taak van de rechter bij verstek, R.W 2016-2017, 3).

Ook de territoriale bevoegdheid moet beoordeeld worden in functie wat in de dagvaarding staat vermeld.

Het is niet voldoende dat de eisende partij zich in de dagvaarding op een forumbeding beroept, zij draagt ook de aanvoeringslast van hetgeen zij beweert. Waar eisende partij zich op een forumbeding in de factuurvoorwaarden beroept, legt zij deze niet voor maar stelt zij dat de facturen naar een website verwijzen waarop de factuurvoorwaarden geraadpleegd kunnen worden, zonder meer.

In het kader van de wilsovereenstemming beperkt de rechterlijke controle zich tot een onderzoek van de kennisneming en de aanvaarding van het bevoegdheidsbeding. De rechter onderzoekt op de eerste plaats of de contracterende partijen kennis hadden van de bevoegdheidsaanwijzing en vervolgens of ze deze uitdrukkelijk of stilzwijgend aanvaard hebben (J. LAENENS,

De bevoegdheidsovereenkomsten naar Belgisch recht, Antwerpen, 1981, 93-105). Een loutere verwijzing naar een website op een factuur is op zich niet voldoende om dat bewijs te leveren, tenzij uit de voorgelegde stukken bijvoorbeeld blijkt dat er reeds een zeer lange handelsrelatie bestaat tussen partijen, waaruit de aanvaarding van de factuurvoorwaarden eventueel zou kunnen worden afgeleid. Er ligt echter geen enkel stuk ter zake voor en eisende partij verscheen evenmin ter zitting van de Arrondissementsrechtbank om toelichting te geven.

In die omstandigheden faalt eisende partij in haar aanvoeringslast.

De toepassing van artikel 624, 2° Ger.W. leidt evenmin tot de bevoegdheid van de Rechtbank van Koophandel Gent, afdeling Brugge, vermits het voorwerp van de vordering een betalingsverbintenis is. Bij gebrek aan een gekozen plaats van betaling, dient er betaald te worden in de woonplaats van de schuldenaar (artikel 1247, lid 2 B.W.).

Waar de verwerende partij haar zetel te Moeskroen heeft, is de Rechtbank van Koophandel Henegouwen, afdeling Doornik, territoriaal bevoegd.

OM DEZE REDENEN,

DE ARRONDISSEMENTSRECHTBANK,

[ ... ]

Verwijst de zaak naar de Rechtbank van Koophandel Henegouwen, afdeling Doornik.
 

Noot: 

Tijl De Jaeger, Ambtshalve controle territoriale bevoegdheid bij verstek, NJW 2018, 268

• F. Lejeune, «Simplification de la procédure par défaut et métamorphose de l’appel, pour quelle éfficacité?» in J. Englebert en X. Taton (eds.), Le procès civil efficace – Première analyse de la loi du 19 octobre 2015 modifiant le droit de la procédure civile (dite «loi pot-pourri 1»), Limal, Anthemis, 2015, p. 122-123, nr. 29;

• S. Mosselmans, «Taak van de rechter bij verstek», RW 2016-17, p. 16, nr. 47;

• P. Taelman en K. Broeckx, «Rechtsmiddelen na Potpourri I» in B. Allemeersch en P. Taelman (eds.), Hervorming van de burgerlijke rechtspleging door Potpourri I, Brugge, die Keure, 2016, p. 111, nr. 10;

• J.-F. van Drooghenbroeck, «Le défaut – Réajustement de la protection du justiciable défaillant» in H. Bourlarbah en J.-F. van Drooghenbroeck (eds.), Pot-Pourri I et autres actualités de droit judiciaire, Brussel, Larcier, 2016, p. 204-205, nrs. 33-34.

Gerelateerd
Aangemaakt op: ma, 02/04/2018 - 15:52
Laatst aangepast op: vr, 11/05/2018 - 00:17

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.