-A +A

Aanvaarding onder voorrecht van boedelbeschrijving en uitkering legaten voor vereffening van de schulden van de nalatenschap

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Hof van Cassatie
Datum van de uitspraak: 
vri, 05/09/2014
A.R.: 
C.13.0453.N

De beneficiaire aanvaarding van een erfenis doet een toestand van samenloop ontstaan en de erfgenaam is belast met de vereffening en verdeling met dien verstande dat de schuldeisers van de nalatenschap die binnen de in artikel 793, tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek bedoelde termijn aangifte hebben gedaan, worden voldaan met inachtneming van het gelijkheidsbeginsel en de wettelijke redenen van voorrang en de legaten pas worden uitgekeerd nadat de schulden van de nalatenschap zijn vereffend; de uitkering van legaten voordat de schulden van de nalatenschap zijn vereffend is niet tegenwerpelijk aan de schuldeisers; indien het nog niet verdeelde actief onvoldoende is om hun schuldvordering te voldoen, beschikken zij over een verhaal op de legatarissen aan wie het legaat voortijdig werd uitgekeerd .

Publicatie
tijdschrift: 
RABG
Uitgever: 
Larcier
Jaargang: 
2015/15
Pagina: 
1097
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

Nr. C.13.0453.N
CRELAN nv, met zetel te 1070 Anderlecht, Sylvain Dupuislaan 251,
eiseres,

tegen
A. V. S.,
verweerder.
I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF
Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep te Antwerpen van 18 maart 2013.

II. CASSATIEMIDDELEN
De eiseres voert in haar verzoekschrift twee middelen aan.

Eerste middel
Geschonden wetsbepalingen
- de artikelen 793 en 808 Burgerlijk Wetboek;
- de artikelen 8 en 9 van de wet van 16 december 1851 op de voorrechten en hypotheken (Hypotheekwet), dat Boek 3, Titel XVIII, Burgerlijk Wetboek vormt.

Aangevochten beslissing
De appelrechters oordelen dat de eiseres geen verhaal kan uitoefen op het legaat toekomende aan de verweerder:

"Dat de wettige erfgenamen afgifte deden van het legaat vóór de termijn bepaald in artikel 808 Burgerlijk Wetboek, kan aan het voorgaande niets veranderen.

Anders dan [de eiseres] aanvoert, heeft de voortijdige afgifte van het legaat niet tot gevolg dat die nietig zou zijn. Hiervoor is geen rechtsgrond voorhanden.

Evenmin heeft de voortijdige afgifte van het legaat tot gevolg dat ze niet aan [de eiseres] tegenwerpbaar zou zijn. Dit zou slechts het geval zijn indien aan de toepassingsvoorwaarden van artikel 1167 Burgerlijk Wetboek is voldaan. [De eiseres] voert evenwel niet aan dat de afgifte van het legaat door de wettige erfgenamen gebeurde met bedrieglijke benadeling van haar rechten."

Grieven

De beneficiaire nalatenschap is een afgescheiden vermogen binnen het vermogen van de erfgenaam of de erfgenamen en moet in de eerste plaats worden vereffend om de schuldeisers van de nalatenschap te voldoen. Ten voordele van deze schuldeisers geldt er een algemeen beslag op dit afgescheiden vermogen.

Overeenkomstig artikel 793, tweede lid, Burgerlijk Wetboek worden de schuldeisers bij de aanvaarding van de nalatenschap onder voorrecht van boedelbeschrijving opgeroepen door de bekendmaking in het Belgisch Staatsblad. Zij beschikken over een termijn van drie maanden om hun vordering in te dienen.

Dit gebeurt door de kennisgeving bij aangetekende brief op de gekozen woonplaats van de erfgenaam.

Overeenkomstig artikel 808 Burgerlijk Wetboek mag vóór het verstrijken van deze termijn bij vrijwillige beneficiaire aanvaarding de bewindvoerder geen betalingen doen aan de schuldeisers of de legatarissen, met uitzondering van schuldeisers bevoorrecht krachtens artikel 19 Hypotheekwet. De betaling aan een legataris vóór het verstrijken van de in artikel 793, tweede lid, Burgerlijk Wetboek bedoelde termijn, is gelet op het betalingsverbod van artikel 808 Burgerlijk Wetboek en de gelijke behandeling van de schuldeisers vooropgesteld in de artikelen 8 en 9 Hypo-theekwet niet-tegenwerpelijk aan de samenlopende schuldeisers in wier voordeel de wetgever voorziet in een met een algemeen beslag vergelijkbaar vereffeningsbewind. Uit artikel 808 Burgerlijk Wetboek volgt dat de erfgenaam of de erfgenamen niet beschikkingsbevoegd zijn om gedurende deze termijn het legaat te betalen.

De appelrechters oordelen dat de voortijdige afgifte van het legaat tegenwerpelijk is aan de schuldeisers van de erflater. Door aldus te oordelen miskennen de appelrechters de beschikkingsonbevoegdheid van de erfgenamen voortvloeiend uit artikel 808 Burgerlijk Wetboek en miskennen zij de niet-tegenwerpelijkheid van handelingen die afbreuk doen aan de gelijke behandeling van de schuldeisers vooropgesteld in de artikelen 8 en 9 Hypotheekwet en waarvan artikel 808 Burgerlijk Wetboek een toepassing vormt.

Tweede middel
Geschonden wetsbepalingen
- artikel 149 Grondwet;
- artikel 780, eerste lid, 3°, Gerechtelijk Wetboek;
- het algemeen rechtsbeginsel dat men slechts vrijgevig kan zijn indien men geen schulden heeft ("nemo liberalis nisi liberatus") zoals dat met name volgt uit de artikelen 871, 926, 927, 1009 en 1024 Burgerlijk Wetboek.

Aangevochten beslissing

De appelrechters oordelen dat:

"Evenmin kunnen de bepalingen van het Burgerlijk Wetboek in verband met de inkorting [de eiseres] soelaas bieden. Overeenkomstig artikel 920 Burgerlijk Wetboek is er slechts sprake van inkorting van legaten indien deze het beschikbaar gedeelte overschrijden. Wijlen H. O. had evenwel geen erfgenamen aan wie de wet een voorbehouden erfdeel toekent. Van inkorting kan dan ook geen sprake zijn. [De eiseres] beroept zich dan ook vruchteloos op de artikelen 922, 926, 927, 1009 en 1024 Burgerlijk Wetboek".

Grieven

Eerste onderdeel

De rechter dient overeenkomstig artikel 149 Grondwet en artikel 780, eerste lid, 3°, Gerechtelijk Wetboek zijn beslissing met redenen te omkleden. Deze motive-ringsplicht wordt onder meer miskend wanneer de rechter niet antwoordt op een middel dat door een partij in haar conclusies werd opgeworpen.

Op grond van het algemeen rechtsbeginsel dat men slechts vrijgevig kan zijn indien men geen schulden heeft ("nemo liberalis nisi liberatus"), voerde de eiseres in haar syntheseberoepsbesluiten van 27 juni 2012 aan dat voor zover er na uitbetaling van de schuldeisers onvoldoende actief overblijft in de nalatenschap om haar schuldvordering te voldoen, het bijzonder legaat van de verweerder bezwaard is met deze schuld (p. 7-10 syntheseberoepsbesluiten). Om het bestaan van dit rechtsbeginsel aan te tonen, verwees de eiseres enerzijds naar een aantal wettelijke bepalingen inzake inkorting uit het Burgerlijk Wetboek die een toepassing vormen van dit principe en anderzijds naar rechtspraak en rechtsleer die het bestaan van dit principe erkennen en van toepassing achten ook bij de vereffening en verdeling van een nalatenschap die beneficiair werd aanvaard.

De appelrechters verwerpen dit middel met de overweging dat de door de eiseres aangehaalde wettelijke bepalingen betrekking hebben op de inkorting van een bij-zonder legaat. Aangezien mevr. O. geen erfgenamen had aan wie de wet een voorbehouden deel toekent, kunnen deze wettelijke bepalingen niet worden toegepast.

De appelrechters die enkel vaststellen dat de bepalingen van het Burgerlijk Wetboek inzake inkorting niet van toepassing zijn aangezien mevr. O. geen erfgenamen had aan wie de wet een voorbehouden deel toekent, laten na te antwoorden op het middel dat op grond van het algemeen rechtsbeginsel dat men slechts vrijgevig kan zijn indien men geen schulden heeft, de legaten slechts uitgekeerd kunnen worden na voldoening van alle schulden van de nalatenschap. De appelrechters schenden zodoende artikel 780, eerste lid, 3°, Gerechtelijk Wetboek en artikel 149 Gerechtelijk Wetboek.

