-A +A

Verzekeringsfraude: burgerrechtelijke neutralisatie en strafrechtelijke beteugeling

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Publicatie
Auteur: 
Wuyts D
Tijdschrift: 
Rechtskundig Weekblad
Uitgever: 
Intersentia
Jaargang: 
2013-2014
Pagina: 
1282
Samenvatting

Deze bijdrage in het RW is een samenvatting van een doctoral onderzoek gevoerd aan de Universiteit Antwerpen van 2008 tot 2013, onder promotorschap van prof. dr. Britt Weyts. Het proefschrift is gepubliceerd bij Intersentia: D. Wuyts, Verzekeringsfraude, Antwerpen, Intersentia, 2014, 644 p.

In dit onderzoek werd nagegaan of het Belgische recht over een afdoend normenkader beschikt om verzekeringsfraude zowel op burgerrechtelijk als strafrechtelijk vlak adequaat te bestrijden en of bepaalde wijzigingen daarvoor wenselijk dan wel noodzakelijk zijn.

In de bijdrage weergeven in het RW wordt stilgestaan bij de kern van deze centrale onderzoeksvraag. Meer bepaald wordt geanalyseerd wat de draagwijdte is van het begrip «verzekeringsfraude», welke rechtsgevolgen de wetgever daaraan hecht, of die gevolgen volstaan om de verschillende fraudevormen op burgerrechtelijk vlak te neutraliseren en of het strafrecht voldoende kwalificaties aanreikt om verzekeringsfraude te beteugelen.

Inhoudstafel tekst: 

I. Inleiding

II. Een juridische afbakening van het begrip «verzekeringsfraude»

A. Fraude in het burgerlijk recht

B. Fraude in het verzekeringsrecht

C. Verzekeringsfraude in het strafrecht

III. Precontractuele verzekeringsfraude

A. Frauduleuze schending van de spontane mededelingsplicht

1° Burgerrechtelijke gevolgen

2° Combinatiepolissen

3° Tussenpersonen

4° Fraude door derden

B. Frauduleuze oververzekering

C. Strafrechtelijke kwalificatie(s) van precontractuele verzekeringsfraude

1° Oplichting

2° Valsheid in geschriften

IV. Contractuele verzekeringsfraude

A. Frauduleuze verzwijging van een risicoverzwaring

1° Burgerrechtelijke gevolgen

2° Strafrechtelijke kwalificaties

B. Frauduleuze schadeaangifte

1° Burgerrechtelijke gevolgen

2° Strafrechtelijke kwalificaties

V. Conclusie

Bronvermeldingen:

• D. Wuyts, Verzekeringsfraude, Antwerpen, Intersentia, 2014, 644 p.

• J.P. Van Niekerk, The Development of the Principles of Insurance law in the Netherlands from 1500 to 1800, Cape Town, Jutta & Co., 1998, 1546 p.;

• R.J.M. Smit, Enige beschouwingen over verzekeringsbedrog, Utrecht-Nijmegen, Dekker & Van De Vegt, 1954, 2.

• S. Viaene en G. Dedene, «Insurance Fraud: Issues and Challenges», The Geneva Papers on Risk and Insurance 2004, nr. 2, 313.

• T. Hartlief, «Maatschappelijk verantwoord ondernemen en verzekerbaarheid van aansprakelijkheid» in Vereniging voor verzekeringswetenschap (ed.), Maatschappelijk verantwoord verzekeren in de 21ste eeuw, Deventer, Kluwer, 2004, p. 3, nr. 7.

• P.M. Liedtke, «What’s Insurance to a Modern Economy?», The Geneva Papers on Risk and Insurance 2007, nr. 32, 216.

• J.-L. Bacher, «Insurance, Fraud and Justice», European Journal on Criminal Policy and Research, vol. 3, 88-89;

• J.-L. Fagnart, «La justice commutative dans le contrat d’assurance» in J. Rogge (ed.), Liber amicorum René Van Gompel: studies in verzekeringen, Diegem, Story-Scientia, 1998, 204.

