-A +A

Vervalbedingen in het Belgische verzekeringsrecht

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Publicatie
Auteur: 
Schuermans Luc
Tijdschrift: 
Rechtskundig Weekblad
Uitgever: 
Intersentia
Jaargang: 
2016-2017
Pagina: 
43
Samenvatting

Verval in wordt in het burgerlijk recht omschreven als «het wettelijk of contractueel bepaalde verlies van een subjectief recht als rechtstreekse sanctie voor een toerekenbare tekortkoming van de rechthebbende, waarbij de bestraffing van de rechthebbende of de bescherming van derden beoogd wordt. In het is verval het geheel of gedeeltelijk verlies van het recht op de verzekeringsprestatie voor het geval de verzekerde een contractuele verplichting van de verzekeringsovereenkomst niet nakomt.

 

Inhoudstafel tekst: 

I. Inleiding 1

II. Geschiedenis

III. Begrip verval

A. Wettelijk en conventioneel verval

B. Zijn grove schuld en opzet bijzondere toepassingen van verval van recht?

IV. Voorwaarden van art. 65 W.Verz.: bepaalde verplichting en oorzakelijk verband

A. Bepaalde verplichting

B. Oorzakelijk verband tussen de tekortkoming en het schadegeval

C. Bijkomende voorwaarden naast die van art. 65 W.Verz.?

D. Toepassing van art. 65 W.Verz. bij regres van WAM-verzekeraar op basis van de gronden tot regres in de Modelovereenkomst: kan de verzekeraar geldig regres uitoefenen zonder causaal verband?

