-A +A

Akte met betrekking tot overheidsopdrachten begrip

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Hof van Cassatie
Datum van de uitspraak: 
vri, 29/09/2017
A.R.: 
C.15.0043.F

Onder akte met betrekking tot overheidsopdrachten wordt verstaan elke akte die uitgaat van een aanbestedende overheid of die voor haar rekening wordt verricht en die op directe of indirecte wijze ertoe strekt een overeenkomst onder bezwarende titel te sluiten met een of meer aannemers, leveranciers of dienstverleners.

De beslissing van een hoofd van een rechtscollege om een vertaler te schrappen van de lijst van de personen die in die hoedanigheid bij zijn rechtbank zijn aanvaard, vormt geen akte met betrekking tot overheidsopdrachten.

Uit de omstandigheid dat de beslissing van een hoofd van een rechtscollege om een vertaler te schrappen van de lijst van de personen die in die hoedanigheid bij zijn rechtbank zijn aanvaard, geen akte met betrekking tot overheidsopdrachten vormt, valt niet af te leiden dat de wet van 15 juli 2006 niet op dezelfde wijze van toepassing zou zijn op de organen van de rechterlijke macht en op de administratieve overheden; indien de litigieuze akte niet onder de bepalingen van die wet valt, dan is dat naar analogie daarvan, wegens de aard van die akte en niet wegens de rechterlijke of administratieve hoedanigheid van de steller van de akte (.
 

Publicatie
tijdschrift: 
RABG
Uitgever: 
Larcier
Jaargang: 
2011/20
Pagina: 
1412
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

Nr. C.15.0043.F
1. BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Justitie,
2. VOORZITTER VAN DE FRANSTALIGE RECHTBANK VAN EERSTE AANLEG BRUSSEL,

tegen
1. L. N. B,
2. SARIAA bvba.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF
Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest nr. 229.577 van 16 december 2014 van de Raad van State, afdeling bestuursrechtspraak.

II. CASSATIEMIDDEL

De eisers voeren een middel aan.

Geschonden wettelijke bepalingen

- de artikelen 13 en 144 van de Grondwet;

- de artikelen 14, § 1, eerste lid, 2°, 17, § 1, eerste lid, en 33 van de op 12 januari 1973 gecoördineerde wetten op de Raad van State;

- de artikelen 1 tot 80, meer bepaald de artikelen 1 en 3, van de wet van 15 juni 2006 overheidsopdrachten en bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten;

- de artikelen 5 tot 9 van het koninklijk besluit van 28 december 1950 houdende algemeen reglement op de gerechtskosten in strafzaken.

Aangevochten beslissingen

Het arrest verwerpt de door de eisers aangevoerde exceptie van onbevoegdheid en beslist de tenuitvoerlegging te schorsen van de beslissing van 25 juli 2014 van de voorzitter van de Franstalige rechtbank van eerste aanleg Brussel om de eerste verweerster te schrappen van de lijst van vertalers en tolken bij die rechtbank en haar te beletten in die hoedanigheid prestaties te verrichten. Het arrest steunt daar-toe op de onderstaande redenen :

"Het voorwerp van onderhavig beroep heeft [...] geen betrekking op een beslissing van een orgaan van de rechterlijke macht betreffende zijn personeelsleden of de aanwerving, de aanwijzing of de benoeming in een openbaar ambt dat deel uitmaakt van de rechterlijke macht;

Daarentegen kan prima facie niet worden uitgesloten dat de eerste bestreden beslissing betrekking heeft op overheidsopdrachten. Immers, de vertaaldiensten die door de dienstverleners tegen betaling worden verleend aan de aanbestedende overheden vallen, prima facie, onder de toepassing van de wet van 15 juni 2006 betreffende de overheidsopdrachten en bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten. In dat verband kunnen de [eisers] niet tegelijkertijd rechtsgeldig betogen dat de vertalers niet tot het justitieel openbaar ambt behoren omdat zij geen werknemer zijn én dat zij hun diensten verlenen als zelfstandige, zonder dat de regels betreffende de overheidsopdrachten op hun diensten van toepassing zouden zijn, terwijl zij die diensten verlenen voor de Belgische Staat, die een aanbestedende overheid is in de zin van artikel 2, 1°, van de voormelde wet van 15 juni 2006;