Tweede onderdeel
Uit het algemeen rechtsbeginsel dat men slechts vrijgevig kan zijn indien men geen schulden heeft, volgt dat de schuldeisers van de overledene voorrang hebben op de legatarissen en een legaat dus maar slechts uitwerking kan hebben na betaling van de schulden. De uitkering van een bijzonder legaat door de erfgenamen die de nalatenschap hebben aanvaard onder het voorrecht van boedelbeschrijving, niettegenstaande alle bekende schuldeisers (in de zin van artikel 793, tweede lid, Burgerlijk Wetboek) niet volledig werden betaald, is niet-tegenwerpelijk aan die schuldeisers.

In zoverre de appelrechters oordelen dat buiten de gevallen waar de wetgever in de mogelijkheid van inkorting voorziet, legaten kunnen worden uitgekeerd vooraleer de schulden van de erflater werden voldaan en een dergelijke uitkering ook tegenwerpelijk is aan de schuldeisers, schenden de appelrechters het algemeen rechtsbeginsel dat men slechts vrijgevig kan zijn indien men geen schulden heeft.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Eerste middel

1. Artikel 803 Burgerlijk Wetboek bepaalt dat de erfgenaam die de nalaten-schap onder voorrecht heeft aanvaard, belast is met het beheer en de vereffening van de goederen van de nalatenschap en van zijn beheer rekening en verantwoor-ding moet doen aan de schuldeisers en de legatarissen.

Krachtens artikel 808, eerste lid, Burgerlijk Wetboek mag de erfgenaam geen niet-bevoorrechte schuldeisers of legatarissen betalen voor het verstrijken van de ter-mijn, bedoeld in artikel 793, tweede lid, Burgerlijk Wetboek.

Schuldeisers die ten tijde van een eerste betaling niet bekend waren, maar zich achteraf aanmelden, hebben krachtens artikel 809, eerste lid, Burgerlijk Wetboek verhaal op de betaalde legatarissen gedurende een termijn van drie jaar te rekenen van de dag dat de rekening is aangezuiverd en het overschot betaald. Zij hebben geen verhaal tegen de reeds betaalde schuldeisers, maar zijn gerechtigd van het nog niet verdeelde actief het uit te keren bedrag af te nemen dat bij de eerste ver-delingen aan hun schuldvorderingen toekwam.

2. Uit deze bepalingen volgt dat de beneficiaire aanvaarding een toestand van samenloop doet ontstaan en de erfgenaam belast is met de vereffening en verde-ling met dien verstande dat de schuldeisers van de nalatenschap die binnen de in artikel 793, tweede lid, Burgerlijk Wetboek, bedoelde termijn, aangifte hebben gedaan, worden voldaan met in achtneming van het gelijkheidsbeginsel en de wet-telijke redenen van voorrang en de legaten pas worden uitgekeerd nadat de schul-den van de nalatenschap zijn vereffend.

De uitkering van legaten voordat de schulden van de nalatenschap zijn vereffend, is niet tegenwerpelijk aan de schuldeisers. Indien het nog niet verdeelde actief on-voldoende is om hun schuldvordering te voldoen, beschikken zij over een verhaal op de legatarissen aan wie het legaat voortijdig werd uitgekeerd.

3. Uit het bestreden arrest blijkt dat:
- de erfgenamen de nalatenschap hebben aanvaard onder het voorrecht van boe-delbeschrijving;
- deze verklaring op 25 februari 2009 werd gepubliceerd in het Belgisch Staats-blad;
- de eiseres op 6 maart 2009 aangifte deed van haar schuldvordering met betrek-king tot de financiering van een onroerend goed van de nalatenschap gelegen te Sint-Truiden;
- de erfgenamen op 27 maart 2009 afgifte hebben gedaan van het bijzonder le-gaat met betrekking tot een onroerend goed gelegen te Lommel aan de ver-weerder;
- de verkoop van het onroerend goed te Sint-Truiden ontoereikend was om de schuldvordering van de eiseres te voldoen;
- de verweerder opdracht gaf om over te gaan tot de publieke verkoop van het onroerende goed te Lommel;
- de eiseres bewarend beslag heeft gelegd onder de notaris op de gelden voort-vloeiend uit deze verkoop;
- de eiseres op 19 oktober 2009 de verweerder heeft gedagvaard om te horen zeggen voor recht dat het bijzonder legaat bezwaard is met de schulden van de nalatenschap.

4. De appelrechters oordelen dat de schuldeisers, waaronder de eiseres, geen verhaal kunnen uitoefenen op de verweerder en dat de omstandigheid "dat de wettige erfgenamen afgifte deden van het legaat vóór de termijn bepaald in artikel 808 Burgerlijk Wetboek, aan het voorgaande niets [kan] veranderen" aangezien "de voortijdige afgifte niet tot gevolg [heeft] dat het legaat nietig zou zijn".

Door op die gronden de vordering van de eiseres als ongegrond af te wijzen, is het arrest niet naar recht verantwoord.
Het middel is gegrond.

Dictum
Het Hof,
Vernietigt het bestreden arrest behoudens in zoverre dit het hoger beroep ontvan-kelijk verklaart.
Beveelt dat van dit arrest melding zal worden gemaakt op de kant van het gedeel-telijk vernietigde arrest.
Houdt de kosten aan en laat de betwisting daaromtrent over aan de feitenrechter.
Verwijst de aldus beperkte zaak naar het hof van beroep te Gent.
Dit arrest is gewezen te Brussel door het Hof van Cassatie, eerste kamer


C.13.0453.N
Conclusie van advocaat-generaal Vandewal:

Situering en procedurevoorgaanden

1. Volgens het feitenrelaas in het beroepen vonnis, hernomen in het bestreden arrest, zijn de relevante feiten de volgende: nadat de decujus op 3 mei 2008 was overleden, aanvaardden haar wettige erfgenamen bij akte, neergelegd ter griffie van de rechtbank van eerste aanleg te Hasselt op 17 februari 2009 en gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad op 25 februari 2009, haar nalatenschap onder voorrecht van boedelbeschrijving. Op 27 maart 2009 deden de erfgenamen van de decujus afgifte aan verweerder van de woning te (...) die als bijzonder legaat aan hem werd nagelaten door de decujus.

2. Op 19 oktober 2009 dagvaardde eiseres verweerder voor de rechtbank van eerste aanleg te Hasselt teneinde te horen zeggen voor recht dat het bijzonder legaat bezwaard is met de schulden van de nalatenschap, in het bijzonder met de vordering van eiseres, voortvloeiend uit het opeisbare overbruggingskrediet.

3. Bij vonnis van 9 maart 2011 verklaarde de rechtbank van eerste aanleg te Hasselt de vordering van eiseres ontvankelijk en gegrond.

De rechtbank oordeelde dat voor de bedragen waarvoor eiseres moet worden beschouwd als schuldeiser van de nalatenschap, zij verhaal kan uitoefenen op de opbrengst van 156.000 EUR, afkomstig van de verkoop van het onroerend goed dat het voorwerp uitmaakt van het bijzonder legaat. De rechtbank oordeelde verder dat deze opbrengst in de nalatenschap moet terugkeren om de schuldvorderingen van A.C., W.J. en eiseres te voldoen en dit voor zover de overige voorhanden zijnde activa van de nalatenschap daartoe niet zouden volstaan.

4. Verweerder tekende hoger beroep aan tegen dit vonnis. Het hof van beroep te Antwerpen verklaarde dit hoger beroep bij arrest van 18 maart 2013 ontvankelijk, vernietigde het bestreden vonnis in zoverre het de terugkeer beval van de opbrengst van het aan verweerder gelegateerde goed, en verklaarde de oorspronkelijke vorderingen van o.m. eiseres tegen verweerder ongegrond.

5. Het cassatieberoep van eiseres maakt het voorwerp uit van huidige cassatieprocedure.
Het eerste cassatiemiddel

6. In het eerste cassatiemiddel komt eiseres op tegen de beslissing van de appelrechters volgens welke de voortijdige afgifte van het legaat tegenwerpelijk is aan de schuldeisers van de erflater.