V. Onderscheid met aanverwante rechtsfiguren en verplichting tot herkwalificatie

A. Het onderscheid tussen verval van recht en «uitsluiting»

B. Het onderscheid tussen verval van recht en schorsing van dekking

C. Verplichting tot herkwalificatie

VI. Bewijs

Bronnenmateriaal

• M.A. Masschelein, «Het verval van een recht (la déchéance)», RW 2010-11, 698.
• M.A. Masschelein, Het verval van een recht in het materieel privaatrecht, Antwerpen, Intersentia, 2010. Het toerekenbaarheidsvereiste houdt overeenkomstig het aansprakelijkheidsrecht in dat de sanctie geen toepassing vindt indien de tekortkoming te wijten is aan een vreemde oorzaak • K. Bernauw, «Oorzakelijkheid in verzekeringen», TPR 2014, 1696).
• Cass. 20 september 2012, NJW 2013, 268.
• J.-L. Fagnart, Le contrat d’assurance, Waterloo, Kluwer, 2012, 155;
•M. Fontaine, Verzekeringsrecht, Gent, Larcier, 2011, 280;
L. Schuermans en C. Van Schoubroeck, Grondslagen van het Belgische verzekeringsrecht, Antwerpen, Intersentia, 2015, 752;
• C. Paris en J.-L. Fagnart, «Actualités législatives et jurisprudentielles dans les assurances en général» in C. Paris en B. Dubuisson (eds.), Luik, Anthemis, 2008, 57;
• P. Colle, De nieuwe wet van 4 april 2014 betreffende de verzekeringen. Algemene beginselen van het Belgische verzekeringsrecht, Antwerpen, Intersentia, 2015, 92;
•T. Meurs en Y. Thiery, «Aansprakelijkheidsverzekering: risicovolle onderneming?» in C. Van Schoubroeck en I. Samoy (eds.), Aansprakelijkheids- en verzekeringsrecht, Themis nr. 93, Brugge, die Keure, 2015, 77.
• H. Cousy en G. Schoorens, De nieuwe wet op de Landverzekeringsovereenkomst: parlementaire voorbereiding van de Wet van 25 juni 1992 en van de wijzigende Wet van 16 maart 1994, Deurne, Kluwer, 1994, 112.
• B. Dubuisson en V. Callewaert, «Les recours de l’assureur après indemnisation» in B. Dubuisson en V. Callewaert (eds.), La loi sur le contrat d’assurance terrestre. Bilan et perspectives après 20 années d’application, Brussel, Bruylant, 2012, 194-203).
H. Geens, «Wie draagt de bewijslast bij diefstal van een wagen?», TBBR 2006, 225;
R. Vandeputte, «De lotsbestemming van de vervallenverklaring in de verzekering», RW 1977-78, 2049-2060.
• C. Van Schoubroeck, «Verhaal van de WAM-verzekeraar en artikel 11 WLVO», TBH 2010, 71;
• J.-L. Fagnart, «Examen de jurisprudence (1981 à 1990) – Les assurances terrestres», RCJB 1991, 730-731;
• S. Fredericq, H. Cousy en J. Rogge, «Overzicht van rechtspraak (1969-1978) – Verzekeringen», TPR 1981, 391 e.v.;
• S. Fredericq, «Overzicht van rechtspraak (1965-1968) – Verzekeringen», TPR 1969, 269 e.v.
• G. Jocqué, «De Wet Landverzekeringsovereenkomst en de Verzekeringswet 1874 in de nieuwe Wet Verzekeringen», RW 2014-15, 483-496;
• J.-C. André-Dumont, «La loi du 4 avril 2014 relative aux assurances: brève analyse critique», For.ass. 2014, 155-167;
• M. Fontaine en J.M. Binon, «La loi du 4 avril 2014 relative aux assurances. Présentation générale. Dispositions relatives au droit du contrat d’assurance», TBH 2014, 949-970;
• Commissie voor verzekeringen, advies over het ontwerp «FSMA Wet Verzekeringen», 20 september 2013, DOC C/2013-3, www.fsma.be;
• T. Vansweevelt en B. Weyts, De Verzekeringswet 2014, Antwerpen, Intersentia, 2015;
• B. Dubuisson, La nouvelle loi du 4 avril 2014 relative aux assurances, Brussel, Larcier, 2015.
• Cass. 30 januari 1992, Arr.Cass. 1991-92, 497;
• «Observations sur le thême de l’abus de droit en matière contractuelle», RCJB 1994, 18;
• H. Cousy, «De nieuwe wet op de landverzekeringsovereenkomst in actie», TBH 1997, 718;
• J.-L. Fagnart, «Le régime des exclusions et des déchéances dans les assurances de responsabilité» in Les assurances de responsabilité, Brussel, Jeune Barreau, 1999, 165;
