-A +A

Zelfdoding en strafrecht: het taboe doorbroken

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Publicatie
Auteur: 
Rozie J
Tijdschrift: 
Rechtskundig Weekblad
Uitgever: 
Intersentia
Jaargang: 
2013-2014
Pagina: 
282
Samenvatting

Deze bijdrage behandelt vooral de positie bij de zelfmoord. zowel vanuit het oogpunt van de suïcidant zelf als van de derde. Ondermeer komt de problematiek aan bod van de derde die manipuleert tot zelfdoding.

• hulp bij zelfmoord
• aanzetten tot zelfmoord
• hulp bij illegale euthanasie
• pesten met zelfmoord tot gevolg
• dubbele zelfmoord
• zelfmoord en schuldig verzuim
• palliatieve zelfmoord

Inhoudstafel tekst: 

I. Inleiding en afbakening

II. Rechtshistorische beschouwingen: van mensonterende bestraffing naar decriminalisering

III. De strafrechtelijke gevolgen voor de (overlevende) suïcidant

A. Zelfdoding is geen misdrijf: algemeen

B. Ook geen strafbare poging

C. Het suïcidepact

IV. De strafrechtelijke gevolgen t.a.v. derden

A. Schuldig verzuim?

B. Strafbare deelneming?

1° Uitgangspunt

2° De ons omringende landen

3° Parlementaire initiatieven in België

C. Moord?

D. Onopzettelijke doding?

E. Belaging?

V. Besluit

Bronnen en verwijzingen

http://www.who.int/mental_health/prevention/suicide/suicideprevent/en/in...

• Voorstel van resolutie over zelfdoding, Parl.St. Kamer 2008-09, nr. 1868/001, p. 3.

• B. Demyttenaere, De last van het leven. Zelfmoord in België en Nederland, Kessel-Lo, Van Halewyck, 2012, 30.

• B. Schols, Zelfmoord in Vlaanderen. Feiten en getuigenissen over verdriet, schuld en schaamte, Gent, Borgerhoff & Lamberigts, 2011, 232 p.

• Zie: http://www.who.int/mental_health/prevention/suicide_rates /en/index.html

• P. Arnou, «Voorbedachten rade» in Comm.Straf., Antwerpen, Kluwer, 1990, 2 en 6.

• E. Delbeke, Juridische aspecten van zorgverlening aan het levenseinde, Antwerpen, Intersentia, 2012, 1249 p.

• A.J.L. Van Hooff, Zelfdoding in de antieke wereld. Van autothanasia tot suïcide», Nijmegen, SUN, 1990, 350 p.

• De civitate dei, Liber I, XX: «Non occides, nec alterum ergo nec te. Neque enim qui se occidit aluid quam hominem occidit».

• J. Monballyu, «De decriminalisering van de zelfdoding in de Oostenrijkse Nederlanden», Revue de philologie et d’histoire 2000, 447.

• J. Monballyu, Zes eeuwen strafrecht. De geschiedenis van het Belgische strafrecht (1400-2000), Leuven, Acco, 2006, 233.

• L. Vandekerckhove, Van straffen gesproken. De bestraffing van zelfmoord in het oude Europa, Tielt, Lannoo, 1985, 176 p.;

• R. Van Der Made, «Une page de l’histoire du droit criminel – la répression du suicide», Rev.dr.pén. 1948, 22-51.

•  C. Beccaria, vertaald door J.M. Michiels, Over misdaden & straffen, Antwerpen, Kluwer, 1982, 178-183.

• «Du suicide» in de Commentaire sur le livre des Délits et des Peines par un avocat de Province.

• J. Monballyu, o.c., Revue de philologie et d’histoire 2000 , 448

• L. Vandekerckhove, «The Decriminalization of Suicide in 18th Century Europe», European Journal of Crime, Criminal Law and Criminal Justice 1998, 252-266.

• J.S.G. Nypels, Législ. crim. de la Belgique, III, p. 210, nr. 27.

• Pand.b., vo Suicide, p. 638, nr. 5.

• J.S.G. Nypels, Le code pénal belge interprété, II, Brussel, Bruylant, 1878, 262;

• A. Delannay, «Les homicides et lésions corporelles volontaires» in Les infractions, 2, Les infractions contre les personnes, Brussel, Larcier, 2010, 161.

• A. Chauveau en F. Hélie, Théorie du code pénal, Brussel, Bruylant, 1858, 736.

• Besluitwet van 13 november 1915 m.b.t. de vrijwillige verminkingen in oorlogstijd, BS 18 november 1915.

