-A +A

Aansprakelijkheid van de reisorganisator die klant ander hotel geeft dan besteld

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Rechtbank van Eerste Aanleg Burgerlijke rechtbank
Plaats van uitspraak: Hasselt
Datum van de uitspraak: 
maa, 07/06/1999

Wat de aansprakelijkheid van de reisorganisator betreft, bepaalt art. 17 van de wet van 16 februari 1994 dat «de reisorganisator aansprakelijk is voor de goede uitvoering van het contract, overeenkomstig de verwachtingen die de reiziger op grond van de bepalingen van het contract tot reisorganisatie redelijkerwijze mag hebben...». Art. 19, § 4, voegt eraan toe: «de reisorganisator is, zo hem een tekortkoming in de nakoming in een van zijn verbintenissen kan worden toegerekend, eveneens gehouden tot een billijke vergoeding van de derving van het reisgenot.»

Publicatie
tijdschrift: 
Rechtskundig Weekblad
Uitgever: 
Intersentia
Jaargang: 
2002-2003
Pagina: 
28
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

H., R. en K. t/NV De Z.

Bij inleidend dagvaardingsexploot van 8 januari 1998, betekend door het ambt van gerechtsdeurwaarder B. Heines met standplaats te Hasselt vorderen aanleggers betaling van het bedrag van 219.390 fr., te vermeerderen met de vergoedende intresten vanaf 24 februari 1997 en de gerechtelijke intresten uit hoofde van een zware foutieve niet-nakoming van de reisovereenkomst door verweerster waarvoor schadevergoeding wordt gevorderd alsook de ontbinding van de overeenkomst.

Verweerster legt op 10 juni 1998 conclusies neer waarin zij het aanbod formuleert ten aanzien van aanleggers om het verschil in de reissom ten bedrage van 8.000 fr. te betalen, alsook een waardebon van 2.500 fr. per aanlegger ter beschikking te stellen.

I. De feiten

Aanleggers hebben een reis naar Spanje (Lloret de Mar) geboekt bij verweerster voor de periode 18 juli tot en met 23 juli 1997.

De facturen nr. 2206 en nr. 2207 van 24 februari 1997 maken melding van het feit dat aanleggers zouden verblijven in het hotel Olympic Park.

Aanleggers hebben deze reis geboekt gelet op de zestigste verjaardag van eerste aanlegger (die inmiddels overleden is).

Op 18 juli 1997 vertrekken aanleggers aan de opstapplaats te Zolder om 13.45 u.

Verweerster stuurt op dezelfde datum (18 juli 1997) om 14u16 een fax naar de contactpersoon in Spanje, waarin melding wordt gemaakt van het volgende: «Betreft: aankomst morgen/er is een gigantische vergissing gebeurd: KI Olympic moet zijn Olympic Park... kan dit nog gewijzigd worden?»

In Lloret de Mar aangekomen worden aanleggers klaarblijkelijk aan hun lot overgelaten en dienen zij zelf twee taxi‘s te bestellen teneinde hen te vervoeren naar het hotel Olympic gelegen in Calella.

Aanleggers brengen het bewijs bij van de taxikosten ten bedrage van 6.000 pts. die zij hebben dienen te betalen voor het vervoer van Lloret de Mar naar Calella.

Aangekomen in het hotel Olympic, ondertekenen aanleggers de hotelvouchers onder voorbehoud.

Bij aangetekende brief van 29 juli 1997 stellen aanleggers verweerster in gebreke voor de door hen geleden schade. Zij vorderen terugbetaling van de reissom ten bedrage van 108.945 fr. + de taxikosten van 6.000 pts. Zij maken voorbehoud voor het vorderen van een eventuele vergoeding voor morele schade.

Bij aangetekende brief van 21 november 1997 stelt de raadsman van aanleggers verweerster nogmaals in gebreke.

II. Het standpunt van partijen

1. Aanleggers beroepen zich op de wet van 16 februari 1994 tot regeling van het contract tot reisorganisatie en reisbemiddeling en stellen dat verweerster een schending heeft begaan van art. 13 (de verplichtingen van de reisorganisator vóór de aanvang van de reis) of minstens van art. 15 (de verplichtingen van de reisorganisator tijdens de reis) waardoor zij gerechtigd zijn schadevergoeding en de ontbinding van de overeenkomst te vorderen.