• S. Viaene en G. Dedene, l.c., The Geneva Papers on Risk and Insurance 2004, nr. 2, 314.

• K. Barrezeele, «Rood alarmsignaal voor fraude floept vaker aan», De Verzekeringswereld 2010, nr. 1, 44;

• L. Lekeux, «Fraude: de achillespees van verzekeringen», De Verzekeringswereld 2007, 38. 

• M. Clarke, «The Control of Insurance Fraud», The British Journal of Criminology, vol. 30, nr. 1, 3;

• L.L. Colquitt en R.E. Hoyt, «An Empirical Analysis of the Nature and Cost of Fraudulent Life Insurance Claims», Journal of Insurance Regulation 1997, 452.

• H. Keuzenkamp, «Moreel risico en fraude in verzekeringsmarkten» in M.L. Hendrikse en J.G.J. Rinkes (eds.), Juridische en economische aspecten van verzekeringsfraude, Zutphen, Paris, 2009, p. 102-104, nr. 5.3.3).

• C. Van Schoubroeck, «Fraude in verzekeringen lichtjes anders bekeken», TBH 2004, 7-11.

• B. Dubuisson, «La faute intentionelle en droit des assurances – L’éclairage du droit pénal», RGAR 2010, nr. 14.586, randnr. 9.

• Voor een grondige analyse, zie: A. Lenaerts, Fraus omnia corrumpit: autonome rechtsfiguur of miskend correctiemechanisme?, doctoraatsthesis rechten, KULeuven, 2013, p. 60-61, nrs. 84-85 en de verwijzingen daar.

• Cass. 23 januari 1968, Pas. 1968, I, 649, noot.

16 W.J. Ganshof van der Meersch, «Propos sur le texte de la loi et les principes généraux du droit», JT 1970, 594.

• X. Dieux, «Développements de la maxime «fraus omnia corrumpit» dans la jurisprudence de la Cour de Cassation de Belgique» in P.A. Foriers (ed.), Actualité du droit des obligations, Brussel, Bruylant, 2005, 127;

• A. Van Oevelen, «Algemene rechtsbeginselen in het verbintenissen- en het contractenrecht» in M. Van Hoecke (ed.), Algemene rechtsbeginselen, Antwerpen, Kluwer, 1991, p. 138, nr. 35;

• P. Van Ommeslaghe, «Un principe général du droit: fraus omnia corrumpit» in Liber amicorum Paul Martens, Brussel, Larcier, 2007, p. 593-594, nr. 3.

• A. Lenaerts, «Fraus omnia corrumpit: autonome rechtsfiguur of miskend sanctiemechanisme?», RW 2013-14, p. 364, nr. 4 en de verwijzingen daar.

• Cass. 3 oktober 1997, Arr.Cass. 1997, 918, Pas. 1997, I, 386.

•  J.-F. Romain, Théorie critique du principe général de bonne foi en droit privé, Brussel, Bruylant, 2000, p. 270, nr. 147 en p. 754, nr. 320.

• A. Bossuyt, «Algemene rechtsbeginselen in de rechtspraak van het Hof van Cassatie», TPR 2004, p. 1620, nr. 36;

• X. Dieux, l.c., in P.A. Foriers (ed.), Actualité du droit des obligations, p. 143, nr. 13;

• P. Van Ommeslaghe, l.c., in Liber amicorum Paul Martens, p. 609, nr. 12 en W. Van Gerven en S. Covemaeker, Verbintenissenrecht, Leuven, Acco, 2006, 82-83.

• A. Van Oevelen, l.c., in M. Van Hoecke (ed.), Algemene rechtsbeginselen, p. 97, nr. 1;

• Van Ommeslaghe, l.c., in Liber amicorum Paul Martens, p. 595, nr. 3.

• L. Cornelis, «Ongeschikt voor gevoelige juristen: over de intieme verhouding tussen schade en causaal verband» in Aansprakelijkheidsrecht: actuele tendensen, Brussel, Larcier, 2005, p. 184, nr. 45.