7. Volgens eiseres is de betaling aan een legataris vóór het verstrijken van de in artikel 793, tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek bedoelde termijn, gelet op het betalingsverbod van artikel 808 van het Burgerlijk Wetboek en de gelijke behandeling van de schuldeisers vooropgesteld in de artikelen 8 en 9 van de Hypotheekwet, niet tegenwerpelijk aan de samenlopende schuldeisers in wiens voordeel de wetgever voorziet in een met een algemeen beslag vergelijkbaar vereffeningsbewind.

Bespreking van het eerste cassatiemiddel

A. Wat is een beneficiaire aanvaarding?

8.Een aanvaarding onder voorrecht van boedelbeschrijving wordt traditioneel omschreven als een wijze van aanvaarding die, terwijl ze een zo groot mogelijke graad van zekerheid verschaft aan de rechten van de schuldeisers en legatarissen van de nalatenschap, de erfgenaam het voordeel biedt slechts gehouden te zijn tot betaling van de schulden en de lasten van de nalatenschap ten belope van de waarde van de goederen en met de goederen van de nalatenschap, zonder dat hierbij het persoonlijk vermogen van de erfgenaam vermengd wordt met het vermogen van de overledene.(1)

9. Bij een beneficiaire aanvaarding staan aldus zowel de belangen van de beneficiaire erfgenaam, als de belangen van de schuldeisers van de nalatenschap centraal.

De boedelscheiding zorgt ervoor dat de schuldeisers van de nalatenschap zich in beginsel niet op het persoonlijk vermogen van de beneficiaire erfgenaam kunnen verhalen. De beneficiaire erfgenaam is slechts tot de betaling van de schulden en de lasten van de nalatenschap gehouden tot het bedrag van de waarde van de goederen die hij uit de nalatenschap verkrijgt.

De schuldeisers van de nalatenschap hebben het recht om bij voorkeur boven de persoonlijke schuldeisers van de beneficiaire erfgenaam uit de goederen van de nalatenschap te worden betaald. De persoonlijke schuldeisers van de erfgenaam hebben enkel verhaal op het saldo dat de erfgenaam, na afrekening van de vereffening van de nalatenschap, uit de nalatenschap zal overhouden. Tot op dat ogenblik kunnen zij geen uitvoeringsmaatregelen treffen op de goederen van de nalatenschap.(2)

10. De beneficiaire aanvaarding is een vormelijke rechtshandeling.(3) De erfgerechtigde moet op de griffie van de bevoegde rechtbank van eerste aanleg van de plaats waar de nalatenschap is opengevallen, een eenzijdige verklaring afleggen, waarbij hij te kennen geeft dat hij de nalatenschap onder voorrecht van boedelbeschrijving aanvaardt (artikel 793, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek).

Bij een vrijwillige aanvaarding onder voorrecht van boedelbeschrijving zorgt de griffier ervoor dat de verklaring binnen 15 dagen volgend op de dag van de verklaring wordt bekendgemaakt in het Belgisch Staatsblad. De publicatiedatum in het Belgisch Staatsblad doet een termijn van drie maanden lopen waarbinnen de schuldeisers van de nalatenschap en legatarissen zich moeten aanmelden bij de beneficiair aanvaardende erfgenaam.

Het volstaat voor de schuldeisers en de legatarissen om zich binnen die termijn kenbaar te maken bij gewone aangetekende brief (artikel 793, tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek). De bedoeling is dat de erfgenaam de vereffening-verdeling van de nalatenschap niet steeds opnieuw zou moeten wijzigen ingevolge laattijdig opduikende schuldeisers en legatarissen.

Voor of na de verklaring ter griffie zal de erfgerechtigde die onder voorrecht van boedelbeschrijving wil aanvaarden ook een regelmatige, getrouwe en nauwkeurige inventaris van de roerende goederen van de nalatenschap moeten laten opmaken.

B. Welke zijn de gevolgen van een beneficiaire aanvaarding?

a. Ontstaan van een samenloop

11. Onder gelding van het oude artikel 808 van het Burgerlijk Wetboek moest de beneficiaire erfgenaam de schuldeisers van de nalatenschap en de legatarissen betalen naarmate ze zich bij hem aanboden, tenzij er schuldeisers van de nalatenschap verzet in zijn handen hadden aangetekend.

12. Om de eenheid van de vereffening en de paritas creditorum-regel te vrijwaren, voerde de wetgever met de wet van 10 oktober 1967 houdende het Gerechtelijk Wetboek een collectieve en gelijke vereffeningsprocedure in.(4)

De vereffeningsprocedure is collectief in die zin dat de schuldeisers van de nalatenschap en de legatarissen via de bekendmaking van de verklaring van aanvaarding onder voorrecht van boedelbeschrijving in het Belgisch Staatsblad worden verzocht om hun rechten aan de beneficiaire erfgenaam te doen kennen binnen de drie maanden en dat alle schuldeisers van de nalatenschap en legatarissen die zich alzo bekend hebben gemaakt, bij de vereffening moeten worden betrokken.

De vereffeningsprocedure is gelijk in die zin dat de wettige redenen van voorrang van de schuldeisers van de nalatenschap steeds moeten worden geëerbiedigd en het eventuele saldo evenredig onder de chirografaire schuldeisers van de nalatenschap moet worden verdeeld.

13. De beneficiaire erfgenaam is overeenkomstig artikel 803 van het Burgerlijk Wetboek belast met het beheer en de vereffening van de goederen van de nalatenschap ten gunste van de hereditaire schuldeisers. De beneficiaire boedel vormt m.a.w. een doelvermogen bestemd tot betaling van de schulden en de lasten van de nalatenschap. Alle handelingen van de beneficiaire erfgenaam zullen bijgevolg moeten bijdragen tot de verwezenlijking van dat doel.(5)

b. De gevolgen van het ontstaan van een samenloop

i. Voor de schuldeisers

14. De collectieve en gelijke vereffeningsprocedure van artikel 808 van het Burgerlijk Wetboek heeft tot gevolg dat de chirografaire en de algemeen bevoorrechte schuldeisers van de nalatenschap geen afzonderlijke uitvoeringsmaatregelen meer kunnen vorderen zolang de vereffening door de erfgenaam niet is afgesloten.(6) Uiteraard kunnen die schuldeisers wel nog bewarende maatregelen treffen, maar de erfgenaam kan hiertegen in verzet komen wanneer daardoor zijn vereffeningsbewind in het gedrang komt.(7) Zij kunnen ook nog een uitvoerbare titel tegen de nalatenschap verkrijgen of aan de erfgenaam een uitvoerbare titel laten betekenen.(8) Ook blijven zij bevoegd om gedurende de vereffening desgevallend een pauliaanse vordering in te stellen.(9)

15. De bijzonder bevoorrechte schuldeisers van de nalatenschap en de schuldeisers van de nalatenschap met een zakelijke zekerheid, zoals de hypothecaire schuldeisers, kunnen als separatisten wel nog steeds hun schuldvordering op bepaalde goederen van de nalatenschap uitvoeren (zie infra).(10)

ii. Voor de beneficiaire erfgenaam

16. De beneficiaire erfgenaam is vanaf het ogenblik van ontstaan van de samenloop belast met het beheer van de goederen van de nalatenschap. Hij heeft de plicht om van zijn beheer rekening en verantwoording aan de hereditaire schuldeisers te doen (artikel 803, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek). In het licht van de concrete omstandigheden van de zaak zal de rechter moeten onderzoeken of de beneficiaire erfgenaam zich als een normale, redelijke en voorzichtige beneficiaire erfgenaam heeft gedragen.(11) De hereditaire schuldeisers hebben de mogelijkheid om de beneficiaire erfgenaam te laten vervangen ingeval hun belangen in het gedrang komen wegens nalatigheid van de beneficiaire erfgenaam of wegens diens vermogenstoestand (artikel 804 van het Burgerlijk Wetboek).

17. In het kader van zijn beheer is de beneficiaire erfgenaam gehouden tot daden van bewaring vermits hij instaat voor de waardevermindering van het vermogen of de beschadiging door zijn nalatigheid veroorzaakt (artikel 806, tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek).(12) Voorbeelden van dergelijke daden van bewaring zijn: betalen van de verzekeringspremie, uitvoeren van herstellingen, hernieuwen van een onderhoudscontract, enz.

