-A +A

Algemene voorwaarden vergen expliciete instemming

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Rechtbank van Eerste Aanleg
Plaats van uitspraak: Veurne
Datum van de uitspraak: 
don, 10/03/2011
A.R.: 
09/494/A

Dit vonnis is inmiddels gepubliceerd in info@law 2011 #2

en in NJW 247, 546 met noot

Publicatie
tijdschrift: 
niet gepubliceerd (7741.1)
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

RECHTBANK EERST VEURNE VIERDE KAMER

De Rechtbank van Eerste Aanleg van het gerechtelijk arrondissement Veurne, vierde kamer, wijzend in burgerlijke zaken, heeft het volgende vonnis uitgesproken :

In de zaak:

 

AR n° : 09/ 494/A

DCK, wonende te […]
eiser op verzet, oorspronkelijke verweerder, met als raadsman, Mr. DE NEVE ELFRI, kantoorhoudende te 9700 OUDENAARDE, Stationsstraat 29
tegen :
H.S. met vennootschapszetel te […];
verweerster op verzet, oorspronkelijke eiseres, met als raadsman, Mr. FEYS IVES, kantoorhoudende te 8670 KOKSIJDE, Zeelaan 195.
 
1. procedure

De rechtbank heeft het dossier van de rechtspleging gezien, in het bijzonder:
             het exploot van dagvaarding betekend op 24.07.2009,
             de conclusies van partijen,
             de overige stukken van het geding.
De rechtbank heeft op de zitting van, 21.10.2010 partijen gehoord in hun middelen en besluiten. Partijen leggen hun stukkenbundel neer, de debatten worden gesloten en de zaak wordt in beraad genomen.
 
De rechtbank heeft toegezien op de naleving van de artikelen 2 e.v. van de Wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken .
2. feiten en voorgaanden.
 
DCK sluit op 06.09.2008 een makelaarsovereenkomst met H.S. met als opdracht te bemiddelen bij de verkoop van de hoofdverblijfplaats van DCK gelegen te Koksijde, […] met als vooropgestelde verkoopprijs 475.000 euro. De overeenkomst wordt aangegaan voor onbepaalde duur waarbij vanaf het verstrijken van de 3e maand door beide partijen ten alle tijde aangetekend kan worden opgezegd mits in acht name van een opzeggingstermijn van 30 dagen.
 
H.S. stelt vast dat DCK nog andere agentschappen heeft gecontacteerd om het huis te verkopen en schrijft hem hierover aan op 27.11.2008 waarop DCK bij schrijven van 28.11.2008 onmiddellijk betwist dat er tussen hen een contract met exciusiviteit werd afgesloten. (stuk 2a verweerster op verzet)
 
Bij schrijven van 04.12.2008 stelt H.S. dat DCK haar een exclusieve opdracht had gegeven gedurende de eerste 4 maand om te bemiddelen bij de verkoop van zijn hoofdverblijfplaats. Ze vordert een verbrekingsvergoeding tbv 9.500 euro. (stuk 2b verweerster op verzet)
DCK betwist deze ingebrekestelling bij schrijven van 08.12.2008 stellende geen exclusiviteit verleend te hebben aan H.S.. Hij had reeds met Immo V. een contract afgesloten voor hij contracteerde met verweerster op verzet en Immo V. had het recht verder te verkopen. (stuk 3 verweerster op verzet)
 
DCK meldt bij schrijven van 16.01.2009 aan H.S. dat de verkoop van het goed nog enkel via CY te Nieuwpoort gebeurt. (stuk 7 verweerster op verzet)
H.S. betwist voormelde verbreking van de overeenkomst stellende dat door het doorbreken van de exclusiviteit de overeenkomst al ontbonden is.
 
Partijen komen niet tot een minnelijke regeling.
 
H.S. gaat over tot dagvaarding op 28.01.2009 voor de Rechtbank van Eerste Aanleg te Veurne teneinde de verbreking van de overeenkomst vast te stellen en de veroordeling te bekomen van DCK in betaling van de som van 9.500 euro meer de kosten en de interesten.
Bij verstekvonnis van 28.05.2009 wordt de overeenkomst tussen partijen ontbonden en wordt DCK veroordeeld tot betaling aan H.S. van de som van 9.500 euro meer de vergoedende interesten aan de wettelijke interestvoet vanaf 04.12.2008 tot datum vonnis meer de gerechtelijke interesten aan dezelfde interestvoet vanaf datum vonnis tot de dag der algehele betaling.
Het verstekvonnis wordt op 25.06.2009 aan DCK betekend.
DCK tekent op 24.07.2009 verzet aan tegen voormelde verstekvonnis.
 