• J. Gijssels, «Rechtsbeginselen zijn nog geen recht» in M. Van Hoecke (ed.), Algemene rechtsbeginselen, Antwerpen, Kluwer, 1991, 38-39.

• L. Cornelis, l.c., in Aansprakelijkheidsrecht: actuele tendensen, p. 184, nr. 45;

• C. Van Schoubroeck, l.c., TBH 2004, p. 9-10, nrs. 7-9.

• Brussel 26 mei 1994, Verkeersrecht 1995, 6;

• Rb. Brugge 8 mei 2000, RW 2001-02,

• P. Colle, Algemene beginselen van het Belgische verzekeringsrecht, Antwerpen, Intersentia, 2011, nrs. 59, 107, 192 en 213;

• C. Van Schoubroeck, l.c., TBH 2004, p. 10-11, nr. 10;

• B. Weyts, «Lucratieve fouten in het aansprakelijkheids- en verzekeringsrecht. The winner takes it all», RW 2005-06, p. 1646, nr. 19.

• M. Van Hoecke, «De algemene rechtsbeginselen als rechtsbron» in M. Van Hoecke (ed.), Algemene rechtsbeginselen, Antwerpen, Kluwer, 1991, 5;

• Van Ommeslaghe, l.c., in Liber amicorum Paul Martens, p. 606, nr. 10 en p. 608-609, nr. 12.

• M.L. Hendrikse, Privaatrechtelijke aspecten van verzekeringsfraude, Deventer, Kluwer, 2013, nr. 1.1.

• J. Beauchard, «La répression de la fraude à l’assurance, aspects de droit civil» in La lutte contre la fraude à l’assurance, Parijs, Assurance Française, 1991, 64;

• C. Van Schoubroeck, l.c., TBH 2004, p. 11, nr. 10.

• Art. 8 Wet Landverzekeringsovereenkomst

• A. Lenaerts, «Lessen uit het verzekeringsrecht voor de rechtsgevolgen van Fraus omnia corrumpit: kan de dader een onrechtstreeks voordeel halen uit zijn bedrieglijke fout?» (noot onder Cass. 3 maart 2011), RW 2012-2013, p. 1100, nr. 5;

• D. Wuyts, «De definiëring van het opzettelijk veroorzaakt schadegeval in de zin van artikel 8 WLVO», RABG 2010, 1313-1324 

• Bergen 23 mei 2008, JLMB 2010, 1162, noot P. Colson.

• B. Dubuisson, l.c., RGAR 2010, nr. 14.586, randnr. 9.

• J. Beauchard, l.c., in La lutte contre la fraude à l’assurance, 62.

• R. Soetaert, «Rechtsbeginselen en marginale toetsing in cassatie» in M. Van Hoecke (ed.), Algemene rechtsbeginselen, Antwerpen, Kluwer, 1991, 51.

• J. Beauchard, l.c., in La lutte contre la fraude à l’assurance, 62-63.

• P. Van Ommeslaghe, l.c., in Liber amicorum Paul Martens, p. 593, nr. 3 en p. 612, nr. 13.

• art. 6, 21, § 2, 14,  26, § 3, c), 43, 45, 55 Wet Landverzekeringsovereenkomst 

• Brussel 26 mei 1994, Verkeersrecht 1995, 6;

• Rb. Brugge 8 mei 2000, RW 2001-02, 34;

• L. Vael, «Opzettelijke schending van de informatieplicht bij het sluiten van een landverzekeringsovereenkomst» in Liber amicorum Michel Mahieu, Brussel, Larcier, 2008, 327-328;

• B. Weyts, «Wat moet uw verzekeraar weten?» (noot onder Gent 12 februari 2009), T.Verz. 2010, 163.

• J. Gijssels, l.c., in Algemene rechtsbeginselen, p. 48-52; M. Van Hoecke, l.c., in Algemene rechtsbeginselen, p. 4.

• W.J. Ganshof van der Meersch, l.c., JT 1970, 567; J. Gijssels, l.c., in Algemene rechtsbeginselen, 52;

• M. Van Hoecke, l.c., in Algemene reechtsbeginselen, 5.

