-A +A

Wilsautonomie bij de kwalificatie van goederen

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Publicatie
Auteur: 
Apers A
Uitgever: 
Intersentia
Jaargang: 
2016-2017
ISBN nummer: 
9789400007796
Samenvatting

Bespreking van dit werk door de uitgever

Het recht deelt goederen op in categorieën als roerende en onroerende goederen, vervangbare en niet-vervangbare, verbruikbare en niet-verbruikbare, lichamelijke en onlichamelijke, goederen in en buiten de handel, goederen die toebehoren aan private personen en aan publiekrechtelijke organen. Om een goed in een van deze categorieën te kunnen onderbrengen, zijn bepaalde criteria vereist. Die criteria kunnen objectief of subjectief zijn.

De objectieve elementen zijn inherente kenmerken van het goed, gerelateerd aan hun aard: onroerende goederen zijn bijvoorbeeld onbeweegbaar of onverplaatsbaar. Subjectieve elementen zijn veeleer gerelateerd aan de bestemming van het goed, die uitgaat van de wil of bedoeling van de eigenaar en niet noodzakelijk voortvloeit uit de kenmerken van het goed.

Het onderscheid tussen de objectieve en subjectieve criteria vervaagt. Zo bestaan er onroerende goederen door bestemming, roerende goederen door anticipatie, conventioneel verbruikbare goederen, ... Deze toenemende subjectivering doet de vraag rijzen naar de contouren van dergelijke kwalificaties en hun gevolgen voor partijen en derden.

In dit boek onderzoekt Ann Apers wat de rol is van de wil van partijen bij het kwalificeren van goederen in het algemeen en als roerend of onroerend en verbruikbaar of niet-verbruikbaar in het bijzonder. Ook de gevolgen van die wilsautonomie (voor partijen én derden) komen aan bod, net als de vraag naar de wenselijkheid van wilsautonomie bij de kwalificatie van goederen.

Dit boek is dan ook een innoverend en belangrijk naslagwerk voor vermogensadvocaten, magistraten, notarissen én fiscalisten.

Inhoudstafel tekst: 

Deze inhoudstafel is die van de synthese van dit werk onder de titel, De invloed van de wil van partijen op de kwalificatie van goederen zoals verschenen in het RW 2016-2017, 1123

I. Inleiding
II. Werking, gevolgen en beoordeling van subjectiviteit
A. Dubbele dimensie van subjectiviteit: default-niveau en afwijkingsniveau
B. Default-niveau: onroerendmaking uit de aard
C. Afwijkingsniveau
1° Onroerendmaking door bestemming
2° Roerendmaking door anticipatie
3° Conventionele verbruikbaarheid
4° Vergelijking van de toepassingsgevallen van het afwijkingsniveau: verschillend patroon maar subjectieve kwalificatie steeds als instrument om het regime te wijzigen
D. Overkoepelend: kritiek op het gebruik van subjectiviteit bij de kwalificatie van goederen

