-A +A

Aandeelhouderschap vergt niet de voorlegging van gedrukt aandeel maar kan ook blijken uit oprichtingsakte behoudens tegenbewijs

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Instantie: Hof van beroep
Plaats van uitspraak: Dendermonde
Datum van de uitspraak: 
don, 24/04/2014

Wie geen aandeelhouder is, heeft geen inzagerecht in de boekhouding van de NV.

Wanneer sinds de oprichting van een vennootschap nog geen overdracht van de aandelen gebeurde, oordeelt de rechtbank te dezen dat de oprichtingsakte het meest sluitende bewijs is van het aandeelhouderschap. Op basis van de oprichtingsakte verleent de rechtbank een vermoeden iuris tantum ten aanzien van de in de oprichtingsakte vermelde aandeelhouder.

De vennootschap kan dit vermoeden weerleggen mits zij een bewijs van wijziging aandeelhouderschap aantonen conform 1341 BW.

Maar het vermoeden gesteund op de oprichtingsakte wordt niet ontkracht door het feit dat de eisers geen aandelen kunnen voorleggen, zij geen originele certificaten in hun bezit heb ben en zij de afgelopen 24 jaar geen enkele beslissing van de algemene vergadering hadden aangevochten, doet geen afbreuk aan dit aandeelhouderschap. Ter zake hebben de eisers dus het recht om de boekhouding in te zien.
 

Publicatie
tijdschrift: 
NJW
Uitgever: 
Kluwer
Jaargang: 
2016
Pagina: 
400
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve

 Kh. Gent (afd. Dendermonde) 24 april 2014, NjW 2016, 400.

1. D.B.W., [ ]

2. V.L.L., [ ]

eisende partijen, [ ... ]

tegen:

NV Bedrijvencentrum Dullaert, afgekort "B.C.D.",

[ ... ]

3. Samenvatting van de standpunten van partijen

[ ... ]

3.3. De aan de grondslag van onderhavige betwisting liggende feiten zijn éénvoudig samen te vatten.

Eisers stellen dat zij elk van beide gerechtigd zijn op 700 aandelen, zij het dat zij deze aandelen niet fysiek ontvangen hebben bij de ondertekening van de notariële akte d.d. 23.05.1990.

Eisers vorderen thans, op grond van het certificaat dat hen destijds afgeleverd werd door notaris Johan Verstraete, dat zou worden gezegd voor recht dat zij elk eigenaar zijn van 700 aandelen in verweerster, hetzij samen 1.400 aandelen. Daarnaast vragen eisers ook nog:

te zeggen voor recht dat zij dienden te worden uitgenodigd voor de algemene vergadering van 07.06.2013 van N.V. BEDRIJVENCENTRUM DULLAERT te zeggen voor recht dat alle genomen beslissingen op de Algemene Vergadering van 07.06.2013 nietig zijn

dat sowieso de beslissing tot kwijting van de bestuurders en goedkeuring van de jaarrekening nietig zijn te zeggen voor recht dat zij inzage krijgen in de integrale boekhouding, zo-

dat controle mogelijk wordt op de financiële toestand, op de jaarrekening en op de regelmatigheid, ten aanzien van het wetboek van vennootschappen en de statuten en van de in de jaarrekening weergegeven verrichtingen en dat N.V. BEDRIJVENCENTRUM DULLAERT op eerste verzoek toegang tot de boekhouding moet verlenen binnen de 24 u na betekening, dit op straffe van een dwangsom van € 500 per dag vertraging.

Verweerster, die de vordering van eisers betwist en conclusie neemt tot ongegrondverklaring van de vordering van eisers, stelt o.a. dat:

eisers geen aandelen kunnen voorleggen

eisers geen originele certificaten in hun bezit hebben

eisers de afgelopen 24 jaar geen enkele beslissing van de algemene vergadering hebben aangevochten

de houding van eisers uit het verleden niet correspondeert met hun huidige stellingname

de vordering van eisers in een eerdere procedure als onontvankelijk werd afgewezen.

4. Beoordeling

4.1. Het is duidelijk dat preliminair de vraag naar het voorgehouden aandeelhouderschap van eisers dient beantwoord te worden.

De overige vorderingen van eisers hangen immers samen met het bewijs van hun beweerde aandeelhoudersrechten.