• A. Lenaerts, o.c., p. 305-306, nrs. 323-324.

• C. Cauffman, «Naar een punitief Europees verbintenissenrecht? Een rechtsvergelijkende studie naar de draagwijdte, de grondwettigheid en de wenselijkheid van het bestraffend karakter van het verbintenissenrecht», TPR 2007, p. 804, nr. 4.

• Cass. 3 maart 2011, Pas. 2011, 688, conclusie advocaat-generaal A. Henkes, RCJB 2012, 19, noot J. Kirkpatrick, TBH 2012, 290, noot J. Binon, RW 2012-13, 1097, noot A. Lenaerts.

• J.M. Berger-Bos, «Verzekering: contractus uberrimae fidei of niet?» in Verzekeringen van vriendschap: rechtsgeleerde opstellen aangeboden aan prof. mr. T.J. Dorhout Mees, Deventer, Kluwer, 1974, 109 e.v.;

• H. Cousy, «De rol van de goede trouw in het verzekeringscontract» in Liber amicorum Jan Ronse, Gent, Story-Scientia, 1986, 11-12.

• L. Huybrechts, «Fraudebestrijding», AFT 1996, p. 426, nr. 2.3.

• D. Ormerod, «The Fraud Act 2006 – Criminalising Lying?», Criminal Law Review 2007, 193-219.

• Model Insurance Fraud Act die werd uitgewerkt door de Coalition Against Insurance Fraud: www.insurancefraud.org/downloads/Model%20fraud%20act.pdf.

• Bvvo, Verzekeringsfraude voorkomen: een zaak van algemeen belang, Brussel, BVVO, 1998, 45.

• Art. 496 e.v. Sw.

• Art. 193 e.v. Sw.

• Art. 510-512 Sw.

• M. Fontaine, Droit des assurances, Brussel, Larcier, 2011, p. 166, nr. 236;

• L. Schuermans, Grondslagen van het Belgisch verzekeringsrecht, Antwerpen, Intersentia, 2008, p. 312, nr. 425.

• Cass. 20 juni 1983, Arr.Cass. 1982-83, 1298; Antwerpen 10 februari 1997, TAVW 1997, 190;

• Pol. Verviers 24 juni 1999, T.Vred. 2004, 306;

• Brussel 21 februari 2000, T.Verz. 2001, 753;

• Gent 13 februari 2003, RW 2006-07, 685 en TGR-TWVR 2004, 323, noot;

• Gent 10 juni 2004, TBH 2005, 869, noot;

• Antwerpen 22 juni 2011, NJW 2012, 255, noot D. Wuyts;

• Luik 8 januari 2013, RGAR 2013, nr. 14.990.

• L. Cornelis en R. Geelen, «Toetsing aan het algemeen (verbintenissen)recht van de gemeenschappelijke bepalingen met betrekking tot de totstandkoming van de landverzekeringsovereenkomsten (art. 4-10 van de Wet van 25 juni 1992 op de landverzekeringsovereenkomst)», TBH 1994, 402-403. 

• J.-L. Fagnart, Droit privé des assurances terrestres. Principes généraux in Traité pratique de droit commercial, Waterloo, Kluwer, 2011, p. 150-151, nr. 266.

• Brussel 10 mei 2004, RGAR 2007, nr. 14.251;

• Luik 24 november 2006, JLMB 2007, 437, noot J. Tinant;

• Brussel 15 april 2008, RGAR 2009, nr. 14.547;

• Brussel 29 april 2008, RGAR 2009, nr. 14.507;

• Luik 2 maart 2009, RGAR 2010, nr. 14.599;

• Antwerpen 22 juni 2011, NJW 2012, 255, noot D. Wuyts;

• Bergen 28 juni 2011, T.Verz. 2012, 400.

• Cass. 9 juni 2006, TBH 2007, 98, noot J.-L. Fagnart en NJW 2007, 511, noot G. Jocqué.

• Luik 9 december 2008, T.Verz. 2010, 63, noot J. Muyldermans.