18. De beneficiaire erfgenaam kan ook daden van beheer stellen, zoals het afsluiten of hernieuwen van een lopende huurovereenkomst, voor zover hij daardoor geen waardevermindering teweegbrengt. Bovendien is hij zelfs verplicht om die daden te stellen wanneer zij noodzakelijk zijn voor de instandhouding van het vermogen.(13)

19. De beneficiaire erfgenaam kan worden verplicht om borg te stellen (artikel 807 van het Burgerlijk Wetboek). De vordering tot borgstelling biedt aan de schuldeisers de mogelijkheid om hun onderpand preventief te beschermen tegen de beneficiaire erfgenaam die het zou verkwisten of voor eigen doel zou aanwenden, zonder dat zij daarom meteen zijn vervanging door een beheerder moeten vorderen.(14)

20. Voor een aantal daden van beschikking vereist artikel 803, tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek een voorafgaande machtiging van de rechter, namelijk om een dading te treffen, een compromis aan te gaan of de goederen met een hypotheek of andere zakelijke lasten te bezwaren.

21. Als de beschikbare gelden van de nalatenschap niet volstaan om de schulden van de nalatenschap te betalen, zal de beneficiaire erfgenaam voldoende goederen van de nalatenschap te gelde moeten maken, ook al maken die goederen het voorwerp uit van een bijzonder legaat.(15) Als hij daar niet vrijwillig toe overgaat, kunnen de schuldeisers van de nalatenschap of de legatarissen hem op basis van artikel 804 van het Burgerlijk Wetboek laten vervangen door een beheerder die de goederen dan in zijn plaats zal verkopen.

Nochtans kan de beneficiaire erfgenaam bij een deficitaire nalatenschap de verkoop van goederen van de nalatenschap afwenden door de schuldeisers van de nalatenschap met eigen gelden te betalen. Die betaling heeft tot gevolg dat hij van rechtswege in de plaats van de betaalde schuldeisers van de nalatenschap wordt gesteld en dus tevens hun voorkeurrecht geniet ten aanzien van zijn eigen persoonlijke schuldeisers (artikel 1251, 4°, van het Burgerlijk Wetboek).(16)

Als hij de goederen van de nalatenschap verkoopt, moet de verkoop geschieden in de vorm door het Gerechtelijk Wetboek bepaald (artikel 806 van het Burgerlijk Wetboek). De openbare verkoop is de regel. Een dergelijke verkoop zorgt voor de meest transparante prijsvorming en is alzo een bijkomende garantie voor de schuldeisers van de nalatenschap dat alles open en eerlijk verloopt.(17)

22. De sanctie bij niet-naleving van het verbod op zakenrechtelijke bezwaring of van de gerechtelijke vorm van de verkoop is de niet-tegenwerpelijkheid van de daad van beschikking aan de schuldeisers. Ten aanzien van de schuldeisers behoren de goederen dus nog steeds tot de massa.(18)

c. De specifieke gevolgen gedurende de periode van drie maanden na bekendmaking in het Belgisch Staatsblad

23. De schuldeisers van de nalatenschap en de legatarissen hebben vanaf de publicatie van de verklaring van aanvaarding onder voorrecht van boedelbeschrijving in het Belgisch Staatsblad drie maanden de tijd om zich bij gewone aangetekende brief aan de beneficiaire erfgenaam kenbaar te maken. Vóór het verstrijken van die termijn van drie maanden mag de beneficiaire erfgenaam geen niet-bevoorrechte (chirografaire) schuldeiser van de nalatenschap of legataris betalen (artikel 808, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek).

24. De algemeen op roerende goederen bevoorrechte schuldeisers van de nalatenschap (artikel 19 van de Hypotheekwet) mag de beneficiaire erfgenaam vóór het verstrijken van die termijn van drie maanden wel al volgens hun rang betalen (artikel 808, tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek). Dat is evenwel geen verplichting. Het is zelfs aangewezen dat de erfgenaam ook hen pas na het verstrijken van de termijn van drie maanden betaalt, omdat hij dan een beter zicht heeft op het passief van de nalatenschap.(19)

25. Ook de bijzonder bevoorrechte schuldeisers van de nalatenschap en de schuldeisers van de nalatenschap met een zakelijke zekerheid, zoals de hypothecaire schuldeisers, kunnen reeds worden betaald vóór het verstrijken van die termijn van drie maanden.(20)

Zoals hierboven uiteengezet kunnen zij hun rechten blijven uitoefenen op de goederen waarop hun voorrecht respectievelijk zakelijke zekerheid betrekking heeft. Die goederen kunnen onmiddellijk openbaar worden verkocht. De openbare verkoop van een onroerend goed van de nalatenschap brengt van rechtswege de overwijzing mee van de rechten van de hypothecaire en de bijzonder bevoorrechte schuldeisers op de prijs van het verkochte goed. Zij worden bij voorrang betaald uit de prijs van de goederen waarop hun hypotheek of voorrecht betrekking heeft. Ze worden betaald volgens hun rang, op het moment van de vervreemding. Het saldo van de verkoopprijs, na betaling van de hypothecaire en de bijzonder bevoorrechte schuldeisers, wordt bij de massa gevoegd.(21)

d. De gevolgen na het verstrijken van die periode van drie maanden
26. Na het verstrijken van de termijn van drie maanden moet de beneficiaire erfgenaam tot de algehele vereffening en de betaling van alle schuldeisers van de nalatenschap en legatarissen overgaan (artikel 803, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek). Hij zal daartoe een vereffeningsstaat moeten opmaken die de activa en de passiva vermeldt en een betalingsvoorstel ter goedkeuring moeten voorleggen aan de schuldeisers van de nalatenschap die zich bij hem hebben aangemeld.(22) Hoewel de wetgever niet heeft bepaald binnen welke termijn de beneficiaire erfgenaam de schuldeisers van de nalatenschap en de legatarissen moet betalen, zal die vereffening binnen een redelijke termijn moeten geschieden. De beneficiaire erfgenaam die daar te lang mee wacht, brengt zijn aansprakelijkheid in het gedrang en kan door een beheerder worden vervangen die de nalatenschap in zijn plaats zal vereffenen.(23)

27. Aan de actiefzijde vindt men de opbrengsten van de verkochte goederen. De opbrengsten van de verkoop van goederen die onderworpen zijn aan een bijzonder voorrecht of een zakelijke zekerheid, vallen evenwel buiten de samenloop en worden bij voorkeur toegekend aan de schuldeiser die een dergelijk voorrecht of zakelijke zekerheid geniet. Wanneer het bedrag niet volstaat om hem te voldoen, wordt hij chirografaire schuldeiser voor het saldo. Wanneer het bedrag meer is dan zijn schuldvordering, dan wordt het saldo bij de massa gevoegd ten voordele van de andere schuldeisers. Daarnaast kan men aan de actiefzijde eventueel ook nog goederen in natura terugvinden, en desgevallend de via een vordering tot nietigheid of tot ontbinding gerecupereerde goederen, verzekeringsvergoedingen wegens schade aan de erfgoederen, huurinkomsten, interesten van kapitalen en zelfs, in voorkomend geval, een woonstvergoeding wanneer de erfgenaam gebruik heeft gemaakt van de woning van de overledene.(24)

28. Aan de passiefzijde worden alle schulden vermeld, samen met de kosten van zegellegging en inventaris en de betaalde successierechten. Kosten van de ter griffie gedane verklaring komen er niet in voor.(25)

29. Nadat de algemeen bevoorrechte schuldeisers zijn voldaan in volgorde van hun rang, zal het beschikbare saldo in het betalingsvoorstel van de erfgenaam worden toegekend aan de chirografaire schuldeisers. Wanneer het saldo niet volstaat, zal het proportioneel onder hen worden verdeeld.(26) De legaten mag de beneficiaire erfgenaam pas uitkeren nadat alle bekende schuldeisers van de nalatenschap werden betaald, wat wordt uitgedrukt in het adagium nemo liberalis nisi liberatus. Als het actief van de nalatenschap onvoldoende is om alle legaten integraal uit te keren, keert de beneficiaire erfgenaam ze evenredig uit, tenzij de testator uitdrukkelijk heeft verklaard dat een bepaald legaat bij voorkeur boven het andere moet worden voldaan.(27)

30. Als de schuldeisers van de nalatenschap het eens zijn met het voorstel, kan de beneficiaire erfgenaam overgaan tot betaling bij wijze van minnelijke schikking.(28) Als niet alle bekende schuldeisers van de nalatenschap het ermee eens zijn, kan de beneficiaire erfgenaam enkel tot betaling overgaan in de volgorde en op de wijze door de rechter bepaald (artikel 808, derde lid, van het Burgerlijk Wetboek). De tussenkomst van de rechter verhindert dat hij de paritas creditorum-regel niet zou respecteren en de ene schuldeiser van de nalatenschap onterecht zou bevoordelen ten aanzien van de andere.(29) Als blijkt dat alle schulden van de nalatenschap probleemloos integraal kunnen worden betaald, lijkt het overbodig dat de beneficiaire erfgenaam voorafgaandelijk een betalingsvoorstel ter goedkeuring aan de schuldeisers van de nalatenschap voorlegt. Hij kan in dat geval gewoonweg tot betaling van de verschillende schuldvorderingen overgaan.(30)

