-A +A

Aanvaarding bevoegdheidsbeding in factuurvoorwaarden door lange handelsrelatie

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Rechtbank van Koophandel
Plaats van uitspraak: Ieper
Datum van de uitspraak: 
maa, 19/09/2016
A.R.: 
A/16/00022

Wanneer meerdere facturen zonder enig voorbehoud of enige welkdanige opmerking werden vereffend, is er in hoofde van de ontvanger van de facturen sprake van een dermate omstandig stilzwijgen dat hieruit moet worden besloten dat hij de factuurvoorwaarden aanvaardde en het eens was met de toepassing van deze factuurvoorwaarden op de contractuele relatie. (Gent (7e k.) 21 november 2011, RABG 2013, afl. 16, 1135; TGR-TWVR 2012, afl. 2, 98)

Publicatie
tijdschrift: 
niet gepubliceerd
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

Rechtbank van Koophandel GENT, afdeling IEPER -A/16/00022 -

EURO PROTECTION GUARD BVBA .•met vennootschapszetel te 8940 Wervik, Speiestraat 90, en met ondernemingsnummer 0454.551.797.

eisende partij op hoofdvordering, verwerende partij op tegenvordering, hebbend als raadsman meester E. De Neve, advocaat te 9700 Oudenaarde, Stationsstraat 29.

- tegen: -

CITIZEN GUARD BVBA;,met vennootschapszetel te 1170 Watermaal-Bosvoorde, Vorstlaan 100, en met ondernemingsnummer 0472.649.326.

Artikel 2, 37 en 41 van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken worden toegepast.

De rechtbank heeft de dagvaarding van 23 december 2015 en de overige stukken van de procedure kunnen nazien.

De partijen hebben de nodige uitleg gegeven bij hun vordering.

1. De feiten.

EURO PROTECTION GUARD voerde in onderaanneming bewakingsopdrachten uit voor CITIZEN GUARD. De relatie bestaat reeds van voor 2009. In de loop der jaren ontspon er zich een discussie tussen de partijen over de betaling van facturen. Ondertussen werd er steeds verder samengewerkt. Uiteindelijk ging EURO PROTECTION GUARD BVBA. over tot dagvaarding.

2. De vordering.

EURO PROTECTION GUARD vordert dat CITIZEN GUARD veroordeeld wordt om diverse facturen te betalen voor een hoofdsom van 67.824,88 € (verhoogd met schadebeding en intrest.

CITIZEN GUARD werpt op dat de rechtbank territoriaal onbevoegd is en vordert de verwijzing naar de Nederlandstalige rechtbank van koophandel Brussel. EURO PROTECTION GUARD stelt dat de algemene voorwaarden op haar facturen dat de rechtbank van koophandel territoriaal bevoegd is.

Volgens CITIZEN GUARD is de hoofdvordering verjaard.

Zij stelt een tegenvordering in wegens onbetaalde facturen, voor een som van 3.944,81 euro. EURO PROTECTION GUARD ontkent dat ze de bewuste facturen ontvangen heeft. Ze stelt dat de werkelijkheid va~ de facturen niet bewezen wordt, de opgestelde afrekening niet correct is en dat de vordering verjaard is.

3. Beslissing.

3.1. Exceptie van onbevoegdheid.

CITIZEN GUARD BVBA. roept in dat deze rechtbank onbevoegd zou zijn om kennis te nemen van het geschil en vraagt verwijzing naar de rechtbank van koophandel Brussel.

EURO PROTECTION GUARD BVBA. verwijst naar het beding in haar algemene voorwaarden om de bevoegdheid van deze rechtbank te verantwoorden.

Uit de stukken die zijn neergelegd blijkt dat er tussen partijen reeds een heel lange handelsrelatie bestaat. Daarin werden door EURO PROTECTION GUARD BVBA. tal van facturen uitgeschreven, waarvan er heel wat betaald werden.

