-A +A

Aannemer kan geen betaling vorderen voor werken die voorwerp zijn van een stedenbouwkundig misdrijf

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Hof van beroep
Plaats van uitspraak: Gent
Datum van de uitspraak: 
vri, 29/05/2009

Een stedenbouwkundig misdrijf heeft verregaande gevolgen. Zo kan de aannemer geen betaling vorderen voor de kostprijs van de door hem uitgevoerde werken die voorwerp uitmaken van een bouwmisdrijf bij gebrek aan rechtmatig belang

Publicatie
tijdschrift: 
Rechtskundig Weekblad
Uitgever: 
Intersentia
Jaargang: 
2011-2012
Pagina: 
743
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

NV D.C. t/ NV C.C.

1. Het hof heeft kennisgenomen van het vonnis van 16 mei 2008, gewezen door de Rechtbank van Koophandel te Kortrijk, derde kamer.

Tegen dit vonnis werd tijdig en geldig hoger beroep ingesteld.

[...]

2. De betwisting tussen partijen betreft in essentie nog steeds de vraag of en in welke mate NV D.C. een rechtmatig belang kan aantonen betreffende de door haar gevorderde kostprijs van werken die zij heeft uitgevoerd in een gebouw dat voorwerp is van een stedenbouwkundig misdrijf. Het betreft de bouw van een appartementsgebouw (...) te Koksijde (Sint-Idesbald), (...), waarvoor op 15 maart 2005 een stedenbouwkundige vergunning werd afgeleverd door de gemeente Koksijde.

Blijkens de aannemingsovereenkomst van 28 maart 2006 was bouwheer NV C. en algemene aannemer NV D.C. (onder de naam H.). Door NV C.C. werd bij notariële akte van 9 mei 2006 op plan appartement “03.04” aangekocht, waarbij de afwerking was voorzien ten laatste op 31 december 2007. Tijdens de bouwwerken werd door NV C.C. rechtstreekse opdracht gegeven aan NV D.C. om bepaalde bijkomende werken aan haar appartement uit te voeren, waarvoor de kwestieuze thans ingevorderde facturen, daterende van tussen 31 augustus 2006 en 13 juli 2007.

Door de Raad van State werd bij arrest nr. 172.828 van 27 juni 2007 op verzoek van 20 mei 2005 van omwonende M.W.-H. de voormelde stedenbouwkundige vergunning vernietigd.

Op 28 augustus 2007 heeft de NV C.C. van de gewestelijk stedenbouwkundig inspecteur een proces-verbaal van vaststelling met stillegging der werken en van staken van gebruik van 23 augustus 2007 ontvangen alsmede de overeenkomstige bekrachtigingbeslissing van 27 augustus 2007 en een proces-verbaal van zegellegging van 23 augustus 2007.

NV D.C. meent dat zij niets te maken heeft met de stedenbouwkundige situatie van het gebouw en dat zij niet het slachtoffer kan worden van een discussie tussen bouwheer en koper, aan welke koopovereenkomst zij, steeds volgens haarzelf, vreemd zou zijn. Zij meent geen vruchten te genereren die zouden voortvloeien uit een stedenbouwkundig misdrijf, omdat het een gebeurlijk misdrijf betreft waaraan zij part noch deel heeft. De kwestieuze gefactureerde werken werden, steeds volgens NV D.C., door haar als aannemer volkomen rechtmatig uitgevoerd, in rechtstreekse opdracht en voor rekening van eigenaar/koper, NV C.C., dit op grond van een geldige stedenbouwkundige vergunning, die niet opgeschort was door de procedure bij de Raad van State, waarbij zij niet was betrokken en zonder dat zij daarvan op de hoogte was.

NV D.C. kan geenszins in één en ander worden gevolgd. De gefactureerde werken betreffen, volgens de er gegeven beschrijvingen, de afwerking van het appartement (installatie sanitaire toestellen, branddeur, schilderdeuren). De gevorderde betaling daarvan betreft onmiskenbaar een substantieel onderdeel van wederrechtelijk uitvoeren en in stand houden van handelingen, werken en wijzigingen overeenkomstig art. 146, 1o, van het decreet van 18 mei 1999 houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening, na vernietiging (Raad van State, arrest nr. 172.828 van 27 juni 2007) van de stedenbouwkundige vergunning, waaronder wordt begrepen het afwerken, bewonen en in stand houden van een appartement zonder te beschikken over een uitvoerbare stedenbouwkundige vergunning.