• Luik 24 november 2006, JLMB 2007, 437, noot J. Tinant;

• Brussel 14 maart 2007, T.Gez. 2008-09, 304, noot F. Blockx;

• Antwerpen 19 december 2007, RW 2010-11, 325;

• Brussel 29 april 2008, RGAR 2009, nr. 14.507;

• Antwerpen 14 januari 2009, T.Verz. 2009, 414, noot R. Hiernaux;

• Gent 12 februari 2009, T.Verz. 2009, 284, noot R. Hiernaux;

• Luik 2 maart 2009, RGAR 2010, nr. 14.599;

• Rb. Luik 21 december 2010, VAV 2012, 238;

• Antwerpen 22 juni 2011, NJW 2012, 255, noot D. Wuyts.

•J.-C. André-Dumont, noot onder Bergen 11 februari 1997, T.Verz. 1998, 77.

• C. Van Schoubroeck, G. Jocqué, A. De Graeve, M. De Graeve en H. Cousy, «Overzicht van rechtspraak (1992-2003): Wet op de landverzekeringsovereenkomst», TPR 2003, p. 1831, nr. 15.1.

• Memorie van toelichting bij de Wet Landverzekeringsovereenkomst, Parl.St. Kamer 1990-91, nr. 1586/1, p. 17.

• Cass. 25 februari 2005, TBH 2005, 861, RW 2005-06, 1585, noot G. Jocqué; Brussel 29 april 2008, RGAR 2009, nr. 14.507. 

• Cass. 28 september 2012, For.Ass. 2013, 28, conclusie advocaat-generaal Chr. Vandewal, noot C. Verdure, T.Verz. 2013, 177, noot J. Fagnart.

• L. Cornelis en R. Geelen, l.c., TBH 1994, 396;

• C. Paris, «Conclusion et validité du contrat d’assurance» in C. Paris en B. Dubuisson, Actualités en droit des assurances, Luik, Anthemis, 2008, p. 25, nr. 23;

• J. Van Doninck, «Bedrog bij het aangaan van de verzekering in de wet op de landverzekeringsovereenkomst en de Principles of European Insurance Contract Law: lies have no legs», RABG 2010, p. 1354, nr. 6;

• E. Vieujean, «La loi du 25 juin 1992 sur le contrat d’assurance terrestre. Principes et questions spéciales en relation avec la pratique des juges de paix et de police» in Chronique de droit à l’usage des juges de paix et de police, Luik, Faculté de droit de l’université de Liège, 1993, p. 38, nr. 46.

• Cass. 21 mei 2007, Arr.Cass. 2007, 1066, T.Verz. 2008, 49, VAV 2007, 325, noot. 

• F. Longfils, «La «fragmentation» de la police d’assurances combinées: une règle aux conséquences inopinées?» in Liber Amicorum Bernard Glansdorff, Brussel, Bruylant, 2008, p. 448-449, nrs. 3-6.

• Antwerpen 19 januari 1998, TAVW 1999, 108; Gent 10 april 2002, RGAR 2003, nr. 13.677, noot M. Maréchal;

• Brussel 3 januari 2008, T.Verz. 2008, 382, noot R. Hiernaux.

• J.-L. Fagnart, «La segmentation des polices combinées et ses effets inattendus» (noot onder Cass. 9 juni 2006), DCCR 2007, p. 104, nr. 4; 

• Cass. 9 juni 2006, TBH 2007, 98, noot J.-L. Fagnart, NJW 2007, 511, noot G. Jocqué.

• Bergen 7 november 2005, RGAR 2008, nr. 14.418, noot C. Paris.

• Luik 10 mei 2006, T.Verz. 2010, 183; Luik 21 juni 2011, T.Verz. 2012, 230.

• Brussel 24 februari 2000, RGAR 2002, nr. 13.618.

• J.-L. Fagnart, «La preuve» in C. Paris en B. Dubuisson, Actualités en droit des assurances, Luik, Anthemis, 2008, p. 101-102, nrs. 162-164;

• C. Paris, l.c., in C. Paris en B. Dubuisson, Actualités en droit des assurances, p. 19-21, nrs. 17-19.