Wanneer meerdere facturen zonder enig voorbehoud of enige welkdanige opmerking werden vereffend, is er in hoofde van de ontvanger van de facturen sprake van een dermate omstandig stilzwijgen dat hieruit moet worden besloten dat hij de factuurvoorwaarden aanvaardde en het eens was met de toepassing van deze factuurvoorwaarden op de contractuele relatie. (Gent (7e k.) 21 november 2011, RABG 2013, afl. 16, 1135; TGR-TWVR 2012, afl. 2, 98)

CITIZEN GUARD BVBA. heeft bijgevolg de algemene voorwaarden aanvaard en kan daar nu niet op terugkomen.

Deze rechtbank is bevoegd.

3.2. Toepassing van de taalwetgeving.

CITIZEN GUARD BVBA. legt een aantal stukken neer in de Franse taal. EURO PROTECTION GUARD BVBA. vordert de wering daarvan. Ondertussen heeft CITIZEN GUARD BVBA. een (niet beëdigde) vertaling gemaakt en deze gevoegd. EURO PROTECTION GUARD BVBA. blijft de wering eisen van de bewuste stukken op basis van de taalwetgeving. CITIZEN GUARD BVBA. betwist dit.

Art. 8 Wet van 15 juni 1935 (openbare orde) op het gebruik der talen in gerechtszaken stelt het volgende:

Indien de stukken of documenten, in een geding overgelegd, in een andere taal dan die der rechtspleging gesteld zijn, kan de rechter, op verzoek der partij tegen dewelke die stukken of documenten worden ingeroepen, hiervan de overzetting in de taal der rechtspleging bevelen bij een met redenen omklede beslissing. De beslissing van de rechter is noch voor verzet noch voor beroep vatbaar. De kosten van vertaling worden mede begroot.

Er is geen inbreuk op het vereiste van de eentaligheid indien een in een processtuk opgenomen anderstalige vermelding wordt vertaald in de procestaal, of indien de zakelijke inhoud ervan in de procestaal wordt weergegeven (Cass. 5 januari 2012 ; Cass. 29 september 2011 ; Cass. 19 juni 2009 ; Cass. 2 april 2003; Cass. 27 maart 2003 ; Cass. 8 juni 2000; Cass. 14 april 2000; Cass. AR 9574, 24 mei 1993).

Zeker nu CITIZEN GUARD BVBA. heeft gezorgd voor de vertalingen van de bewuste stukken, kan EURO PROTECTION GUARD BVBA. de wering niet meer (terecht) vorderen. Bovendien is de rechtbank de franse taal voldoende machtig om kennis te kunnen nemen van de inhoud van de stukken, zodat de wering van de stukken niet aan de orde is.

3.3. De verjaring van facturen n° 2010046/2010052 en 2010073.

Deze facturen dateren van 2010. Volgens CITIZEN GUARD BVBA. zijn ze verjaard ingevolge de bevrijdende verjaringstermijn van 5 jaar tussen handelaars.

Wanneer geen bijzondere verjaringstermijn geldt is de gemeenrechtelijke verjaringstermijn van 10 jaar toepasselijk (art. 2262bis BW).(Kh. Antwerpen nr. A/14/7557, 15 januari 2015, TBH 2015 (samenvatting VANDEN BERGHE, O.), afl. 3, 293 en http://www.rdc-tbh.be/ {10 april 2015}

Dit is ook het standpunt van EURO PROTECTION GUARD BVBA" De bewuste facturen zijn derhalve niet verjaard.

3.4. De facturen zijn niet verschuldigd.

3.4.1. De facturen werden niet ontvangen.

CITIZEN GUARD BVBA. verwijst naar een aantal brieven, waarin zou zijn opgemerkt dat bepaalde facturen niet werden ontvangen.

EURO PROTECTION GUARD BVBA. betwist deze brieven te hebben ontvangen ... Anderzijds worden een aantal e- mails voorgelegd, waaruit blijkt dat CITIZEN GUARD BVBA. wel degelijk weet had van oude, openstaande facturen. (st. 4 EURO PROTECTION GUARD BVBA., mail dd. 16/9/2014 uitgaande van Laurent Burvenich: ... Ter gelegenheid van deze vergadering zullen wij een akkoord sluiten en zal ik het saldo van je facturen betalen ... "

Dezelfde Laurent Burvenich had op 29/11/2013 geschreven dat fact. n° 2013158 en "toekomstige" facturen werden geblokkeerd. Blijkbaar was er een klacht betreffende het uurtarief (zie verder).