[ ... ]

4.3. Bij de oprichting van verweerster waren de statutair voorziene toonderaandelen (nog) niet gedrukt.

De alsdan door toedoen van de notaris verstrekte certificaten zijn geen titels in de eigenlijke zin van het woord en hebben in wezen geen andere functie dan aan de oprichters-aandeelhouders een tastbaar bewijs te verschaffen van hun aandeelhoudersstatuut.

Het eigene aan dergelijke stukken is dat diegene die het stuk uitgeeft, in casu de emitterende vennootschap/huidige ver-

4.4. Blijkbaar zijn eisers niet in staat om originele certificaten voor te leggen. Waar een loutere copie of een afschrift van een stuk in de regel, bij gebreke aan origineel, geen bewijswaarde heeft, gaat dit principe niet onverkort op in onderhavige zaak.

Feit is immers dat eisers zich ook kunnen beroepen op de notariële akte van oprichting, waaruit hun aandeelhoudersrechten blijken.

Indien sinds de oprichting nog geen overdracht gebeurde blijft de oprichtingsakte immers het meest sluitend bewijs van liet aandeelhouderschap (C. Resteau, Traité des Sociétés Anonyrnes, I, Brussel, Ed. Swinnen, 1981, nr. 626; E. Pirrnez., "Un écrit posthume de M. Eudore Pirmez - Des actions dans les Sociétés anonymes (suite)", Rev.Prat.Soc. 1891, nr. 169, 46; J.-P. Blumberg en J. Van Lancker, "De overdracht van aandelen op naam en het nieuwe artikel 1690 B", TRV 1995, 358; L. Frédericq, Handboek van het Belgisch handelsrecht, Brussel, Bruylant, 1962, nr. 760).

Naar het oordeel van de Rechtbank geldt dan ook een vermoeden ten voordele van een aandeelhouder (van nog niet gedrukte toonderaandelen), op grond van de authentieke oprichtingsakte.

Dit houdt in dat de vennootschap moet kunnen aantonen dat het aandeelhouderschap inmiddels gewijzigd werd en de initiële (nog niet gedrukte) aandelen werden overgedragen.

Overigens kan verweerster bezwaarlijk argumenten in haar voordeel putten uit het feit dat de aandelen aan toonder niet werden gedrukt: het verzuim van verweerster om aandelen te drukken en hiermee uitvoering te geven aan de statutaire bepalingen kan de bewijspositie van eisers niet verzwaren of benadelen. Een eenzijdige inschrijving in haar aandelenregister kan verweerster alleszins niet tegen de aandeelhouder inroepen: het zou immers ontoelaatbaar zijn de vennootschap toe te staan zichzelf een titel te creëren.

Minstens en alleszins dient de vennootschap te bewijzen op basis van de stukken die onderliggend zijn aan de inschrijving (C. Resteau, Traité des Sociétés Anonymes, I, Brussel, Ed. Swinnen, 1981, nr. 627).

Ten aanzien van eisers kan verweerster overigens het bewijs van een overdracht slechts leveren bij toepassing van artikel 1341 B.W. In dat verband zij opgemerkt dat, ingevolge de zgn. beschermende werking van het bewijsrecht, de bewijsvoorschriften gevolgd overeenkomstig het (rechts)statuut van degene tegen wie een (rechts)feit wordt ingeroepen (Cass. 18 januari 1990, Pas. 1990, I, 592; Cass. 31 januari 1992, Larcier Cass. 1992, 43, nr. 161; Luik 5 oktober 2001, JT 2002, 92; H. De Page, Traité élémentaire de droit civil beige, III, Brussel, Bruylant, 1967, nr. 887; R. Mougenot, "La preuve", in Rép. Not., p. 125, nr. 59; H. Cousy, "Afwijkend en bijzonder handelsrecht", in Handels- en economisch recht, Beginselen van Belgisch Privaarrecht, XIII, Brussel, 1989, p. 172, nr. 137; X. Dieux, "La preuve commerciale en droit commercial beige", TBH 1986, 87 e.v.; L. Fredericq, Handboek van Belgisch Handelsrecht, I, Brussel, Bruylant, 1976, nr. 219; J. Van Ryn en J. Heenen, Principes de droit commercial, III, Brussel, Bruylant, 1981, p. 49, nr. 41; K. Troch, "Overzicht van rechtspraak betreffende het bewijs in handelszaken", DAOR 2001, 102). Tegen een niet-handelaar gelden de bewijsvoorschriften van het Burgerlijk Wetboek (o.a. artikel 1341 B.W.), terwijl tegen een handelaar of handelsvennootschap de (soepele) bewijsregels van het handelsrecht in acht genomen mogen worden, hetgeen inhoudt dat alle middelen van recht (getuigen, vermoedens, ... ) toegelaten zijn als bewijsmiddel, ongeacht waarde van de te bewijzen rechtshandeling (A. De Boeck en H. Geens, "De bewijsmiddelen en hun hiërarchie, de bewijslastverdeling en de inpassing van e-commerce anno 2008: geruisloze overgang van oud naar nieuw?" in Het vermogensrechtelijk bewijsrecht vandaag en morgen, Brugge, die Keure, 2009, p. 44; R. Vandenbergh, E. Dirix, H. Vanhees en Y. Montangie, Handels- en economisch recht in hoofdlijnen, Antwerpen, Intersentia, 2002,12).