• J.-L. Fagnart, «Dispositions communes: formation et exécution du contrat» in M. Fontaine en J.-M. Binon (eds.), La loi du 25 juin 1992 sur le contrat d’assurance terrestre, Brussel, Bruylant, 1993, p. 84-85, nr. 58;

• Gent 10 april 2002, RGAR 2003, nr. 13.677, noot M. Marchal;

• Luik 24 november 2006, JLMB 2007, 439, noot J. Tinant, T.Verz. 2008, 22, noot P. Fontaine;

• Antwerpen 5 september 2007, RABG 2008, 1240, noot R. Sierens; Antwerpen 22 juni 2011, NJW 2012, 255, noot D. Wuyts.

• Cass. 6 november 2002, Arr.Cass. 2002, 2383, conclusie advocaat-generaal J. Spreutels, JT 2003, 579, noot J. Kirkpatrick, RCJB 2004, 267, noot F. Glansdorff, RW 2002-03, 1629, noot B. Weyts, T.Verz. 2003, 815, noot P. Graulus;

• Cass. 6 november 2007, RW 2007-08, 1716, noot B. Weyts.

• Luik 24 november 2006, JLMB 2007, 439, noot J. Tinant, T.Verz. 2008, 22, noot P. Fontaine.

• Cass. 2 oktober 2009, JT 2010, 538, noot A. Lenaerts, JT 2011, 291, noot T. De Haan, NJW 2010, 318, noot I. Boone, RW 2010-11, 487, noot S. Guiliams, T.Verz. 2010, 440, noot B. Weyts;

• Cass. 16 mei 2011, NJW 2012, 23, noot I. Boone.

• E. De Kezel, «Opzet, aansprakelijkheid en intern regres: verandert het Hof van Cassatie het geweer van schouder?» (noot onder Cass. 18 maart 2010), RABG 2010, 1298-1299;

• S. Guiliams, «De verdeling van de schadelast bij samenloop van een opzettelijke en een onopzettelijke fout», RW 2010-11, p. 484, nr. 23;

• A. Lenaerts, «Le recours contributoire entre coobligés in solidum et l’influence de la faute intentionnelle: fraus omnia corrumpit?», JT 2010, p. 534, nr. 13;

• B. Weyts, «Geen toepassing van Fraus omnia corrumpit bij in solidum aansprakelijkheid: un accident de parcours?», T.Verz. 2010, 448.

• Bergen 28 december 1995, RGAR 1998, nr. 13.023;

• Rb. Luik 29 juni 2007, RGAR 2009, nr. 14.488.

• Rb. Luik 29 juni 2007, RGAR 2009, nr. 14.488.

• Bergen 28 december 1995, RGAR 1998, nr. 13.023; Gent 16 september 2004, RW 2006-07, 371.

• RvS 12 november 1996, nr. 63.016, TBP 1997, 504.

• P. Wéry, Le Mandat, Brussel, Larcier, 2000, p. 241-242, nr. 203.

• Cass. (fr.) 8 oktober 1985, nr. 83-12.903, www.lexisnexis.com.

• G. Jocqué, «Excepties, nietigheid en verval van recht in de aansprakelijkheidsverzekering» in Rechtskroniek voor de vrede- en politierechters 2006, Brugge, die Keure, 2006, p. 180, nr. 12;

• R. Sierens, «Opzettelijke verzwijging leidt tot nietigheid van de verzekeringsovereenkomst» (noot onder Antwerpen 5 september 2007), RABG 2008, p. 1246, nr. 4.

• Cass. 6 november 2002, RW 2002-03, 1629, noot B. Weyts;

• Cass. 6 november 2007, RW 2007-08, 1716, noot B. Weyts.

• M. Clarke «Article 8:103, Adjustment of Terms in Case of Overinsurance» in Principles of European Insurance Contract Law, Munchen, Sellier, 2009, 238, C4.

• G. Schoorens, «Verzekeringen en verzwaring van het risico» (noot onder Gent 7 februari 1996), AJT 1997-98, p. 75, nr. 13.

