-A +A

Aansprakelijkheid schade door of stroomonderbreking geen exoneratie mogelijk

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Vredegerecht
Plaats van uitspraak: Gent
Datum van de uitspraak: 
maa, 20/06/2016

Het distributiereglement is niet van contractuele maar wel van reglementaire aard. Art. 159 Gw. bepaalt evenwel dat de hoven en rechtbanken de algemene, provinciale en plaatselijke besluiten en verordeningen alleen toepassen in zoverre zij met de wetten overeenstemmen. Het distributiereglement valt onder de toepassing van deze grondwetsbepaling. De bepalingen van het Burgerlijk Wetboek zijn hogere normen ten opzichte van dat reglement zodat, in zoverre de bepalingen ervan in strijd zijn met het Burgerlijk Wetboek, deze niet mogen worden toegepast. Art. 1384, eerste lid BW raakt de openbare orde niet en is evenmin van dwingend recht, maar dat impliceert niet dat door middel van een distributiereglement eenvoudigweg de vloer kan worden aangeveegd met de in het Burgerlijk Wetboek opgenomen aansprakelijkheidsregeling. Enige in dat reglement opgenomen exoneratie van aansprakelijkheid, onder meer wat art. 1384, eerste lid BW betreft, moet derhalve buiten toepassing worden gelaten wegens schending van de wet

De bewaarder van een zaak, die aansprakelijk is voor de schade veroorzaakt door het gebrek van de zaak, is degene die voor eigen rekening het gebruik of genot heeft of ze onder zich houdt, met een macht om daarop toezicht, bewaking en leiding uit te oefenen. Verwerende partij is de bewaarder van het distributienet, zoals bedoeld in art. 1384, eerste lid BW.

Opdat de bewaarder van een zaak aansprakelijk zou zijn op basis van art. 1384, eerste lid BW, is het nodig, maar voldoende, dat een zaak gebrekkig is en dat er een causaal verband bestaat tussen het gebrek en de schade zoals deze zich concreet voordeed.

Een zaak is aangetast door een gebrek in de zin van art. 1384, eerste lid BW wanneer zij een abnormaal karakter vertoont, waardoor deze zaak in bepaalde omstandigheden schade kan veroorzaken. Het is niet vereist dat het gebrek van de zaak een intrinsiek kenmerk of element is van de zaak. Een door een gebrek aangetaste zaak kan immers een samengesteld geheel zijn, zonder dat het afwijkende kenmerk een intrinsiek kenmerk van die zaak moet zijn. Deze laatste stelling vindt ook bevestiging in de meest recente cassatierechtspraak en is ook logisch, omdat het toepassingsgebied van artikel 1384, eerste lid BW compleet uitgehold zou worden wegens de toevoeging van de voorwaarde dat een zaak slechts gebrekkig kan zijn wanneer het abnormaal kenmerk niet vreemd is aan de zaak die gebrekkig wordt geacht. Het volstaat dus dat de structuur van de zaak wordt aangetast, waardoor deze zaak schade kan veroorzaken en het normaal gebruik ervan verhinderd wordt.

Een stroomonderbreking op het aansluitpunt van het pand als gevolg van een defect op het distributienet is te beschouwen als een abnormaal kenmerk in de zin van art. 1384, eerste lid BW, omdat een modaal distributienetwerk zonder stroomonderbrekingen nuttig moet zijn voor de levering van stroom op elk moment dat deze gevraagd wordt. Een dergelijke stroomonderbreking is wel van aard om welkdanige schade te veroorzaken.

Publicatie
tijdschrift: 
Rechtskundig Weekblad
Uitgever: 
Intersentia
Jaargang: 
2016-2017
Pagina: 
1074
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

NV K.V. t/ I.

...

3. Geschil en vorderingen

Eisende partij is, ingevolge een door de h. J.A. onderschreven polis, de verzekeraar brand- en gebouwschade betreffende het risico gelegen te 9000 Gent, (...).

In haar hoedanigheid van gesubrogeerde in de rechten van haar voornoemde verzekerde, vordert zij een schadevergoeding van 1.479 euro, vermeerderd met de vergoedende interesten vanaf de datum van uitbetaling (zijnde 25 augustus 2015) tot de datum van de uitspraak, en vanaf dan vermeerderd met de gerechtelijke interesten op voorgaand geheel (hoofdsom en vergoedende interesten); (...).

Eisende partij voert aan dat verwerende partij in haar hoedanigheid van distributienetbeheerder moet worden beschouwd als de juridische bewaker van het distributienet en daarom aansprakelijk is voor de door haar verzekerde J.A. op 17 april 2015 geleden schade aan twee elektrische toestellen – een chocolademachine (...) en een diepvrieskamer (...) – ingevolge een gebrek aan het door verwerende partij beheerde distributienet, meer bepaald een verbranding van een ondergrondse elektriciteitskabel.