Welnu, door de eerste bestreden akte sluit de voorzitter van de Franstalige recht-bank van eerste aanleg Brussel de eerste [verweerster] uit van de lijst van de aan-vaarde vertalers-tolken waarop die rechtbank een beroep doet en beslist hij dat zij geen vertaal- en tolkdiensten meer mag verlenen aan de Franstalige rechtbank van eerste aanleg Brussel. Zodoende verzetten de [eisers] zich ertegen dat de eerste [verweerster] diensten zou kunnen verlenen waarop de voormelde wet van 15 juni 2006 van toepassing zou kunnen zijn, en dus dat zij een offerte kan indienen en in voorkomend geval een overheidsopdracht betreffende het verlenen van vertaal- en tolkdiensten aan de Franstalige rechtbank van eerste aanleg Brussel kan verkrij-gen;

De eerste bestreden beslissing, die de eerste [verweerster] uitsluit uit de procedures van overheidsopdrachten die prima facie moeten worden nageleefd voor het verlenen van die diensten, lijkt dus betrekking te hebben op de overheidsopdrachten in de zin van artikel 14, § 1, eerste lid, 2°, van de op 12 januari 1973 gecoör-dineerde wetten op de Raad van State.

De omstandigheid, ten slotte, dat de [eisers] de vertalers in werkelijkheid zouden aanwijzen op grond van andere voorwaarden dan die welke gelden voor de overheidsopdrachten, impliceert niet dat de eerste bestreden akte geen betrekking zou hebben op overheidsopdrachten, aangezien die beslissing de eerste [verweerster] belet om aangewezen te worden met inachtneming van de regels betreffende de overheidsopdrachten, die de [eisers] moeten naleven om vertaal- en tolkdiensten te bestellen".

Grieven

Krachtens de artikelen 13 en 144 van de Grondwet behoren geschillen over burgerlijke rechten bij uitsluiting tot de bevoegdheid van de rechtbanken van de rechterlijke orde.

Krachtens artikel 17, § 1, eerste lid, van de op 12 januari 1973 gecoördineerde wetten op de Raad van State is de afdeling bestuursrechtspraak als enige bevoegd om, de partijen gehoord of behoorlijk opgeroepen, bij arrest de schorsing te bevelen van de tenuitvoerlegging van een akte of een reglement, vatbaar voor nietigverklaring krachtens artikel 14, § 1 en 3, en om alle maatregelen te bevelen die nodig zijn om de belangen veilig te stellen van de partijen of de personen die een belang hebben bij de beslechting van de zaak.

Luidens artikel 14, § 1, 2°, van die wetten doet de afdeling bestuursrechtspraak uit-spraak, bij wijze van arresten, over de beroepen tot nietigverklaring wegens overtreding van hetzij substantiële, hetzij op straffe van nietigheid voorgeschreven vormen, overschrijding of afwending van macht, ingesteld tegen de akten en reglementen van de onderscheiden administratieve overheden, van de wetgevende vergaderingen of van hun organen, daarbij inbegrepen de ombudsmannen ingesteld bij deze assemblees, van het Rekenhof en van het Grondwettelijk Hof, van de Raad van State en de administratieve rechtscolleges evenals van organen van de rechterlijke macht en van de Hoge Raad voor de Justitie, met betrekking tot overheidsopdrachten en leden van hun personeel, evenals de aanwerving, de aan-wijzing, de benoeming in een openbaar ambt of de maatregelen die een tuchtka-rakter vertonen.

Uit die bepaling blijkt dat de Raad van State slechts in welbepaalde gevallen be-voegd is om kennis te nemen van een beroep tegen de akten en reglementen van de rechterlijke macht, met name wanneer die akten en reglementen betrekking hebben op overheidsopdrachten.

Dat laatste geval zal zich maar voordoen indien de rechterlijke macht toepassing heeft moeten maken van de bepalingen van de wet van 15 juni 2006 overheidsopdrachten en bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten, waarvan de artikelen 1 tot 80 de regels vastleggen die bij de gunning van een overheidsopdracht nageleefd moeten worden.