Uiteindelijk maakt deze brief een impliciete en zelfgeschreven bekentenis uit, uitgaande van CITIZEN GUARD BVBA., dat de facturen voorafgaandelijk aan 9/11/2013 niet (meer) werden betwist, laat staan dat ze niet ontvangen zouden zijn.

De rechtbank vind het overigens vreemd dat CITIZEN GUARD BVBA. wel allerhande mails uitstuurt om opdrachten te annuleren of aan te passen, en dat deze blijkbaar toch allemaal aankomen, terwijl de mails die EURO PROTECTION GUARD BVBA. stelt te hebben verstuurd, of de facturen, nooit zouden zijn aangekomen ... Het feit dat partijen gedurende minstens 5 jaar op een intensieve basis hebben samengewerkt, bewijst dat er wederzijds voldoende vertrouwen geweest is. Mocht EURO PROTECTION GUARD BVBA. inderdaad de onbetrouwbare partner geweest zijn zoals CITIZEN GUARD BVBA. nu beweert, dan zou zij zeker de samenwerking hebben stopgezet.

Nu dit niet gebeurde, en partijen daarentegen quasi op dagelijkse basis nieuwe opdrachten gaven, moeten de facturen zoals die in de boekhouding van EURO PROTECTION GUARD BVBA. werden opgenomen, geacht worden bewijskrachtig te zijn.

Bijgevolg kan in het kader van de zeer regelmatige handelsbetrekkingen tussen partijen, geen rekening worden gehouden met de gratuite bewering dat de facturen niet ontvangen werden.

Minstens heeft CITIZEN GUARD BVBA. de kopies van de facturen ontvangen ter gelegenheid van huidige procedure. Ondanks de mogelijkheid om te concluderen ten gronde, verbergt zij zich achter het feit dat de opdrachten van te lang geleden zijn. Nochtans werden ook facturen 2015060 en 2015078 opgegeven als zijnde niet ontvangen. Deze facturen dateren van resp. 31/5/2015 en 17/7/2015. CITIZEN GUARD BVBA. werd gedagvaard in december 2015. Zij kan bijgevolg niet volhouden dat ze onmogelijk nog kon nagaan of de prestaties wel geleverd waren.

Dit stelt het ganse verweer van CITIZEN GUARD BVBA. bijgevolg in een twijfelachtig daglicht ...

3.4.2. De prestaties werden niet geleverd.

Met uitzondering van de brieven van de raadsman van vroeger, die door EURO PROTECTION GUAR[? BVBA. niet erkend worden, is er slechts één brief uitgaande van CITIZEN GUARD BVBA. zelf die een factuur protesteert.

Uiteraard moet worden nagegaan waarom er werd geprotesteerd, want het loutere feit van protest op zich volstaat niet om niet te moeten betalen. Bij nader inzien blijkt enkel geprotesteerd te zijn omwille van het feit dat er een verkeerd uurtarief zou zijn toegepast. Deze klacht werd naderhand nooit meer herhaald, doch er werden tal van opvolgende facturen betaald. Die betaling impliceert dat er naderhand een overeenkomst werd bereikt over dat uurtarief, anders zou CITIZEN GUARD BVBA. geen enkele factuur meer hebben betaald.

Deze brief impliceert evenwel ook dat de bewering van CITIZEN GUARD BVBA. dat de werkelijkheid van de facturen niet bewezen wordt, geen hout snijdt. In haar protestbrief vermeldt CITIZEN GUARD BVBA. nergens dat zij niet weet wie de prestaties heeft uitgevoerd, op welke periode de prestaties betrekking hebben, welk het aantal gepresteerde uren zijn en op welke dagen die prestaties werden uitgevoerd.

Het tegendeel zou overigens verwonderlijk zijn: in het bundel van EURO PROTECTION GUARD BVBA. steken tal van opdrachten en wijzigingen van opdrachten. Mochten deze (bewakings- en security)opdrachten niet of slechts op gedeeltelijke wijze zijn uitgevoerd, dan zouden de klanten dit ongetwijfeld niet hebben laten voorbijgaan, al ware het maar omdat de veiligheid op dat ogenblik niet (meer) gegarandeerd was.