31. De termijn van drie maanden betreft een termijn van orde. De schuldeisers van de nalatenschap die niet bij de gelijke en collectieve vereffeningsprocedure van artikel 808 van het Burgerlijk Wetboek konden worden betrokken omdat ze zich niet binnen de termijn van drie maanden hebben bekendgemaakt, verliezen het recht om hun schuldvordering te innen dus niet.(31) Wel beperkt artikel 809 van het Burgerlijk Wetboek hun verhaalsmogelijkheden. De schuldeisers van de nalatenschap die ten tijde van een eerste betaling niet bekend waren, maar zich achteraf aanmelden, hebben luidens artikel 809 van het Burgerlijk Wetboek geen verhaal tegen de reeds betaalde schuldeisers van de nalatenschap. Laatstgenoemde schuldeisers kunnen niet meer worden verontrust omdat ze zich wel tijdig bekend hebben gemaakt om bij de gelijke en collectieve vereffeningsprocedure van artikel 808 van het Burgerlijk Wetboek te worden betrokken.(32)

32. De laattijdige schuldeisers van de nalatenschap zijn vooreerst gerechtigd van het nog niet verdeelde actief het uit te keren bedrag af te nemen dat bij de eerste verdelingen aan hun schuldvorderingen toekwam (artikel 809, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek). Zij kunnen hun schuldvorderingen aldus verhalen op het actief dat nog niet aan de andere schuldeisers van de nalatenschap en aan de legatarissen werd uitgekeerd en dit in de mate dat zij zouden hebben ontvangen indien zij zich wel tijdig hadden bekendgemaakt. Zij behouden daarbij hun voorkeurrecht ten aanzien van de persoonlijke schuldeisers van de beneficiaire erfgenaam.(33)

33. Als het nog niet verdeelde actief niet volstaat om hun schuldvorderingen te voldoen, kunnen de laattijdige schuldeisers van de nalatenschap zich bovendien verhalen op de betaalde legatarissen. Zij kunnen dat slechts doen gedurende drie jaren te rekenen van de dag dat de rekening is aangezuiverd en het overschot betaald, m.a.w. gedurende drie jaren nadat de legatarissen hun legaat ontvingen (artikel 809, eerste lid, van het Burgerlijk Wetboek). Na het verstrijken van die termijn kunnen de laattijdige schuldeisers van de nalatenschap de betaalde legatarissen niet meer aanspreken.(34)

34. Als het nog niet verdeelde actief niet volstaat om hun schuldvorderingen te voldoen en het actief dat al aan de legatarissen werd uitgekeerd, ook niet, dan hebben de laattijdige schuldeisers van de nalatenschap geen enkele verhaalsmogelijkheid meer. Zij kunnen de beneficiaire erfgenaam enkel nog dwingen om rekening en verantwoording van zijn beheer te doen en desgevallend een aansprakelijkheidsvordering tegen hem instellen.(35)

35 Laattijdige legatarissen hebben geen verhaal tegen de betaalde schuldeisers van de nalatenschap en ook niet tegen de betaalde legatarissen. Ze hebben enkel verhaal tegen de beneficiaire erfgenaam in geval van een overschot.

36. Uit dit alles blijkt dat de beneficiair aanvaardende erfgenaam niet de bevoegdheid heeft om de bijzondere legaten uit te keren vóór het verstrijken van de termijn van drie maanden na bekendmaking van de verklaring in het Belgisch Staatsblad. Hij is immers belast met de vereffening van de nalatenschap en kan daartoe pas overgaan na het verstrijken van de termijn van drie maanden waarbinnen schuldeisers en legatarissen zich bij hem kunnen aanmelden. Vóór het verstrijken van die termijn kan hij nog niemand betalen, met uitzondering van de bijzonder bevoorrechte schuldeisers en de schuldeisers die een zakelijke zekerheid genieten, zoals de hypothecaire schuldeisers. De reden waarom hij die schuldeisers reeds kan betalen, is omdat zij buiten de samenloop vallen. Daarnaast kan hij op grond van artikel 808, tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek ook reeds de algemeen op roerende goederen bevoorrechte schuldeisers betalen (artikel 19 van de Hypotheekwet).

37. Na het verstrijken van die termijn zal hij overgaan tot de vereffening van de nalatenschap. Wanneer er niet voldoende gelden voorhanden zijn om de schuldeisers te betalen, zal de beneficiaire erfgenaam desgevallend de goederen van de nalatenschap moeten verkopen. Het kan daarbij gaan om goederen die het voorwerp uitmaken van een bijzonder legaat. De legataris heeft daartegen geen verhaal. Hij heeft dan enkel recht op het eventuele saldo nadat de schuldeisers zijn voldaan. De beneficiaire erfgenaam moet bij de vereffening immers rekening houden met de paritas creditorum-regel, evenals met de wettige redenen van voorrang. Zo zal hij eerst de bijzonder bevoorrechte schuldeisers en de schuldeisers die een zakelijke zekerheid genieten moeten betalen uit de opbrengst van de goederen waarop hun voorrecht resp. zakelijke zekerheid betrekking heeft (voor zover hij ze nog niet betaald heeft). Vervolgens zal hij de algemeen bevoorrechte schuldeisers moeten betalen en daarna pas de chirografaire schuldeisers. Als laatsten komen dan de legatarissen aan bod.

38. De beneficiaire erfgenaam kan de bijzondere legataris aldus niet betalen vóór het verstrijken van de termijn van drie maanden, noch vóór hij de bekende schuldeisers heeft voldaan. Die voortijdige betaling zal niet tegenwerpelijk zijn aan de schuldeisers van de nalatenschap. Het goed wordt geacht nog steeds deel uit te maken van de nalatenschap en kan nog steeds worden verkocht om de bekende schuldeisers te voldoen.

39. Uit al het voorgaande volgt dat de beneficiaire aanvaarding van de nalatenschap een toestand van samenloop doet ontstaan, dat de erfgenaam belast is met de vereffening en verdeling, met dien verstande dat de schuldeisers van de nalatenschap die binnen de in artikel 793, tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek bedoelde termijn, aangifte van hun schuldvordering hebben gedaan, worden voldaan met inachtneming van het gelijkheidsbeginsel, dat de bijzondere legaten pas kunnen worden uitgekeerd nadat de schulden van de nalatenschap zijn vereffend en dat de laattijdig aantredende schuldeisers enkel aanspraak hebben op het nog niet verdeelde actief.

40. De appelrechters stellen, met overname van de redenen van het beroepen vonnis, vast dat:
- de erfgenamen op 17 februari 2009 de nalatenschap hebben aanvaard onder voorrecht van boedelbeschrijving;
- de verklaring van aanvaarding onder voorrecht van boedelbeschrijving werd gepubliceerd in het Belgisch Staatsblad van 25 februari 2009;
- de erfgenamen reeds op 27 maart 2009 afgifte hebben gedaan van het bijzonder legaat, weze voor het verstrijken van de termijn van drie maanden gesteld in artikel 793, tweede lid, van het Burgerlijk Wetboek;
- eiseres samen met anderen blijkens de aangifte van de nalatenschap van 23 maart 2009, vóór de afgifte van het legaat, als schuldeisers van de decujus bekend was bij de wettige erfgenamen.

41. De appelrechters, die oordelen "dat de bijzondere legataris, die in het bezit wordt gesteld van zijn bijzonder legaat, door de reeds op datum van afgifte van het legaat bekende schuldeisers van de erflater, niet meer in betaling kan worden aangesproken", dat "het enkel de op datum van afgifte van het legaat niet-bekende schuldeisers (zijn) die zich kunnen beroepen op artikel 809 B.W.", dat eiseres "geen verhaal (kan) uitoefenen op (verweerder)", en dat de omstandigheid dat "de wettige erfgenamen afgifte deden van het legaat vóór de termijn bepaald in artikel 808 B.W., aan het voorgaande niets (kan) veranderen", vermits "de voortijdige aflevering van het legaat niet tot gevolg (heeft) dat die nietig zou zijn", en die op die gronden de oorspronkelijke vordering van eiseres afwijzen als ongegrond, hebben naar mijn mening dan ook hun beslissing niet naar recht verantwoord.

