-A +A

Witwassen

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Publicatie
Auteur: 
Delrue Geert
Uitgever: 
Maklu
Jaargang: 
2010
ISBN nummer: 
9789046603840
Samenvatting
Inhoudstafel tekst: 

Integrale inhoudstafel

Woord vooraf 11
Inleiding 13
deel 1. Juridische omschrijving 17
hoofdstuk 1. preventieve wetgeving 18
1.1. Nationale wetgeving 18
1.1.1. Wettelijke bepalingen 18
1.1.2. Meldingsplichtigen 20
1.1.3. Verplichtingen 33
1.1.4. Beperking van de betalingen in contanten – cash-transacties 68
1.1.5. Gevolgen bij (niet)-naleving van de Witwaswet 72
1.1.6. Indicatoren – witwasknipperlichten 73
1.2. Europese wetgeving – derde witwasrichtlijn 78
1.2.1. Algemeen 78
1.2.2. Europese Richtlijn 2005/60/EG 79
1.2.3. FAG-aanbevelingen 80
hoofdstuk 2. repressieve wetgeving 83
2.1. Artikel 505 Sw. 84
2.1.1. Artikel 505, lid 1, 1° Sw. 85
2.1.2. Artikel 505, lid 1, 2° Sw., eerste witwasmisdrijf 86
2.1.3. Artikel 505, lid 1, 3° Sw., tweede witwasmisdrijf 90
2.1.4. Artikel 505, lid 1, 4° Sw., derde witwasmisdrijf 92
2.1.5. Artikel 505, lid 2 Sw. 93
2.1.6. Artikel 505, lid 3 Sw. 93
2.1.7. Artikel 505, lid 8 Sw., poging 94
2.1.8. Artikel 505, lid 9 Sw. 94
2.2. Artikel 506 Sw. 95
2.3. Fiscale fraude 95
2.4. Inbeslagneming en verbeurdverklaring 98
2.4.1. Verbeurdverklaring 100
2.4.2. Inbeslagneming 114
2.4.3. Bevriezing 131
2.4.4. Neerlegging 134
2.4.5. Centraal Orgaan voor de Inbeslagneming en de Verbeurdverklaring – COIV 135
deeL 2. politionele omschrijving 139
hoofdstuk 1. de structuur van het witwassen 139
1.1. De injectie – placement 139
1.2. De opeenstapeling – layering 139
1.3. De integratie – integration 140
hoofdstuk 2. Indicatoren – witwasknipperlichten 140
2.1. Algemeen 140
2.2. Financiële beroepen 143
2.3. Niet-financiële beroepen 147
hoofdstuk 3. actoren 150
3.1. Nationaal 150
3.1.1. Cel voor Financiële Informatieverwerking – CFI 150
3.1.2. Procureur des Konings 169
3.1.3. Onderzoeksrechter 169
3.1.4. De federale en de lokale politie 169
3.1.5. Meldingsplichtigen en controle- en toezichthoudende overheden 170
3.1.6. Witwasser 170
3.1.7. Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantiewezen – CBFA 170
3.1.8. Nationale Bank van België 173
3.1.9. Douane en Accijnzen 174
3.1.10. Algemene Directie Controle en Bemiddeling van de FOD Economie, KMO, Middenstand en Energie – ADCB 174
3.2. Internationaal 176
3.2.1. Internationale ‘Financial Intelligence Units’ – FIU 176
3.2.2. Internationale samenwerkingsverbanden 178
3.2.3. De niet meewerkende landen en territoria 189
3.2.4. Belastingparadijzen 190
hoofdstuk 4. typologieën 193
4.1. Typologie naar gelang de witwasfase 194
4.1.1. Inbrengfase 194
4.1.2. Circulatiefase 195
4.1.3. Investeringsfase 199
4.2. Typologie naar gelang de onderliggende misdrijven 201
4.2.1. Hormonenhandel 201
4.2.2. Terrorisme en zeeroverij 204
4.2.3. Ernstige en georganiseerde fiscale fraude 207
4.2.4. Nigeriaanse oplichting 210
4.2.5. Handel in verdovende middelen – drugshandel 211
4.2.6. Financiële misdrijven 212
4.2.7. Sociale fraude 212
4.2.8. Koppelbazen 217
4.2.9. Het verlenen van beleggingsdiensten zonder vergunning – onwettig openbaar aantrekken van spaargelden 220
4.2.10. Namaak, piraterij en valsemunterij 223
4.2.11. Illegale handel in organen en menselijke weefsels 229
4.2.12. Corruptie 231
4.2.13. Proliferatie en wapenhandel 237
4.2.14. Oplichting en financiële oplichting. 241
4.2.15. Handel in gestolen auto’s en auto-onderdelen 243
4.2.16. Mensenhandel, prostitutie en kinderpornografie 243
4.2.17. Illegale handel in cultuurgoederen, antiquiteiten en kunstwerken 253
4.2.18. Misdrijven i.v.m. de staat van faillissement 255
4.2.19. Misbruik van vennootschapsgoederen 256
4.2.20. Diefstal 256
4.2.21. Nightshops en telefoonwinkels 257
4.2.22. Cybercrime- Internetfraude- Identiteitsfraude 258
