-A +A

Afsluiting faillissement batig saldo voor de gefailleerde

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Rechtbank van Koophandel
Plaats van uitspraak: Kortrijk
Datum van de uitspraak: 
woe, 15/06/2011

Batig saldo van een faillissement is voor de gefaiilleerde.

Derden kunnen geen deel nemen aan de afsluitiungsvergaderring en ook niet de schuldeisers die geen aangifte deden.

Publicatie
tijdschrift: 
Rechtskundig Weekblad
Uitgever: 
Intersentia
Jaargang: 
2012-2013
Pagina: 
1230
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

NV I.H. t/ Faillisement NV C. e.a.

I. Rechtspleging – Gegevens

1. De NV C. wordt in staat van faillissement verklaard op 29 juni 1995.

2. De curator legt op de vergadering van 9 juni 2010 in overeenstemming met art. 79 Faillissementswet de rekening voor aan de schuldeisers en de gefailleerde, vertegenwoordigd door N.V., optredend in haar vroegere hoedanigheid van de afgevaardigd bestuurder. De eindafrekening wordt er goedgekeurd door de schuldeisers aanvaard in het passief van het faillissement. Op deze vergadering verschijnt de NV I.H. en legt zij een verzoekschrift tot vrijwillige tussenkomst neer. De gefailleerde verzet zich tegen deze tussenkomst. Wegens deze betwisting wordt de vergadering uitgesteld naar 29 september 2010.

3. Op de vergadering van 29 september 2010 blijft de discussie over de vrijwillige tussenkomst van de NV I.H. onopgelost en wordt de vergadering andermaal uitgesteld, ditmaal naar 15 december 2010.

4. Ook op de vergadering van 15 december 2010 kan de ontstane betwisting tussen de gefailleerde en de NV I.H. niet worden opgelost. De rechter-commissaris verwijst de betwisting navolgend naar de rechtbank.

5. In de syntheseconclusies vraagt de NV I.H.

– haar vordering ontvankelijk en gegrond te verklaren;

– primair, de opname van haar schuldvordering te bevelen en bijgevolg te zeggen voor recht dat zij aanspraak kan maken op de uitdeling van het nog resterende actief van het faillissement;

– subsidiair, te zeggen voor recht dat de activa van de NV C. die op de dag van het te vellen vonnis nog geconsigneerd zullen worden ten bate van deze laatste, ten gunste van de NV I.H. worden ingehouden ter aflossing van het saldo van haar schuldvordering.

6. De gefailleerde, bij monde van haar vroegere gedelegeerd bestuurder, verzet zich tegen de tussenkomst en het gevorderde.

7. De curator gedraagt zich naar de wijsheid van de rechtbank.

8. C.N. en N.V. leggen op 22 april 2011 een stuk neer, genaamd “conclusies”, waarin zij vragen de vordering van eiseres (i.e. de NV I.H.) af te wijzen als onontvankelijk, minstens ongegrond. Zij vragen vervolgens dat de rechtbank zou bevelen dat het batig saldo conform de Faillissementswet wordt uitbetaald aan hen als aandeelhouders van de gefailleerde vennootschap.

...

10. De rechter-commissaris brengt op dezelfde zitting verslag uit in overeenstemming met art. 35 Faillissementswet.

...

II. Beoordeling

...

Vrijwillige tussenkomst NV I.H.

13. De NV I.H. heeft op de vergadering van de schuldeisers van 9 juni 2010, zoals bedoeld in art. 79 Faillissementswet, een verzoekschrift tot vrijwillige tussenkomst neergelegd. Daar de mogelijkheid van de vrijwillige tussenkomst door de gefailleerde wordt betwist, moet de rechtbank de ontvankelijkheid van deze vordering onderzoeken.

14. Art. 15 Ger.W. bepaalt: “Tussenkomst is een rechtspleging waarbij een derde persoon partij wordt in het geding. Zij strekt ertoe, hetzij de belangen van de tussenkomende partij of van een der partijen in het geding te beschermen, hetzij een veroordeling te doen uitspreken of vrijwaring te doen bevelen”. Tussenkomst onderstelt aldus een geding, wat impliceert dat er door de rechter een uitspraak wordt gedaan over een vordering.