3. de vorderingen en betwistingen
 
 a)           Eiser op verzet vordert

-              de oorspronkelijke vordering of te wijzen als onontvankelijk minstens ongegrond,
-              de oorspronkelijke eiseres, huidige verweerster
op verzet, te verwijzen in de kosten van het geding, met inbegrip van de rechtsplegingsvergoedingen.
 
Hij stelt
             dat de overeenkomst nietig is wegens bedrog minstens wegens dwaling,
             dat de eerste rechter de overeenkomst tussen partijen ten onrechte bestempelt als een exclusieve opdracht tot bemiddeling,
             ondergeschikt dat art 3 van de algemene voorwaarden onduidelijk is zodat het dient te worden uitgelegd ten voordele van de partij die zich verbonden heeft (art 1162 BW),
             dat er op rechtsgeldige wijze opgezegd is zodat er geen ontbinding op grond van wanprestatie meer kan worden uitgesproken,
             dat art 8 lid 2 van de algemene voorwaarden een onrechtmatig beding is in de zin van art 32,15 WHPC en dient nietig te worden verklaard, minstens dient de gevorderde 9.500 euro ogv art 1231 §1 en 2 BW to worden gematigd,
             dat tevens geen gemeenrechtelijke schadevergoeding kan gevorderd worden daar er geen fout, schade en oorzakelijk verband met de schade bewezen wordt.

b)           Verweerder stelt :

             dat de algemene voorwaarden deel uitmaken van de overeenkomst en tegenstelbaar zijn aan eiser op verzet gezien hij er redelijkerwijze van kon kennisnemen,
             dat in de diverse aanmaningen steeds naar de algemene voorwaarden werd verwezen en eiser op verzet de geldigheid van deze algemene voorwaarden nooit heeft betwist,
             dat er geen sprake is van bedrog noch van dwaling,
             dat hij geen kennis had van het nog lopende contract met Immo V.,
             dat opzeg de ontbinding wegens wanprestatie voorafgaandelijk aan de opzeg niet verhindert,
             dat het schadebeding bij verbreking van het exclusiviteitsbeding geldig is en niet kan gematigd worden,
             dat art 8 lid 2 algemene voorwaarden geen onrechtmatig beding is gezien het duidelijk voorziet in een wederkerige verplichting tot het betalen van een schadevergoeding indien 1 van ' de partijen haar verbintenis niet nakomt,
             dat indien de rechtbank art 8 lid 2 toch als nietig beschouwd dat zij dan nog recht heeft op een gemeenrechtelijke                schadevergoeding          wegens
contractbreuk, begroot op 50% van het bedongen commissieloon,
             dat het exclusiviteitsbeding duidelijk is en geen interpretatie hoeft. Uit de betwistihgen door eiser op verzet blijkt duidelijk dat hij wel degelijk weet wat een exclusiviteitsbeding inhoudt.
 
2. de beoordeling
 
a)            Het verzet is tijdig en ontvankelijk.
 
b)           mbt de tegenstelbaarheid van de algemene voorwaarden
Eiser op verzet had bij overeenkomst afgesloten op 18.03.2008 en geldig voor 4 maanden een exclusieve verkoopopdracht betreffende zijn hoofdverblijfplaats gegeven aan Immo V.. Deze overeenkomst werd stilzwijgend verlengd.Bij aangetekend schrijven dd 09.08.2008 liet eiser op verzet aan Immo V. weten de exclusiviteit te willen opheffen en te beëindigen per 17.09.2008. Immo V. kreeg wel verder de opdracht om een koper te zoeken. (stuk 6 eiser op verzet)
Eiser op verzet tekent vervolgens op 06.09.2008 een overeenkomst met verweerster op verzet. (stuk 1 verweerster op verzet)
Deze makelaarsovereenkomst vermeldt bovenaan onder de Bijzondere voorwaarden dat de 'Algemene Voorwaarden' integraal deel uitmaken van de 'Bijzondere Voorwaarden'. Deze algemene voorwaarden maken echter geen deel uit van de papieren overeenkomst zelf maar worden gedrukt op de binnenzijde van een kartonnen mapje dat volgens verweerster op verzet steeds wordt gebruikt om een afgesloten overeenkomst in te steken zodat het deel uitmaakt van de afgesloten overeenkomst.
 