III. Pleidooi voor een objectieve goederenkwalificatie de lege ferenda

Bronverwijzingen

• V. Sagaert en R. Jansen, «Goederenrecht: de gestage groei naar een conventioneel vermogensrecht», RW 2011-12, p. 68-73, nr. 1.
• Cass. 13 maart 1986, Arr.Cass. 1985-86, 976, Bull. 1986, 886, JT 1988, 315, noot F. T’Kint, Pas. 1986, I, 886
• F. Laurent, Principes de droit civil, V, Brussel, Bruylant, 1878, p. 531, nr. 426
• J. Hansenne, Les Biens. Précis, Luik, Edition Collection Scientifique de la Faculté de Droit de Liège, 1996, p. 73, nr. 61
• R. Dekkers en E. Dirix, Handboek Burgerlijk Recht, II, Antwerpen, Intersentia, 2005, p. 30, nr. 69
• P. Lecocq, Manuel de droit des biens. Tome I – Biens et propriété, Brussel, Larcier, 2012, p. 55-56, nr. 28
• V. Sagaert, Goederenrecht in Beginselen van Belgisch Privaatrecht, Mechelen, Kluwer, 2014, p. 110, nr. 129. Zie rechtsvergelijkend voor Frankrijk o.m.: Cass. fr. 21 juni 1820, S. 1820, I, 109
• Cass. fr. 24 november 1981, Bull. 1981, IV, p. 323, nr. 408
• A. Duranton, Cours de droit français suivant le code civil, II, Brussel, Société Belge de Librairie Hauman et Co, 1841, p. 257, nr. 851
• C. Demolombe, Traité de la distinction des biens, Parijs, Auguste Durand, 1870, p. 70, nrs. 154 e.v.
• C. Aubry en G. Rau, Cours de droit civil français, II, Parijs, Marchal et Billard, 1897, 13
• C. Beudant, Cours de Droit Civil Français, IV, Les Biens, Parijs, Librairie Arthur Rousseau, 1938, p. 104, nr. 108
• M. Planiol en G. Ripert, Traité pratique de droit civil français, III, Parijs, Librairie Générale de Droit et de Jurisprudence, 1952, p. 105, nr. 102
• A. Colin en H. Capitant, Traité de Droit Civil, Parijs, Librairie Dalloz, 1957, p. 386, nr. 645
• P. Malaurie en L. Aynès, Les biens, Parijs, Defrénois, 2007, p. 36, nr. 134.
• R. Derine, F. Van Neste en H. Vandenberghe, Zakenrecht in Beginselen van Belgisch Privaatrecht, I A, Antwerpen, Standaard, 1974, p. 17, nr. 10
• H. De Page en R. Dekkers, Traité élémentaire de droit civil belge, V, Brussel, Bruylant, 1975, p. 544, nr. 549
• A. Verbeke, «Quasi-vruchtgebruik» in Themis Zakenrecht, Brugge, die Keure, 2006, (37), p. 46, nr. 24
• E. Beguin, «Quasi-usufruit. La donation de valeurs mobilières avec réserve d’usufruit – La protection du donateur» in N. Baugniet en J.F. Taymans (eds.), Planification successorale. Aspects civils et fiscaux, Louvain-la-Neuve, Bruylant Academia, (195) 207
• L. Josserand, Cours de Droit Civil Français, Parijs, Recueil Sirey, 1932, p. 689, nr. 1324
• H. Humbert, Essai sur la fongibilité et la consomptibilité des meubles, Parijs, Les Editions Domat-Montchrestien, 1940, p. 7, voetnoot 3
• J.P. Storck, Recherches sur la destination des biens en droit positif français, onuitg., Université des sciences juridiques, politiques, sociales et de technologie de Strasbourg, 1979, p. 58, nr. 57
• P. Sirinelli, «Le quasi-usufruit (deuxième partie)», Petites Affiches 1993, afl. 89, (4) 7
• M. Iwanesko, «La nécessaire protection de l’héritier nu-propriétaire face au conjoint survivant quasi-usufruitier», JCP N 1995, (171) 173
• S. Castagné, «Maïtriser l’utilisation du quasi-usufruit», JCP N 1997, vol. 29, (987), I.A.a
• F. Sauvage, «Les nouvelles frontières du quasi-usufruit», JCP N 2000, afl. 16, (691) nr. 23
• G. Hublot, «Quasi-usufruit: limites et perspectives d’avenir», Droit & Patrimoine 2003, vol. 121, (48) 49.
• Cass. 15 september 1988, Arr.Cass. 1988-89, 60, AFT 1989, 78, noot F. Laurent, FJF 1988, 406, JT 1989, 58, Pas. 1989, I, 52, RW 1988-89, 879, Rec.gén.enr.not. 1990, 131, TBBR 1990, 211, noot J. Kokelenberg.