Nergens is er ook maar enige opmerking over de "inhoud" van het gepresteerde. Eénmaal is er een opmerking over een bepaalde werknemer die CITIZEN GUARD BVBA. liever niet ziet terugkeren, maar daar stopt het dan ook mee, want EURO PROTECTION GUARD BVBA. vervangt die onmiddellijk.

Bijgevolg moeten de facturen die door EURO PROTECTION GUARD BVBA. werden uitgeschreven aanzien worden als zijnde aanvaard, minstens bij gebrek aan tijdig protest.

3.4.3. Het betreffen onregelmatige facturen.

Tenslotte roept CITIZEN GUARD BVBA. in dat het zou gaan om fiscaal onregelmatige facturen. De laattijdige ontvangst van een factuur - zelfs indien het een fiscaal onregelmatige factuur betreft die niet voldoet aan bepaalde wettelijke voorschriften - ontslaat de geadresseerde niet van diens protestverplichting.

Daarenboven heeft deze fiscale onregelmatigheid geen weerslag op de geldigheid van de rechtshandeling tussen de partijen.( Gent 15 februari 1996, A.J.T. 1996-97, 206, noot VAEREWIJCK, C.. ). Zoals hiervoor reeds vastgesteld, heeft CITIZEN GUARD BVBA. niet of onvoldoende geprotesteerd. Minstens heeft CITIZEN GUARD BVBA. haar rechten dienaangaande verwerkt door de opvolgende betaling aan EURO PROTECTION GUARD BVBA. of door verder opdrachten uit te schrijven voor EURO PROTECTION GUARD BVBA .. Bijgevolg brengt ook dit argument geen aarde aan de dijk.

Overigens valt het op dat de facturen die CITIZEN GUARD BVBA. opmaakt gelijk(w)aardig zijn aan die van EURO PROTECTION GUARD BVBA. (cfr. St. 10 CITIZEN GUARD BVBA.): blijkbaar is het dus een gewoonte in de sector om dit als dusdanig op te maken en begaat men daardoor geen fiskale of andere onregelmatigheden.

3.4.4. De uitgeschreven creditnota's.

CITIZEN GUARD BVBA. brengt twee creditnota's naar voor (st. 9) die uitgaan van EURO PROTECTION GUARD BVBA. en dit blijkbaar nergens in de afrekening voorkomen. EURO PROTECTION GUARD BVBA. weerlegt hetgeen CITIZEN GUARD BVBA. naar voorbrengt in besluiten ook evenmin, zodat deze creditnota's tbv. Resp. 4.624,10 en 326,70 € kunnen in mindering gebracht worden.

3.4.5. De ingeroepen betalingen.

De stukken die worden voorgelegd bewijzen geenszins dat de bewuste bedragen effectief gedebiteerd werden van een rekening.

Overigens kunnen bepaalde betalingen niet "geïsoleerd" worden van de rest, daar EURO PROTECTION GUARD BVBA. deze, zelfs bij eventuele ontvangst, op andere facturen kan hebben toegerekend, die in de afrekening niet meer opgenomen zijn.

Het enige alternatief zou de aanstelling van een deskundige zijn, maar daar vraagt geen van beide partijen naar ...

3.4.6. Schadebeding en intresten.

Uit de gegevens van de zaak blijkt dat partijen op zeer regelmatige basis samenwerkten. EURO PROTECTION GUARD BVBA. kreeg daarbij telkens nieuwe opdrachten, ondanks het feit dat sommige vroegere opdrachten niet betaald waren.

