-A +A

Advocaat die berust zonder mandaat heeft recht op ereloon

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Hof van beroep
Plaats van uitspraak: Antwerpen
Datum van de uitspraak: 
maa, 14/10/2013

Wanneer een lasthebber of een aannemer een fout begaat ontneemt hem dit niet het recht op vergoeding voor de reeds uitgevoerde prestaties. Maar dit neemt niet weg dat de lastgever op opdrachtgever de lasthebber of opdrachtgever kan aanspreken teneinde volledige schadevergoeding te bekomen.

Bij advocaten is het niet anders. Wanneer een advocaat een fout begaat, heeft hij recht op een vergoeding voor alle geleverde prestaties, maar dit ontneemt de aansprakelijkheid van de advocaat niet zijn cliënt te vergoeden voor de schade die door de fout van de advocaat is veroorzaakt.

Een advocaat heeft een mandaaat ad litem (artikel 440 Ger.W.) hij kan voor de rechtbanken zijn cliënt in rechte vertegenwoordigen en hiertoe alle nodige rechtshandelingen voor de rehtbank stellen. Hiervoor dient de advocaat geen schriftelijk mandaat te kunen voorleggen. Dit neemt niet weg dat de cliënt een beperkter mandaat aan de advocaat kan en mag verlenen, waaraan de advocaat zich dient te houden.

Wanneer een advocaat berust (agstand doet van een rechtsmiddel) heeft hij hiertoe een bijzonder geschreven mandaat van zijn cliënt nodig. Handelt hij zonder dit mandaat dan begaat de advocaat een fout. De cliënt dient de advocaat te vergoeden voor alle uitgevoerde prestaties. De fout ontneemt de advocaat, net zo min als elke andere lasthebber of dienstverlener, een recht op vergoding voor zijn prestaties en gemaakte kosten. Natuurlijk zal de advocaat de schade moeten vergoeden.

Een cliënt die geconfronteerd wordt met een berusting van zijn advocaat, terwijl deze toch hoger beroep of verzet wou aantekenen, kan evenwel samen met de instelling van een rechtsmiddel een procedure tot ontkentenis van (de) rechtshandeling (van bersusting) instellen. Deze uitweg en een verdere bespreking van het mandaat van de adocaat met verwijzing nar rechtspraak en rechtsleer, werd opgenomen in de noot onder dit arrest van de hand van Claudia Van Severen, Honorarium advocaat, NJW 2014/304, 513 

Publicatie
tijdschrift: 
NJW
Uitgever: 
Kluwer
Jaargang: 
2014/304
Pagina: 
513
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

 D.J., advocaat, [ ... ] appellant, [ ... ]

tegen

ACH BOUW NV, [ ... ] geïntimeerde,

[ ... ]

1. DE FEITEN - VOORWERP VAN DE VORDERINGEN - VOORGAANDEN

[ ... ]

Bij het bestreden vonnis werd de vordering van appellant ontvankelijk, doch ongegrond verklaard en appellant dienvolgens daarvan afgewezen en veroordeeld tot de kosten van het geding, begroot in hoofde van geïntimeerde op 990,00 EUR rechtsplegingvergoeding.

De eerste rechter stelde daartoe dat, gezien uit het schrijven van geïntimeerde van 27 mei 2010 aan appellant dient te worden begrepen dat, doordat het vonnis nog niet was betekend, geïntimeerde blij was met het aantreffen van nieuwe

De eerste rechter kan niet worden gevolgd in zijn beslissing dat de vordering

argumenten en stukken en zij zeker niet besloten had om zich bij het vonnis neer te leggen, appellant zijn mandaat te buiten ging door de tegenpartij de berusting te melden en geïntimeerde daardoor de mogelijkheid om nuttig hoger beroep tegen het vonnis van 19 maart 2010 aan te tekenen.

Het gegeven dat geïntimeerde dus nooit de kans kreeg om nieuwe elementen in de beroepsprocedure voor te leggen met mogelijkheid om een gewijzigde beslissing uit te lokken, leidde er dan, volgens de eerste rechter, toe dat de vordering van appellant als ongegrond diende te worden afgewezen.

ll. VORDERINGEN IN HOGER BEROEP

Het hoger beroep van appellant strekt ertoe om zijn oorspronkelijke vordering alsnog gegrond te horen verklaren en dienvolgens geïntimeerde te horen veroordelen tot betaling van de som van 3.000,00 EUR, meer de verwijlintresten vanaf 21 juni 2010 conform de Wet van 2 augustus 2002 betreffende de bestrijding van de betalingsachterstand bij handelstransacties, minstens de verwijlintresten aan de wettelijke intrestvoet vanaf 16 november 2010, de gerechtelijke intresten vanaf30 maart 2010, minstens vanaf de datum van het uit te spreken arrest, op de hoofdsom en de verwijlintresten en de kosten van het geding in beide aanleggen.

Geïntimeerde besluit tot de ontvankelijkheid, doch ongegrondheid van het hoger beroep van appellant en beoogt op haar beurt de veroordeling van appellant tot betaling van de gedingkosten.

[ ... ]

111. BEOORDELING

[ ... ]

Ten gronde

De eerste rechter kan niet worden gevolgd in zijn beslissing dat de vordering van appellant, omwille van de daartoe door hem ontwikkelde redengeving, als ongegrond dient te worden afgewezen.