Ten slotte wordt de bevoegdheid van de Raad van State bepaald door het werkelijke en rechtstreekse voorwerp van het beroep tot nietigverklaring.

In dit geval vorderden de verweersters de schorsing van de tenuitvoerlegging van twee akten, namelijk "de beslissing van 25 juli 2014 van de voorzitter van de Franstalige rechtbank van eerste aanleg Brussel om [de eerste verweerster] te schrappen van de lijst van vertalers en tolken bij die rechtbank" en, voor zover nodig "de beslissing, van een niet nader bepaalde datum, van dezelfde overheid om in een gerechtelijk arrondissement beëdigde vertalers te verbieden hun activiteit in een ander gerechtelijk arrondissement uit te oefenen".

Hieruit volgt dat het beroep gericht was tegen een beslissing van een orgaan van de rechterlijke macht, namelijk de voorzitter van de Franstalige rechtbank van eerste aanleg Brussel, om de eerste verweerster niet langer te behouden op de lijst van door die rechtbank beëdigde vertalers en tolken.

Een dergelijke beslissing, die niets te maken heeft met de gunning van een overheidsopdracht, valt niet onder de toepassing van de wet van 15 juni 2006, die luidens artikel 1 de omzetting is van richtlijn 2004/17/EG van 31 maart 2004 houdende coördinatie van de procedures voor het plaatsen van opdrachten in de sectoren water- en energievoorziening, vervoer en postdiensten, en van richtlijn 2004/18/EG van 31 maart 2004 betreffende de coördinatie van de procedures voor het plaatsen van overheidsopdrachten voor werken, leveringen en diensten, en derhalve een welbepaald voorwerp heeft, te weten het vaststellen van de procedures die bij het gunnen van overheidsopdrachten gevolgd moeten worden, wat duidelijk blijkt uit artikel 3 van voornoemde wet van 15 juni 2006, dat bepaalt wat, voor de toepassing van die wet, moet worden verstaan onder overheidsopdracht, overheidsopdracht voor werken, overheidsopdracht voor leveringen, overheids-opdracht voor diensten, open procedure, beperkte procedure, onderhandelingsprocedure zonder bekendmaking, onderhandelingsprocedure met bekendmaking, concurrentiedialoog, ontwerpenwedstrijd, promotieopdracht van werken, concessie voor openbare werken, dynamisch aankoopsysteem, elektronische veiling, raamovereenkomst, gunning van de opdracht, sluiting van de opdracht, gemeenschappelijke woordenlijst overheidsopdrachten, schriftelijk, elektronisch middel, opdrachtdocumenten, perceel.

Uit het geheel van die bewoordingen blijkt dat ze allemaal betrekking hebben op de fase van de offerteaanvraag en van de gunning van de overheidsopdracht en niets te maken hebben met het schrappen, door een orgaan van de rechterlijke macht, van een vertaler of tolk van een reeds bestaande lijst van beëdigde vertalers en tolken bij een rechtbank.

Welnu, de verweersters bekritiseren voor de Raad van State geen beslissing van een orgaan van de rechterlijke macht om een overheidsopdracht te gunnen maar, integendeel, een beslissing om de eerste verweerster niet te behouden op een vooraf opgestelde lijst van aanvaarde vertalers en tolken bij de Franstalige rechtbank van eerste aanleg Brussel, waarop zij voordien voorkwam.

Een dergelijke beslissing heeft niets te maken met de gunning van enige overheidsopdracht, die wordt geregeld door de voormelde wet van 15 juni 2006.

Bovendien is in de huidige stand van de wetgeving geen enkele voorwaarde vereist om vertaalopdrachten uit te voeren in het kader van gerechtelijke procedures. In de praktijk wordt een beroep gedaan op personen die zijn ingeschreven op officieuze lijsten, die op de griffies van de rechtbanken van eerste aanleg worden bijgehouden, waarbij de vertalers en tolken vergoed worden door hun een honorarium te betalen dat is vastgesteld volgens een salarisschaal bedoeld in het koninklijk besluit van 27 april 2007 houdende het algemeen reglement op de gerechtskosten in strafzaken, namelijk in de artikelen 5 tot 9 van dat koninklijk besluit.