Er werd een expertise georganiseerd waarvoor verwerende partij aangetekend werd uitgenodigd, maar die weigerde uitdrukkelijk en schriftelijk daarop in te gaan. De schade aan de goederen werd in werkelijke waarde begroot op 1.479 euro.

Verwerende partij betwist haar aansprakelijkheid. Zij meent dat eisende partij faalt in de op haar rustende bewijslast en refereert aan het energiedecreet, haar reglement en de erin opgenomen exoneratiebepalingen. Zij vraagt om de eis ontvankelijk te verklaren, maar af te wijzen als ongegrond (...).

4. Beoordeling

...

A. De bewaarder van een zaak, die aansprakelijk is voor de schade veroorzaakt door het gebrek van de zaak, is degene die voor eigen rekening het gebruik of genot heeft of ze onder zich houdt, met een macht om daarop toezicht, bewaking en leiding uit te oefenen. Verwerende partij is de bewaarder van het distributienet, zoals bedoeld in art. 1384, eerste lid BW.

B. Opdat de bewaarder van een zaak aansprakelijk zou zijn op basis van art. 1384, eerste lid BW, is het nodig, maar voldoende, dat een zaak gebrekkig is en dat er een causaal verband bestaat tussen het gebrek en de schade zoals deze zich concreet voordeed.

Een zaak is aangetast door een gebrek in de zin van art. 1384, eerste lid BW wanneer zij een abnormaal karakter vertoont, waardoor deze zaak in bepaalde omstandigheden schade kan veroorzaken. Het is niet vereist dat het gebrek van de zaak een intrinsiek kenmerk of element is van de zaak. Een door een gebrek aangetaste zaak kan immers een samengesteld geheel zijn, zonder dat het afwijkende kenmerk een intrinsiek kenmerk van die zaak moet zijn. Deze laatste stelling vindt ook bevestiging in de meest recente cassatierechtspraak en is ook logisch, omdat het toepassingsgebied van artikel 1384, eerste lid BW compleet uitgehold zou worden wegens de toevoeging van de voorwaarde dat een zaak slechts gebrekkig kan zijn wanneer het abnormaal kenmerk niet vreemd is aan de zaak die gebrekkig wordt geacht. Het volstaat dus dat de structuur van de zaak wordt aangetast, waardoor deze zaak schade kan veroorzaken en het normaal gebruik ervan verhinderd wordt.

Uit de brief van I. van 20 april 2015 aan de verzekerde van eisende partij blijkt dat op 17 april 2015 op het aansluitpunt van het pand van die verzekerde een stroomonderbreking optrad als gevolg van een defect op het distributienet. Een dergelijke stroomonderbreking als gevolg van een defect op het distributienet is te beschouwen als een abnormaal kenmerk in de zin van art. 1384, eerste lid BW, omdat een modaal distributienetwerk zonder stroomonderbrekingen nuttig moet zijn voor de levering van stroom op elk moment dat deze gevraagd wordt. Een dergelijke stroomonderbreking is wel van aard om welkdanige schade te veroorzaken.

C. De argumentatie van verwerende partij dat eisende partij niet slaagt in de op haar rustende bewijslast dat de beweerde schade aan de elektrische toestellen werd veroorzaakt door voormeld gebrek, kan niet worden bijgevallen. Uit de door verwerende partij voorgelegde stukken blijkt dat de verzekerde van eisende partij bij haar een klacht indiende. Die verzekerde deed ook aangifte bij zijn verzekeraar. Hij deed dit niet zomaar. Bovendien blijkt dat eisende partij verwerende partij heeft uitgenodigd om aanwezig te zijn bij een expertise. Er werd zo een poging ondernomen om een minnelijk technisch onderzoek op tegenspraak te organiseren. Verwerende partij heeft er zich van afgemaakt door boudweg te schrijven: “Gelet op het bovenstaande zullen wij niet aanwezig zijn op de expertise. Het niet aanwezig zijn op de expertise mag geenszins beschouwd worden als ons akkoord op cijfers.” Het getuigt allesbehalve van een loyale proceshouding – die van elke normaal zorgvuldige (proces)partij mag worden verwacht – om te weigeren deel te nemen aan een (goedkopere) minnelijke expertise, om dan nadien simpelweg een gebrek aan bewijsvoering als verweermiddel te hanteren. Behoorlijke procesvoering impliceert ook dat elke gedingpartij meewerkt aan de waarheidsvinding en bewijsgaring. Uit de weigering tot deelname aan een, vanuit proceseconomische overwegingen absoluut verantwoorde, minnelijke expertise mag wel degelijk worden afgeleid dat verwerende partij overtuigd was van het bestaan van de omschreven schade aan elektrische toestellen als gevolg van het al omschreven gebrek aan haar distributienet. Een eenzijdig deskundig verslag, dat als zodanig niet tegenwerpelijk is, kan bovendien door de rechtbank als betrouwbaar en bewijskrachtig aanvaard worden indien het in betrouwbare omstandigheden tot stand kwam; dit is het geval voor een deskundig verslag dat door een professionele deskundige werd opgemaakt op verzoek van een verzekeraar (Cass. 5 februari 1971, Pas., 1971, I, 518; Cass. 14 september 1984, RW 1985-86, 1027; Gent 21 mei 2010, P&B 2011, 114; Rb. Dendermonde, 11 februari 2010, T.Pol. 2010, 103; Pol. Gent inzake AR 15A58, onuitgeg.). Om de voormelde redenen aanvaardt de vrederechter dat eisende partij slaagt in de op haar rustende bewijslast van het bestaan van een gebrek en van de causaliteit tussen het gebrek en de geleden schade.