• Cass. 14 februari 2008, Fisc.Koer. 2008, afl. 8, 464, noot P. Souffriau (weergave P. Souffriau), Fiscoloog 2008, afl. 1120, 18 (weergave CB), www.cass.be (12 maart 2008), JLMB 2008, 1700, noot E. Van Brustem, Pas. 2008, 440, RCJB 2010, 53, noot J. Romain, RW 2008-09, 456, noot V. Sagaert, TBBR 2009, 387, TBO 2008, 118, noot M. Muylle.
• Cass. 15 maart 2012, Fiscoloog 2012, afl. 1297, 13 (samenvatting CB) en www.fiscoloog.be (29 mei 2012), www.cass.be (16 april 2012).
• A. Kluyskens, Zakenrecht, Antwerpen, Standaard, 1940, 19
• J.F. Romain, «Interprétation de la loi, fiction juridique, immeubles par nature et par destination économique» (noot onder Cass. 15 februari 2007), RCJB 2010, (58), p. 137, nr. 70
• C. Biquet-Mathieu, «Les fictions en droit», Rev.Dr.ULg. 2013, (25), p. 47, nr. 28. Zie ook: Gent 24 mei 1833, S. 1834, II, 561. Zie voor roerendmaking door anticipatie onder meer: J.F. Romain, o.c., RCJB 2010, p. 93, nr. 30
• F. Terré en P. Simler, Droit civil. Les biens, Parijs, Dalloz, 2010, p. 46, nr. 39.
• J. Hansenne, p. 64-65, nr. 55.
• A. Duranton, Cours de droit français suivant le code civil, II, Brussel, Société Belge de Librairie Hauman et Co, 1841, p. 252, nr. 832
• G. Baudry-Lacantinerie en M. Chauveau, Traité théorique et pratique de droit civil, VI, Parijs, Larose et Forcel, 1905, p. 25, nr. 27
• G. Galopin en M. Wille, Les biens, la propriété et les servitudes in Cours de droit civil, Luik, Vaillant-Garmanne, 1932, p. 28, nr. 21
• Y. Strickler, Les biens, Parijs, PUF, 2006, p. 55, nr. 28
• R. Libchaber, «Biens», Rép. civ. Dalloz 2009, (1), p. 31, nrs. 152-153
• C. Atias, Droit civil. Les biens, Parijs, LexisNexis, 2014, p. 28, nr. 40.
• Cass. 14 februari 2008, Fisc.Koer. 2008, afl. 8, 464, noot P. Souffriau (weergave P. Souffriau), Fiscoloog 2008, afl. 1120, 18 (weergave CB), www.cass.be (12 maart 2008), JLMB 2008, 1700, noot E. Van Brustem, Pas. 2008, 440, RCJB 2010, 53, noot J. Romain, RW 2008-09, 456, noot V. Sagaert, TBBR 2009, 387, TBO 2008, 118, noot M. Muylle.
• Brussel 1 maart 2000, RGAR 2000, nr. 13.287, noot M. Marchal.
• Rb. Gent 18 oktober 2001, Act.fisc. 2002, afl. 10, 4 (weergave P. Bellen), FJF 2002, afl. 6, 515.
• Gent 16 maart 2000, TFR 2000, nr. 184, p. 650, noot D. Jaecques.
• HR 17 november 2006, BNB 2007, p. 770, nr. 51.
• Theatre Investments (Pty) Ltd and Another v. Butcher Brothers Ltd 1978 (3) SA 682 (A)
• W.A. Joubert en J.A. Faris, The Law of South Africa. Volume 27, Durban, Butterworths, 2002, p. 263, nr. 338.
• Cass. 15 september 1988, Arr.Cass. 1988-89, 60, AFT 1989, 78, noot F. Laurent, FJF 1988, 406, JT 1989, 58, Pas. 1989, I, 52, RW 1988-89, 879, Rec.gén.enr.not. 1990, 131, TBBR 1990, 211, noot J. Kokelenberg.
• W. Freedman, «The test for inaedificatio: what role should the element of subjective intention play?», SALJ 2000, (667) 669.
• HR 31 oktober 1997, NJ 1998, 97.
• Gent 19 december 2006, TGR-TWVR 2007, 196, TFR 2007, 321, noot D. Jaecques
• P. Levie, Traité théorique et pratique des Constructions érigées sur le Terrain d’Autrui, Leuven, Publications Universitaires de Louvain, 1951, p. 155, nr. 58
• T. Van Sinay, «Bouwen op andermans grond. In het algemeen en in enkele bijzondere gevallen – vergoedingsregeling – enkele bedenkingen» in J. Kokelenberg en F. Van Neste (eds.), Eigendom/Propriété, Brugge, die Keure, 1996, (321), p. 328, nr. 15
• M. Planiol, G. Ripert en M. Picard, p. 263, nr. 264
