-A +A

Aansprakelijkheid vakbond voor foutieve dienstverlening

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Arbeidshof
Plaats van uitspraak: Gent
Datum van de uitspraak: 
don, 26/03/2015
A.R.: 
2013/AR/495

Een syndicaat kan aangesproken worden voor fouten in haar dienstverlening. te dezen werd de aansprakelijkheid van de vakbond weerhouden door het ter beschikking stellen van verkeerde formulieren met verlies van rechten tot gevolg en anderzijds wegens verkeerde inschatting van kansen om met succes een procedure in te stellen.

Publicatie
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

 

Hof van beroep Gent - 2013/AR/495- p. 2

2013/AR/495 - In de zaak van: 1. ABVV AFDELING GENT,

met maatschappelijke zetel te 9000 GENT, Vrijdagmarkt 9, ingeschreven met J(BO-nummer 0923 .019.435,

2. REGIONALE WERKLOOSHEIDSKAS ABVV SCHELDELAND,

met maatschappelijke zetel te 9000 GENT, Vrijdagmarkt 9, Ingeschreven met KBO-nummer 0873.302.876,

3. REGIONALE WERKLOOSHEIDSKAS OOST-VLAANDEREN,

met maatschappelijke zetel te 9000 GENT, Vrijdagmarkt 9, Ingeschreven met KBO-nummer 0894.003.171,

4. SYNDICALE DIENSTEN ABVV OOSTNLAANDEREN,

met maatschappelijke zetel te 9000 GENT, Vrijdagmarkt 9, Ingeschreven met KBO-nummer 0873.302.777,

appellanten,

tegen T

wijst het hof het volgend arrest:

Bij verzoekschrift, neergelegd ter griffie van dit hof op 19 februari 2013, hebben het ABVV Afdeling Gent, de Regionale Werkloosheidskas ABVV Scheldeland, de Regionale Werk/oosheidskas Oost-Vlaanderen en de Syndicale diensten ABVV Oost-Vlaanderen tijdig en op regelmatige wijze hoger beroep Ingesteld tegen het vonnis van 19 november 2012, op tegenspraak gewezen door de rechtbank van eerste aanleg te Gent, eerste kamer.

 

De partijen werden gehoord in openbare terechtzitting en de neergelegde conclusies en stukken werden Ingezien.

Artikel 24 van de wet van 15 juni 1935 op het gebruik der talen in gerechtszaken werd in acht genomen.

Bijzonderste gegevens

1. T. ging op 5 maart 2012 over tot dagvaarding van het ABVV Afdeling Gent, dé Regionale Werkloosheidskas ABVV Scheldeland, de Regionale Werkloosheidskas Oost-Vlaanderen en de Syndicale diensten ABVV Oost-Vlaanderen.

HIJ vorderde, wegens materiële en morele schade, geleden ingevolgde de contractuele wanprestaties, begaan door het ABVV Afdeling Gent, de Regionale Werkloosheidskas ABVV Scheldeland, de Regionale Werkloosheidskas Oost-Vlaanderen en de Syndicale diensten ABVV Oost-Vlaanderen, (1) een materiële schadevergoeding van 2.500,00 EUR en (2) een morele schadevergoeding van 5.000,00 EUR, meer intrest en kosten.

Concreet verwijt T. het ABVV Afdeling Gent, de Regionale Werkloosheidskas ABVV Scheldeland, de Regionale Werkloosheidskas Oost-Vlaanderen en de Syndicale diensten ABVV Oost-Vlaanderen fouten te hebben gemaakt in de uitoefening van hun dienstverlening, Hij stelt verkeerde juridische Informatie te hebben gekregen en een verkeerd aanvraagformulier te hebben ontvangen ten gevolge waarvan hij - als student - zijn recht op werkloosheidsvergoedingen had verloren. Ten onrechte werd hij ook niet bijgestaan in de procedure voor de arbeidsrechtbank teneinde zijn recht op werkloosheidsuitkeringen te vrijwaren, hoewel voornoemden wisten of minstens dienden te weten dat de kans op succes reëel was.