In voormeld bewijs faalt verweerster evenwel: zo laat velweerster bijv. na om de originele certificaten voor te leggen, die zij bij veronderstelling toch in haar bezit zou moeten hebben indien de aandelen van eisers na de oprichting zouden overgedragen zijn.

[ ... ]

4.6 Het aandeelhouderschap van eisers staat ten genoege van rechte vast.

Dat eisers zich in het verleden gedurende jaren nooit zouden gemanifesteerd hebben en geen enkele beslissing van de algemene vergadering zouden hebben aangevochten doet aan het voorgaande geen afbreuk.

Aandeelhouders hebben in beginsel geen plicht om aanwezig te zijn op algemene vergaderingen.

De litigieuze aandelen (d.w.z. het geheel van lidmaatschaps- en vermogensrechten) zijn eigendom van eisers sedert de oprichting van de vennootschap. Wanneer een eigenaar zijn bevoegdheden als eigenaar niet uitoefent gedurende een periode van 30 jaar kan hij in de regel zijn recht niet verloren zien gaan (M. Thewis, "Het eeuwigdurend karakter van liet eigendomsrecht getoetst: acta est fabula, Jur. Fale. 2012-13, (581), 600).

Het eigendomsrecht wordt beschouwd als een eeuwigdurend of voortdurend recht, dat uit de aard blijvend is (zie o.a.:

M. Muylle, "Het eeuwigdurend karakter van het eigendomsrecht. Oude materie, nieuwe perspectieven", RW 2013-14, 4 e.v.; H. De Page en R. Dekkers, Traité élémentaire de droit civil beige, V, Brussel, Bruylant, 1975, p. 796, nr. van Burgerlijke Recht, V, Antwerpen, Standaard boekhandel, 1940, p. 100, nr. 88; F. Laurent, Principes de droit eivil, VI, Brussel, Bruylant, 1871, p. 139, nr. 104).

Luidens artikel 544 BW is eigendom het recht om op de meest volstrekte wijze van een zaak het genot te hebben en daarover te beschikken, mits men er geen gebruik van maakt dat strijdig is met de wetten of met de verordeningen. Noch dat recht noch de rechtsvordering tot terugvordering die dat recht beschermt, gaan teloor wanneer van de zaak geen gebruik wordt gemaakt (Cass. 4 oktober 2012, RW 2013-14, 25).

[ ... ]

5. De uitspraak

[ ... ]

Verklaart de vordering ontvankelijk en gegrond in de hiernavolgende mate. Zegt voor recht dat de heer W.D.B. en mevrouw L.V.L., elk eigenaar zijn van 700 aandelen in N.V. BEDRIJVENCENTRUM DULLAERT, samen 1.400 aandelen.

Zegt voor recht dat eisers dienden te worden uitgenodigd voor de algemene vergadering van 07.06.2013 van N.V. BEDRIJVENCENTRUM DULLAERT. Zegt voor recht dat alle genomen beslissingen op de Algemene Vergadering van verweerster, gehouden op datum van 07.06.2013, nietig zijn.

Zegt voor recht dat eisers inzage krijgen in de integrale boekhouding van verweerster.

[ ... ] 

Noot: 

Willem VAN GAVER, "Individuele controle- en onderzoeksbevoegdheid van vennoten. Vertrouwen is goed, controle is beter, of omgekeerd?", NjW 2016, 362-368.

Gerelateerd
Aangemaakt op: zo, 13/03/2016 - 18:21
Laatst aangepast op: ma, 30/05/2016 - 14:36

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.