• A. Fahmy Abdou, Le consentement de la victime, Parijs, Pichon en Durand-Auzias, 1971, 292.

• EHRM 20 januari 2011, Haas, § 51.

• J. Legemaate, noot onder EHRM 20 januari 2011, NJ 2012/647, 7261-7263.

• EHRM 29 april 2002, Pretty, § 67

• E. Dumont, «La répression du suicide», Rev.dr.pén. 1960, 569; X. Dijon, Le sujet de droit en son corps. Une mise à l’épreuve du droit subjectif, Brussel, Larcier, 1982, 583.

• A. Chauveau en F. Hélie, Théorie du code pénal, Brussel, Bruylant, 1858, 736;

• R. Garraud, Traité théorique et pratique du droit pénal français, Paris, Librairie Recueil Sirey, 1924, 279.

• H. Bekaert en J. Segers, «De aanslagen op het leven van personen», Rechtsk.T. 1936, 424.

• Cass. 8 juni 2004, Pas. 2004, 980, T.Strafr. 2004, 369

• Mil.Ger. 13 mei 1955, Rev.dr.pén. 1955-56, 129).

• Cass. 17 november 1954, Arr.Cass. 1955, 175.

• A. De Nauw, Inleiding tot het bijzonder strafrecht, Antwerpen, Kluwer, 2010, 230,

• Luik 23 november 1882, Pas. 1883, II, 168.

• Cass. 21 juni 2005, Arr.Cass. 2005, 1390;

• Gent 10 juni 1999, TAVW 2001, 42;

• Corr. Gent 25 juni 1997, TGR 1997, 243;

• Corr. Antwerpen 20 november 2007, T.Strafr. 2008, 146.

• J. Du Jardin, «Schuldig verzuim» in Comm.Straf., 7;

• I. De La Serna, «Les abstentions coupables» in Les infractions, 2, Les infractions contre les personnes, Brussel, Larcier, 2010, 550.

• Corr. Brussel 11 april 2003, JT 2003, 585.

• J. Constant, «La répression des abstentions coupables, commentaires de la loi du 6 janvier 1961, Rev.dr.pén. 1961-62, 218; 

• J. Du Jardin, «Schuldig verzuim» in Comm.Straf., 7; Brussel 20 april 1966, JT 1966, 406;

• Corr. Brussel 27 december 1967, Rev.dr.pén. 1967-68, 748.

• A. Dierickx, Toestemming en strafrecht. Een strafrechtsdogmatische analyse van de toestemming en de strafrechtelijke bescherming van lijf en leven, Antwerpen, Intersentia, 2006, 125-126.

• Rk. Brussel 4 juni 1932, Rev.dr.pén. 1932, 774.

• Rb. Utrecht 22 november 2006, NJFS 2007, 30.

• R. Doublier, «Le consentement de la victime» in G. Stefani (ed.), Quelques aspects de l’autonomie du droit pénal, Parijs, Librairie Dalloz, 1956, 215.

• KI Antwerpen 2 februari 2012, NC 2012, 227.

• L. Verhaert, «Be careful what you wish for: zelfmoordverzoek gekwalificeerd als uitlokking», NC 2012, 230-237.

• Cass. 22 juni 2011, T.Strafr. 2012, 320, noot D. De Wolf, «Van een subjectieve controle op de verschoning wegens uitlokking door zware gewelddaden naar een gemengd objectief-subjectieve controle».

• A. Dierickx, «Over de (on)beschikbaarheid van het leven», NC 2006, 281.

• Cass. 5 maart 2013, AR P.12.0751.N.

• C. Van Den Wyngaert m.m.v. B. De Smet en S. Vandromme, Strafrecht en strafprocesrecht in hoofdlijnen, Antwerpen, Maklu, 2011, 287.

• A. De Nauw, Inleiding tot het algemeen strafrecht, Brugge, die Keure, 2008, 38-39.

• A. De Nauw, Inleiding tot het bijzonder strafrecht, 235,

• Cass. 7 oktober 1981, Arr.Cass. 1981-82, 200

• Bergen 8 februari 1985, JT 1985, 593.

• Gent 1 juni 1973, RW 1974-75, 1190;

• Corr. Brussel 27 februari 2007, NC 2008, 73, noot L. Huybrechts, «Schuldig verzuim bij zelfmoord».

• J. Du Jardin, «Schuldig verzuim» in Comm.Straf., 8,

• Gent 1 juni 1973, RW 1974-75, 1190;

• I. De La Serna, in Les infractions, 2, Les infractions contre les personnes, 556.