• P. Malaurie en L. Aynès, Les Biens, Parijs, Defrénois, 2013, p. 128, nr. 443.
• C. Lewis, «Superficies solo cedit – sed quid est superficies?», SALJ 1979, vol. 96, (94) 94
• C.G. van der Merwe, Sakereg, Durban, Butterworths, 1989, 2, 245
• D.G. Kleyn, A. Boraine en W. du Plessis, Silberberg and Schoeman’s The Law of Property. Third edition, Durban, Butterworths, 1992, p. 32, nr. 3.2.1, en p. 205 e.v., nr. 3.2
• J.C. Sonnekus en J.L. Neels, Sakereg Vonnisbundel, Durban, Butterworths, 1994, 44-45
• C.G. van der Merwe, «Die impak van die bedoeling van die eienaar van die roerende saak by inaedificatio», TSAR 2000, (155) 176
• A.J. Van der Walt en G.J. Pienaar, Introduction to the Law of Property. Fourth edition, Lansdowne, Juta, 2002, p. 20, nr. 2.4.3.
• S. Bouly, Onroerende natrekking en horizontale eigendomssplitsingen, Antwerpen, Intersentia, 2015, 227-435
• H. De Groot, Inleiding tot de Hollandsche Rechts-geleertheid, ’s Gravenhaghe, Jacobus van Wouw, 1631, 2 9 1
• J. Voet, Commentarius ad Pandectas, Leiden, Johannes Verbessel, 1704, 41 1 14 e.v.
• W.A. Joubert en J.A. Faris, The Law of South Africa. Volume 27, Durban, Butterworths, 2002, p. 250-251, nr. 328.
• J. Kokelenberg, «Onroerend uit zijn aard: de beperkingen van de notie beperkt», TBBR 2009, (337) 337-347
• S.C.J.J. Kortmann, «De portacabin», AA 1998, vol. 47, (101) 103
• H.D. Ploeger, «Een mobiele onroerende zaak?», WPNR 1998, vol. 6321, (470) 472
• H.W. Heyman, «Wanneer is een gebouw of werk «duurzaam met de grond verenigd»?» in S.E. Bartels en M.J. Milo (eds.), Open normen in het goederenrecht, Den Haag, Boom Juridische Uitgevers, 2000, (91) 105
• J.E. Fesevur, Goederenrechtelijke colleges, Nijmegen, Ars Aequi Libri, 2005, 4
• J.C. Sonnekus, «Aanhegting – altyd «naghel-vast»?» (noot onder Senekal v Roodt), J.S.Afr.L. 1984, (72) 77
• A. Breitenbach, «Reflections on inaedificatio», THRHR 1985, vol. 48, (462) 462-463
• C.G. van der Merwe, o.c., TSAR 2000, 165
• W.A. Joubert en J.A. Faris, o.c., p. 265, nr. 339.
• J. Hansenne, o.c., p. 86, nr. 71
• B. Tilleman, «De notie roerend en onroerend goed» in P. Lecocq, B. Tilleman en A. Verbeke (eds.), Zakenrecht, Brugge, die Keure, 2005, (3), p. 9, nrs. 15-16
• J. Sechier-Dechevrens, Essai sur la notion d’immobilisation par destination, Lyon, Université Jean Moulin Lyon III – Faculté de Droit, 2005, p. 115, nr. 143
• J. Ghestin, J.L. Bergel, M. Bruschi, et al., Traité de droit civil. Les biens, Parijs, LGDJ, 2010, p. 15, nr. 16.
• M. Martou, Des privilèges et hypothèques ou Commentaire de la loi du 16 décembre 1851 sur la révision du régime hypothécaire. Tome II, Brussel, Librairie polytechnique Aug. Decq, 1856, p. 333, nr. 717
• H. De Page en R. Dekkers, Traité élémentaire de droit civil belge, VII, Brussel, Bruylant, 1957, p. 446, nr. 517
• A. Cuypers en J. Boncquet, «Art. 45, 2o, tweede lid Hyp.W.» in Comm.Voorr., (1), p. 3, nr. 1
• K. Byttebier, Voorrechten en hypotheken, Antwerpen, Maklu, 2005, p. 599, nr. 647 en p. 603, nr. 649
• Cass. fr. 1 april 1835, S. 1836, I, 55 (schenking).
• Cass. 15 februari 2007, Arr.Cass. 2007, 399 www.cass.be (23 maart 2007), conclusie advocaat-generaal A. Henkes, JLMB 2007, 612, Pas. 2007, 348
• conclusie advocaat-generaal A. Henkes, RCJB 2010, 58, noot J. Romain, RW 2007-08, 906, noot V. Sagaert, TBBR 2008, 547.
• B. Tilleman, «De notie roerend en onroerend goed» in P. Lecocq, B. Tilleman en A. Verbeke (eds.), Zakenrecht, Brugge, die Keure, 2005, (3), p. 25, nr. 52