Het ABVV Afdeling Gent, de Regionale Werkloosheidskas ABVV Scheldeland, de Regionale Werkloosheidskas Oost-Vlaanderen en de Syndicale diensten ABVV Oost-Vlaanderen vroegen deze vordering af te wijzen als onontvankelijk, minstens ongegrond.

2. In het bestreden vonnis werd de vordering ontvankelijk en in de volgende mate gegrond verklaard.

De eerste rechter zegde voor recht dat het ABVV Afdeling Gent, de Regionale Werkloosheidskas ABVV Scheldeland, de Regionale Werkloosheidskas Oost-Vlaanderen en de Syndicale diensten ABVV Oost-Vlaanderen aansprakelijk zijn voor de contractuele wanprestaties tegenover 1:4111tT• binnen de overeenkomst rechtsbijstand.

Het ABVV Afdeling Gent, de Regionale Werkloosheidskas ABVV Scheldeland, de Regionale Werkloosheidskas Oost-Vlaanderen en de Syndicale diensten ABVV Oost-Vlaanderen werden veroordeeld tot het betalen aan EA,IT.(1) van een materiële schadevergoeding, forfaitair begroot op 2.500,00 EUR, meer vergoedende en gerechtelijke Intresten vanaf datum eerste vonnis, en (2) van een morele schadevergoeding, forfaitair begroot op 2.500,00 EUR, meer vergoedende en gerechtelijke rente vanaf de dagvaarding, telkens tot de dag van algehele betaling.

De eerste rechter argumenteerde:

Dat de vordering ontvankelijk is vermits alle huidige appellanten Ingeschreven zijn In de KBO met een onderscheiden nummer, het feit dat ze zich als feitelijke verenigingen georganiseerd hebben doet hieraan geen afbreuk,

Dat uit het vonnis van 3 november 2010 van de vijfde kamer van de arbeidsrechtbank te Gent blijkt dat zowel de beslissing d.d, 13 oktober 2008 tot weigering van vrijstelling voor het academiejaar 2008-2009, als de beslissing d.d. 14 oktober 2008 tot terugvordering van de som van 4.939,56 EUR1 als de beslissing d.d. 1 oktober 2009 tot weigering van vrijstelling voor het academiejaar 2009-2010, allen van de RVA, werden vernietigd op vordering van T.,

Dat ten onrechte wordt aangevoerd dat op 16 oktober 2008, op het ogenblik dat T. huidige appellanten consulteerde, de beroepstermijn van drie maanden op de beslissing van de RVA van 18 april 2008 aan te vechten, verstreken was,

Dat het argument van huidige appellanten dat T.zich reeds tot hen had moeten wenden wanneer op 23 oktober 2007 door de RVA beslist werd tot weigering van de vrijstelling niet kan worden bijgetreden, gelet op het vonnis van de arbeidsrechtbank,

Dat huidige appellanten de zaak ten onrechte 'geklasseerd' hebben wegens "geen slaagkans", gelet op het vonnis van de arbeidsrechtbank,

Dat de contractuele wanprestaties In hoofde van huidige appellanten vast staan,

Dat de schade begroot kan worden op 1.750,00 EUR materiële schade (het wegvallen van de werkloosheidsuitkeringen, de bijkomende kosten voor het organiseren van zijn verweer) en 1.750,00 EUR morele schade (hij diende omdat hij wilde verder studeren geld te lenen bij vrienden en familie, werd geconfronteerd met de juridische procedure en de zware psychische druk die hieruit volgde). (Hierbij dient te worden gewezen op het feit dat er een discrepantie Is tussen het overwegend gedeelde, waar 1.750,00 EUH werd toegekend, en het beschikkend gedeelde waar 2.500,00 EUR wordt toegekend.)

f

3, Het ABVV Afdeling Gent, de Regionale Werkloosheidskas ABVV Scheldeland, de Regionale Werkloosheidskas Oost-Vlaanderen en de Syndicale diensten ABVV Oost-Vlaanderen kunnen zich niet verzoenen met de beslissing van de eerste rechter en tekenen hoger beroep aan.