• Cass. 17 maart 1987, Arr.Cass. 1986-87, 940;

• Cass. 20 november 2001, Arr.Cass. 2001, 1968.

• Cass. 8 mei 1979, Arr.Cass. 1978-79, 1062.

• A. De Nauw, Inleiding tot het bijzonder strafrecht, Mechelen, Kluwer, 2010, p. 371-372, nr. 461

•  J. Vanheule, Strafbare deelneming, Antwerpen, Intersentia, 2010, p. 185-187, nr. 143.

• Gent 19 februari 2009, RABG 2010, 1338, noot J. Van Doninck.

• L. Huybrechts, «Oplichting» in Comm.Straf., p. 13, nr. 20;

• J. Spreutels, F. Roggen en E.R. France, Droit pénal des affaires, Brussel, Bruylant, 379-380.

• Cass. 8 mei 2007, Pas. 2007, 865.

• Cass. 5 april 1996, Arr.Cass. 1996, 247. Zie ook: L. Huybrechts, l.c., in Comm.Straf., p. 5, nr. 6.

• A. Maron, M. Véron en J.-H. Robert, «Chronique: Droit pénal et procédure penale», La Semaine Juridique éd. gén. 2007, p. 112, nr. 5.

• L. Huybrechts, l.c., in Comm.Straf., p. 20, nr. 36.

• Cass. 6 februari 2001, RW 2001-02, noot A. Vandeplas;

• B. Spriet, «Recente rechtspraak omtrent fraudemisdrijven» in Themis: straf(proces)recht 2006-2007, Brugge, die Keure, 2007, p. 44, nr. 16.

• Cass. 4 maart 1997, Arr.Cass. 1997, 300;

• Cass. 22 september 1999, Arr.Cass. 1999, 1149;

• Brussel 27 februari 1997, JLMB 1997, 1442.

• Cass. 5 november 1974, Arr.Cass. 1975, 302.

• Cass. 5 januari 1953, Arr.Cass. 1953, 260.

• M-L. Rassat, «Escroquerie» in JurisClasseurs Pénal Code 31 december 2013, nr. 95, www.lexis nexis.com.

• Gent 29 januari 2004, TBBR 2006, 486;

• Gent 16 september 2004, RW 2006-07, 371.

• Cass. 26 april 1936, Pas. 1936, I, 270.

• Cass. crim. 29 september 1999, JurisData no 1999-004572, www.lexisnexis.com. 

• Cass. 28 november 2006, Arr.Cass. 2006, 2445.

• Cass. 27 januari 2010, RW 2011-12, 607, noot D. Wuyts..

• D. Wuyts, «De rol van het misdrijf valsheid in geschriften in de strijd tegen verzekeringsfraude» (noot onder Cass. 27 januari 2010), RW 2011-12, 608-613.

• S. Van Dyck, Valsheid in geschriften en gebruik van valse geschriften, Antwerpen, Intersentia, 2007, 193-194.

• Cass. 8 december 1999, Arr.Cass. 1999, 1594.

• Cass. 23 april 2002, RW 2004-05, 461, noot J. Vanheule.

• Cass. 16 juni 1999, Arr.Cass. 1999, 845.

• Cass. 21 oktober 2008, Pas. 2008, 2325.

• Cass. 25 september 2001, RW 2002-03, 1669;

• Antwerpen 22 januari 1988, RW 1987-88, 1031).

• Gent 29 januari 2004, TBBR 2006, 486;

• Gent 16 september 2004, RW 2006-07, 371.

• Cass. 27 januari 2010, RW 2011-12, 607, noot D. Wuyts.

• S. Van Dyck, «Valsheid in geschriften opnieuw in de kijker» (noot onder Cass. 18 april 2006), RW 2006-07, p. 1276, nr. 4;

• J. Vanhalewijn en L. Dupont, Valsheid in geschriften in APR, Gent, Story-Scientia, 1975, p. 23, nrs. 68-72.