• Rb. Antwerpen 5 december 1991, T.Gez. 1995-96, 313.

• Corr. Brussel 11 april 2003, JT 2003, 585.

• J. Du Jardin, «Schuldig verzuim» in Comm.Straf., 7; Brussel 20 april 1966, JT 1966, 406;

• Corr.Brussel 27 december 1967, Rev.dr.pén. 1967-68, 748.

• Corr. Brussel 27 februari 2007, NC 2008, 73.

• Cass. 9 november 1964, Pas. 1965, I, 242.

• Cass. 7 oktober 1981, Arr.Cass. 1981-82, 200.

• Cass. 7 november 2012, AR P.12.0905.F. 

•  L. Huybrechts, «Schuldig verzuim bij zelfmoord», NC 2008, 75.

• Gent 10 juni 1999, TAVW 2001, 42;

• Corr. Brussel 27 februari 2007, NC 2008, 74; A.

• De Nauw, Inleiding tot het bijzonder strafrecht, Mechelen, Kluwer, 2010, 231.

• J. Du Jardin, «Schuldig verzuim» in Comm.Straf., 13.

• Cass. 7 november 2012, AR P.12.0905.F.

• Cass. 9 november 1964 (Pas. 1965, I, 242) 

• F. Blockx, Medisch beroepsgeheim, p. 441, nr. 475

• Corr. Brussel 27 februari 2007, NC 2008, 73.

• J. Velaers, «Het leven, de dood en de grondrechten. Juridische beschouwingen over zelfdoding en euthanasie» in J. Velaers (ed.), Over zichzelf beschikken? Juridische en ethische bijdragen over het leven, het lichaam en de dood, Antwerpen, Maklu, 1996, 482-483;

• C. Goffin en L. Lambrecht, «Euthanasie in het Belgisch strafrecht: situering, rechtszekerheid en problematiek», Vl.T.Gez. 1986-87, 6;

• H. Nys, Geneeskunde, recht en medisch handelen in APR, Mechelen, Kluwer, 2005, 410-411.

• E. Delbeke, «Hulp bij zelfdoding: nood aan een afzonderlijke strafbaarstelling met een voorwaardelijke rechtvaardigingsgrond», T.Gez. 2010-11, 263-275.

• Pand.b., vo Suicide, p. 638-639, nrs. 8-11;

• HR 5 december 1995, NJ 1996, 322.

• J.S.G. Nypels, o.c., 262-263; Pand.b., vo Suicide, p. 639, nrs. 9-10.

• H. Angevin, «Provocation au suicide», JCP 2006, 20, p. 2, nr. 4.

• C. Guillon en Y. Le Bonniec, Suicide mode d’emploi: histoire, technique, actualité, Parijs, Moreau, 1982, 276 p.

• C. Jacquinot, «La littérature vénéneuse en accusation» Gaz.Palais 1987.I, Doct., 319.

• C. Jacquinot, «Application de la loi sur l’incitation au suicide», Gaz.Palais 1995.II, Doct. 954). online versie beschikbaar: http://www.fichier-pdf.fr/2012/04/12/guillon-lebonniec-suicide-mode-d-em...

• Loi du 31 décembre 1987 tendant à réprimer l’incitation et l’aide au suicide, JO 1 janvier 1988.

• V. Malabat, Droit pénal spécial, Parijs, Dalloz, 2007, 143;

• J. Pradel en M. Danti-Juan, Manuel de droit pénal spécial, Parijs, Editions Cujas, 2007, 136-137.

• J. Pradel en M. Danti-Juan, Manuel de droit pénal spécial, Parijs, Editions Cujas, 2007, 137; 

• Corr. Rijsel 5 april 1990, Receuil Dalloz 1993, 14.

• Nïmes 2 oktober 2008, JCP G, IV, 1757.

• 93 Crim. 5 maart 1992, Gaz. Palais 1993, II, 486, noot J.P. Doucet, Rev.sc.crim. 1993, 325, noot G. Levasseur; H. Angevin,  JCP 2006, 20, p. 4, nr. 16.

• C.P.M. Cleiren en J.F. Nijboer, Strafrecht. Tekst & commentaar, Deventer, Kluwer, 2006, 1162.

• P.A.M. Mevis, Strafrecht. Een thematische inleiding, Nijmegen, Ars Aequi Libri, 2009, 67; C.P.M. Cleiren en J.F. Nijboer, ibid.

http://www.digibron.nl/search/detail/012df8173b8caf0 cd7788879/man-vrijgesproken-van-aanzetten-tot-zelfmoord 

• Groningen 10 april 2003, www.rechtspraak.nl.

