-A +A

Rechtsplegingsvergoeding voor alle rechtbanken en hoven arbeidsgerechten uitgezonderd

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend

Bepaling van de rechtsplegingsvegoeding. 
DE RPV in cijfers

De wetgever heeft inmiddels de problematiek aangepakt middels de techniek van de toekenning van de rechtsplegingsvergoeding op verhoogde en meer veralgemeende wijze: zie rechtsplegingsvergoeding.

De wetgever heeft inmiddels de problematiek aangepakt middels de techniek van de toekenning van de rechtsplegingsvergoeding op verhoogde en meer veralgemeende wijze: zie rechtsplegingsvergoeding.

De rechter moet in beginsel het basisbedrag van de rechtsplegings-vergoeding toekennen aan de in het gelijk gestelde partij. Dit bedrag werd bij koninklijk besluit van 26 oktober 2007 vastgesteld.

Hierna volgen de cijfers zoals inmiddels aangepast bij Koninklijk Besluit van 26 oktober 2007 (BS 09.11.2007) en geldend vanaf 01.06.2016

 

  Basis
bedrag
Minimum
bedrag
Maximum
Bedrag
tot 250 euro 180 € 90,00 € 360 €
van 250,01 tot 750 € 240 € 150 € 600 €
van 750,01 tot 2.500 € 480 € 240 € 1.200 €
van 2.500,01 tot 5.000 € 780 € 450 € 1.800 €
van 5000,01 tot 10.000 € 1080 € 600 € 2.400 €
van 10.000,01 tot 20.000 € 1.320 € 750 €

3.000 €

van 20.000,01 tot 40.000 € 2.400 € 1.200 € 4.800 €
van 40.000,01 tot 60.000 € 3.000 € 1.200 € 6.000 €
van 60.000,01 tot 100.000 € 3.600 € 1.200 € 7.200 €
van 100.000,01 tot 250.000 € 6.000 € 1.200 € 12.000 €
van 250.000,01  tot 500.000 € 8.400 € 1.200 € 16.800 €
van 500.000,01 tot 1.000.000 € 12.000 € 1.200 € 24.000 €
boven 1.000.000,01 € 18.000. € 1.200 € 36.000 €

 

 

Voor de toepassing van dit artikel wordt het bedrag van de vordering vastgesteld overeenkomstig de artikelen 557 tot 562 en 618 van het Gerechtelijk Wetboek in verband met de bepaling van de bevoegdheid en de aanleg. Wanneer het geschil betrekking heeft op de titel van een uitkering tot onderhoud, wordt in afwijking van artikel 561 van hetzelfde Wetboek het bedrag van de vordering berekend, ter bepaling van de rechtsplegingsvergoeding, op basis van het bedrag van de annuïteit of van twaalf maandelijkse termijnen.

Het basisbedrag RPV is het principe. Slechts op basis van de vier criteria opgesomd in art. 1022, derde lid, Ger. W. kan bij strikte uitzondering , op gemotiveerde wijze, een hoger of lager bedrag worden gevorderd.

RPV worden niet meegerekend bij de bepaling van de bevoegdheid van een rechter. Voor het  bepalen van de waarde van de vordering om de bevoegde rechter te kennen dient het bedrag van de vordering in rekening te worden genomen, zonder rekening te houden met de RPV die daaraan, in geval van toewijzing, zou worden toegevoegd.  Indien een zaak door een beslissing van de arrondissementsrechtbank naar een andere rechtbank is verwezen, is geen RPV verschuldigd.


Voor de geschillen die betrekking hebben op niet in geld waardeerbare vorderingen bedraagt het basisbedrag van de rechtsplegingsvergoeding 1.440 € het minimum bedrag 90 €  en het maximum bedrag 12.000 € .


 

Nog dit: 

Overeenkomstig artikel 8 van het KB van 26 oktober 2007 tot vaststelling van het tarief van de rechtsplegingsvergoeding worden de rechtsplegingsvergoedingen geïndexeerd met 10 % telkens het indexcijfer der consumptieprijzen stijgt of daalt met 10 punten t.o.v. het indexcijfer 105,78 (basis 2004). Het indexcijfer van februari 2011 is 116,33, zodat de rechtsplegingsvergoedingen vanaf 1 maart 2011 worden verhoogd worden met 10 %.

 

Gerelateerd
0
Aangemaakt op: di, 07/06/2016 - 18:45
Laatst aangepast op: di, 07/06/2016 - 18:45

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.