Eiser op verzet betwist deze algemene voorwaarden op het ogenblik van het afsluiten van de overeenkomst gezien te hebben, gekregen te hebben en aanvaard te hebben. Hij stelt deze algemene voorwaarden pas ontvangen te hebben van verweerster op verzet nav zijn schrijven dd 10.06.2009. (stuk 3 eiser op verzet)
Eiser op verzet heeft elke pagina van de overeenkomst zeif geparafeerd en de laatste pagina ondertekend. De bladzijden waarop de algemene voorwaarden vermeld staan zijn echter niet geparafeerd noch ondertekend.
De rechtbank acht het derhalve niet bewezen dat eiser op verzet op het ogenblik van het afsluiten van de overeenkomst kennis had van deze algemene voorwaarden, Iaat staan ze aanvaard heeft.
 
Tevens dient te worden vastgesteld dat in de overeenkomst zelf onder punt 6 de vraag wordt gesteld of er een lopende opdracht is met een andere makelaar. Deze vraag is door partijen niet ingevuld. Bij een exclusieve opdracht zou deze vraag ingevuld zijn.
Voormelde stellingname door de rechtbank wordt tevens ondersteund door de gegevens dat eiser op verzet zijn contract met Immo V. niet had opgezegd, enkel de exclusiviteit, en dat eiser op verzet tevens nog een contract had afgesloten met CY (op 22.11.2008)om het huis te verkopen.
 
Het feit dat verweerster op verzet haar opdracht pas mocht aanvangen per 16.09.2008 heeft juist te maken met het beëindigen van de exclusiviteit toegekend aan Immo V. op die datum.
Uit de stukken blijkt dat eiser op verzet in,financiële problemen zat en dringend zijn huis diende te verkopen. In die omstandigheden werd dan ook tegelijkertijd beroep gedaan op drie makelaars om het huis zo spoedig mogelijk verkocht te krijgen.
Eiser op verzet heeft nav de aanmaningen nooit de geldigheid van de algemene voorwaarden betwist maar wel het feilt dat ze hem niet tegenstelbaar waren. Vanaf de eerste aanmaning heeft hij gesteld dat er tussen partijen geen exclusiviteit was afgesproken.
Gelet op voorgaanden werd ten onrechte in het vonnis a quo besloten dat er een makelaarsovereenkomst met exclusief karakter tussen partijen was afgesloten.
De vordering tot het verkrijgen van een schadevergoeding in gevolge het doorbreken van de exclusiviteit dient te worden afgewezen.
Gezien de rechtbank van oordeel is dat de algemene voorwaarden niet tegenstelbaar zijn aan eiser op verzet dient op het argument van bedrog en dwaling niet te worden ingegaan.
 
c)     mbt de verbreking/ontbinding van de overeenkomst
Art 4 van de makelaarsovereenkomst bepaalt :
De overeenkomst wordt voor onbepaalde duur aangegaan. Vanaf het verstrijken van de derde maand kan zij te allen tijde door de partijen aangetekend worden opgezegd mits inachtneming van een opzeggingstermijn van dertig dagen.
Eiser op verzet meldt per aangetekend schrijven van 16.01.2009 aan verweerster op verzet dat de verkoop nog enkel langs CY, […]  gebeurt. (stuk 8 verweerster op verzet)
De overeenkomst is op een geldige manier opgezegd zodat de vordering tot ontbinding zonder voorwerp is.
 
Verweerster op verzet bewijst niet dat eiser op verzet foutief zou hebben gehandeld waardoor zij schade zou hebben opgelopen zodat zij geen aanspraak ,kan maken op een schadevergoeding.
d)           mbt de rechtsplegingsvergoeding
Aangezien de rechtsplegingsvergoeding per aanleg wordt bepaald en een verzetprocedure geen nieuwe aanleg vormt is er slechts een rechtsplegingsvergoeding verschuldigd.
 