• Cass. 26 mei 1972, Arr.Cass. 1972, 903, BRH 1973, 151, Bank Fin. 1972, 721, Rec.gén.enr.not. 1973, 61, noot, RNB 1972, 559, Pas. 1972, I, 889, RW 1972-73, 297, noot G. Du Bois, JT 1972, 623, noot A. Bruyneel
• Brussel 5 april 1967, RW 1966-67, 1959, RW 1967-68, 694, Pas. 1967, II, 256, Rec.gén.enr.not. 1967, nr. 21.085
• J. Heenen, «Nantissement du fonds de commerce et immeubles par destination» (noot onder Luik 4 juni 1963), RCJB 1964, (21), p. 29, nr. 13
• W. Delva, Voorrechten en hypotheken, Gent, Story-Scientia, 1977, 129
• E. Dirix en R. De Corte, Zekerheidsrechten in Beginselen van Belgisch Privaatrecht, Mechelen, Kluwer, 2006, p. 361, nr. 538.
• P. Gulphe, L’immobilisation par destination, Parijs, Faculté de Droit de Paris, 1943, 249
• G. Ripert en J. Boulanger, Traité de Droit Civil. Tome II, Parijs, LGDJ, 1957, p. 760, nr. 2167
• P. Gulphe, L’immobilisation par destination, Parijs, Faculté de Droit de Paris, 1943, 268-270
• J. Limpens, «Des droits respectifs du créancier hypothécaire et du créancier gagiste sur fonds de commerce», Rev.prat.not.b. 1952, (289) 296-297
• Y. Tremorin, L’immobilisation par destination, onuitg., Université de Poitiers, 2000, 436-437
• W. Dross, «L’immeuble dans le projet de réforme du droit des biens» in C. Albiges en C. Hugon (eds.), Immeuble et droit privé. Approches transversales, Rueil, Editions Lamy, 2012, (23), p. 40, nr. 41 en p. 43, nr. 45
• M. Proudhon, Traité du Domaine de Propriété ou de la Distinction des Biens, Brussel, A. Wahlen et Cie., 1841, p. 23, nr. 97
• J. Dabin, «De la nature de la cession du droit d’extraction des produits du sol» in Etudes de droit civil, Brussel, Larcier, 1947, (63) 77-78
• M.-C. de Lambertye-Autrand, «Art. 517 à 521» in JurisClasseur Civil Code 2007, nr. 110.
• Cass. fr. 24 mei 1909, S. 1911, I, 9, noot E. Nacquet
• Cass. fr. 28 november 1949, S. 1950, I, Dalloz 1950, 38, RTDciv 1950, 203, noot H. Solus.
• : M. Grimaldi en B. Savouré, «L’usufruit et le quasi-usufruit: questions de droit civil», Droit & Patrimoine 1999, afl. 76, (55) 57,
• S. Castagné, «Usufruit, quasi-usufruit: une nouvelle mise au point», JCP N 2000, afl. 12, (537) nr. 11
• P. Cénac en B. Castéran, «La fiducie avant la fiducie – Le cas du droit patrimonial de la famille», JCP N 2009, afl. 26, (1218), nrs. 45-47
• R. Gentilhomme en M. Iwanesko, «L’extinction anticipée du quasi-usufruit (1re partie)», JCP N 2009, afl. 20, (1165) nr.4
• F. Julienne, L’usufruit à l’épreuve des règlements pécuniaires familiaux, Aix-en-Provence, Presses Universitaires d’Ais-Marseille, 2009, p. 578-579, nr. 840
• P. Delmas Saint-Hilaire, «Réflexions sur les mécanismes de rétention dans les donations», JCP N 2011, afl. 25, (1207) nr. 28.
• Y. Tremorin, L’immobilisation par destination, onuitg., Université de Poitiers, 2000, 21.
• H. De Page, Traité élémentaire de droit civil belge, I, Brussel, Bruylant, 1962, p. 191-196, nrs. 127 en 130
• W. Van Gerven, Algemeen deel in Beginselen van Belgisch Privaatrecht, Brussel, Story-Scientia, 1987, p. 96-97, nr. 34
• P. Wéry, Droit des obligations. Volume I, Brussel, Larcier, 2010, p. 109-111, nrs. 94-97
• W. Van Gerven en A. Van Oevelen, Verbintenissenrecht, Leuven, Acco, 2015, 4 en 71
• S. Stijns, Verbintenissenrecht, 1, Brugge, die Keure, 2015, p. 38, nr. 47.

Gerelateerd
Bibliotheek
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve
Aangemaakt op: do, 23/03/2017 - 22:13
Laatst aangepast op: do, 23/03/2017 - 22:13

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.