Aanleggers wijzen erop dat reeds op 18 juli 1997 te 14u16 een fax door verweerster werd verzonden naar de contactpersoon in Spanje teneinde aan te kondigen dat er een belangrijke vergissing was gebeurd.

Volgens aanleggers komt hierdoor de aansprakelijkheid van de reisorganisator in het gedrang en zijn zij gerechtigd zich te beroepen op art. 17 en 19, § 4, van de wet van 16 februari 1994. Art. 17 van de wet van 16 februari 1994 voorziet in de terugbetaling van de niet of slechts gedeeltelijk gepresteerde reisdiensten overeenkomstig de verwachtingen van de reiziger. Art. 19, § 4, voorziet in een billijke vergoeding voor de derving van het reisgenot van de reizigers.

Terzake verwijzen aanleggers naar het feit dat het hotel Olympic niet evenwaardig is met het hotel Olympic Park noch in prijs noch in sportaccommodatie. Het prijsverschil tussen beide hotels zou 10.745 fr. bedragen.

Tevens wijzen aanleggers erop dat zij de hotelvouchers slechts onder voorbehoud hebben ondertekend.

Aanleggers merken op dat deze reis bovendien een bijzondere waarde voor hen had, gelet op het feit dat het een reis was ter gelegenheid van de zestigste verjaardag van eerste aanlegger.

Aanleggers vorderen de ontbinding van de reisovereenkomst alsook schadevergoeding die zij begroten op tweemaal de reissom ten bedrage van 108.945 fr., te vermeerderen met de taxikosten die zij op 1.500 fr. begroten.

In deze schadevergoeding is tevens de vergoeding voor morele schade van aanleggers begrepen.

...

2. Verweerster stelt dat de vordering van aanleggers ongegrond dient te worden verklaard en formuleert subsidiair het aanbod tot terugbetaling van het prijsverschil ten bedrage van 8.000 fr. voor de vijf reizigers en stelt voor om een waardebon ten bedrage van 2.500 fr. per reiziger ter beschikking te stellen.

Verweerster betwist dat zij de vergissing reeds vóór het vertrek van aanleggers zou hebben vernomen, wat niet het geval was. De fax van 18 juli 1997 dateert immers van 14u16, terwijl het vertrek van aanleggers gepland was om 13u45.

Verweerster betwist eveneens de toepasselijkheid van de wet van 16 februari 1994, in het bijzonder art. 17 en 19 van deze wet, omdat verweerster wel degelijk prestaties heeft geleverd zodat aanleggers zich niet op deze artikelen zouden kunnen beroepen.

Verweerster merkt op dat het hotel Olympic te Calella een evenwaardig hotel was aan hotel Olympic Park te Lloret de Mar, zodat zij voor een gepast alternatief heeft gezorgd.

Verweerster stelt voor het prijsverschil volgens de brochure uit te betalen, wat een bedrag van 1.600 fr. per persoon zou uitmaken x 5 = 8.000 fr. Tevens stelt verweerster voor om een waardebon ten bedrage van 2.500 fr. op te sturen.

De vordering van aanleggers tot terugbetaling van de integrale reissom x 2 voor o.m. vergoeding van morele schade, vormt volgens verweerster misbruik van recht.

Het komt aan aanleggers toe om hun vordering te bewijzen op basis van het principe actori incumbit probatio, waarin zij niet slagen.

Overigens merkt verweerster op dat aanleggers alleszins de reis genoten hebben.

...

III. Beoordeling

De rechtbank stelt vast dat verweerster alleszins een fout begaan heeft ten opzichte van aanleggers omdat deze laatsten een reis hadden geboekt in hotel Olympic Park te Lloret de Mar, terwijl verweerster zelf in een fax van 18 juli 1997 vermeldt dat er een vergissing is geschied waardoor klaarblijkelijk de reis van aanleggers werd geboekt in hotel Olympic te Calella.