In dergelijke omstandigheden werd het gerechtvaardigd vertrouwen gewekt dat het stilzwijgen van EURO PROTECTION GUARD BVBA. mocht worden opgevat als een toestemming om aldus te betalen en dit vertrouwen mag niet worden beschaamd. Zo'n gerechtvaardigd vertrouwen wordt o.m. gewekt wanneer men onder de gegeven omstandigheden hoorde te spreken (Dirix-Ballon, De Factuur, Story, 1985, 93 n° 197; Kh. Brugge, 18.10.1994, B.R.H., 1995, p. 898) Het gaat niet op om gedurende al die tijd te doen alsof zijn neus bloedt teneinde nieuwe orders van de klant te verwerven en gewoon telkens alleen de hoofdsom te laten betalen zonder intrest of forfaitaire verhoging wegens laattijdige betaling, om daarna plots daarop terug te keren en rente en schadevergoeding aan te rekenen, waar dit voorheen nooit gebeurd was.(Kh. Kortrijk, le kamer, 25.3.1999, A.R. n° 628/99) De verzaking van EURO PROTECTION GUARD BVBA. aan de toepassing van die passages uit de algemene verkoopsvoorwaarden blijkt niet uit vermoedens, doch uit een duidelijke houding die een bekentenis uitmaakt.

Bijgevolg wordt slechts de intrest conform de wet betalingsachterstand toegekend vanaf het ogenblik dat het duidelijk was dat EURO PROTECTION GUARD BVBA. niet meer op die manier wilde verderwerken, zijnde de datum van de dagvaarding.

Het schadebeding is niet verschuldigd.

3.5. De tegeneis.

Met uitzondering van fact. n° 0120201137 waarvan zelfs geen kopie wordt voorgelegd, zijn de gevorderde facturen verschuldigd.

Net zoals de facturen van EURO PROTECTION GUARD BVBA., zijn de opgenomen in de boekhouding van CITIZEN GUARD BVBA .. Daarenboven heeft EURO PROTECTION GUARD BVBA. ze niet geprotesteerd. Dat EURO PROTECTION GUARD BVBA. niet weet waarover het zou gaan, kan niet aangenomen worden: mocht dit onduidelijk geweest zijn, dan zou EURO PROTECTION GUARD BVBA. ongetwijfeld onmiddellijk gemaild hebben naar EURO PROTECTION GUARD BVBA., net zoals ze voor haar eigen facturen deed. CITIZEN GUARD BVBA. vermeldde overigens dat er nog openstaande schulden waren, maar in het licht van het bedrag dat EURO PROTECTION GUARD BVBA. nog moest ontvangen, werd dit waarschijnlijk genegeerd. Aangezien de bedrage hieronder worden gecompenseerd, is er van schadebeding of intresten geen sprake.

3.6. Afrekening

Verschuldigde facturen CITIZEN GUARD BVBA EURO PROTECTION GUARD BVBA. 67824,88, te verminderen met Creditnota's -4624,1 en -326,7

Facturen CITIZEN GUARD BVBA. aan EURO PROTECTI GUARD BVBA. fact. (20140201196) -759,07 (110488) -1750,68, (110850 ) -382,36: Saldo 59981,97

OM DEZE REDENEN,

Spreekt het vonnis uit op tegenspraak.

1. Verklaart de vordering van EURO PROTECTION GUARD BVBA. ontvankelijk en grotendeels gegrond.

2. Verklaart de tegeneis van CITIZEN GUARD BVBA. ontvankelijk en grotendeels gegrond.

3. Compenseert beide vorderingen en veroordeelt CITIZEN GUARD BVBA. om te betalen aan EURO PROTECTION GUARD BVBA. de som van negenenvijftig duizend negenhonderdeenentachtig eu- . ro zevenennegentig cent(€ 59.981,97), méér de intresten conform de WBA, vanaf de datum van de dagvaarding tot de dag der volledige betaling.

4. Wijst het meergevorderde af.

5. Veroordeelt CITIZEN GUARD BVBA. tot de kosten van het geding in hoofde van EURO PROTECTION GUARD BVBA. begroot op 489,07 € en de rechtsplegingsvergoeding ad 3.600 €.