42. Het middel lijkt mij gegrond te zijn.

43. Conclusie: vernietiging.
_________________________________
(1) L. BRACKE en P. VAN OOTEGHEM, "De beneficiaire aanvaarding. Enkele beschouwingen bij een weinig voorkomende erfkeuze", T.Not. 1997, (316) 317; P. VAN OOTEGHEM en L. BRACKE, "Artikel 793 B.W." in Comm.Erf. 2001, 3, nr. 1; M. VAN MOLLE, "Les enjeux de l'acceptation sous bénéfice d'inventaire" in X, Les incidents en matière successorale dans la pratique notariale, Brussel, Larcier 2008, (109) 110; P. HOFSTRÖSSLER en D. LEROY, Enkele bedenkingen betreffende de aanvaarding onder voorrecht van boedelbeschrijving in Patrimonium, Antwerpen, Intersentia 2009, (327) 329-330, nrs. 3 en 4; R. DEKKERS en H. CASMAN, Handboek burgerlijk recht, IV, Antwerpen, Intersentia 2010, 395-396, nrs. 581-852.
(2) L. BRACKE en P. VAN OOTEGHEM, "De beneficiaire aanvaarding. Enkele beschouwingen bij een weinig voorkomende erfkeuze", T.Not. 1997, (316) 333-334; D. LEROY, "Artikel 802 B.W." in Comm.Erf. 2012, nr. 13.
(3) Zie H. DE PAGE en R. DEKKERS, Traité élémentaire de droit civil belge, IX, Brussel, Bruylant 1974, 537, nr. 705 e.v.; L. BRACKE en P. VAN OOTEGHEM, "De beneficiaire aanvaarding. Enkele beschouwingen bij een weinig voorkomende erfkeuze", T.Not. 1997, (316) 323 e.v.; P. VAN OOTEGHEM en L. BRACKE, "Artikel 793 B.W." in Comm.Erf. 2001, 8, nr. 15 e.v.; M. VAN MOLLE, "Les enjeux de l'acceptation sous bénéfice d'inventaire" in X, Les incidents en matière successorale dans la pratique notariale, Brussel, Larcier 2008, (109) 114 e.v.
(4) Zie het Verslag VAN REEPINGHEN bij het ontwerp van wet tot invoering van het Gerechtelijk Wetboek, Parl.St. Senaat 1963-64, nr. 60, 440; H. CASMAN, "Beheer en vereffening van een beneficiair aanvaarde nalatenschap" in X, Actuele problemen uit het notariële recht. Opstellen aangeboden aan Prof. A. De Boungne, Antwerpen, Kluwer 1985, (19) 21; M. GRÉGOIRE, Théorie générale du concours des créanciers en droit belge, Brussel, Bruylant 1992, (415) 417, nr. 571; L. BRACKE en P. VAN OOTEGHEM, "De beneficiaire aanvaarding. Enkele beschouwingen bij een weinig voorkomende erfkeuze", T.Not. 1997, (316) 349; H. CASMAN, "Quelques questions relatives à la liquidation d'une succession acceptée sous bénéfice d'inventaire", Rev.not.b 1998, (530) 533-534; M. GRÉGOIRE en V. DE FRANCQUEN, "Article 7 à 9 Loi hyp. " in Comm.Voor. 2005, nr. 82; M. VAN MOLLE, "Les enjeux de l'acceptation sous bénéfice d'inventaire" in X, Les incidents en matière successorale dans la pratique notariale, Brussel, Larcier 2008, (109) 120; P. HOFSTRÖSSLER en D. LEROY, Enkele bedenkingen betreffende de aanvaarding onder voorrecht van boedelbeschrijving in Patrimonium, Antwerpen, Intersentia 2009, (327) 330, nr. 4; R. JANSEN, Beschikkingsonbevoegdheid, Antwerpen, Intersentia 2009, 209, nr. 239;R. DEKKERS en H. CASMAN, Handboek burgerlijk recht, IV, Antwerpen, Intersentia 2010, 405, nr. 601; E. DIRIX en K. BROECKX, Beslag in APR, Gent, Story-Scientia 2010, 115, nr. 146; E. DIRIX, "Artikel 8 Hyp.W." in Comm.Voor. 2011, 33, nr. 34; D. LEROY, "Artikel 808 B.W." in Comm.Erf. 2012, nr. 1.
(5) H. CASMAN, "Beheer en vereffening van een beneficiair aanvaarde nalatenschap" in X, Actuele problemen uit het notariële recht. Opstellen aangeboden aan Prof. A. De Boungne, Antwerpen, Kluwer 1985, (19) 27; L. BRACKE en P. VAN OOTEGHEM, "De beneficiaire aanvaarding. Enkele beschouwingen bij een weinig voorkomende erfkeuze", T.Not. 1997, (316) 337; H. CASMAN, "Quelques questions relatives à la liquidation d'une succession acceptée sous bénéfice d'inventaire", Rev.not.b. 1998, (530) 545; P. HOFSTRÖSSLER en D. LEROY, Enkele bedenkingen betreffende de aanvaarding onder voorrecht van boedelbeschrijving in Patrimonium, Antwerpen, Intersentia 2009, (327) 336, nr. 8; R. JANSEN, Beschikkingsonbevoegdheid, Antwerpen, Intersentia, 2009, 210, nr. 240; E. DIRIX, "Artikel 8 Hyp.W." in Comm.Voor. 2011, 33, nr. 34.
(6) Zie het Verslag VAN REEPINGHEN bij het ontwerp van wet tot invoering van het Gerechtelijk Wetboek, Parl.St. Senaat 1963-64, nr. 60, 440; H. CASMAN, "Beheer en vereffening van een beneficiair aanvaarde nalatenschap" in X, Actuele problemen uit het notariële recht. Opstellen aangeboden aan Prof. A. De Boungne, Antwerpen, Kluwer 1985, (19) 31; M. GRÉGOIRE, Théorie générale du concours des créanciers en droit belge, Brussel, Bruylant 1992, (415) 419, nr. 575; L. BRACKE en P. VAN OOTEGHEM, "De beneficiaire aanvaarding. Enkele beschouwingen bij een weinig voorkomende erfkeuze", T.Not. 1997, (316) 349; H. CASMAN, "Quelques questions relatives à la liquidation d'une succession acceptée sous bénéfice d'inventaire", Rev.not.b. 1998, (530) 537; M. GRÉGOIRE en V. DE FRANCQUEN, "Article 7 à 9 Loi hyp." in Comm.Voor. 2005, nr. 93; M. VAN MOLLE, "Les enjeux de l'acceptation sous bénéfice d'inventaire" in X, Les incidents en matière successorale dans la pratique notariale, Brussel, Larcier 2008, (109) 121; P. HOFSTRÖSSLER en D. LEROY, Enkele bedenkingen betreffende de aanvaarding onder voorrecht van boedelbeschrijving in Patrimonium, Antwerpen, Intersentia 2009, (327) 330, nr. 4; R. JANSEN, Beschikkingsonbevoegdheid, 2009, 213, nr. 242; R. DEKKERS en H. CASMAN, Handboek burgerlijk recht, IV, Antwerpen, Intersentia 2010, 396, nr. 583; E. DIRIX en K. BROECKX, Beslag in APR, Gent, Story-Scientia 2010, 115, nr. 146; E. DIRIX, "Artikel 8 Hyp.W. " in Comm.Voor. 2011, 34, nr. 34; D. LEROY, "Artikel 808 B.W." in Comm.Erf. 2012, nr. 6.
(7) H. CASMAN, "Beheer en vereffening van een beneficiair aanvaarde nalatenschap" in X, Actuele problemen uit het notariële recht. Opstellen aangeboden aan Prof. A. De Boungne, Antwerpen, Kluwer 1985, (19) 31; L. BRACKE en P. VAN OOTEGHEM, "De beneficiaire aanvaarding. Enkele beschouwingen bij een weinig voorkomende erfkeuze", T.Not. 1997, (316) 350; H. CASMAN, "Quelques questions relatives à la liquidation d'une succession acceptée sous bénéfice d'inventaire", Rev.not.b. 1998, (530) 538; E. DIRIX en K. BROECKX, Beslag in APR, Gent, Story-Scientia 2010, 115, nr. 146; E. DIRIX, "Artikel 8 Hyp.W ." in Comm.Voor. 2011, 35, nr. 34; D. LEROY, "Artikel 808 B.W." in Comm.Erf. 2012, nr. 6.