Ze halen de volgende grieven aan:

Een vakorganisatie heeft geen rechtspersoonlijkheid,

Een inschrijving In de KBO geeft geen rechtspersoonlijkheid aan een organisatie, De vordering ten aanzien van eerste en vierde appellant Is onontvankelijk.

Tweede appellant is niet de uitbetalingsinstelling van T. zo dat ook de vordering ten aanzien van tweede appellant niet ontvankelijk is.

Derde appellant is enkel de uitbetalingsinstelling van T zodat de vordering die betrekking heeft op het verstrekken van verkeerd advies ook ten aanzien van derde appellant onontvankelijk Is,

Ondergeschikt kan geen fout worden weerhouden In hoofde van vierde appellant, Minstens Is de schade niet bewezen en is er een discrepantie tussen het overwegend en het beschikkend gedeelte van het bestreden vonnis.

4. T" tekent beperkt incidenteel beroep aan. Hij vraagt een materiële schadevergoeding van 2.500,00 EUR en een morele schadevergoeding van 5,000100 EUR.

{

Beoordeling

1. Toelaatbaarheid van de oorspronkelijke vordering.

Ten aanzien van de 2'' en 3e appellante Is er geen probleem wat betreft het feit dat ze over rechtspersoonlijkheid beschikken, nu die voortvloeit uit de bepalingen van de Besluitwet van 28.12.1944, wat door hen niet wordt betwist.

Blijft de vraag naar de toelaatbaarheid van de oorspronkelijke vordering lastens de 1 e en 4c appellanten.

Nu 1 e en 4e appellanten over geen wettelijke rechtspersoonlijkheid beschikken, betekent dit dat de geïntimeerde zijn vordering heeft gesteld tegen een partij die juridisch niet bestaat en dan ook niet over de vereiste hoedanigheid en de vereiste bekwaamheid beschikt om als verweerder op te treden.

Nochtans kon de geïntimeerde mogelijks, wat de toelaatbaarheid van zijn vordering betreft, zijn vordering ten aanzien van de 1 e en 4e appellanten hebben gesteld tegen hen, vertegenwoordigd door hun voorzitter, secretaris of gewestelijke secretaris die bij wijze van lasthebbers of mandatarissen optreden voor hun leden, wat hij niet gedaan heeft (zie desbetreffend Karel Mortler1 Toegang tot rechter voor feitelijke verenigingen, in NjW nummer 191 van 19.11.2008 nrs 38 e.v., alsook Arb. Gent, 05.01.2012 inzake AR 10/3078/A bevestigd door Arb. Hof Gent, 11.10.2013 inzake AR 2012/AG/871 beiden onuitgegeven).

Evenwel is het Hof van oordeel dat het ontbreken van de juridische rechtspersoonlijkheid, '{ daaraan verbonden het gevolg dat een vakvereniging juridisch n. let bestaat, geen vrijgeleide betekent voor eventueel door haar werknemers gemaakte fouten bij de dienstverlening waarvoor haar leden betalen, met andere woorden dat ze geen immuniteit kan inroepen voor dergelijke fouten. ...-

Het Hof besluit dan ook dat de vakvereniging In deze een entiteit Is die niettegenstaande de afwezigheid van rechtspersoonlijkheid toch rechtsbekwaamheid bezit en in rechte kan {

worden aangesproken, nu. de legalistische opvatting V'1n het juridisch niet bestaan van een vakvereniging het resultaat is van historische en politieke gegevens, doch niet van juridische (zie J. Petit, Sociaal Procesrecht, Die Keure 2000, nr. 72 pag. 99). -

De vordering tegen de 1e en 4e appellanten was dan ook toelaatbaar.

2, Aanspraken lastens alle appellanten.

Ten onrechte houden de appellanten voor dat de geïntimeerde zo maar vier partijen heeft gedagvaard In de hoop toch iets of Iemand te raken.

