-A +A

Aansprakelijkheid ziekenhuis voor schade geesteszieken

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Rechtbank van Eerste Aanleg
Plaats van uitspraak: Tongeren
Datum van de uitspraak: 
maa, 15/05/1995

Het medisch component van de psychiatrische behandeling neemt niet weg dat de psychiatrische instelling dient in te staan voor een strikte bewaking van haar patiënten, te meer wanneer deze er ter observatie werden opgenomen omdat zij hetzij hun gezondheid of veiligheid ernstig in het gedrang brengen, hetzij een ernstige bedreiging vormen voor andermans leven of integriteit.

Het enkele feit dat de patiënt reeds na enkele uren met enig geweld kon ontvluchten uit de gesloten afdeling van de psychiatrische instelling waar hij op grond van de wet van 26 juni 1990 betreffende de bescherming van de persoon van de geesteszieke bij dringendheid ter observatie was opgenomen en waar zijn wangedrag uit drie voorgaande collocaties voldoende was gekend, volstaat om vast te stellen dat het psychiatrisch centrum nalatig heeft gehandeld in de uitoefening van zijn bewakingsplicht.

Publicatie
tijdschrift: 
Rechtskundig Weekblad
Uitgever: 
intersentia
Jaargang: 
1996-1997
Pagina: 
362
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

B.V.B.A. K. De H. t/ B. en Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap, openbaar psychiatrisch ziekenhuis D.

1. De vordering en de ontvankelijkheid:

In de dagvaarding vordert de B.V.B.A. K. De H. de hoofdelijke en solidaire veroordeling van Lucie B. en het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap — Psychiatrisch ziekenhuis D. om haar een schadevergoeding te betalen van 59.665 frank (negenenvijftigduizend zeshonderdvijfenzestig frank), te vermeerderen met de vergoedende intresten vanaf 21 maart 1991, met de gerechtelijke intresten en met de kosten van het geding. Zij vordert tevens de toelating tot voorlopige tenuitvoerlegging van het vonnis.

Lucien B. werd voor de misdrijven die hem werden ten laste gelegd in de vordering tot internering van de procureur des Konings te Tongeren van 27 juni 1991 (notitienummer 17/3750.N.91), waaronder de misdrijven gepleegd op 21 maart 1991 (diefstal van een motorvoertuig en geen aansprakelijkheidsverzekering voor een gestolen motorvoertuig), bij beschikking van de raadkamer van de rechtbank van eerste aanleg te Tongeren van 30 juli 1991 geïnterneerd omdat hij op het ogenblik van de feiten in staat van krankzinnigheid verkeerde en een gevaar opleverde voor de maatschappij.

Omwille van de beschikking van de raadkamer van de rechtbank van eerste aanleg te Tongeren van 30 juli 1991, die kracht van gewijsde heeft, is deze burgerlijke rechtbank thans bevoegd om kennis te nemen van de vordering van aanlegster die deels op een misdrijf is gesteund.

2. De feiten

Op 21 maart 1991 om 11.00 uur werd een met zuivelproducten geladen lichte vrachtwagen van de B.V.B.A. K. De H. te Lanaken gestolen. De bestuurder had het voertuig even voorbij een krantenwinkel geparkeerd om er een krant te kopen. Volgens zijn verklaring had hij de motor afgezet. Hij liet al de richtingsaanwijzers gelijktijdig branden. Hij liet echter de sleutel op het contact zitten en sloot de portieren niet. De bestelwagen werd op 25 maart 1995 aangetroffen te Antwerpen. Deze (gebruiks)diefstal werd gepleegd door Lucien B.

Op 21 maart 1991 was Lucien B. op verzoek van zijn vader bij beslissing van de procureur des Konings te Tongeren andermaal ter observatie opgenomen in het psychiatrisch ziekenhuis D. te Lanaken-Rekem. Hij ontvluchtte er nog dezelfde dag om 10.45 uur door met een tafel een ruit van de dagzaal van de gesloten afdeling in te slaan.

Volgens de administratief-directeur van het centrum betrof het zijn vierde collocatie. De eerste collocatie vond plaats van 1 tot 17 juni 1988. De tweede collocatie liep van 29 september 1988 tot zijn invrijheidstelling op proef op 30 maart 1989. Tijdens deze periode ontvluchtte hij van 4 tot 13 oktober 1988. De derde collocatie liep van 20 september 1990 tot 7 december 1990. Tijdens deze periode ontvluchtte hij tweemaal, namelijk van 24 september tot 22 oktober 1990 en van 30 oktober tot 7 december 1990.

Volgens het psychiatrisch verslag van 13 juni 1991 werd hij meestal opgenomen onder collocatiedwang in een toestand van verwardheid met waanachtige belevenissen en agressieve uitbarstingen, al dan niet onder invloed van drugs.

Kort vóór zijn inobservatieneming op 21 maart 1991 had hij nog op 17 maart 1994 te Lanaken een personenauto gestolen terwijl de bestuurder ervan dertig meter verder aan een weide een gesprek voerde maar zijn jas met de autosleutels op de achterbank had laten liggen.

Nadat hij op 25 maart 1991 om 2.30 uur te Antwerpen werd gevat, kon hij niet worden verhoord omdat hij wartaal sprak. Hij kon om 14.30 uur nog niet door de psychiatrische instelling worden gehoord omdat hij omwille van zijn geestestoestand in een isoleercel zat. Hij werd onderhoord op 22 april 1991, waarop hij heeft verklaard dat de motor van de lichte vrachtwagen draaide.