4.2.23. Handel in bloeddiamanten – conflictdiamanten 270
4.2.24. Kapitaal afkomstig uit manipulatie van aandelenkoersen – beursdelicten – misbruik van voorkennis 273
4.2.25. Fraude ten nadele van de financiële belangen van de
Europese Gemeenschap 278
4.2.26. Milieumisdrijven en illegale handel in bedreigde diersoorten en plantensoorten. 283
4.2.27. Internationaal georganiseerde misdrijven 287
4.2.28. Hypotheekfraude 290
4.2.29. Kredietkaartenfraude 290
4.2.30. Kasgeldvennootschappen. 292
4.3. Typologie naar gelang de categorie van meldingsplichtige 294
4.3.1. Advocaten 294
4.3.2. Banken 294
4.3.3. Beursvennootschappen 295
4.3.4. Verzekeringsondernemingen 295
4.3.5. Wisselkantoren 296
4.3.6. Kredietkaartmaatschappijen 297
4.3.7. Vastgoedmakelaars 297
4.3.8. Notarissen 298
4.3.9. Gerechtsdeurwaarders 298
4.3.10. Accountants 298
4.3.11. Erkende boekhouders – fiscalisten 299
4.3.12. Casino’s 299
4.3.13. Diamanthandelaren 300
4.3.14. Bedrijfsrevisoren 300
4.4. Typologie naar analyse van vonnissen en arresten 302
4.5. Typologie naar gelang de modus operandi 304
4.5.1. Gebruik van verrichtingen in contanten – smurfing – bulk cash smuggling 305
4.5.2. Gebruik van doorsluisrekeningen 307
4.5.3. Gebruik van stromannen 308
4.5.4. Gebruik van trusts en advocatenkantoren 308
4.5.5. Gebruik van verrichtingen met internationale transfers 309
4.5.6. Gebruik van verenigingen zonder winstoogmerk en NGO’s 309
4.5.7. Gebruik van verrichtingen in verband met de verzekeringssector 310
4.5.8. Gebruik van verrichtingen betreffende investeringen in (buitenlandse) vennootschappen 311
Inhoudsopgave
4.5.9. Gebruik van investeringen in de vastgoedsector en hypotheekfraude 311
4.5.10. Gebruik van de tussenkomst van niet-financiële beroepen 313
4.5.11. Gebruik van investeringen in waardevolle goederen – asset conversion 314
4.5.12. Gebruik van ondergronds bankieren – Hawala-bankieren 315
4.5.13. Gebruik van tussenpersonen – money mules 319
4.5.14. Gebruik van de oprichting van (internationale) vennootschaps¬structuren en opzetten van (internationale) juridische en financiële constructies. 322
4.5.15. Gebruik van activiteiten in verband met internationale handel 323
4.5.16. Gebruik van kapitaalverhogingen – omzetting van schuld op rekening-courant in aandelen – witwassen van geld in verband met het misbruik van vennootschapsgoederen 324
4.5.17. Gebruik van leningen op afbetaling of hypothecaire leningen en valse facturen 324
4.5.18. Gebruik van cash-generatoren – businees recycling 324
4.5.19. Gebruik van frauduleuze vennootschapsconstructies met verdachte kapitaalsverhogingen 325
4.5.20. Gebruik van schermvennootschappen 325
4.5.21. Gebruik van slapende vennootschappen 327
4.5.22. Gebruik van money transfer of money remittance kantoren. 328
4.5.23. Gebruik van financiële instellingen 329
4.5.24. Gebruik van geldkoeriers – grensoverschrijdend vervoer van contanten 329
4.5.25. Gebruik van de effectensector 329
4.5.26. Gebruik van de vrij handelszones 330
4.5.27. Gebruik van nieuwe betaalmiddelen 330
4.5.28. Gebruik van escrow-rekeningen 331
4.5.29. Gebruik van goudzuiveringsfabrieken 332
4.5.30. Gebruik van rekeningen bij weddingsschapskantoren –betting accounts 332
4.5.31. Gebruik van valse en vervalste identiteitsdocumenten en andere valse en vervalste documenten 333
4.5.32. Gebruik van off-shore kredietkaarten en debetkaarten 334
4.5.33. Gebruik van de back-to-back-constructie of loan-back-constructie 335
4.5.34. Gebruik van Internet, ICT of cyber-laundering 335
4.6. Typologie naar gelang de strategie 336
4.6.1. Verhullingsstrategie 336
4.6.2. Vermijdingsstrategie 337
hoofdstuk 5. Beroepsverenigingen en toezichthoudende overheden van meldingsplichtigen 338
5.1. Commissie voor Bank-, Financie- en Assurantiewezen – CBFA 339
5.2. Belgische Federatie van de Financiële Sector – Febelfin 341
