-A +A

Aanslag van ambtswege impliceert omgekeerde bewijslast

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Hof van Cassatie
Datum van de uitspraak: 
don, 17/11/2016
A.R.: 
F.16.0034.F

Er wordt niet afgeweken van artikel 352, eerste lid, WIB92 wanneer de belastingplichtige ambtshalve is aangeslagen, niet wegens schending van de in de artikelen 315, 315bis, 316 of 346 WIB92 bedoelde verplichtingen, waarnaar artikel 351, eerste lid, derde tot vijfde streepje, WIB92 verwijst, maar, overeenkomstig het eerste streepje van die bepaling, wegens niet-aangifte binnen de wettelijke termijn.

Publicatie
tijdschrift: 
RABG
Uitgever: 
Larcier
Jaargang: 
2017/19
Pagina: 
1534
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

Nr. F.16.0034.F
1. T. M. en
2. M.-P. D.,
tegen
BELGISCHE STAAT, vertegenwoordigd door de minister van Financiën.

I. RECHTSPLEGING VOOR HET HOF
Het cassatieberoep is gericht tegen het arrest van het hof van beroep Brussel van 3 september 2015.

II. CASSATIEMIDDELEN
De eisers voeren in hun verzoekschrift dat aan dit arrest is gehecht, twee middelen aan.

III. BESLISSING VAN HET HOF

Beoordeling

Eerste middel

(...)

Tweede onderdeel

Wanneer de belastingplichtige ambtshalve wordt aangeslagen omdat hij nagelaten heeft één van de in artikel 351, eerste lid, WIB92 opgesomde verplichtingen na te leven, bepaalt artikel 352, eerste lid, WIB92 dat het aan de belastingplichtige be-hoort het bewijs te leveren van het juiste bedrag van de belastbare inkomsten.

Volgens artikel 352, tweede lid, WIB92 behoort het evenwel aan de administratie dat bewijs te leveren indien de ambtshalve aangeslagen belastingplichtige aantoont dat wettige redenen hem hebben belet de in artikel 315, eerste en tweede lid, ver-melde boeken, bescheiden en registers of de in artikel 315bis, eerste tot derde lid, vermelde dossiers, dragers of gegevens over te leggen of de op grond van artikel 316 gevraagde inlichtingen binnen de gestelde tijd te verstrekken of binnen de in artikel 346 gestelde termijn te antwoorden op het erin bedoelde bericht.

Er wordt niet afgeweken van artikel 352, eerste lid, WIB92 wanneer de belasting-plichtige ambtshalve wordt aangeslagen, niet wegens schending van de in de arti-kelen 315, 315bis, 316 of 346 WIB92 bedoelde verplichtingen, waarnaar artikel 351, eerste lid, derde tot vijfde streepje, WIB92 verwijst, maar, overeenkomstig het eerste streepje van die bepaling, wegens niet-aangifte binnen de wettelijke termijn.
Het middel, dat van het tegendeel uitgaat, faalt naar recht.
(...)

Dictum
Het Hof,
Verwerpt het cassatieberoep.
Veroordeelt de eisers tot de kosten.
Aldus geoordeeld door het Hof van Cassatie, eerste kamer, te Brusselen in openbare terechtzitting van 17 november 2016 uitgesproken

Noot: 

Symoens, H., « Artikel 356 WIB 1992: geen schorsing van de rechtsmiddelen, wel van de termijnen », R.A.B.G., 2017/19, p. 1530-1531

Gerelateerd
Aangemaakt op: ma, 25/12/2017 - 13:11
Laatst aangepast op: ma, 25/12/2017 - 13:11

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.