Volgens het voormeld psychiatrisch verslag was zijn toerekeningsvatbaarheid en verantwoordelijkheidszin verminderd ten gevolge van de geestestoestand en de toestand van krankzinnigheid, zowel op het moment van de feiten als op het moment van het onderzoek. Deze stoornis maakte hem ongeschikt tot het controleren van zijn daden.

De B.V.B.A. K. De H. berekende reeds op 25 maart 1991 haar schade op 59.665 frank.

Na zijn ontvluchting op 21 maart 1991 ontvluchtte hij nogmaals uit dezelfde instelling van 5 tot 7 april 1991, van 23 april tot 4 mei 1991 en op 14 mei 1991. Tijdens de ontvluchting van 23 april tot 4 mei 1991 heeft hij opnieuw een lichte vrachtwagen gestolen die ditmaal geladen was met viskisten.

Sedert de beschikking tot internering van de raadkamer van 30 juli 1991 verblijft hij in de psychiatrische afdeling van de gevangenis te Merksplas.

Lucien B. geniet een invaliditeitsvergoeding. Hij is ongehuwd en heeft zijn woonplaats bij zijn vader.

Wegens de te late aangifte op 4 augustus 1993 van de feiten op 21 maart 1991, verleent de verzekeraar van zijn burgerlijke aansprakelijkheid geen dekking.

3. De vordering tegen de krankzinnige

De B.V.B.A. K. De H. steunt haar vordering tegen Lucien B. op artikel 1386bis van het Burgerlijk Wetboek dat bepaalt dat de rechter de krankzinnige kan veroordelen tot de gehele vergoeding of tot een gedeelte van de vergoeding waartoe hij zou gehouden zijn indien hij de controle van zijn daden had. De rechter doet uitspraak naar billijkheid, rekening houdende met de omstandigheden en met de toestand van partijen.

De omstandigheid dat de bestuurder zijn geparkeerd motorvoertuig had verlaten zonder de nodige voorzorgen te nemen om enig misbruik te voorkomen (art. 7.2 Wegcode), heeft niet tot gevolg dat zijn werkgeefster een gedeelte van haar schade zelf dient te dragen. Het betrof geen gelegenheidsdiefstal waar de dader als het ware door de omstandigheden werd geïnspireerd om ze te plegen.

De omstandigheden dat Lucien B. voor de vierde maal verbleef in het psychiatrisch centrum waar hij bij hoogdringendheid op vordering van de procureur des Konings in een gesloten afdeling ter observatie was opgenomen en waar hij reeds na enkele uren andermaal kon ontvluchten, alsmede de omstandigheid dat de verzekeraar van zijn burgerlijke aansprakelijkheid geen dekking heeft verleend, volstaan niet om hem slechts te veroordelen tot vergoeding van een gedeelte van de door hem veroorzaakte schade.

De tegenstelling tussen het maatschappelijk vermogen van de schadelijder en het vervangingsinkomen van de schadeverwekker vormt wel een reden om laatstgenoemde ambtshalve gematigd uitstel van betaling te verlenen in die zin dat hij zijn schuld mag afkorten met maandelijkse stortingen van telkens ten minste 1.000 frank vanaf 1 april 1995 (cfr. Rb. Tongeren, 9 februari 1987, Tschursin en N.V. S.M. V. Schouteden, onuitg.).

4. De vordering tegen de psychiatrische instelling

De B.V.B.A. K. De H. steunt haar vordering tegen het Ministerie van de Vlaamse Gemeenschap — Psychiatrisch ziekenhuis D. terecht op de artikelen 1382 en 1383 van het Burgerlijk Wetboek.

De psychiaters en de verplegers-bewakers van het psychiatrisch centrum zijn de organen van de overheid en de foutieve handelingen van deze ambtenaren-organen binnen de perken van de hen toegekende bevoegdheden worden rechtstreeks aan de overheid toegerekend.

De omstandigheid dat de bestuurder zijn geparkeerd motorvoertuig had verlaten zonder de nodige voorzorgen te nemen om enig misbruik te voorkomen (art. 7.2 Wegcode), heeft niet tot gevolg dat zijn werkgeefster een gedeelte van haar schade zelf dient te dragen. Het betrof geen gelegenheidsdiefstal waar de dader als het ware door de omstandigheden werd geïnspireerd om ze te plegen.

Het medisch component van de psychiatrische behandeling neemt niet weg dat de psychiatrische instelling dient in te staan voor een strikte bewaking van haar patiënten, te meer wanneer deze er ter observatie werden opgenomen omdat zij hetzij hun gezondheid of veiligheid ernstig in het gedrang brengen, hetzij een ernstige bedreiging vormen voor andermans leven of integriteit.

Het enkele feit dat de patiënt reeds na enkele uren met enig geweld kon ontvluchten uit de gesloten afdeling van de psychiatrische instelling waar hij op grond van de wet van 26 juni 1990 betreffende de bescherming van de persoon van de geesteszieke bij dringendheid ter observatie was opgenomen en waar zijn wangedrag uit drie voorgaande collocaties voldoende was gekend, volstaat om vast te stellen dat het psychiatrisch centrum nalatig heeft gehandeld in de uitoefening van zijn bewakingsplicht.

(...)

Noot: 

Van Oevelen, A., «De aansprakelijkheid jegens psychisch gehandicapten», R.G.A.R., 1980, nr. 10.151.

Gerelateerd
Aangemaakt op: wo, 04/10/2017 - 13:10
Laatst aangepast op: wo, 04/10/2017 - 13:10

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.