In zoverre, bijgevolg, de Raad van State oordeelt dat het beroep, prima facie, be-trekking heeft op een beslissing betreffende een overheidsopdracht en hieruit besluit dat hij bevoegd is om kennis te nemen van het verzoekschrift tot schorsing, [verantwoordt] het arrest zijn beslissing niet naar recht (schending van de artikelen 14, § 1, eerste lid, 2°, 17, § 1, eerste lid, van de op 12 januari 1973 gecoördineerde wetten op de Raad van State, van de artikelen 1 tot 80, en meer bepaald de artikelen 1 en 3, van de wet van 15 juni 2006 overheidsopdrachten en bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten en, voor zover nodig, schending van de artikelen 5 tot 9 van het koninklijk besluit van 28 december 1950 houdende algemeen reglement op de gerechtskosten in strafzaken) en heeft het niet naar recht kunnen beslissen dat de exceptie van onbevoegdheid diende te worden verwerpen (schending van de artikelen 13 en 144 van de Grondwet, van de artikelen 14, § 1, eerste lid, 2°, 17, § 1, eerste lid, en 33 van de op 12 januari 1973 gecoördineerde wetten op de Raad van State).

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Artikel 14, § 1, eerste lid, 2°, Wet Raad van State machtigt de afdeling bestuurs-rechtspraak om uitspraak te doen over, onder meer, de beroepen die zijn ingestelde tegen de akten van organen van de rechterlijke macht met betrekking tot over-heidsopdrachten.

Om de schorsing te bevelen van de tenuitvoerlegging van de beslissing van de voorzitter van de rechtbank om de verweerster te schrappen van de lijst van door dat gerecht aanvaarde vertalers-tolken, verwerpt het arrest de exceptie van onbe-voegdheid bij die rechtbank die door de eisers is aangevoerd en die hierop ge-grond is dat elke betwisting over een beslissing tot schrapping van de kwestieuze lijst voor de hoven en rechtbanken van de rechterlijke orde gebracht moet worden.

De verwerping van de exceptie steunt zelf op de bewering, in substantie, dat de li-tigieuze akte een akte is met betrekking tot overheidsopdrachten omdat ze de ver-weerster belet diensten te verlenen die geregeld worden door de Overheidsop-drachtenwet 2006 en omdat ze haar het recht ontzegt om aangewezen te worden met inachtneming van de regels die voornoemde wet oplegt aan de aanbestedende overheid die vertaal- en tolkdiensten wil bestellen.

In de zin van voornoemd artikel 14, § 1, eerste lid, 2°, wordt onder een akte met betrekking tot overheidsopdrachten verstaan elke akte die uitgaat van een aanbe-stedende overheid of voor haar rekening wordt verricht en die op directe of indi-recte wijze ertoe strekt een overeenkomst onder bezwarende titel te sluiten met een of meer aannemers, leveranciers of dienstverleners.

De beslissing van het hoofd van een rechtscollege om een vertaler te schrappen van de lijst van de personen die in die hoedanigheid bij zijn rechtbank zijn aan-vaard, beantwoordt niet aan die begripsomschrijving.

Bijgevolg verantwoordt het arrest niet naar recht de verwerping van de exceptie van onbevoegdheid.

Het middel is gegrond.

Er bestaat geen grond om aan het Grondwettelijk Hof de twee prejudiciële vragen te stellen die de eerste verweerster aan dat hof wil voorstellen ingeval het middel gegrond zou worden bevonden.

Uit de omstandigheid dat de bestreden akte geen akte is met betrekking tot over-heidsopdrachten valt niet af te leiden dat de Overheidsopdrachtenwet 2006 niet op dezelfde wijze van toepassing zijn op de organen van de rechterlijke macht en op de administratieve overheden. Indien de litigieuze akte niet onder de bepalingen van die wet valt, dan is dat naar analogie daarvan, wegens de aard van die akte en niet wegens de rechterlijke of administratieve hoedanigheid van de steller van de akte.