6. Verklaart huidig vonnis uitvoerbaar bij voorraad, niettegenstaande de aanwending van welk rechtsmiddel ook.

Aldus het vonnis, gewezen door de rechtbank van koophandel Gent, afdeling leper, zesde kamer, samengesteld als volgt :

 

 

Noot: 

In een opmerkelijk arrest van het Hof van Beroep te Brussel (Brussel 16de kamer, 23 maart 2012, DCCR april – mei - juni 2013 pagina 49). werd gesteld dat de loutere mogelijkheid voor de consument om kennis te nemen van de algemene voorwaarden voldtaat, waarna hij al dan niet na lezing ervan en het al dan niet gebruik maken van deze mogelijkheid, deze voorwaarden expliciet of impliciet kan aanvaarden. Nergens wordt immers vereist dat de consument de voorwaarden waarvan hij kennis kon krijgen of die hij kon zien of gezien heeft, daadwerkelijk gelezen heeft.

Volgt hierna dit arrest:

Circonstances de fait de la cause

Au mois d'octobre 2006, monsieur P. et son épouse, madame H., ci-après dénommés les époux P., ont contacté le centre d'appel de la s.a. A., ci-après dénommée A. pour effectuer un voyage en Jordanie au mois de décembre suivant.

Il ressort du dossier de réservation déposé par A. que les époux P. ont contacté le centre d'appel d' A. à plusieurs reprises, modifiant les dates et lieux de départ de leur voyage et que:

- le 3 novembre 2006, ils ont finalement réservé pour chacun d'eux les billets suivants:

• départ le 9 décembre 2006 de la gare TGV à Bruxelles-Midi à destination de l'aéroport de Paris, Charles de Gaulle, par un vol ferré, et ensuite de Paris à Amman, par un vol aérien,

• retour le 19 décembre 2006 d'Amman à destination de Paris, par vol aérien et ensuite de Paris à Bruxelles, par vol ferré,

- A. leur a confirmé cet itinéraire de voyage par un courriel du même jour.

Le prix des billets s'élevait à 1.526,26 EUR par personne.

Le 3 novembre 2006, A. a envoyé les billets et un bulletin qui reprenait l'itinéraire ainsi que les heures de départ et d'arrivée.

Les époux P. n'ont pas réagi à la réception du courriel du 3 novembre 2006, ni à la réception des billets de train et de l'itinéraire qui leur a été transmis par A.

Lorsque les époux P. se sont présentés à l'aéroport à Paris et qu'il a été constaté qu'ils n'avaient pas utilisé le billet de train, ceux-ci étant arrivés en voiture, A. a exigé le paiement d'un complément de prix de 1.682 EUR par billet ou 3.364 EUR, pour effectuer le voyage entre Paris et Amman.

Par courrier du 28 décembre 2006, monsieur P. a demandé à A. de lui rembourser la somme de 3.364 EUR.
Un échange de courriers s'en est suivi au terme duquel aucun accord n'a été conclu.

Procédure

Par citation signifiée le 17 août 2007 à A., les époux P. ont sollicité la condamnation de celle-ci au paiement de la somme de 3.364 EUR, majorée des intérêts moratoires au taux légal depuis le 23 février 2007.

A. a contesté le fondement de la demande.

Par le jugement attaqué du 30 juin 2008, le tribunal de commerce de Bruxelles a reçu la demande et l'a déclarée non fondée. Il a condamné les époux P. aux dépens, l'indemnité de procédure étant liquidée à 650 EUR.

Devant la cour, les époux P. sollicitent la réformation du jugement attaqué et réitèrent leur demande originaire. Ils sollicitent la condamnation d' A. aux dépens des deux instances, liquidant l'indemnité de procédure d'appel à 650 EUR.

A. conteste le fondement de la demande originaire et la motivation du jugement attaqué en ce qu'il a décidé que ses conditions générales de transport n'étaient pas applicables. Elle a formé une demande incidente nouvelle, improprement qualifiée d'appel incident, tendant, à titre principal, à dire pour droit que les conditions générales de transport d' A. sont applicables et, à titre subsidiaire, à dire pour droit qu' A. a légitimement appliqué un réajustement tarifaire. Elle sollicite la condamnation des époux P. aux dépens, liquidant l'indemnité de procédure d'appel à 650 EUR.

Discussion

A. soutient que la réservation des époux P. portait sur deux voyages de Bruxelles à Amman et non de Paris à Amman et qu'en n'effectuant pas préalablement le vol ferré entre Bruxelles et Paris, les époux P. n'ont pas effectué le voyage prévu. A. en déduit qu'elle était autorisée à solliciter un ajustement du prix du voyage, en application de l'article III, point 4 de ses conditions générales de transport qui disposent que « si le passager modifie son voyage sans accord du transporteur, ce dernier ajustera le tarif au regard de ce changement ».