• HR 18 maart 2008, www.rechtspraak.nl.

• Wetsvoorstel ingediend tot invoeging in het Strafwetboek van een artikel 417bis teneinde aanzetting tot zelfmoord te bestraffen, Parl.St. Kamer 1996-97, nr. 1197/1.

• Toelichting bij het wetsvoorstel tot invoeging in het Strafwetboek van een artikel 417bis teneinde aanzetting tot zelfmoord te bestraffen, Parl.St. Kamer 1996-97, nr. 1197/1, p. 1-5.

• Vraag nr. 1803 van mevrouw Hilde Vautmans over «websites die aanzetten tot zelfmoord», Parl.St. Kamer 2007-08, CRIV 52 COM 110, p. 9.

• Wetsvoorstel inzake de uitbreiding van de wet van 28 mei 2002 betreffende de euthanasie tot minderjarigen, de medische hulp aan de patiënt die zelf de levensbeëindigde handeling stelt en de strafbaarstelling van de misdrijven die aanzetten tot en hulp bij zelfdoding, Parl.St. Senaat 2012-13, nr. 5-1947/1.

• Wetsvoorstel inzake de uitbreiding van de wet van 28 mei 2002 betreffende de euthanasie tot minderjarigen, de medische hulp aan de patiënt die zelf de levensbeëindigde handeling stelt en de strafbaarstelling van de misdrijven die aanzetten tot en hulp bij zelfdoding, Parl.St. Senaat 2012-13, nr. 5-1947/1.

• A. De Nauw, Inleiding tot het bijzonder strafrecht, 195.

• J. Vanheule, Strafbare deelneming, Antwerpen, Intersentia, 2010, 685-705.

• Pand.b., vo Suicide, p. 639, nr. 11;

• D. Dewandeleer, «Art. 393 tot 397 Sw. Doodslag en verschillende soorten van doodslag» in Postal memorialis: lexicon strafrecht, strafvordering en bijzondere strafwetten, Antwerpen, Kluwer, 2009, O 160/20.

• S.A.M. Stolwijk, Een inleiding in het strafrecht in 13 hoofdstukken, Deventer, Kluwer, 2009, 47.

• A. De Nauw, Inleiding tot het bijzonder strafrecht, 216.

• Cass. 27 september 1985, Arr.Cass. 1985-86, 96;

• Cass. 15 december 1992, Arr.Cass. 1991-92, 1437;

• Cass. 12 september 2007, Arr.Cass. 2007, 1603;

• Cass. 14 november 2012, AR P.11.1611.F.

• F. Van Volsem, «Culpa in het Belgisch strafrecht: een poging tot synthese» in Preadviezen 2012 van de Vereniging voor de vergelijkende studie van het recht van België en Nederland, Den Haag, Boom Juridische Uitgevers, 2012, 124-128).

• Corr. Antwerpen 14 december 1993, TMR 1995, 502.

• Cass. 11 april 1979, Arr.Cass. 1978-79, 967; Cass. 7 oktober 1981, Arr.Cass. 1981-82, 189.

• Cass. 20 mei 1957, Arr.Cass. 1957, 795.

• Cass. 4 mei 1982, Arr.Cass. 1981-82, 1076.

• A. De Nauw, Inleiding tot het bijzonder strafrecht, 222,

• Brussel 19 februari 1987, Pas. 1987, II, 104

• Corr. Luik 23 april 2008, De Verz. 2009, 174.

• Cass. 14 november 2012, AR P.11.1611.F.

• Corr. Brussel 20 januari 2004, Soc.Kron. 2005, 455.

• Cass. 16 juni 1969, Arr.Cass. 1969, 1027;

• Cass. 19 april 1978, Arr.Cass. 1978, 949;

• Cass. 13 juni 1978, Arr.Cass. 1978, 1203.

• Cass. 23 september 1974, Arr.Cass. 1975, 97.

• Hoge Raad 19 maart 2013, NJB 2013, 1055. 

• Cass.crim. 14 januari 1971, Receuil Dalloz 1971, 164;

• Cass.crim. 4 november 1971, Rev.sc.crim. 1972, 609;

• Cass.crim. 7 februari 1973, Bull.crim. 1973, nr. 72:

• Cass.crim. 28 maart 1973, Bull.crim. 1973, nr. 157;

• Cass.crim. 27 maart 1974, Bull.crim. 1974, nr. 134;

• Cass.crim. 21 mei 1974, Bull.crim. 1974, nr. 187.