(8) H. CASMAN, "Quelques questions relatives à la liquidation d'une succession acceptée sous bénéfice d'inventaire", Rev.not.b. 1998, (530) 537; R. DEKKERS en H. CASMAN, Handboek burgerlijk recht, IV, Antwerpen, Intersentia 2010, 396, nr. 583; E. DIRIX en K. BROECKX, Beslag in APR, Gent, Story-Scientia 2010, 115, nr. 146; D. LEROY, "Artikel 808 B.W." in Comm.Erf. 2012, nr. 6.
(9) R. DEKKERS en H. CASMAN, Handboek burgerlijk recht, IV, Antwerpen, Intersentia 2010, 396, nr. 583.
(10) Zie het Verslag VAN REEPINGHEN bij het ontwerp van wet tot invoering van het Gerechtelijk Wetboek, Parl.St. Senaat 1963-64, nr. 60, 440; L. BRACKE en P. VAN OOTEGHEM, "De beneficiaire aanvaarding. Enkele beschouwingen bij een weinig voorkomende erfkeuze", T. Not. 1997, (316) 347; H. CASMAN, "Quelques questions relatives à la liquidation d'une succession acceptée sous bénéfice d'inventaire", Rev.not.b. 1998, (530) 537; P. HOFSTRÖSSLER en D. LEROY, Enkele bedenkingen betreffende de aanvaarding onder voorrecht van boedelbeschrijving in Patrimonium, Antwerpen, Intersentia 2009, (327) 330, nr. 4; R. JANSEN, Beschikkingsonbevoegdheid, 2009, 213, nr. 242; R. DEKKERS en H. CASMAN, Handboek burgerlijk recht, IV, Antwerpen, Intersentia 2010, 397, nr. 583; E. DIRIX en K. BROECKX, Beslag in APR, Gent, Story-Scientia 2010, 115, nr. 146; E. DIRIX, "Artikel 8 Hyp.W." in Comm.Voor. 2011, 35, nr. 34; D. LEROY, "Artikel 808 B.W." in Comm.Erf. 2012, nr. 7.
(11) P. HOFSTRÖSSLER en D. LEROY, Enkele bedenkingen betreffende de aanvaarding onder voorrecht van boedelbeschrijving in Patrimonium, Antwerpen, Intersentia 2009, (327) 336, nr. 9.
(12) H. CASMAN, "Beheer en vereffening van een beneficiair aanvaarde nalatenschap" in X, Actuele problemen uit het notariële recht. Opstellen aangeboden aan Prof. A. De Boungne, Antwerpen, Kluwer 1985, (19) 27; L. BRACKE en P. VAN OOTEGHEM, "De beneficiaire aanvaarding. Enkele beschouwingen bij een weinig voorkomende erfkeuze", T.Not. 1997, (316) 337; H. CASMAN, "Quelques questions relatives à la liquidation d'une succession acceptée sous bénéfice d'inventaire", Rev.not.b. 1998, (530) 538; M. VAN MOLLE, "Les enjeux de l'acceptation sous bénéfice d'inventaire" in X, Les incidents en matière successorale dans la pratique notariale, Brussel, Larcier 2008, (109) 123.
(13) H. CASMAN, "Beheer en vereffening van een beneficiair aanvaarde nalatenschap" in X, Actuele problemen uit het notariële recht. Opstellen aangeboden aan Prof. A. De Boungne, Antwerpen, Kluwer 1985, (19) 27; L. BRACKE en P. VAN OOTEGHEM, "De beneficiaire aanvaarding. Enkele beschouwingen bij een weinig voorkomende erfkeuze", T.Not. 1997, (316) 337; H. CASMAN, "Quelques questions relatives à la liquidation d'une succession acceptée sous bénéfice d'inventaire", Rev.not.b. 1998, (530) 538; E. DIRIX, "Artikel 8 Hyp.W.
" in Comm.Voor. 2011, 34, nr. 34.
(14) D. LEROY, "Artikel 807 B.W." in Comm.Erf. 2012, nr. 1.
(15) H. CASMAN, "Beheer en vereffening van een beneficiair aanvaarde nalatenschap" in X, Actuele problemen uit het notariële recht. Opstellen aangeboden aan Prof. A. De Boungne, Antwerpen, Kluwer 1985, (19) 28; P. HOFSTRÖSSLER en D. LEROY, Enkele bedenkingen betreffende de aanvaarding onder voorrecht van boedelbeschrijving in Patrimonium, Antwerpen, Intersentia 2009, (327) 340, nr. 11; D. LEROY, "Artikel 808 B.W." in Comm.Erf. 2012, nr. 8.
(16) H. CASMAN, "Beheer en vereffening van een beneficiair aanvaarde nalatenschap" in X, Actuele problemen uit het notariële recht. Opstellen aangeboden aan Prof. A. De Boungne, Antwerpen, Kluwer 1985, (19) 28; P. HOFSTRÖSSLER en D. LEROY, Enkele bedenkingen betreffende de aanvaarding onder voorrecht van boedelbeschrijving in Patrimonium, Antwerpen, Intersentia 2009, (327) 340, nr. 11; D. LEROY, "Artikel 806 B.W." in Comm.Erf. 2012, nrs. 1-2.
(17) H. CASMAN, "Beheer en vereffening van een beneficiair aanvaarde nalatenschap" in X, Actuele problemen uit het notariële recht. Opstellen aangeboden aan Prof. A. De Boungne, Antwerpen, Kluwer 1985, (19) 28; P. HOFSTRÖSSLER en D. LEROY, Enkele bedenkingen betreffende de aanvaarding onder voorrecht van boedelbeschrijving in Patrimonium, Antwerpen, Intersentia 2009, (327) 340, nr. 12; D. LEROY, "Artikel 806 B.W." in Comm.Erf. 2012, nr. 4.
(18) H. CASMAN, "Beheer en vereffening van een beneficiair aanvaarde nalatenschap" in X, Actuele problemen uit het notariële recht. Opstellen aangeboden aan Prof. A. De Boungne, Antwerpen, Kluwer 1985, (19) 29; L. BRACKE en P. VAN OOTEGHEM, "De beneficiaire aanvaarding. Enkele beschouwingen bij een weinig voorkomende erfkeuze", T.Not. 1997, (316) 346; H. CASMAN, "Quelques questions relatives à la liquidation d'une succession acceptée sous bénéfice d'inventaire", Rev.not.b. 1998, (530) 545; M. VAN MOLLE, "Les enjeux de l'acceptation sous bénéfice d'inventaire" in X, Les incidents en matière successorale dans la pratique notariale, Brussel, Larcier 2008, (109) 125; P. HOFSTRÖSSLER en D. LEROY, Enkele bedenkingen betreffende de aanvaarding onder voorrecht van boedelbeschrijving in Patrimonium, Antwerpen, Intersentia 2009, (327) 343, nr. 13; R. JANSEN, Beschikkingsonbevoegdheid, Antwerpen, Intersentia 2009, 211, nr. 241; R. DEKKERS en H. CASMAN, Handboek burgerlijk recht, IV, Antwerpen, Intersentia 2010, 404, nr. 598; E. DIRIX, "Artikel 8 Hyp.W." in Comm.Voor. 2011, 34, nr. 34; D. LEROY, "Artikel 806 B.W." in Comm.Erf. 2012, nr. 8.
(19) H. CASMAN, "Quelques questions relatives à la liquidation d'une succession acceptée sous bénéfice d'inventaire", Rev.not.b. 1998, (530) 537; M. VAN MOLLE, "Les enjeux de l'acceptation sous bénéfice d'inventaire" in X, Les incidents en matière successorale dans la pratique notariale, Brussel, Larcier 2008, (109) 126; D. LEROY, "Artikel 808 B.W." in Comm.Erf. 2012, nr. 5.
(20) H. CASMAN, "Beheer en vereffening van een beneficiair aanvaarde nalatenschap" in X, Actuele problemen uit het notariële recht. Opstellen aangeboden aan Prof. A. De Boungne, Antwerpen, Kluwer 1985, (19) 31; M. GREGOIRE, Théorie générale du concours des créanciers en droit belge, Brussel, Bruylant 1992, (415) 419, nr. 574; M. GREGOIRE en V. DE FRANCQUEN, "Article 7 à 9 Loi hyp " in Comm.Voor. 2005, nr. 87; M. VAN MOLLE, "Les enjeux de l'acceptation sous bénéfice d'inventaire" in X, Les incidents en matière successorale dans la pratique notariale, Brussel, Larcier 2008, (109) 126; D. LEROY, "Artikel 808 B.W." in Comm.Erf. 2012, nr. 7.