• M. Fontaine, «Déchéances, exclusions, définition du risque et charge de la preuve en droit des assurances», RCJB 2003, 52.
• C. Van Schoubroeck en I. Samoy (eds.), Aansprakelijkheids- en verzekeringsrecht, 82).
• C. Van Schoubroeck, «Algemeen geformuleerde zorgvuldigheidsplicht niet sanctioneren door een verval van dekking», TBH 2007, 792.
• J. Begerem, «La loi du 25 juin 1992 sur le contrat d’assurance terrestre. Divergences entre le texte de la loi et la pratique», RGAR 1996, nr. 12.633, p. 3.
• P. Henry en J. Tinant, «Déchéance ou exclusion: de Charybde en Scylla?» in B. Dubuisson en P. Jadoul (eds.), La loi du 25 juin 1992 sur le contrat d’assurance terrestre – Dix années d’application, Brussel, Bruylant, 2003, 78.
• Cass. 20 september 2012, NJW 2013, 268.
• E. Georges, «Clé laissée dans le véhicule: sanction contractuelle», Rec.jur.ass. 2011, 176.
• Cass. 12 januari 2007, NJW 2007, 845;
• Cass. 12 oktober 2007, TBH 2008, 767;
• Cass. 13 september 2010, RGAR 2011, nr. 14708;
• Cass. 10 maart 2015, T.Verz. 2015, 277;
• Brussel 2 februari 2004, RGAR 2005, nr. 14.048.
• V. Callewaert, «L’exigence de détermination des clauses de déchéance», RGAR 2010, nr. 14.626, p. 2;
• C. Paris en J.-L. Fagnart, o.c., in C. Paris en B. Dubuisson (eds.), Actualités en droit des assurances, 57;
• B. Dubuisson, «L’assurance de la responsabilité des médecins et des hôpitaux. Entre le marteau et l’enclume», T.Verz. 1997, 404-405 en 413;
• M. Michel, «Les conventions relatives à la charge de la preuve en droit des assurances sont-elles licites?», RGAR 2014, nr. 15.125, p. 3;
• Rb. Hasselt 29 november 2001, AJT 2001-02, 917;
• Bergen 16 januari 2007, TBH 2007, 829;
• Kh. Bergen 7 juni 2000, TBH 2001, 198;
• Kh. Bergen 16 februari 2000, TBH 2000, 774;
• Kh. Hasselt 15 november 1999, TBBR 2000, 267;
• Brussel 15 februari 2000, T.Verz. 2001, 380;
• Luik 2 februari 2001, RRD 2001, 330;
• Rb. Luik 18 december 2001, RGAR 2004, nr. 13.859;
• Rb. Hasselt 28 november 2002, RABG 2003, 364;
• Luik 17 oktober 2003, JLMB 2004, 1241;
• Bergen 20 juni 2007, JLMB 2008, 273;
• Gent 13 november 2008, T.Verz. 2009, 255.
• G. Jocqué, «Opzettelijk veroorzaakte schade: geen uitsluiting maar verval van recht», RW 2001-02, 890-892;
• G. Jocqué, «De gevolgen van (on)opzettelijke slagen ten aanzien van het verzekeringsrecht», RABG 2002, 361;
• B. Dubuisson, «La faute intentionnelle en droit des assurances. L’éclairage du droit pénal» in Liber amicorum Henry-D. Bosly, Brussel, la Charte, 2009, 181;
• L. Cornelis en A.-S. Maertens, «De opzettelijke risicoveroorzaking in de rechtsbijstandsverzekering» in P. Colle en J.-L. Fagnart (eds.), Bijzondere vraagstukken rechtsbijstandverzekering, Antwerpen, Maklu, 1998, 72;
• J.-L. Fagnart, «Le regime des exclusions et des déchéances dans les assurances de responsabilité» in Les assurances de responsabilité, Brussel, Jeune Barreau de Bruxelles, 1999, 200.
• Kh. Bergen 17 april 1997, TBH 1997, 709;
• Luik 9 oktober 2002, T.Verz. 2003, 372.
• H. De Rode, «La notion de déchéance et la faute intentionnelle» in Liber amicorum H. Claassens, Antwerpen, Maklu, 1998, 99-108.
• Cass. 7 juni 2001, Arr.Cass. 2001, 1111;
• Cass. 18 januari 2002, RGAR 2003, nr. 13.659;
• B. Dubuisson, «Actualités législatives et jurisprudentielles dans les assurances de choses et de frais» in C. Paris en B. Dubuisson (eds.), Actualités en droit des assurances, Luik, Anthemis, 2008, 149
• P. Colle, «Opzet en bewijs van het recht op verzekeringsprestatie» in C. Van Schoubroeck, W. Devroe, K. Geens en J. Stuyck (eds.), Over Grenzen. Liber amicorum H. Cousy, Antwerpen, Intersentia, 2011, 406.