• Cass.crim. 14 januari 1971, Receuil Dalloz 1971, 164.

• C. Jacquinot, «La littérature vénéneuse en accusation», Gaz.Palais 1987.I, Doct., 319.

• Wetsvoorstel tot aanvulling van artikel 442bis van het Strafwetboek, Parl.St. Senaat 2002-03, nr. 1304/1, p. 2.

• Toelichting bij het wetsvoorstel tot invoeging van een artikel 460ter in het Strafwetboek houdende de strafbaarstelling van stalking», Parl.St. Kamer 1996-97, nr. 1046/1, p. 2.

• Wet van 30 oktober 1998 die een artikel 442bis in het Strafwetboek invoegt met het oog op de strafbaarstelling van belaging, BS 17 december 1998.

• A. Groenen, Stalking: risicofactoren voor fysiek geweld, Antwerpen, Maklu, 2006, 38;

• L. Stevens, «Stalking strafbaar», RW 1998-99, 1378.

• P. De Hert, J. Millen en A. Groenen, «Het delict belaging in wetgeving en rechtspraak. Bijna tot redelijke proporties gebracht», T.Strafr. 2008, 7.

• M. Pathé en P.E. Mullen, «The Impact of Stalkers on their Victims», British Journal of Psychiatry 1997, 12-17.

• Cass. 8 september 2010, RW 2011-12, 390;

• Cass. 20 februari 2013, AR P.12.1629.F.

• 154 Verslag namens de Commissie voor de Justitie bij het wetsvoorstel tot invoeging van een artikel 460ter in het Strafwetboek houdende de strafbaarstelling van stalking, Parl.St. Kamer 1997-98, nr. 1046/8, p. 5;

• Arbitragehof 10 mei 2006, nr. 71/2006, overweging B.6.3;

• GwH 5 mei 2009, nr. 76/2009, overweging B.6.3; A.

• De Nauw, Inleiding tot het bijzonder strafrecht, 266.

• Arbitragehof 10 mei 2006, nr. 71/2006, overweging B.6.4;

• GwH 5 mei 2009, nr. 76/2009, overweging B.6.4;

• Cass. 20 februari 2013, AR P.12.1629.F.

• Arbitragehof 10 mei 2006, nr. 71/2006, overweging B.6.5;

• GwH 5 mei 2009, nr. 76/2009, overweging B.6.5.

• Antwerpen 28 april 2004, RW 2004-05, 1020.

• Cass. 21 februari 2007, Rev.dr.pén. 2007, 529, T.Strafr. 2008, 37;

• Cass. 24 november 2009, Arr.Cass. 2009, 2793;

• Cass. 7 juni 2011, Arr.Cass. 2011, 1498.

• Verslag namens de Commissie voor de Justitie bij het wetsvoorstel tot invoeging van een artikel 460ter in het Strafwetboek houdende de strafbaarstelling van stalking, Parl.St. Kamer 1997-98, nr. 1046/8, p. 6 en 8.

• P. Arnou, «Klachtmisdrijf» in Comm.Straf., Antwerpen, Kluwer, 1994, 6.

• Verslag namens de Commissie voor de Justitie bij het wetsvoorstel tot invoeging van een artikel 460ter in het Strafwetboek houdende de strafbaarstelling van stalking, Parl.St. Kamer 1997-98, nr. 1046/8, p. 9.

• Cass. 9 februari 1875, Pas. 1875, I, 111 

• Wetsvoorstel tot aanvulling van artikel 442bis van het Strafwetboek, Parl.St. Senaat 2002-03, nr. 1304/1, p. 1-2.

• Amendement bij het wetsvoorstel tot invoeging van een artikel 460ter in het Strafwetboek houdende de strafbaarstelling van stalking, Parl.St. Kamer 1997-98, nr. 1046/3, p. 2.

• Cass. 23 juni 1902, Pas. 1902, I, 290;

• Cass. 3 juni 1935, Rev.dr.pén. 1935, 845.

• P. Arnou, «Klachtmisdrijf» in Comm.Straf., 29.

• Cass. 23 augustus 1965, Pas. 1965, I, 1203;

• F. Van Volsem, «Over klachtmisdrijven: een klager moet strafvervolging willen», RABG 2008, 809.

• Gent 27 april 1999, T.Strafr. 2000, 79;

• R. Verstraeten, Handboek strafvordering, Antwerpen, Maklu, 2013, 78;

• F. Dhont, «Belaging» in Comm.Straf., Antwerpen, Kluwer, 2004, 12.

• P. Arnou, «Klachtmisdrijf» in Comm.Straf., 30.