D. Art. 1384, eerste lid BW schept een vermoeden van aansprakelijkheid dat enkel weerlegd kan worden indien de bewaarder/eigenaar van de zaak bewijst dat de schade niet te wijten is aan een gebrek in de zaak maar veroorzaakt werd door toeval, overmacht, de daad van een derde of van de benadeelde. Eenmaal het gebrek van de zaak vaststaat, vloeit uit art. 1384, eerste lid BW een vermoeden van aansprakelijkheid van de bewaarder van de zaak voort. Verwerende partij faalt in de op haar rustende bewijslast van toeval, overmacht, een eigen fout van de eiser of een daad van een derde, ter weerlegging van het aansprakelijkheidsvermoeden.

E. Verwerende partij meent dat haar aansprakelijkheid beperkt wordt door art. 4.1.11/1 van het decreet van 20 december 2013 “houdende wijziging van het Energiedecreet van 8 mei 2009” wat betreft de aansprakelijkheid van netbeheerders. Die redenering kan echter niet worden bijgevallen, omdat de voormelde bijzondere regelgeving de schadelijder (of gesubrogeerde) niet het recht ontzegt zich te baseren op andere wettelijke aansprakelijkheidsgronden, zoals de aansprakelijkheid op grond van art. 1384, eerste lid BW. Dat laatste is in dit dossier het geval.

Evenzeer ten onrechte tracht verwerende partij te ontkomen aan haar aansprakelijkheid door te refereren aan haar distributiereglement. Het distributiereglement is niet van contractuele maar wel van reglementaire aard. Art. 159 Gw. bepaalt evenwel dat de hoven en rechtbanken de algemene, provinciale en plaatselijke besluiten en verordeningen alleen toepassen in zoverre zij met de wetten overeenstemmen. Het distributiereglement valt onder de toepassing van deze grondwetsbepaling. De bepalingen van het Burgerlijk Wetboek zijn hogere normen ten opzichte van dat reglement zodat, in zoverre de bepalingen ervan in strijd zijn met het Burgerlijk Wetboek, deze niet mogen worden toegepast. Art. 1384, eerste lid BW raakt de openbare orde niet en is evenmin van dwingend recht, maar dat impliceert niet dat door middel van een distributiereglement eenvoudigweg de vloer kan worden aangeveegd met de in het Burgerlijk Wetboek opgenomen aansprakelijkheidsregeling. Enige in dat reglement opgenomen exoneratie van aansprakelijkheid, onder meer wat art. 1384, eerste lid BW betreft, moet derhalve buiten toepassing worden gelaten wegens schending van de wet (Cass. 8 maart 2012, C.11.0027.N, RW 2013-14, 1660, noot I. Claeys en S. Rynwalt; Cass. 8 maart 2012 inzake C.11.0568.W1; Gent 16 oktober 2014, NJW 2015, 37, noot T. Verheyen).

F. Om de sub C. vermelde redenen aanvaardt de vrederechter de begroting van de schade door de door eisende partij aangestelde deskundige. Eisende partij heeft geen enkel belang bij een overwaardering van schadevergoedingen, wel integendeel. Om de hierboven al vermelde redenen wordt de in het distributiereglement opgenomen vrijstelling buiten toepassing gelaten. Eisende partij is gesubrogeerd in de rechten van haar verzekerde die op grond van art. 1384, eerst lid BW recht had op integrale vergoeding van de schade in werkelijke waarde begroot op 1479 euro.

...

Gerelateerd
Aangemaakt op: do, 23/03/2017 - 14:38
Laatst aangepast op: do, 23/03/2017 - 14:38

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.