Les époux P. contestent avoir commandé un voyage au départ de Bruxelles, l'application des conditions générales d' A. et devoir le supplément de prix qu'ils ont payé pour pouvoir effectuer le voyage entre Paris et Amman à la date prévue du 9 décembre 2006.

1. Le point de départ du voyage

Pour des raisons commerciales propres à A., le prix du voyage vers Amman au départ de Paris est supérieur au prix de ce voyage au départ de Bruxelles, même si les voyageurs au départ de Bruxelles rejoignent Paris par un vol ferré préalable en TGV.

Il apparaît du dossier de réservation d' A. que le voyage a été réservé de Bruxelles à Amman et non de Paris à Amman (cfr pièce n° 1 de son dossier).

Les mentions contenues dans ce dossier sont corroborées par la circonstance que les époux P. n'ont pas émis de contestation à la réception :

- de l'itinéraire mentionnant un départ de Bruxelles et non de Paris,

- des billets de train de Bruxelles à Paris pour le voyage à l'aller et de Paris à Bruxelles pour le retour (pièce n° 3),

- de l'extrait de compte bancaire émis le 15 novembre 2006 pour un débit effectué le 3 novembre 2006 qui reprenait le trajet in extenso depuis Bruxelles (pièce n° 2).

C'est donc à juste titre que le premier juge a considéré que les époux P. avaient réservé un voyage de Bruxelles à Amman pour un prix promotionnel et non un voyage de Paris à Amman.

La circonstance que les époux P. n'étaient pas en Belgique au moment de la réception des billets et que ceux-ci ont été réceptionnés par la secrétaire n'est pas de nature à énerver le raisonnement qui précède.

2. Application des conditions générales de transport d'A.

Pour pouvoir faire la loi des parties, les conditions générales doivent avoir été portées à la connaissance du cocontractant de leur rédacteur préalablement et au plus tard au moment de la conclusion du contrat et avoir été acceptées par celui-ci. La jurisprudence assimile à la connaissance effective des conditions la possibilité réelle et raisonnable, compte tenu des circonstances objectives et subjectives de l'espèce, d'avoir effectivement connaissance des conditions générales applicables au contrat en cours de formation ( cfr D. PHILIPPE et M. CHAMMAS, «L'opposabilité des conditions générales», in Le processus de formation du contrat, C.U.P., vol. 09/2004, p. 204).

En l'espèce, même à supposer qu' A. ait transmis les billets dans la pochette qu'elle communique, il ne peut en être déduit que les conditions générales sont entrées dans le champ contractuel.

En effet, cette pochette ne comprend pas les conditions générales mais une indication suivant laquelle :

« Tout transport effectué par chaque transporteur est régi par les conditions de transport du transporteur et la réglementation applicable, lesquelles sont réputées faire partie intégrante des présentes et peuvent être consultées sur demande dans les bureaux du transporteur ».

En outre, une telle clause qui renvoie aux conditions qui peuvent être consultées dans les bureaux du transporteur, voire sur son site internet, alors que la réservation n'est pas faite par internet mais par téléphone, et que la référence est communiquée au contractant après la conclusion du contrat de transport, lors de l'envoi des billets, ne permet pas d'établir qu'au moment de la conclusion du contrat, les époux P. avaient connaissance des conditions générales et les ont acceptées.

Il ne peut davantage être déduit de la circonstance que les époux P. ont effectué en 2004 un voyage organisé par A., en collaboration avec d'autres compagnies de transport, que les parties étaient en relations suivies, ni que ces relations permettraient de réputer les conditions applicables.

C'est dès lors à bon droit que le premier juge a considéré que les conditions générales de transport d' A. n'étaient pas applicables.