De vaststelling dat appellant zijn mandaat te buiten is gegaan doordat hij de raadsman van de tegenpartij Verhelst bij schrijven van 20 april 2010 -in antwoord op diens vraag bij faxbericht van 26 maart 2010 om bevestiging van de berusting in het door de rechtbank van koophandel te Brugge, afdeling Oostende, gewezen vonnis d.d. 19 maart- ten onrechte heeft gemeld dat zijn cliënt - geïntimeerde - berustte, vermits uit de voorgelegde stukken niet blijkt, noch vermag te worden afgeleid dat dit inderdaad wel zo was, ontneemt op zich aan appellant zijn recht niet op betaling van het door hem gevorderde ereloon voor de door hem in opdracht en ten behoeve van geïntimeerde geleverde prestaties en bijstand in de voor de rechtbank van koophandel te Brugge, afdeling Oostende, gevoerde procedure.

Het feit dat appellant blijkbaar buiten medeweten en alleszins zonder opdracht of vereiste machtiging daartoe van geïntimeerde aan de raadsman van de tegenpartij heeft gemeld heeft dat zijn cliënte berustte en deze laatste meent derhalve geen nuttig hoger beroep tegen het betreffende vonnis meer te kunnen instellen en haar derhalve de mogelijkheid werd ontnomen om alsnog een gewijzigde, voor haar gunstige beslissing in hoger beroep uit te lokken, doet immers als dusdanig niet af aan de gehoudenheid van geïntimeerde tot vergoeding van de voordien door appellant in de voor de rechtbank van koophandel te Brugge, afdeling Oostende, geleverde prestaties/ verleende bijstand als raadsman.

Zulks zou haar daarentegen, in voorkomend geval, gerechtigd maken een schadevergoeding wegens een haar door de fout of contractuele tekortkoming van appellant ontnomen kans op een voor haar gunstige uitspraak in hoger beroep.

Op vraag van dit hof ter zitting van 23 september 2013 bevestigde de raadsman van geïntimeerde dat de gehouden-
heid tot betaling van het gevorderde ereloon van appellant enkel werd betwist omwille van de gehekelde berusting door deze laatste in het betreffende vonnis en er uit hoofde daarvan geen schadevergoeding werd gevorderd.

Gezien er geen schadevergoeding uit hoofde daarvan werd, noch wordt gesteld/beoogd, doet geïntimeerde als verweer dan wel overtuiging van haar stelling dat de vordering van appellant als ongegrond dient te worden afgewezen niet relevant gelden dat, door diens onterechte melding van haar berusting in het vonnis aan de raadsman van de tegenpartij Verhelst, appellant zijn mandaat te buiten is gegaan en haar zodoende de mogelijkheid tot het instellen van een nuttig hoger beroep werd ontnomen.

Het hof stelt tevens volledigheidshalve vast dat geïntimeerde geen objectieve stukken, noch bewezen elementen of gegevens voorbrengt, waaruit enige andere fout of contractuele tekortkoming in hoofde van appellant blijkt dan wel vermag te worden afgeleid en zij verder de hoegrootheid van het haar door appellant aangerekende ereloon voor zijn prestaties en bijstand in het kader van de gevoerde procedure voor de rechtbank van koophandel te Brugge, afdeling Oostende, als dusdanig ook in ondergeschikte orde niet betwist.

Mede gelet op hetgeen voorafgaat, dient het door appellant in hoofdsom gevorderde ereloon van 3.000,00 EUR dan ook te worden toegekend.

Wat de daarop door hem in hoofdorde gevorderde intresten betreft, doet geïntimeerde in ondergeschikte orde wel terecht gelden dat appellant zich daarvoor niet kan beroepen op de Wet van 2 augustus 2002 betreffende de bestrijding van de betalingsachterstand bij handelstransacties, gezien deze in casu inderdaad geen toepassing vindt.

Het door geïntimeerde aan appellant in hoofdsom te betalen bedrag van 3.000,00 EUR is dan ook enkel te vermeerderen met de verwijlintresten aande wettelijke intrestvoet vanaf de aangetekende ingebrekestelling van 16 november 2010 tot datum van dagvaarding en vanaf dan tot datum van algehele betaling met de gerechtelijke intresten aan de wettelijke intrestvoet.

[ ... ]

V. BESLISSING

[ ... ]

Verklaart het hoger beroep van appellant ontvankelijk en, binnen de perken ervan, erop recht doende ten gronde:

Wijzigt het bestreden vonnis:

Verklaart de vordering van appellant gegrond in de hierna bepaalde mate:

Veroordeelt geïntimeerde tot betaling aan appellant van de som van 3.000,00 EUR, meer de verwijlintresten aan de wettelijke intrestvoet vanaf 16 november 2010 tot datum van dagvaarding, hetzij 30 maart 2011, en vanaf dan tot datum van algehele betaling met de gerechtelijke intresten aan de wettelijke intrestvoet.

Verwijst geïntimeerde in de kosten van beide aanleggen, [ ... ]

 

Noot: 

Claudia Van Severen, Honorarium advocaat, NJW 2014/304, 513

Rechtsleer:

• A. VAN OEVELEN, "Het mandaat van de advocaat wanneer hij niet in rechte optreedt", RW 2009-10, (1586) 1588, nr. 3).

• S. SOBRIE, "Ontkentenis van proceshandeling: enkele aandachtspunten" (noot onder Brussel 21 september 2010), RW 2011-12, (1389) 1391).

• J. STEVENS en I. VANDEVELDE, "Commentaar bij art. 440 Ger.W." in Comm.Ger. 2010, afl. 77, 147, nr. 17 

•  B. LAMBRECHT en I. SAMOY, "Schijn van berust en ontkentenis van proceshandeling" (noot onder Brussel 10 juni 2002 P&B 2002(207) 309, nr 6

Gerelateerd
Aangemaakt op: za, 30/08/2014 - 22:40
Laatst aangepast op: za, 30/08/2014 - 22:40

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.