• Cass. 14 mei 2012, RW 2013-14, 1266;
• B. Fosseprez en A. Pütz, «La preuve en droit des assurances ou le paradigme du clair-obscur» in B. Fosseprez en A. Pütz (eds.), La preuve au carrefour de cinq disciplines juridiques, Limal, Anthemis, 2013, 112.
• Cass. 14 mei 2012, RW 2013-14, 1266.
• Cass. 4 maart 2013, RW 2014-15, 542.
• Cass. 3 maart 2014, DCCR 2015, afl. 106, 92.
• G. Heirman, «Opzettelijke schadegevallen in het verzekeringsrecht: het Hof van Cassatie verbiedt clausules die de dekking uitsluiten van begunstigden die vreemd zijn aan de opzettelijke veroorzaking van het schadegeval», DCCR 2015, 94-103.
• F. Ponet, P. Rubens en W. Verhees, De landverzekeringsovereenkomst: praktische commentaar bij de Wet van 25 juni 1992, Antwerpen, Kluwer, 1993, 72;
• C. Eyben, «Observations concernant les déchéances conventionnelles (article 11 de la loi du 25 juin 1992)», T.Verz. 2006, 99.
• Cass. 12 januari 2007, TBH 2007, 786.
• Cass. 12 januari 2007, TBH 2007, 786;
• C. Van Schoubroeck, «Verhaal van de WAM-verzekeraar en artikel 11 WLVO», TBH 2010, 71;
• H. Cousy en G. Schoorens, De nieuwe wet op de Landverzekeringsovereenkomst: parlementaire voorbereiding van de Wet van 25 juni 1992 en van de wijzigende Wet van 16 maart 1994, Deurne, Kluwer, 1994, 112;
• Cass. 12 januari 2007, TBH 2007, 786;
• Luik 7 mei 2004, RGAR 2006, nr. 14.908;
• Gent 10 juni 2004, TBH 2005, 869;
• Rb. Dinant 23 mei 2013, RGAR 2013, nr. 15.015, p. 2.
• Gent 10 juni 2004, TBH 2005, 869.
• Luik 30 juni 2014, DCCR 2015, 159;
• Rb. Dinant 23 mei 2013, RGAR 2013, nr. 15.015, p. 2.
• G. Heirman, «Verval van dekking indien vensterraam «op kiep» staat?», DCCR 2015, 162-170.
• Luik 30 juni 2014, DCCR 2015, 159.
• Cass. 12 januari 2007, TBH 2007, 786.
• Antwerpen 17 september 2012, TBH 2013, 546;
• Brussel 4 december 2000, RGAR 2003, nr. 13.758;
• Luik 12 februari 2002, RGAR 2002, nr. 13.594.
• C. Van Schoubroeck, «Algemeen geformuleerde zorgvuldigheidsplicht niet sanctioneren door een verval van dekking», TBH 2007, 793;
L. Schuermans en C. Van Schoubroeck, o.c., 760;
• V. Callewaert, «L’assurance vol: entre difficultés probatoires et crainte de fraudes» in C. Paris en V. Callewaert (eds.), Actualités en droit des assurances, Brussel, Larcier, 2015, 204.
• Pol. Gent 24 maart 1997, RW 1999-2000, 1275.
•Brussel 10 november 2003, RGAR 2004, nr. 13.940;
• Pol. Gent 11 september 1997, TAVW 1999, 113.
• B. Dubuisson, «La norme impérative dans le contrat d’assurance» in Liber amicorum Hubert Claassens, Antwerpen, Maklu, 1998, 130;
• Kh. Namen 17 december 1992, T.Verz. 1993, 289.
• M. Van Quickenborne, Oorzakelijk verband tussen onrechtmatige daad en schade, Mechelen, Kluwer, 2007, 25;
H. Bocken en I. Boone, «Causaliteit in het Belgische recht», TPR 2002, 1633.
• Cass. 30 oktober 1973, Arr.Cass. 1974, 250;
• Cass. 27 maart 1980, Arr.Cass. 1979-80, 946.
• Y. Thiery, «De antidiefstalverplichting als uitsluitingsbeding: gevolgen voor de bewijslast», Limb.Rechtsl. 2014, 201;
• H. Keulers, «Artikel 11 WLVO – commentaar» in Wet en Duiding Verzekeringen, Brussel, Larcier, 2013, 36.
• Bergen 17 maart 2016, www.juridat.be.
• Gent 15 februari 2007, TBBR 2008, 575.
• V. Callewaert, «L’assurance vol: entre difficultés probatoires et crainte de fraudes» in C. Paris en V. Callewaert (eds.), Actualités en droit des assurances, Brussel, Larcier, 2015, 204.
• V. Callewaert, ibid. Gegraveerde vensters maken het makkelijker om gestolen voertuigen terug te vinden, waardoor ze minder aantrekkelijk worden voor potentiële dieven (cf. promotiecampagne in Wallonië in 2015);
• Brussel 10 november 2003, RGAR 2004, nr. 13.940. Zie evenwel: Brussel 26 november 2002, RGAR 2004, nr. 13.815.