OM DEZE REDENEN, DE RECHTBANK, wijzende in burgerlijke zaken, in eerste aanleg en op tegenspraak
Verklaart het verzet ontvankelijk en gegrond in de volgende mate:
Vernietigt het vonnis gewezen bij verstek op 28.05.2009. Opnieuw rechtdoende,
Stelt dat              de vordering     tot ontbinding van de makelaarsovereenkomst afgesloten tussen partijen op 06.09.2008 zonder voorwerp is.
Verklaart de oorspronkelijke vordering tot betaling van de som van 9.500 euro meer de kosten en de interesten ongegrond.
Veroordeelt verweerster op verzet tot de gerechtskosten langs
             de zijde van eiser op verzet begroot op
             kosten dagvaarding in verzet: 212,01 euro
             rechtsplegingsvergoeding: 990,00 euro
             langs de zijde van verweerster op verzet niet to begroten gezien ze haar ten taste blijven.
Uitgesproken in openbare terechtzitting van donderdag tien maart 2011.

 

 

 

Noot: 

In een opmerkelijk arrest van het Hof van Beroep te Brussel (Brussel 16de kamer, 23 maart 2012, DCCR april – mei - juni 2013 pagina 49). werd gesteld dat de loutere mogelijkheid voor de consument om kennis te nemen van de algemene voorwaarden voldtaat, waarna hij al dan niet na lezing ervan en het al dan niet gebruik maken van deze mogelijkheid, deze voorwaarden expliciet of impliciet kan aanvaarden. Nergens wordt immers vereist dat de consument de voorwaarden waarvan hij kennis kon krijgen of die hij kon zien of gezien heeft, daadwerkelijk gelezen heeft.

Volgt hierna dit arrest:

Circonstances de fait de la cause

Au mois d'octobre 2006, monsieur P. et son épouse, madame H., ci-après dénommés les époux P., ont contacté le centre d'appel de la s.a. A., ci-après dénommée A. pour effectuer un voyage en Jordanie au mois de décembre suivant.

Il ressort du dossier de réservation déposé par A. que les époux P. ont contacté le centre d'appel d' A. à plusieurs reprises, modifiant les dates et lieux de départ de leur voyage et que:

- le 3 novembre 2006, ils ont finalement réservé pour chacun d'eux les billets suivants:

• départ le 9 décembre 2006 de la gare TGV à Bruxelles-Midi à destination de l'aéroport de Paris, Charles de Gaulle, par un vol ferré, et ensuite de Paris à Amman, par un vol aérien,

• retour le 19 décembre 2006 d'Amman à destination de Paris, par vol aérien et ensuite de Paris à Bruxelles, par vol ferré,

- A. leur a confirmé cet itinéraire de voyage par un courriel du même jour.

Le prix des billets s'élevait à 1.526,26 EUR par personne.

Le 3 novembre 2006, A. a envoyé les billets et un bulletin qui reprenait l'itinéraire ainsi que les heures de départ et d'arrivée.

Les époux P. n'ont pas réagi à la réception du courriel du 3 novembre 2006, ni à la réception des billets de train et de l'itinéraire qui leur a été transmis par A.

Lorsque les époux P. se sont présentés à l'aéroport à Paris et qu'il a été constaté qu'ils n'avaient pas utilisé le billet de train, ceux-ci étant arrivés en voiture, A. a exigé le paiement d'un complément de prix de 1.682 EUR par billet ou 3.364 EUR, pour effectuer le voyage entre Paris et Amman.

Par courrier du 28 décembre 2006, monsieur P. a demandé à A. de lui rembourser la somme de 3.364 EUR.
Un échange de courriers s'en est suivi au terme duquel aucun accord n'a été conclu.

Procédure

Par citation signifiée le 17 août 2007 à A., les époux P. ont sollicité la condamnation de celle-ci au paiement de la somme de 3.364 EUR, majorée des intérêts moratoires au taux légal depuis le 23 février 2007.

A. a contesté le fondement de la demande.

Par le jugement attaqué du 30 juin 2008, le tribunal de commerce de Bruxelles a reçu la demande et l'a déclarée non fondée. Il a condamné les époux P. aux dépens, l'indemnité de procédure étant liquidée à 650 EUR.

Devant la cour, les époux P. sollicitent la réformation du jugement attaqué et réitèrent leur demande originaire. Ils sollicitent la condamnation d' A. aux dépens des deux instances, liquidant l'indemnité de procédure d'appel à 650 EUR.

A. conteste le fondement de la demande originaire et la motivation du jugement attaqué en ce qu'il a décidé que ses conditions générales de transport n'étaient pas applicables. Elle a formé une demande incidente nouvelle, improprement qualifiée d'appel incident, tendant, à titre principal, à dire pour droit que les conditions générales de transport d' A. sont applicables et, à titre subsidiaire, à dire pour droit qu' A. a légitimement appliqué un réajustement tarifaire. Elle sollicite la condamnation des époux P. aux dépens, liquidant l'indemnité de procédure d'appel à 650 EUR.