(21) H. CASMAN, "Beheer en vereffening van een beneficiair aanvaarde nalatenschap" in X, Actuele problemen uit het notariële recht. Opstellen aangeboden aan Prof. A. De Boungne, Antwerpen, Kluwer 1985, (19) 31; L. BRACKE en P. VAN OOTEGHEM, "De beneficiaire aanvaarding. Enkele beschouwingen bij een weinig voorkomende erfkeuze", T.Not. 1997, (316) 350; M. VAN MOLLE, "Les enjeux de l'acceptation sous bénéfice d'inventaire" in X, Les incidents en matière successorale dans la pratique notariale, Brussel, Larcier 2008, (109) 126; D. LEROY, "Artikel 808 B.W." in Comm.Erf. 2012, nr. 7.
(22) H. CASMAN, "Beheer en vereffening van een beneficiair aanvaarde nalatenschap" in X, Actuele problemen uit het notariële recht. Opstellen aangeboden aan Prof. A. De Boungne, Antwerpen, Kluwer 1985, (19) 31; M. GRÉGOIRE, Théorie générale du concours des créanciers en droit belge, Brussel, Bruylant 1992, (415) 417, nr. 571; L. BRACKE en P. VAN OOTEGHEM, "De beneficiaire aanvaarding. Enkele beschouwingen bij een weinig voorkomende erfkeuze", T.Not. 1997, (316) 351; H. CASMAN, "Quelques questions relatives à la liquidation d'une succession acceptée sous bénéfice d'inventaire", Rev.not.b. 1998, (530) 545; M. GRÉGOIRE en V. DE FRANCQUEN, "Article 7 à 9 Loi hyp. " in Comm.Voor. 2005, nr. 85; R. DEKKERS en H. CASMAN, Handboek burgerlijk recht, IV, Antwerpen, Intersentia 2010, 406, nr. 601; D. LEROY, "Artikel 808 B.W." in Comm.Erf. 2012, nr. 9.
(23) D. LEROY, "Artikel 808 B.W." in Comm.Erf. 2012, nr. 10.
(24) L. BRACKE en P. VAN OOTEGHEM, "De beneficiaire aanvaarding. Enkele beschouwingen bij een weinig voorkomende erfkeuze", T. Not. 1997, (316) 353; H. CASMAN, "Quelques questions relatives à la liquidation d'une succession acceptée sous bénéfice d'inventaire", Rev.not.b. 1998, (530) 545-546.
(25) L. BRACKE en P. VAN OOTEGHEM, "De beneficiaire aanvaarding. Enkele beschouwingen bij een weinig voorkomende erfkeuze", T.Not. 1997, (316) 353; H. CASMAN, "Quelques questions relatives à la liquidation d'une succession acceptée sous bénéfice d'inventaire", Rev not.b. 1998, (530) 546-549.
(26) H. CASMAN, "Beheer en vereffening van een beneficiair aanvaarde nalatenschap" in X, Actuele problemen uit het notariële recht. Opstellen aangeboden aan Prof. A. De Boungne, Antwerpen, Kluwer 1985, (19) 31; L. BRACKE en P. VAN OOTEGHEM, "De beneficiaire aanvaarding. Enkele beschouwingen bij een weinig voorkomende erfkeuze", T.Not. 1997, (316) 351; H. CASMAN, "Quelques questions relatives à la liquidation d'une succession acceptée sous bénéfice d'inventaire", Rev.not.b. 1998, (530) 550.
(27) H. CASMAN, "Beheer en vereffening van een beneficiair aanvaarde nalatenschap" in X, Actuele problemen uit het notariële recht. Opstellen aangeboden aan Prof. A. De Boungne, Antwerpen, Kluwer 1985, (19) 31; H. CASMAN, "Quelques questions relatives à la liquidation d'une succession acceptée sous bénéfice d'inventaire", Rev.not.b. 1998, (530) 550; M. VAN MOLLE, "Les enjeux de l'acceptation sous bénéfice d'inventaire" in X, Les incidents en matière successorale dans la pratique notariale, Brussel, Larcier 2008, (109) 127; R. DEKKERS en H. CASMAN, Handboek burgerlijk recht, IV, Antwerpen, Intersentia 2010, 407, nr. 603; D. LEROY, "Artikel 808 B.W." in Comm.Erf. 2012, nr. 2.
(28) D. LEROY, "Artikel 808 B.W." in Comm.Erf. 2012, nr. 9.
(29) D. LEROY, "Artikel 808 B.W." in Comm.Erf. 2012, nr. 9.
(30) L. BRACKE en P. VAN OOTEGHEM, "De beneficiaire aanvaarding. Enkele beschouwingen bij een weinig voorkomende erfkeuze", T.Not. 1997, (316) 351; D. LEROY, "Artikel 808 B.W." in Comm.Erf. 2012, nr. 9.
(31) P. HOFSTRÖSSLER en D. LEROY, Enkele bedenkingen betreffende de aanvaarding onder voorrecht van boedelbeschrijving in Patrimonium, Antwerpen, Intersentia 2009, (327) 351, nr. 23; R. DEKKERS en H. CASMAN, Handboek burgerlijk recht, IV, Antwerpen, Intersentia 2010, 406, nr. 601; D. LEROY, "Artikel 809 B.W." in Comm.Erf. 2012, nr. 1.
(32) D. LEROY, "Artikel 809 B.W." in Comm.Erf. 2012, nr. 2.
(33) H. CASMAN, "Beheer en vereffening van een beneficiair aanvaarde nalatenschap" in X, Actuele problemen uit het notariële recht. Opstellen aangeboden aan Prof. A. De Boungne, Antwerpen, Kluwer 1985, (19) 32; R. DEKKERS en H. CASMAN, Handboek burgerlijk recht, IV, Antwerpen, Intersentia 2010, 406, nr. 602; D. LEROY, "Artikel 809 B.W." in Comm.Erf. 2012, nr. 4.
(34) H. CASMAN, "Beheer en vereffening van een beneficiair aanvaarde nalatenschap" in X, Actuele problemen uit het notariële recht. Opstellen aangeboden aan Prof. A. De Boungne, Antwerpen, Kluwer 1985, (19) 32; L. BRACKE en P. VAN OOTEGHEM, "De beneficiaire aanvaarding. Enkele beschouwingen bij een weinig voorkomende erfkeuze", T.Not. 1997, (316) 352; H. CASMAN, "Quelques questions relatives à la liquidation d'une succession acceptée sous bénéfice d'inventaire", Rev.not.b. 1998, (530) 551; R. DEKKERS en H. CASMAN, Handboek burgerlijk recht, IV, Antwerpen, Intersentia 2010, 406, nr. 602; D. LEROY, "Artikel 809 B.W." in Comm.Erf. 2012, nr. 5.
(35) H. CASMAN, "Beheer en vereffening van een beneficiair aanvaarde nalatenschap" in X, Actuele problemen uit het notariële recht. Opstellen aangeboden aan Prof. A. De Boungne, Antwerpen, Kluwer 1985, (19) 32; L. BRACKE en P. VAN OOTEGHEM, "De beneficiaire aanvaarding. Enkele beschouwingen bij een weinig voorkomende erfkeuze", T.Not. 1997, (316) 352; H. CASMAN, "Quelques questions relatives à la liquidation d'une succession acceptée sous bénéfice d'inventaire", Rev.not.b. 1998, (530) 551; R. DEKKERS en H. CASMAN, Handboek burgerlijk recht, IV, Antwerpen, Intersentia 2010, 407, nr. 602; D. LEROY, "Artikel 809 B.W." in Comm.Erf. 2012, nr. 6.
 

Noot: 

NOOT – Art. 8, eerste lid en art. 11 Wet Landverzekeringsovereenkomst zijn ongewijzigd overgenomen in respectievelijk art. 62, eerste lid en art. 65, eerste lid van de verzekeringswet van 4 april 2014.

zie ook noot onder dit arrest Verlooy Verhaal van de schuldeiser van een onder voorrecht van boedelbeschrijving aanvaarden nalatenschap op de legataris en aan wie het legaat voortijdig werd uitgekeerd R.A.B.G., 2015/15, pagina 1102

Gerelateerd
Aangemaakt op: ma, 11/01/2016 - 14:17
Laatst aangepast op: ma, 11/01/2016 - 14:17

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.