• GwH 22 december 2011, nr. 198/2011

• Cass. 19 april 1921, Pas. 1921, I, 324.

• P. Arnou, «Klachtmisdrijf» in Comm.Straf., 6.

• L. Lembrechts, «Cyberpesten: als de grenzen van de echte en de virtuele wereld vervagen», Panopticon 2011, 22.

•  wetsvoorstel van 25 januari 2011 houdende bestraffing van geweld, pesterijen of ongewenst seksueel gedrag op het werk, Parl.St. Kamer 2010-11, nr. 1115/001.

• F. Dhont, «Belaging» in Comm.Straf., 15.

• 177 Cass. 23 april 1877, Pas. 1877, I, 209;

• Cass. 3 maart 1890, Pas. 1890, I, 103;

• Cass. 19 oktober 1914, Pas. 1915-16, I, 109;

• Cass. 27 maart 2001, Arr.Cass. 2001, 497;

• Cass. 11 maart 2008, NC 2008, 284, RABG 2008, 799, noot F. Van Volsem, «Over klachtmisdrijven: een klager moet strafvervolging willen»;

• Antwerpen 24 mei 2006, RW 2007-08, 192;

• Antwerpen 14 september 2010, Vigiles 2010, 200;

• Corr. Oudenaarde 9 september 2005, RABG 2006, 890.

• Antwerpen 14 september 2010, Vigiles 2010, 200, noot H. Berkmoes, «De ondubbelzinnigheid van de klacht in geval van klachtmisdrijf», NC 2013, 74.

• Antwerpen 24 mei 2006, RW 2007-08, 192.

• M. De Rue, «Le harcèlement» in Les infractions, 2, Les infractions contre les personnes, Brussel, Larcier, 2010, 738;

• A. Vandeplas, «Over het klachtmisdrijf», RW 2007-08, 194-195;

• Cass. 12 juni 1984, RW 1984-85, 1448, noot A. Vandeplas.

• S. Verhelst, De rol van het slachtoffer in het straf(proces)recht: op zoek naar een optimaal evenwicht tussen publieke interventie en private betrokkenheid, 2013, nrs. 202-203 Intersentia.

• P. Arnou, «Klachtmisdrijf» in Comm.Straf., 3.

• Verslag namens de Commissie voor de Justitie bij het wetsvoorstel tot invoeging van een artikel 460ter in het Strafwetboek houdende de strafbaarstelling van stalking, Parl.St. Kamer 1997-98, nr. 1046/8, p. 3.

• M. Pathé en P.E. Mullen, «The Impact of Stalkers on Their Victims», British Journal of Psychiatry 1997, 12-17.

• Verslag namens de Commissie voor de Justitie bij het wetsvoorstel tot invoeging van een artikel 460ter in het Strafwetboek houdende de strafbaarstelling van stalking, Parl.St. Kamer 1997-98, nr. 1046/8, p. 4.

• Cass. 20 februari 2013, AR P.12.1629.F.

• P. Arnou, «Klachtmisdrijf» in Comm.Straf., 3.

• Wetsvoorstel tot aanvulling van artikel 442bis van het Strafwetboek, Parl.St. Senaat 2002-03, nr. 1304/1, p. 2.

• Wetsvoorstel tot wijziging van het Strafwetboek wat betreft de strafbaarstelling van pesterijen, Parl.St. Kamer 2012-13, nr. 2622/001; Wetsvoorstel tot wijziging van het Strafwetboek teneinde pesten strafbaar te stellen, Parl.St. Kamer 2012-13, nr. 2646/001.

• Wetsvoorstel tot wijziging van het Strafwetboek wat betreft de strafbaarstelling van pesterijen, Parl.St. Kamer 2012-13, nr. 2622/001, p. 3.

• Wetsvoorstel tot aanvulling van artikel 442bis van het Strafwetboek, Parl.St. Senaat 2002-03, nr. 1304/1, p. 1.

• Corr. Brussel 20 januari 2004, Soc.Kron. 2005, 458.

• Wetsvoorstel tot wijziging van het Strafwetboek wat betreft de strafbaarstelling van pesterijen, Parl.St. Kamer 2012-13, nr. 2622/001, p. 1.

• Corr. Antwerpen 2 juni 2009, AM 2009, 573.

• GwH 5 mei 2009, nr. 76/2009.

• Cass. 7 juni 2006, Arr.Cass. 2006, 1320.

• Wetsvoorstel tot wijziging van het Strafwetboek wat betreft de strafbaarstelling van pesterijen, Parl.St. Kamer 2012-13, nr. 2622/001, p. 5-6.