Dictum

Het Hof,

Uitspraak doende in verenigde kamers,

Vernietigt het bestreden arrest.

Beveelt dat dit arrest zal worden overgeschreven in de registers van de Raad van State en dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het vernie-tigde arrest.

Veroordeelt de eerste verweerster tot de kosten.

Verwijst de zaak naar de anders samengestelde afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State, die zich zal schikken naar de beslissing van het Hof over het beslechte rechtspunt.
Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, verenigde kamers, te Brussel, en in openbare terechtzitting van 29 september 2017 uitgesproken.

C.15.0043.F
Conclusions de M. l'avocat général Th. Werquin:

I. Principes.

Aux termes de l'article 17, § 1er, alinéa 1er, des lois sur le Conseil d'Etat, coordonnées le 12 janvier 1973, la section du contentieux administratif est seule compétente pour ordonner par arrêt la suspension de l'exécution d'un acte ou d'un règlement susceptible d'être annulé en vertu de l'article 14, § 1er.

Aux termes de l'article 14, § 1er, alinéa 1er, 2°, si le contentieux n'est pas attribué par la loi à une autre juridiction, la section du contentieux administratif statue par voie d'arrêts sur les recours en annulation pour violation des formes soit substantielles, soit prescrites à peine de nullité, excès ou détournement de pouvoir, formés contre les actes et règlements des organes du pouvoir judiciaire relatifs aux marchés publics.

L'arrêt attaqué considère qu'il « n'est pas exclu, prima facie, que la décision attaqué soit relative aux marchés publics [de services] ».

La loi du 15 juin 2006 relative aux marchés publics et à certains marchés de travaux, de fournitures et de services transpose notamment la Directive 2004/18/CE du 31 mars 2004 relative à la coordination des procédures de passation des marchés publics de travaux, de fournitures et de services(1).

La Directive 2004/18/CE du 31 mars 2004 comporte les règles applicables aux marchés publics autres que les marchés publics de fournitures portant sur la prestation de services visés à l'annexe II.

A l'annexe II B figure sous la catégorie 27 les « autres services ».

Aux termes de l'article 3, 4°, de la loi du 15 juin 2006 relative aux marchés publics et à certains marchés de travaux, de fournitures et de services, on entend par marché public de services, le marché public autre qu'un marché public de travaux ou de fournitures, portant sur la prestation de services visés à l'annexe 2 de cette loi.

A l'annexe 2 (II B), figurent sous la catégorie 27, les « autres services ».

Suivant ses considérations introductives, le Règlement (CE) n°213/2008 de la Commission du 28 novembre 2007 modifiant le Règlement (CE) n°2195/2002 du Parlement européen et du Conseil relatif au vocabulaire commun pour les marchés publics (CPV) et les directives 2004/17/CE et 2004/18/CE du Parlement européen et du Conseil relatives aux procédures en matière de marchés publics, en ce qui concerne la révision du CPV a pour objet d'adapter ou de modifier la structure, les codes et les descriptions du CPV en fonction de l'évolution des marchés et des besoins des utilisateurs, de prendre en compte certaines suggestions spécifiques faites par les parties intéressées et par les utilisateurs du CPV afin d'améliorer la formulation du CPV, et de mettre à jour la structure, les codes et les descriptions du CPV pour en faire un outil efficace pour les marchés publics électroniques.

Il s'applique à partir du 15 septembre 2008(2).

L'annexe I du Règlement (CE) n°2195/2002 est remplacé par le texte figurant à l'annexe I du Règlement (CE) n°213/2008(3).

De même, le Règlement (CE) n°213/2008 a pour objet, à l'occasion de la révision du CPV, de mettre à jour les listes des activités et services se rapportant aux codes du CPV figurant dans les annexes des Directives 2004/17/CE et 2004/18/CE, de façon à ce qu'elles correspondent au CPV révisé, sans que le champ d'application matériel de ces directives s'en trouve modifié.

Aux termes de l'article 3, la Directive 2004/18/CE est modifié comme suit: 3) A l'annexe II, le tableau figurant à l'annexe II B est remplacé par le texte figurant à l'annexe VII du Règlement.