15. Art. 79 Faillissementswet bepaalt: “Wanneer de vereffening van het faillissement beëindigd is, worden de schuldeisers en de gefailleerde bijeengeroepen door de curators, op bevel van de rechter-commissaris gewezen na inzage van de rekeningen van de curators”. De bijeenkomst van de schuldeisers is een vergadering bedoeld om het bestuur van de curator te beoordelen en biedt de schuldeisers de gelegenheid een mening dienaangaande te formuleren in de vorm van het al dan niet goedkeuren van de rekeningen (zie: memorie van toelichting, Parl.St. Kamer 1991-92, nr. 631/001, p. 35). Deze vergadering verloopt onder het voorzitterschap van de rechter-commissaris. Zijn taak is echter geen rechtsprekende taak. Pas wanneer de schuldeisers de rekening niet goedkeuren en betwisting voeren, wordt de betwisting naar de rechtbank verwezen, waarna de gerechtelijke fase, met toepassing van de regels van het Gerechtelijk Wetboek, een aanvang neemt (vgl. I. Verougstraete, Manuel de la continuité des entreprises et de la faillite, Brussel, Kluwer, 2011, 712 e.v.). De vergadering van schuldeisers zoals geregeld in art. 79 Faillissementswet, is aldus geen geding in de zin van het Gerechtelijk Wetboek. De regels van dit wetboek zijn er dan ook niet op van toepassing (zie art. 2 Ger.W.). Er kan door een derde persoon op de vergadering van de schuldeisers bijgevolg niet vrijwillig worden tussengekomen in de zin als bedoeld in art. 15 Ger.W.

16. Bovendien en aansluitend kan de NV I.H. niet deelnemen aan de vergadering van de schuldeisers. Art. 79 Faillissementswet bepaalt ondubbelzinnig “worden de schuldeisers en de gefailleerde bijeengeroepen”. De vergadering is een gesloten vergadering en verloopt bijgevolg niet in de vorm van een openbare zitting. Buiten de aangeduide personen, namelijk de schuldeisers en de gefailleerde, kan niemand anders de vergadering bijwonen. Derden hebben immers geen stem in de bespreking van de rekeningen en de (eventuele) vraag naar de verschoonbaarheid op de vergadering.

Onder de term “schuldeisers” in de zin van art. 79 Faillissementswet moeten die personen worden begrepen die als schuldeiser zijn erkend in het faillissement doordat hun schuldvordering is onderworpen aan de verificatie door de curator zoals bepaald in art. 65 Faillissementswet. Hij die de vergadering wenst bij te wonen, moet aldus deze hoedanigheid bezitten (vgl. A. Cloquet, Droit Commercial, IV, Les concordats et la faillite in Les Novelles, Brussel, Larcier, 1985, p. 698, nr. 2408).

17. Het staat tussen partijen niet ter betwisting dat de NV I.H. niet als schuldeiser in het faillissement is erkend. De NV I.H. heeft geen aangifte van schuldvordering gedaan binnen de voorgeschreven termijn, noch heeft zij voorafgaandelijk aan de oproeping voor de vergadering bedoeld in art. 79 Faillissementswet een vordering in rechte tot opname van haar schuldvordering gesteld. Zij bezit op vandaag dan ook niet de hoedanigheid van schuldeiser in de zin van art. 79 Faillissementswet. De NV I.H. kon bijgevolg niet deelnemen aan de vergadering van 9 juni 2010. De toegang tot de vergadering diende haar ontzegd te worden.

18. Uit het bovenstaande volgt dat de NV I.H. niet in de mogelijkheid was om op de vergadering van de schuldeisers van 9 juni 2010 een vordering in tussenkomst te stellen en enige betwisting over de rekeningen te voeren. De vordering zoals geformuleerd in het verzoekschrift neergelegd op de vergadering van 9 juni 2010 en naderhand in conclusies herwerkt, moet als niet ontvankelijk worden afgewezen.

19. Overigens... De vordering van de NV I.H. zou in geen enkel geval gegrond kunnen worden verklaard omdat de rechtbank in dit stadium van de faillissementsafhandeling geen uitspraak kan doen over de opname van de vordering van een schuldeiser in het passief van het faillissement. De opname van een vordering in het passief dient te gebeuren naar aanleiding van het neerleggen van een proces-verbaal van verificatie (art. 68 Faillissementswet), dan wel naar aanleiding van het stellen van een vordering daartoe binnen de grenzen en de voorwaarden van de Faillissementswet (art. 72 Faillissementswet). Art. 72, tweede lid Faillissementswet luidt: “Tot de oproeping voor de vergadering bedoeld in artikel 79 hebben de schuldeisers die in gebreke zijn gebleven, het recht opname te vorderen zonder dat hun vordering reeds bevolen uitkeringen kan opschorten”. Uit de stukken in het faillissementsdossier blijkt dat de curator de schuldeisers met aangetekend schrijven van 21 mei 2010 heeft opgeroepen voor de vergadering zoals bedoeld in art. 79 Faillissementswet. Sinds 21 mei 2010 heeft de NV I.H. niet langer meer het recht om opname te vorderen in het passief en zo deel te nemen aan de verdeling van het vereffeningsprovenu.