De fout die door verweerster werd gepleegd werd nog verergerd door het feit dat aanleggers aan hun lot werden overgelaten in Spanje, waardoor zij zelf een taxi dienden te boeken, die zij met eigen penningen dienden te financieren.

De rechtbank is van oordeel dat verweerster derhalve in ieder geval een fout heeft begaan met betrekking tot de reisovereenkomst die werd gesloten op 24 februari 1997, los van de vraag of deze niet-uitvoering van de reis of de wijziging van een wezenlijk punt door de reisorganisator nu al dan niet vóór de aanvang van de reis door verweerster werd vastgesteld.

Wat de aansprakelijkheid van de reisorganisator betreft, bepaalt art. 17 van de wet van 16 februari 1994 dat «de reisorganisator aansprakelijk is voor de goede uitvoering van het contract, overeenkomstig de verwachtingen die de reiziger op grond van de bepalingen van het contract tot reisorganisatie redelijkerwijze mag hebben...». Art. 19, § 4, voegt eraan toe: «de reisorganisator is, zo hem een tekortkoming in de nakoming in een van zijn verbintenissen kan worden toegerekend, eveneens gehouden tot een billijke vergoeding van de derving van het reisgenot.»

In casu dient te worden vastgesteld dat de verwachtingen van aanleggers als reizigers alleszins zwaar op de proef werden gesteld.

Niettegenstaande het feit dat aanleggers hun verblijf reeds in februari 1997 hadden geboekt, werden zij op de dag van hun aankomst (18 juli 1997) onverwachts overgeboekt naar een ander hotel.

Terwijl in de reisbrochure hotel Olympic Park als een echt sporthotel wordt omschreven, is dit niet het geval voor hotel Olympic.

Bovendien is hotel Olympic Park gelegen in Lloret de mar, terwijl hotel Olympic gelegen is in een ander reisoord, namelijk Calella.

De rechtbank stelt bovendien vast dat aanleggers hoge verwachtingen koesterden met betrekking tot deze reis, gelet op het feit dat eerste aanlegger zijn zestigste verjaardag vierde.

Met betrekking tot art. 17 van de wet van 16 februari 1994 werd reeds geoordeeld dat de reisorganisator zich niet kan beperken tot het louter leveren van de contractueel bepaalde prestaties. Het boeken van een reis met verblijf door de reiziger maakt immers een weloverwogen beslissing uit van de keuzemogelijkheden die hem worden geboden op de markt, precies rekening houdende met de verwachtingen aan infrastructuur en accommodatie ter plaatse die hem in de brochure van de reisorganisator voorgespiegeld zijn (Antwerpen, 14 januari 1986, A.R. 12.657/83, onuitgegeven, geciteerd door D. De Meulemeester, De arbitrage door de geschillencommissie reizen vzw, in Advocatenpraktijk, juli 1998, Antwerpen, Kluwer, p. 63, nr. 210).

Gelet op de tekortkomingen van verweerster is de rechtbank van oordeel dat de volgende schadevergoeding dient te worden toegekend:

– Allereerst hebben aanleggers alleszins recht op de terugbetaling van het prijsverschil, dat zij ramen op 10.745 fr., zonder hierin door verweerster te worden tegengesproken.

– Voorts hebben aanleggers recht op terugbetaling van de door hen voorgeschoten taxikosten ten bedrage van 6.000 pts.

– Ten slotte dient verweerster een bedrag van 10.000 fr. per reiziger te betalen als billijke vergoeding voor de derving van het reisgenot van aanleggers.

Dit bedrag wordt ex aequo et bono geraamd, waarbij rekening wordt gehouden met het verlies van een kans en de bijzondere omstandigheden van de reis (het vieren van de zestigste verjaardag van wijlen eerste aanlegger).

Aanleggers hebben bovendien hun schadebeperkingsplicht nageleefd door o.m. de taxitransfer ten laste te nemen en het hotel onder voorbehoud te aanvaarden.

De vordering tot ontbinding van de reisovereenkomst van aanleggers wordt evenwel ongegrond verklaard, omdat zij de reis wel degelijk genoten hebben.

Gerelateerd
Aangemaakt op: zo, 04/12/2016 - 11:54
Laatst aangepast op: zo, 04/12/2016 - 11:54

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.