A l'annexe VII, figure sous la catégorie 27, les « autres services ».

Les services désignés à l'annexe 2 (II B) de la loi du 15 juin 2006 et à l'annexe II B de la Directive 2004/18/CE jusqu'à la catégorie 26 sont identifiés à l'aide d'un numéro de référence CPV.

La catégorie des « autres services » vise tous les services autres que ceux qui sont désignés à l'annexe 2 (II B) à l'aide d'un numéro de référence CPV et qui ne sont pas des marchés de travaux ou de fournitures. Il s'agit d'une catégorie résiduaire(4).

Pour identifier ces « autres services », il y a lieu d'examiner la liste des services désignés à l'annexe I du Règlement (CE) n°213/2008 à l'aide d'un code CPV; tout service désigné dans cette annexe à l'aide d'un code CPV rentre dans le champ d'application matériel de la loi du 15 juin 2006.

Les services de traduction sont mentionnés dans l'annexe I du Règlement (CE) n°213/2008 sous le code CPV 79530000-8.

Les services d'interprétation sont mentionnés dans l'annexe I de ce Règlement sous le code CPV 79540000-1.

Ces deux services relèvent dès lors des marchés de services tombant dans le champ d'application matériel de la loi du 15 juin 2006.

En considérant que « les services de traduction qui sont prestés par des prestataires de services à titre onéreux pour des pouvoirs publics adjudicateurs relèvent, prima facie, du champ d'application de [cette] loi» et que le premier acte attaqué devant le Conseil d'Etat, « qui exclut la première [défenderesse] des procédures de marchés publics qui doivent être respectées prima facie pour la prestation de ces services, paraît donc relatif aux marchés publics au sens de l'article 14, § 1er, alinéa 1er, 2°, des lois coordonnées sur le Conseil d'État », l'arrêt attaqué justifie légalement sa décision de rejeter le déclinatoire de compétence des demandeurs.

Le moyen ne peut être accueilli.

II. Conclusion

Rejet du pourvoi.
______________________
(1) Article 1er.
(2) Article 4.
(3) Article 1er.
(4) VANDENDRIESSCHE, CARTON, Toepassingsgebied, in D'Hooghe, Kiekens, De gunning van overheidsopdrachten, 2016, 109.

Noot: 

• Vanderbeck, R., « Quand la Cour de cassation interprète la définition de marché public », J.T., 2018/12, n° 6724, p. 275-277

• M. Delnoy et A. Pirson, « L'extension de la compétence ratione materiae du Conseil d'État et la modification du point de départ du délai de recours », A.P.T., 2016, pp. 236 et s.

• B. Gheysens, « De wet overheidsopdrachten anno 2016 : evolutie of revolutie? », C.D.P.K., 2017, pp. 52-54;

• M. Vanderstraeten, « Le Conseil d'État précise la ligne de démarcation entre la notion de concession de services et celle de marche public de services », A.P.T., 2017, pp. 95-97 ;

• P. Nihoul, « La notion de ”marché public” : éléments transversaux et matériels », M.C.P.-O.O.O., 2011, pp. 5-36 ;

• P. Thiel et V. Dor, « Champ d'application de la loi », in Le nouveau régime des marchés publics - Principales innovations introduites par les lois des 15 et 16 juin 2006, Waterloo, Kluwer, 2007, pp. 23-47.

• A.-L. Durviaux e.a., La passation et l'exécution des marchés publics, Bruxelles, Larcier, 2013, pp. 47 et s.

• K. Wauters et T. Cambier, « Le droit d'accès aux marchés publics et la sélection qualitative », C.D.P.K., 2012, pp. 401-402.

• C. Jenart, M. Leloup, N. Peeters et J. Van Orshoven, « Claritas custodiet ipsos custodes - Helderheid bewaakt de bewakers bij overheidsaansprakelijkheid voor het optreden van de hoogste nationale rechtscolleges », R.W., 2017-2018, pp. 362-371.

Gerelateerd
Aangemaakt op: zo, 15/04/2018 - 17:00
Laatst aangepast op: do, 10/05/2018 - 23:47

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.