Discussion

A. soutient que la réservation des époux P. portait sur deux voyages de Bruxelles à Amman et non de Paris à Amman et qu'en n'effectuant pas préalablement le vol ferré entre Bruxelles et Paris, les époux P. n'ont pas effectué le voyage prévu. A. en déduit qu'elle était autorisée à solliciter un ajustement du prix du voyage, en application de l'article III, point 4 de ses conditions générales de transport qui disposent que « si le passager modifie son voyage sans accord du transporteur, ce dernier ajustera le tarif au regard de ce changement ».

Les époux P. contestent avoir commandé un voyage au départ de Bruxelles, l'application des conditions générales d' A. et devoir le supplément de prix qu'ils ont payé pour pouvoir effectuer le voyage entre Paris et Amman à la date prévue du 9 décembre 2006.

1. Le point de départ du voyage

Pour des raisons commerciales propres à A., le prix du voyage vers Amman au départ de Paris est supérieur au prix de ce voyage au départ de Bruxelles, même si les voyageurs au départ de Bruxelles rejoignent Paris par un vol ferré préalable en TGV.

Il apparaît du dossier de réservation d' A. que le voyage a été réservé de Bruxelles à Amman et non de Paris à Amman (cfr pièce n° 1 de son dossier).

Les mentions contenues dans ce dossier sont corroborées par la circonstance que les époux P. n'ont pas émis de contestation à la réception :

- de l'itinéraire mentionnant un départ de Bruxelles et non de Paris,

- des billets de train de Bruxelles à Paris pour le voyage à l'aller et de Paris à Bruxelles pour le retour (pièce n° 3),

- de l'extrait de compte bancaire émis le 15 novembre 2006 pour un débit effectué le 3 novembre 2006 qui reprenait le trajet in extenso depuis Bruxelles (pièce n° 2).

C'est donc à juste titre que le premier juge a considéré que les époux P. avaient réservé un voyage de Bruxelles à Amman pour un prix promotionnel et non un voyage de Paris à Amman.

La circonstance que les époux P. n'étaient pas en Belgique au moment de la réception des billets et que ceux-ci ont été réceptionnés par la secrétaire n'est pas de nature à énerver le raisonnement qui précède.

2. Application des conditions générales de transport d'A.

Pour pouvoir faire la loi des parties, les conditions générales doivent avoir été portées à la connaissance du cocontractant de leur rédacteur préalablement et au plus tard au moment de la conclusion du contrat et avoir été acceptées par celui-ci. La jurisprudence assimile à la connaissance effective des conditions la possibilité réelle et raisonnable, compte tenu des circonstances objectives et subjectives de l'espèce, d'avoir effectivement connaissance des conditions générales applicables au contrat en cours de formation ( cfr D. PHILIPPE et M. CHAMMAS, «L'opposabilité des conditions générales», in Le processus de formation du contrat, C.U.P., vol. 09/2004, p. 204).

En l'espèce, même à supposer qu' A. ait transmis les billets dans la pochette qu'elle communique, il ne peut en être déduit que les conditions générales sont entrées dans le champ contractuel.

En effet, cette pochette ne comprend pas les conditions générales mais une indication suivant laquelle :

« Tout transport effectué par chaque transporteur est régi par les conditions de transport du transporteur et la réglementation applicable, lesquelles sont réputées faire partie intégrante des présentes et peuvent être consultées sur demande dans les bureaux du transporteur ».

En outre, une telle clause qui renvoie aux conditions qui peuvent être consultées dans les bureaux du transporteur, voire sur son site internet, alors que la réservation n'est pas faite par internet mais par téléphone, et que la référence est communiquée au contractant après la conclusion du contrat de transport, lors de l'envoi des billets, ne permet pas d'établir qu'au moment de la conclusion du contrat, les époux P. avaient connaissance des conditions générales et les ont acceptées.

Il ne peut davantage être déduit de la circonstance que les époux P. ont effectué en 2004 un voyage organisé par A., en collaboration avec d'autres compagnies de transport, que les parties étaient en relations suivies, ni que ces relations permettraient de réputer les conditions applicables.

C'est dès lors à bon droit que le premier juge a considéré que les conditions générales de transport d' A. n'étaient pas applicables.