•  Arbitragehof 10 mei 2006, nr. 71/2006.204 BS 20 juni 2005.

• Arbitragehof 14 juni 2006, nr. 98/2006; Arbitragehof 28 maart 2007, nr. 55/2007;

• Arbitragehof 18 april 2007, nr. 64/2007.

• Wet van 30 oktober 1998 die een artikel 442bis in het Strafwetboek invoegt met het oog op de strafbaarstelling van belaging, BS 17 december 1998.

• Toelichting bij het wetsvoorstel tot invoeging van een artikel 460ter in het Strafwetboek houdende de strafbaarstelling van stalking, Parl.St. Kamer 1996-97, nr. 1046/1, p. 3.

• Amendement nr. 4 bij het wetsvoorstel tot invoeging van een artikel 460ter in het Strafwetboek houdende de strafbaarstelling van stalking, Parl.St. Kamer 1996-97, nr. 1046/5, p. 1.

• Amendement nr. 2 bij het wetsvoorstel tot invoeging van een artikel 460ter in het Strafwetboek houdende de strafbaarstelling van stalking, Parl.St. Kamer 1996-97, nr. 1046/3, p. 2.

• Verslag bij het wetsvoorstel tot invoeging van een artikel 460ter in het Strafwetboek houdende de strafbaarstelling van stalking, Parl.St. Kamer 1996-97, nr. 1046/8, p. 9.

214 Hoge Raad 19 maart 2013, NJB 2013, 1055.
 

Gerelateerd
Bibliotheek
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve
Nog dit: 

Zelfmoord, zelfdoding of suïcide (Latijn: suicidium, van sui = zelf/zichzelf en cidere = doden) is de benaming voor het opzettelijk beëindigen van het eigen leven. Als een poging is mislukt spreekt men van zelfmoordpoging. Zelfmoord verschilt van euthanasie, waarbij het leven op eigen verzoek door een ander wordt beëindigd. Hulp bij zelfdoding kan gezien worden als een vorm van euthanasie.

In sommige culturen was gedwongen zelfmoord een methode van executie, meestal voorbehouden aan aanzienlijke personen. In andere culturen wordt zelfmoord gezien als een manier om schande uit te wissen. In beide gevallen gold het dus als een vrij eervolle dood.

In het oude Griekenland werd dit vonnis voltrokken door het drinken van een beker met gif (welk gif is niet precies bekend; mogelijk was het gevlekte scheerling). De bekendste persoon die dit lot onderging was de filosoof Socrates.

In de samoeraiperiode in Japan waren seppuku, harakiri en Jigai geritualiseerde vormen van zelfmoord om bijvoorbeeld schande en gezichtsverlies te ontgaan middels een "eervolle dood".

In sommige streken in India was het gebruikelijk voor weduwen om zichzelf te doden door op de brandstapel van hun overleden man te springen. Weduweverbranding, die vaak onder grote sociale druk en dus niet vrijwillig plaatsvond, is sinds 1829 verboden.

De hindoeïstische vorsten van Bali en Lombok pleegden liever zelfmoord dan dat zij zich door de Nederlanders lieten overwinnen (zie de pacificatie van Lombok). De rituele zelfdoding van vorst en hofstaat, soms ging het om 3500 gedode mannen, vrouwen en kinderen, wordt Perang Poepoetan genoemd.

In moderne samenlevingen is gedwongen zelfmoord ook een methode om een moord te camoufleren. Vaak is de reden dat men bang is voor tegenmaatregelen van de aanhangers van de persoon die men uit de weg wil ruimen. Nazileider Ernst Röhm kreeg de opdracht zichzelf dood te schieten, maar deed dit niet, waarna hij door iemand anders werd doodgeschoten. Het nog maar pas aan de macht zijnde nazi-regime was namelijk bang voor een opstand van zijn SA-mannen.

Een ander voorbeeld is de Duitse generaal Rommel, die deel zou hebben genomen aan de samenzwering tegen Hitler in 1944. Een openlijk proces met executie achtte Hitler te schadelijk wegens Rommels populariteit. Daarom werd Rommel overgehaald een gifpil te slikken met het dreigement dat anders zijn gezin naar een concentratiekamp gestuurd zou worden. Het Duitse volk werd wijsgemaakt dat Rommel was overleden aan verwondingen die hij bij een bombardement had opgelopen.