Vordering N.V.

20. C.N. en N.V. die optreden in eigen naam, vorderen dat het batig saldo na de vereffening van het faillissement aan hen zou worden uitbetaald, als aandeelhouders van de NV C. De rechtbank is van oordeel dat op deze vordering niet kan worden ingegaan.

21. Ten eerste rijst de vraag naar het bewijs van het aandeelhouderschap, zeker in een naamloze vennootschap. In casu ligt geen enkel bewijs voor dat C.N. en N.V. aandeelhouders zijn van de NV C., laat staan de enige aandeelhouders van de naamloze vennootschap.

22. Vervolgens bepaalt art. 79 in fine Faillissementswet: “Indien er een overschot is, komt dit rechtens toe aan de gefailleerde”. Voor zover de gefailleerde een natuurlijke persoon is, levert deze wetsbepaling geen bijzondere problemen op omdat de gefailleerde gemakkelijk en eenvoudig identificeerbaar is. Anders is het gesteld wanneer de gefailleerde een rechtspersoon is, rekening houdend met de gevolgen die de Faillissementswet verbindt aan de beslissing tot sluiting van het faillissement. Art. 83 Faillissementswet bepaalt immers dat de beslissing tot sluiting van de verrichtingen van het faillissement van de rechtspersoon deze ontbindt en de onmiddellijke sluiting van zijn vereffening meebrengt, terwijl niet vaststaat dat alle schulden van de vennootschap zijn voldaan (zie: M. De Theije, “Verhaalbaarheid van interesten op batig saldo na faillissement van een vennootschap” (noot onder Cass. 18 maart 2004), RW 2004-05, 1102-1105). Er kunnen immers nog schulden bestaan in de vorm van de interesten toekomend aan de gewone en algemeen bevoorrechte schuldeisers (zie art. 23 Faillissementswet). Bovendien blijkt in casu dat ook de NV I.H. nog over een vordering zou kunnen beschikken.

De faillissementswetgeving maakt gebruik van rechtsfiguren uit de vennootschapswetgeving, namelijk de vereffening van de rechtspersoon, zonder dat deze technieken op elkaar zijn afgestemd. Krachtens de vennootschapswetgeving komt het batig saldo na de vereffening toe aan de aandeelhouders (art. 190, § 2 W.Venn.). Dit impliceert betaling van alle (gekende) schulden. In het raam van de faillissementswetgeving kan echter de faillissementsvereffening worden afgesloten met een batig saldo, terwijl niet alle (gekende) schulden zijn betaald. Indien in deze hypothese het batig saldo wordt uitgekeerd aan de aandeelhouders, omdat uit de sluiting van het faillissement de ontbinding van de rechtspersoon en de sluiting van de vereffening volgt, waarna de aandeelhouders onverdeeld mede-eigenaar zijn geworden van het actief van de vennootschap, kunnen de aandeelhouders echter niet worden aangesproken tot het restpassief. De aandeelhouders zijn immers niet de rechtsopvolgers onder algemene titel van de vennootschap. Dit is een zeer onbevredigende situatie die botst met het rechtsgevoel. Een juridisch logische en consequente oplossing ligt niet voor de hand, terwijl het onbetaald laten van schuldeisers na de vereffening van de vennootschap en de toekenning van het restactief aan de aandeelhouders, strijdt met de beginselen van de vennootschapsovereenkomst en de rechtspersoonlijkheid van de gefailleerde.

23. De meest billijke oplossing, die prima facie niet strijdt met de faillissementswetgeving en/of de vennootschapswetgeving, lijkt in casu dan ook dat:

a. de curator het positief saldo behoudt op de Deposito- en Consignatiekas ten name van de vennootschap NV C., zoals zij ten andere ook aangeeft te zullen doen;

b. de aandeelhouders in onverdeeldheid aanspraak kunnen maken op dit positief saldo, met dien verstande dat zij ertoe gehouden zijn de restschulden na de faillissementsverklaring van de NV C. te voldoen tot beloop van wat zij uit de vereffende vennootschap ontvangen;

 

Gerelateerd
Aangemaakt op: vr, 29/03/2013 - 20:06
Laatst aangepast op: vr, 29/03/2013 - 20:06

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.