• Cass. 14 december 2010, RABG 2011, 588, noot L. Delbrouck;

• Cass. 5 mei 2004, RDP 2004, 1076;

• Brussel 24 januari 2012, Dr.pén.entr. 2012, 191, noot F. Lugentz.

• Cass. 27 januari 2010, RW 2011-12, 607, noot D. Wuyts.

• Bergen 16 januari 2008, For.Ass. 2008, nr. 83, p. 66, noot C. Verdure.

• G. Schoorens, l.c., AJT 1997-98, p. 75, nr. 13.

• P. Colle, «Enkele bedenkingen bij de nieuwe Modelovereenkomst van 14 december 1992 inzake de verplichte motorrijtuigenverzekering», T.Verz. 1993, 537;

• G. Schoorens, l.c., AJT 1997-98, p. 76, nr. 15.

185 Art. 27, 2° Modelovereenkomst

• M. Clarke, «Article 4:203, Sanctions» in Principles of European Insurance Contract Law, Munchen, Sellier, 2009, 186, C3.

• Cass. 20 september 2005, Pas. 2005, 1676, RW 2007-08, 1541, T.Verz. 2006, 407

• Cass. 8 december 1999, Arr.Cass. 1999, 1594.

• Cass. 4 maart 1997, Arr.Cass. 1997, 300;

• Cass. 22 september 1999, Arr.Cass. 1999, 1149).

• H.-D. Bosly, «L’escroquerie» in Les infractions contre les biens, Brussel, Larcier, 2008, 254-255;

• M. Véron, Droit pénal spécial, Parijs, Dalloz, 2008, p. 279, nr. 413.

• Brussel 26 mei 1994, Verkeersrecht 1995, 6;

• Brussel 30 mei 1995, Verkeersrecht 1996, 224;

• Rb. Brugge 8 mei 2000, RW 2001-02, 34;

• Bergen 4 maart 2008, RGAR 2009, nr. 14.496).

• Hoge Raad 3 december 2004, NJ 2005, 160, noot M.M. Mendel.

• M.L. Hendrikse, «Juridische aspecten van fraude bij de vaststelling van de verzekeringsuitkering» in M.L. Hendrikse en J.G.J. Rinkes (eds.), Juridische en economische aspecten van verzekeringsfraude, Zutphen, Paris, 2009, p. 57, nr. 3.2.

• Voorz. Kh. Brussel 16 juni 2003, DCCR 2004, 69, noot L. Kerzmann, TBH 2003, 883, noot.

• Cass. 20 september 2005, Pas. 2005, 1676, RW 2007-08, 1541, T.Verz. 2006, 407.

• Cass. 26 mei 1936, Pas., 1936, I, 270.

• Bergen 20 mei 2009, VAV 2009, 322;

• Kh. Charleroi 7 november 2007, VAV 2008, 119.

• Cass. 28 november 2006, Arr.Cass. 2006, 2445.

• A. Maron, M. Véron en J.-H. Robert, «Chronique: Droit pénal et procédure penale», La Semaine Juridique éd. gén. 2007, p. 112, nr. 5.

• B. Keulen, «Voorbereiding» in Het strafrecht bedreven. Liber amicorum Alain De Nauw, Brugge, die Keure, 2011, 471-481.

• Crim. 1 juni 1994, Rev.sc.crim. 1995, 102, noot R. Ottenhof;

• Crim. 22 februari 1996, Rev.sc.crim. 1996, 846, noot B. Bouloc;

• Crim. 8 september 2004, Dr.pén. 2005, nr. 13, noot M. Véron;

• Crim. 7 oktober 2009, LexisNexis.

• Cass. 3 november 2004, RW 2005-06, 1583, noot C. De Roy;

• Cass. 24 maart 2010, Pas. 2010, 983).

• Cass. 20 september 2005, Pas. 2005, 1676, RW 2007-08, 1541, T.Verz. 2006, 407.

 

Gerelateerd
Bibliotheek
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve
Aangemaakt op: zo, 13/04/2014 - 12:26
Laatst aangepast op: zo, 13/04/2014 - 13:17

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.