In België is zelfmoord op een na de meest voorkomende doodsoorzaak bij jonge mannen van 20 tot 24 jaar en de derde doodsoorzaak bij jonge vrouwen van die leeftijd. In de leeftijdsgroep van 25 tot 34 jaar is zelfmoord zelfs de eerste doodsoorzaak. Elke dag ontnemen gemiddeld zeven Belgen zich het leven[zie Leven met zelfdoding] wat neerkomt op 248 zelfmoorden per miljoen inwoners. In de jaren 1890 bedroeg dit 124 per miljoen inwoners.[Beknopt Kerkelijk Handwoordenboek, M.C. Nieuwbaarn, 1910]

1891-1900: 799 (124 per miljoen inwoners)
1960: 1335
1970: 1591 (167 per miljoen inwoners) [Winkler Prins, 7e druk, 1975]
2006: 1934[knack.be - Zes op de 100 Belgen sterven geen natuurlijke dood]

Vlaanderen noteerde in 2007 met 161 zelfmoorden per miljoen inwoners het tweede hoogste cijfer binnen de Europese Unie (gemiddeld 2,7 suïcides per week).[Onderzoek naar verklarende factoren voor de verschillen in suïcidecijfers in Vlaanderen in vergelijking met Europese landen, Steunpunt Welzijn, Volksgezondheid en Gezin, September 2009] Ongeveer 2 % van alle overlijdens in België is het gevolg van zelfmoord, bijna 3 % van alle mannelijke overlijdens en iets meer dan 1 % van de vrouwelijke overlijdens.

Mensen met vragen over zelfmoord kunnen in Vlaanderen terecht op twee telefoonnummers: De Zelfmoordlijn (02 / 649 95 55) en tele-onthaal (telefoonnummer 106). Op deze nummers krijgt iedereen (binnen België) gehoor: 24 uur op 24, het hele jaar door. Deskundige vrijwilligers luisteren naar het verhaal van de beller en zoeken mee naar inzichten en uitwegen. Bellen naar deze diensten gebeurt volledig anoniem. Sinds kort kan men ook elektronisch oproepen doen.

Wereldwijd plegen elk jaar minstens een miljoen mensen zelfmoord, dat is 1,5 procent van alle sterfgevallen. Van de mensen die zelfmoord plegen heeft 90 procent psychische problemen. Depressie maakt de kans op zelfdoding 15 tot 20 maal zo groot.[Elke 40 seconden pleegt iemand zelfmoord, Het Laatste Nieuws die The Lancet citeert, 17 april 2009]

Sociologen trachten de verschillen in zelfmoordcijfers tussen landen met een vergelijkbaar sociaaleconomisch profiel te verklaren. Religieuze en socioculturele verschillen en verschillen in de kwaliteit van de geestelijke gezondheidszorg zijn factoren die hierbij van belang zijn.

In België, is zelfmoord en poging tot zelfmoord niet strafbaar.

In de wetgeving van vele landen zijn bepalingen opgenomen tegen levensberoving op verzoek en het aanzetten tot of het helpen bij zelfmoord. Zo geldt in Nederland art. 293 Sr tegen levensberoving op verzoek en art 294 Sr tegen het aanzetten tot of hulpverlening bij zelfmoord. Beide strafrechtartikelen moesten in 2001 worden aangepast naar aanleiding van de legalisering van euthanasie in Nederland.

In België zijn de juristen het oneens over de vraag of hulp bij zelfdoding strafbaar is.[Euthanasie veeleer inperken dan uitbreiden, Fernand Keuleneer, Tertio, april 2009]

Met de uitdrukking 'poging tot zelfmoord' (tentamen suicidii of TS) bedoelt men een aanslag op zichzelf die niet tot de dood heeft geleid, inclusief die handelingen waarvan de persoon in kwestie vooraf vermoedt dat hij er niet aan zal overlijden. Deze beide vormen van poging tot zelfmoord – namelijk onbewust of bewust niet dodelijk – waartussen de grens niet scherp is, komen vele malen vaker voor dan een werkelijke zelfmoord. Mensen met deze neiging noemt men in de psychiatrie ook wel parasuïcidaal. Parasuïcide slaat dus op de niet-dodelijke handeling(en) van een persoon die zich opzettelijk verwondt (automutilatie) of zeer riskant gedrag vertoont. Deze handelwijze komt veel voor bij personen met een borderline-persoonlijkheidsstoornis. Veel mensen die door zelfmoord overlijden, hebben eerder een of meer pogingen tot zelfmoord ondernomen.

Bron: Wikipedia

 

Aangemaakt op: vr, 18/10/2013 - 22:32
Laatst aangepast op: za, 19/10/2013 - 00:09

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.