3. Le devoir d'information

L'article 30 de la loi du 14 juillet 1991 relative aux pratiques du commerce et à la protection du consommateur, dans sa version applicable au litige, disposait que :

« Au plus tard au moment de la conclusion de la vente, le vendeur doit apporter de bonne foi au consommateur les informations correctes et utiles relatives aux caractéristiques du produit ou du service et aux conditions de vente, compte tenu du besoin d'information exprimé par le consommateur et compte tenu de l'usage déclaré par le consommateur ou raisonnablement prévisible ».

Dès lors que, dans la phase précontractuelle, les époux P. ont, comme le soutient A., manifesté la volonté d'effectuer un voyage depuis Bruxelles, Paris ou Genève, celle-ci avait l'obligation de les informer correctement de la nécessité d'utiliser le vol ferré préalable entre Bruxelles et Paris pour effectuer ensuite le vol aérien entre Paris et Amman sans supporter un réajustement de prix.

A. n'a pu considérer légitimement que les époux P. connaissaient les conditions générales dès lors qu'il a été dit ci-avant qu'elles n'étaient pas entrées dans le champ contractuel.

En s'abstenant d'informer les époux P. de la possibilité d'un réajustement du prix du voyage si l'itinéraire était modifié, A. n'établit pas avoir donné aux époux P. les informations correctes et utiles relatives au voyage qu'ils envisageaient d'effectuer en Jordanie.

La cour observe d'ailleurs que, postérieurement à la conclusion du contrat, lorsqu' A. a communiqué l'itinéraire du voyage et transmis les billets, elle n'a pas attiré l'attention des époux P. sur la circonstance que le changement du point de départ du voyage par le passager peut avoir pour résultat de modifier le tarif du voyage ou que le billet ne sera pas accepté si les coupons n'ont pas été utilisés dans leur ordre d'émission, alors qu'elle avait expressément attiré leur attention sur la nécessité de disposer des documents nécessaires au voyage (passeport, visa, vaccin, etc.).

Il s'ensuit qu' A. a manqué au devoir d'information qui pèse sur elle et que l'ajustement tarifaire demandé aux époux P. pour effectuer le voyage de Paris à Amman, au motif qu'ils n'avaient pas effectué préalablement le voyage en vol ferré entre Bruxelles et Paris, d'un montant de 1.682 EUR par billet ou 3.364 EUR, n'était pas dû par ceux-ci.

Il convient, dès lors, de condamner A. à rembourser les époux P. de ce montant, majoré des intérêts moratoires aux taux légaux successifs depuis la mise en demeure du 23 février 2007 et de déclarer les demandes nouvelles formées par A. non fondées.

Par ces motifs,

La Cour,

Statuant contradictoirement,

Reçoit l'appel et la demande nouvelle. Déclare l'appel seul fondé.

En conséquence,

Réforme le jugement attaqué, sauf en ce qu'il a liquidé les dépens. Déclare la demande originaire fondée.

Condamne A. à rembourser aux époux P. la somme de 3.364 EUR, majorée des intérêts moratoires aux taux légaux successifs depuis le 23 février 2007.

Condamne A. aux dépens des deux instances, liquidés pour les époux P. à 216,38 EUR (citation)+ 650 EUR (indemnité de procédure d'instance)+ 186 EUR (mise au rôle de la requête d'appel)+ 650 EUR (indemnité de procédure d'appel).

Noot onder dieze uitspraak in het DCCR na de publicatie van het arrest: :Renzo Van Der Bruggen , Het no showbeding in algemene vliegvoorwaarden: over de tegenstelbaarheid van algemene voorwaarden en de algemene verplichting tot informatie van de consument

Inhoudstafel van deze noot:
1 Inleiding
2 Feiten
3 Tegenstelbaarheid van algemene voorwaarden
3.1 Kennisname
• Mogelijkheid
• Tijdstip
• Beschikbaarheid
3.2 Aanvaarding
• Uitdrukkelijk
• Stilzwijgend
3.3 Eerste Aanleg versus Tweede Aanleg
4 punt van vertrek
5 Algemenen verplichting tot informatie van de consument
5.1 Eerste Aanleg
5.2 Tweede Aanleg
6 Onrechtmatig

Gerelateerd
Aangemaakt op: wo, 16/11/2016 - 13:23
Laatst aangepast op: wo, 16/11/2016 - 13:23

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.