3. Le devoir d'information

L'article 30 de la loi du 14 juillet 1991 relative aux pratiques du commerce et à la protection du consommateur, dans sa version applicable au litige, disposait que :

« Au plus tard au moment de la conclusion de la vente, le vendeur doit apporter de bonne foi au consommateur les informations correctes et utiles relatives aux caractéristiques du produit ou du service et aux conditions de vente, compte tenu du besoin d'information exprimé par le consommateur et compte tenu de l'usage déclaré par le consommateur ou raisonnablement prévisible ».

Dès lors que, dans la phase précontractuelle, les époux P. ont, comme le soutient A., manifesté la volonté d'effectuer un voyage depuis Bruxelles, Paris ou Genève, celle-ci avait l'obligation de les informer correctement de la nécessité d'utiliser le vol ferré préalable entre Bruxelles et Paris pour effectuer ensuite le vol aérien entre Paris et Amman sans supporter un réajustement de prix.

A. n'a pu considérer légitimement que les époux P. connaissaient les conditions générales dès lors qu'il a été dit ci-avant qu'elles n'étaient pas entrées dans le champ contractuel.

En s'abstenant d'informer les époux P. de la possibilité d'un réajustement du prix du voyage si l'itinéraire était modifié, A. n'établit pas avoir donné aux époux P. les informations correctes et utiles relatives au voyage qu'ils envisageaient d'effectuer en Jordanie.

La cour observe d'ailleurs que, postérieurement à la conclusion du contrat, lorsqu' A. a communiqué l'itinéraire du voyage et transmis les billets, elle n'a pas attiré l'attention des époux P. sur la circonstance que le changement du point de départ du voyage par le passager peut avoir pour résultat de modifier le tarif du voyage ou que le billet ne sera pas accepté si les coupons n'ont pas été utilisés dans leur ordre d'émission, alors qu'elle avait expressément attiré leur attention sur la nécessité de disposer des documents nécessaires au voyage (passeport, visa, vaccin, etc.).

Il s'ensuit qu' A. a manqué au devoir d'information qui pèse sur elle et que l'ajustement tarifaire demandé aux époux P. pour effectuer le voyage de Paris à Amman, au motif qu'ils n'avaient pas effectué préalablement le voyage en vol ferré entre Bruxelles et Paris, d'un montant de 1.682 EUR par billet ou 3.364 EUR, n'était pas dû par ceux-ci.

Il convient, dès lors, de condamner A. à rembourser les époux P. de ce montant, majoré des intérêts moratoires aux taux légaux successifs depuis la mise en demeure du 23 février 2007 et de déclarer les demandes nouvelles formées par A. non fondées.

Par ces motifs,

La Cour,

Statuant contradictoirement,

Reçoit l'appel et la demande nouvelle. Déclare l'appel seul fondé.

En conséquence,

Réforme le jugement attaqué, sauf en ce qu'il a liquidé les dépens. Déclare la demande originaire fondée.

Condamne A. à rembourser aux époux P. la somme de 3.364 EUR, majorée des intérêts moratoires aux taux légaux successifs depuis le 23 février 2007.

Condamne A. aux dépens des deux instances, liquidés pour les époux P. à 216,38 EUR (citation)+ 650 EUR (indemnité de procédure d'instance)+ 186 EUR (mise au rôle de la requête d'appel)+ 650 EUR (indemnité de procédure d'appel).

Noot onder dieze uitspraak in het DCCR na de publicatie van het arrest: :Renzo Van Der Bruggen , Het no showbeding in algemene vliegvoorwaarden: over de tegenstelbaarheid van algemene voorwaarden en de algemene verplichting tot informatie van de consument

Inhoudstafel van deze noot:
1 Inleiding
2 Feiten
3 Tegenstelbaarheid van algemene voorwaarden
3.1 Kennisname
• Mogelijkheid
• Tijdstip
• Beschikbaarheid
3.2 Aanvaarding
• Uitdrukkelijk
• Stilzwijgend
3.3 Eerste Aanleg versus Tweede Aanleg
4 punt van vertrek
5 Algemenen verplichting tot informatie van de consument
5.1 Eerste Aanleg
5.2 Tweede Aanleg
6 Onrechtmatig

Gerelateerd
Aangemaakt op: ma, 14/03/2011 - 21:45
Laatst aangepast op: wo, 16/11/2016 - 13:18

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.