5.3. Assuralia 342
5.4. Beroepsinstituut voor Vastgoedmakelaars – BIV 343
5.5. Beroepsvereniging van bewakingsondernemingen vzw- BVBO 344
5.6. Nationale Kamer van Notarissen 345
5.7. Nationale Kamer van gerechtsdeurwaarders 347
5.8. Instituut voor Bedrijfsrevisoren – IBR 348
5.9. Instituut voor accountants en belastingconsulenten – IAB 350
5.10. Beroepsinstituut van erkende boekhouders en fiscalisten – BIBF 351
5.11. Hoge Raad voor de Economische Beroepen – HREB 352
5.12. Kansspelcommissie 353
5.13. Vlaamse beroepsvereniging van advocaten – OVB 354
5.14. Belgische leasingvereniging – BLV-ABL 355
5.15. Antwerp World Diamond Centre private stichting – AWDC – Belgische Vereniging van Handelaars in geslepen diamant – BVGD 356
5.16. Beroepsvereniging van het krediet – BVK 359
5.17. Koninklijke Confederatie der Landmeters-Experten – KCLE 360
3. politioneeL onderzoek 361
hoofdstuk 1. start van het onderzoek 361
1.1. Analyse van de aangifte van de CFI 361
1.1.1. Aangifte met bijgevoegde stavingsstukken 362
1.1.2. Aangifte met onvolledige stavingsstukken of ontbrekende stavingsstukken 363
1.2. Analyse van de beschikbare gegevens 363
1.2.1. Vermogensanalyse bij een bestaand onderzoek met achterliggend basismisdrijf 363
1.2.2. Vermogensanalyse zonder basismisdrijf 364
1.3. Onderzoeksschema 365
1.4. Praktisch 365
1.4.1. Indicatoren – witwasknipperlichten 366
1.4.2. Materiële en morele constitutieve elementen 366
1.5. Inbeslagneming en neerlegging van stavingsstukken 369
1.6. Ambtshalve vaststelling van feiten van witwassen 369
hoofdstuk 2. verder verloop van het onderzoek 370
2.1. Identificatie en juridische personalia van de protagonisten 370
2.1.1. Identificatie van de protagonisten 371
2.1.2. Juridische personalia van de protagonisten 373
2.2. Opvragen diverse gegevens betreffende het vermogen van de verdachte 373
2.2.1. Casino’s 374
2.2.2. Gebruikte voertuigen 374
2.2.3. Nationale Bank van België 374
2.2.4. Gerechtdeurwaarders 374
2.2.5. Verzekeringsmaatschappijen 374
2.2.5. Banken 374
2.2.6. Beursvennootschappen. 380
2.2.7. Vennootschappen voor vermogensbeheer. 380
2.2.8. Kredietkaartmaatschappijen. 380
2.2.9. Wisselkantoren – agentschappen voor geldtransfer (money transfer of money remittance). 380
2.2.10. Verzekeringsmaatschappijen. 380
2.2.11. Federale Overheidsdienst Financiën. 381
2.2.12. Rijksdienst voor Sociale Zekerheid – RSZ. 381
2.3. Opvragen inlichtingen bij derden 381
2.4. Opvragen inlichtingen via het internet 381
2.5. Verhoor van de verdachte 381
2.6. Verhoor van getuigen 383
2.7. Confrontatie 383
2.8. Huiszoeking 384
2.9. Procedure inbeslagneming onroerende goederen 385
2.10. Herverhoor van de verdachte 387
2.11. Synthese van de ingewonnen informatie 387
2.12. Eindverhoor van de verdachte 388
Bijlagen 389
Bijlage 1: Meldingsformulier 390
Bijlage 2: Nuttige adressen 394
Bijlage 3: Nuttige websites 401
Bijlage 4: Thesaurus: Engels/Nederlands/Frans 410
Bijlage 5: Internationale regelgeving 418
Bijlage 6: Veertig FATF-aanbevelingen 419
Bijlage 7: Negen speciale FATF-aanbevelingen inzake de financiering van terrorisme 430
Bijlage 8: Europese regelgeving 433
Bijlage 9: Witwaswet – Wet van 11 januari 1993 tot voorkoming van het gebruik van het financiële stelsel voor het witwassen van geld en de financiering van terrorisme (gecoördineerde tekst) 441
Bijlage 10: Wetten – Koninklijke Besluiten – Ministeriële Besluiten 471
Bijlage 11: Parlementaire Vragen en Antwoorden, Kamer en Senaat 483
Bijlage 12: Arresten van het Europees Hof Van Justitie 485
Bijlage 13: Arresten van het Grondwettelijk Hof 486
Bijlage 14: Arresten van het Hof van Cassatie 487
Bijlage 15: Adviezen van de Raad van State 492
Bijlage 16: Circulaires CBFA 493
Bijlage 17: Lijst van gebruikte afkortingen 495
Bibliografie 499
trefwoordenregister 537
de auteur 559