Het op 28 augustus 2007 betreffende dit bouwmisdrijf betekende proces-verbaal van vaststelling met stillegging der werken en van staken van gebruik op 23 augustus 2007 alsmede de overeenkomstige bekrachtigingbeslissing van 27 augustus 2007 en het proces-verbaal van zegellegging van 23 augustus 2007, stelt NV C.C. bij niet-naleving bloot aan juridische vervolging en een onmiddellijke inning van een administratieve geldboete van 5.000 euro en bij een mogelijke herstelvordering kan de meerwaarde niet meer worden gevorderd (zie kennisgeving van 28 augustus 2007).

De strafrechtelijk beteugelde bepalingen van art. 146 van het decreet van 18 mei 1999 houdende de organisatie van de ruimtelijke ordening gelden niet alleen t.a.v. NV C.C., maar jegens elkeen, ook NV D.C. als aannemer, die op enige wijze zou meewerken aan de instandhouding van het bouwmisdrijf.

In de gegeven omstandigheden en in die zin kunnen noch mogen zowel NV C.C. als NV D.C. overgaan tot de betaling zoals door deze laatste beoogd.

Het gebeurlijk feit dat de werken zelf, waarvan thans betaling wordt gevorderd, zijn uitgevoerd vóór de vernietiging van de stedenbouwkundige vergunning is in dezen irrelevant, evenals de bewering van NV D.C. dat zij niet in de vernietigingsprocedure was betrokken en daarvan evenmin op de hoogte zou zijn geweest. Immers, de beide partijen hebben onmiskenbaar kennis van het ex tunc (retroactief) werking hebbende vernietigingarrest van 27 juni 2007, minstens vanaf de datum van de uitspraak, zodat zij ook minstens vanaf dan geen enkele onwetendheid meer kunnen inroepen voor elke vorm van meewerken aan de instandhouding van het bouwmisdrijf.

NV D.C. kan overigens geenszins ernstig beweren dat zij met de stedenbouwkundige discussie niets te maken zou hebben, omdat zij niet enkel de onderhavige meerwerken voor NV C.C. heeft uitgevoerd, maar als algemene aannemer het volledige appartementsgebouw heeft opgetrokken alsook, gelet op haar brief van 12 juni 2007, instond voor alle voorlopige opleveringen ervan.

Daar in de voormelde omstandigheden de onderhavige aanspraak van NV D.C. er kennelijk en specifiek op gericht is het bouwmisdrijf als ongeoorloofde situatie te behouden, staat de nauwe band tussen de ongeoorloofde toestand enerzijds en de rechtsvordering anderzijds vast en is deze wegens strijdigheid met de openbare orde af te wijzen als niet ontvankelijk. Immers, deze invordering van de kostprijs van werken, onderdeel van een stedenbouwkundig misdrijf, betekent voor de NV D.C. de verwezenlijking van een onrechtmatig verkregen belang of het herstel daarvan, wat niet kan worden toegelaten.

Het oordeel van de eerste rechter betreffende de niet-ontvankelijkheid van de door NV D.C. gestelde vordering moet in die zin worden bevestigd.

...

zie ook in zelfde zin: Antwerpen 24 december 2003, NJW 2004, 527, noot S. Lust).

 

Noot: 

F. Haentjens, (Geen) vergoeding voor de aannemer voor werken uitgevoerd zonder of in strijd met een stedenbouwkundige vergunning? noot gepubliceerd onder voormeld arrest in RW 2011-2012, 743.

De auteur bespreekt afwijkende rechtspraak, alternatieve oplossingen zoals denietigheden en de bevoegdheid van de strfrechter tot verbeurdverklaring

Wettelijke bepalingen: 

Vlaamse Codex Ruimtelijke Ordening (art. 6.1.1, eerste lid, 1°, 2°, 5°-7°)

Gerelateerd
Aangemaakt op: zo, 11/12/2011 - 11:23
Laatst aangepast op: zo, 11/12/2011 - 11:37

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.