De 1 e appellante is de overkoepelende vakbondsorganisatie waaronder de andere appellanten ressorteren, de 2e en 3e appellante zijn als werkloosheidskas betrokken In de zaak nu op de door hen afgeleverde formulieren hun stempel prijkt, en de 4e appellante is ook betrokken nu zij aan de geïntimeerde een (verkeerd) advies heeft gegeven.

3. Fouten In hoofde van de appellanten.

Het Is dL1idelljk, en de 1e rechter heeft ter zake juist geoordeeld, dat op basis van het in het voordeel van de geïntimeerde uitgesproken vonnis van de arbeidsrechtbank Gent, se kamer van 03.11.2010 (stuk 12 bundel geïntimeerde), er geen sprake ls van het feit dat de geïntimeerde niet In aanmerking kwam voor een of andere uitkering om reden dat hij niet geslaagd was, doch het verkeerde formulier werd gebruikt, formulier hem ter beschikking gesteld en Ingevuld door 2e en'3e appellanten, minstens dat zij door dit formulier te hebben voorzien van hun stempel hebben aangegeven dat het dit formulier en geen ander was dat geïntimeerde diende te gebruiken.

Evident blijkt uit de samenlezlng van de stukken dat aan geïntimeerde een verkeerd advies werd gegeven inzake de slaagkans van een mogelijke procedure voor de arbeidsrechtbank tegen de door de RVA genomen beslissing, nu de geïntimeerde op eigen houtje een procedure Is gestart die In zijn voordeel werd uitgesproken, en de 1 een 4e appellanten dan ook te kort zijn geschoten In hun juridische bijstand en ten onrechte het dossier hebben geklasseerd zonder gevolg.

4. Aan de geïntimeerde toe te kennen schadevergoeding.

Het Hof Is van oordeel, gelet op de voorliggende stukken, dat aan de geïntimeerde een gemengde vergoeding voor materiële en morele schade kan worden toegekend voor een forfaitair bedrag van 3.500,00 EUR, meer Intresten (bedrag dat door de 1 e rechter werd overwogen, doch verkeerdelijk tot 5.000,00 EUR werd opgetrokken in het beschikkend gedeelte van het bestreden vonnis).

5. Beslissing.

Het hoger beroep en het Incidenteel hoger beroep worden als niet gegrond afgewezen, het bestreden vonnis dient te worden bevestigd, met dien verstande dat aan de geïntimeerde een gemengde vergoeding wordt toegekend voor morele en materiële schade van forfaitair 3.500,00 EUR meer een rechtsplegingvergoeding In 1° aanleg begroot op 990,00 EUR, en In hoger beroep eveneens van 990,00 EUR., bij gebrek aan stavingstukken kunnen de kosten van betekening niet worden begroot.

OP DEZE GRONDEN,

HET HOF, recht doende op tegenspraak

Verklaart het hoger beroep en Incidenteel hoger beroep toelaatbaar, doch ongegrond. Bevestigt het bestreden vonnis, met dien verstande dat de aan de geïntimeerde toegekende vergoeding wordt begroot op een gemengde forfaitaire vergoeding voor materiële en morele schade van 3.500,00 EUR meer de vergoedende en gerechtelijke Intresten vanaf 19.11.2012 (datum uitspraak bestreden vonnis) tot de dag van algehele betaling.

Verwijst de appellanten In de kosten van de beroepsinstantie, aan hun zijde niet begroot aangezien ze ten hunnen laste blijven, en aan de zijde van geïntimeerde vereffend op 990,00 EUR rechtsplegingvergoedlng.

Aldus gewezen door de EERSTE KAMER van het hof van beroep te Gent, zetelende ln burgerlijke zaken,

en uitgesproken door de voorzitter van de kamer In openbare terechtzitting op 26 MAART 2015,
 

Noot: 

Dylan Casaer, ABVV veroordeeld voor fouten in juridische bijstand, De juristenkrant , 309, 13 mei 2015, pagina 3

Gerelateerd
Aangemaakt op: za, 29/07/2017 - 14:11
Laatst aangepast op: za, 29/07/2017 - 14:11

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.