 

verkorte inhoudstafel:

Juridische omschrijving: preventieve wetgeving: wettelijke bepalingen, meldingsplichtigen, verplichtingen, beperking betalingen in contanten, gevolgen niet-naleving van de Witwaswet, indicatoren - witwasknipperlichten, Derde Witwasrichtlijn; repressieve wetgeving (art. 505-506 Sw.), Fiscale fraude, inbeslagneming en verbeurdverklaring, bevriezing, Politionele omschrijving: structuur van het witwassen (injectie – opeenstapeling – integratie); indicatoren; actoren: CFI, lokale en federale politie, meldingsplichtigen en tucht- en controleoverheden, …, FIU’s, Basel-Comité, FATF-FAG-GAFI, Moneyval, IMoLIN, IMF, ….; Typologieën: naar gelang de witwasfase, naar gelang de onderliggende misdrijven: hormonenhandel, terrorisme, …., sociale fraude, … namaak en piraterij, corruptie, ….cybercrime, … kredietkaartenfraude; naar gelang de categorie van meldingsplichtige: advocaten, notarissen, banken, verzekeringsmaatschappijen, …; naar gelang de analyse van vonnissen en arresten; naar gelang de modus operandi: cashverrichtingen, smurfing, doorsluisrekeningen, Hawala-bankieren, cash-generatoren, schermvennootschappen, escrow-rekeningen, offshore kredietkaarten, Internet en cyberlaundering; Beroepsverenigingen: CBFA, Febelfin, Assuralia, BIV, IBR, IAB, BIBF, ….; Politie-onderzoek: analyse van de CFI-aangifte, vermogensanalyse, inbeslagneming en neerlegging, verhoor van de verdachte en getuigen, confrontatie, huiszoeking, …; Bijlagen: meldingsformulier, nuttige adressen, nuttige websites, thesaurus Engels/Nederlands/Frans, Internationale regelgeving, 40 FATF-aanbevelingen, 9 Speciale FATF-aanbevelingen, Europese regelgeving, Witwaswet 11 januari 1993 (gecoördineerde versie), wetten – koninklijke besluiten en ministeriële besluiten, Parlementaire Vragen en Antwoorden, Arresten van het Europees Hof van Justitie, Arresten van het Grondwettelijk Hof, Arresten van het Hof van Cassatie, Adviezen van de Raad van State, Circulaires CBFA, Lijst van gebruikte afkortingen, Bibliografie (rechtsleer), Trefwoordenregister.

 

Bespreking van dit werk door de uitgever

Dit boek is bedoeld voor justitiële en politionele spelers bij de bestrijding van financieel-economische misdrijven, meer in het bijzonder bij de behandeling van onderzoeken i.v.m. witwassen. Witwassen van gelden en kapitalen vormt een hardnekkig probleem en een bedreiging voor het financieel economisch gebeuren en is één van de meest karakteristieke activiteiten van de georganiseerde misdaad.

Geld en kapitalen met criminele oorsprong worden geïnjecteerd in het legale circuit. Het uiteindelijke doel van witwassen, is de illegaal verworven vermogensvoordelen terug in het legale circuit te brengen, via ingewikkelde (financiële) mechanismen, zonder een spoor na te laten van de illegale oorsprong. De opsporing, inbeslagneming en de uiteindelijke verbeurdverklaring van vermogensvoordelen moeten leiden tot het effectief en efficiënt aanpakken van de georganiseerde misdaad: ‘Like money is the oxygen of economy, money is also the oxygen of crime’.

Deze uitgave behandelt zowel de recent aangepaste preventieve wetgeving (Witwaswet van 11 januari 1993, de 49 FATF-aanbevelingen, witwasindicatoren, typologieën …) alsook de repressieve wetgeving (art. 505 Sw., bevriezing, inbeslagneming en verbeurdverklaring).

“Zeer indrukwekkend… Dit wordt de ’Bijbel voor de witwasbestrijding in België’!”
(Alle Wielenga, Directeur van het Nederlands Compliance Instituut over deze uitgave.)

 

Gerelateerd
Bibliotheek
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve
Aangemaakt op: di, 16/11/2010 - 01:19
Laatst aangepast op: wo, 25/05/2016 - 18:57

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.