• Cass. 13 september 2010, JT 2010, 737;
• Brussel 14 december 2010, RGAR 2011, nr. 14.738.
• Cass. 2 juni 2005, T.Verz. 2006, 96;
• C. Paris en J.-L. Fagnart, o.c., in C. Paris en B. Dubuisson (eds.), Actualités en droit des assurances, 59.
• Cass. 2 juni 2005, T.Verz. 2006, 96;
• G. Heirman, «De algemene informatieverplichting t.a.v. consumenten in het Wetboek van Economisch Recht (art. VI.2 WER)» in G. Straetmans en R. Steennot (eds.), Wetboek Economisch Recht en de bescherming van de consument, Antwerpen, Intersentia, 2015, 80-81.
• Kh. Hasselt 24 maart 2000, TBH 2001, 194;
Kh. Brussel 8 maart 1999, TBH 1999, 878.
• Kh. Hasselt 24 maart 2000, TBH 2001, 194.
• Kh. Hasselt 24 maart 2000, TBH 2001, 194.
•Advies Commissie voor Verzekeringen van 10 maart 2009 over het ontwerp van Minimumvoorwaarden verzekering BA motorrijtuigen, DOC C/2008/4, www.fsma.be, 6 e.v.
• KB van 14 december 1992 betreffende de modelovereenkomst voor de verplichte aansprakelijkheidsverzekering inzake motorrijtuigen, BS 3 februari 1993.
• Cass. 11 mei 2000, RW 2000-01, 1381;
• E. Desmedt, «Het recht van verhaal van de WAM-verzekeraar», T.Vred. 2004, 245;
• E. Brewaeys, «De regresvordering van de verzekeraar burgerlijke aansprakelijkheid motorrijtuigen» in Verzekeringsrecht, Antwerpen, Maklu, 1998, 7.
• T. Meurs en Y. Thiery, «Aansprakelijkheidsverzekering: risicovolle onderneming?» in C. Van Schoubroeck en I. Samoy (eds.), Aansprakelijkheids- en verzekeringsrecht, Themis nr. 93, Brugge, die Keure, 2015, 86.
• B. Dubuisson, «Ceci n’est pas une déchéance ...», JLMB 2011, 2054;
• D. Wuyts, «De rol van de Modelovereenkomst in het verhaal van de WAM-verzekeraar tegen de verzekerde en de toepassingsvoorwaarden van art. 25, 3o, b Modelovereenkomst», RW 2010-11, 1133.
• C. Van Schoubroeck, «Verhaal van de WAM-verzekeraar en artikel 11 WLVO», TBH 2010, 71;
• P. Colle, Handboek bijzonder gereglementeerde verzekeringscontracten, Antwerpen, Intersentia, 2015, 170-171;
• Pol. Nijvel 11 juni 2012, RGAR 2012, nr. 14.917;
• Rb. Brussel 3 oktober 2008, VAV 2009, 112;
•Rb. Leuven 9 mei 2007, VAV 2008, 2;
• Pol. Verviers 13 maart 2006, T.Pol. 2006, 106;
• Rb. Brussel 30 juni 2004, RGAR 2006, nr. 14.089;
• Rb. Leuven 10 maart 2004, VAV 2004, 417;
• Pol. Verviers 8 maart 2004, T.Vred. 2004, 305;
• Pol. Turnhout 18 november 2003, RW 2006-07, 235;
• Pol. Turnhout 18 november 2003, RW 2006-07, 23;
• Pol. Turnhout 25 februari 2003, RW 2004-05, 75;
• Pol. Hoei 8 september 2005, T.Pol. 2006, 104.
• B. Dubuisson en V. Callewaert, «Le contrat-type à la croisée des chemins» in B. Dubuisson en P. Jadoul (eds.), De neuf en assurance R.C. automobile, Brussel, Bruylant, 2004, 232;
• J.-B. Petitat, Regres in de WAM, Mechelen, Kluwer, 2008, 156-162;
• M. Fontaine, Droit des assurances, Brussel, Larcier, 2006, 248;
• M. Wastiau, «Het recht in ademnood: de goede trouw reanimeert» in Liber amicorum Hubert Claassens, Antwerpen, Maklu, 1998, 286;
• Sellicaerts, De modelovereenkomst ’92 auto: een vergelijking «’56-’92 met commentaar, Zaventem, Kluwer, 1992, 73;
• Pol. Mechelen 9 maart 2012, VAV 2012, 393;
• Luik 12 maart 1992, T.Verz. 1993, 231;
• Pol. Gent 10 november 2008, RABG 2009, 709;
• Rb. Antwerpen 19 februari 2008, VAV 2008, 277;
• Pol. Charleroi 26 juni 2007, VAV 2007, 337;
• Pol. Brugge 24 mei 2007, VAV 2007, 344;
• Brugge 15 maart 2007, RW 2009-10, 287;
• Sint-Niklaas 23 september 2005, VAV 2007, 170;
• Rb. Turnhout 27 mei 2004, RW 2004-05, 1189.
• P. Colle, Handboek bijzonder gereglementeerde verzekeringscontracten, 171;
• G. Jocqué, «Excepties, nietigheid en verval van recht in de aansprakelijkheidsverzekering» in P. Lecocq en C. Engels (eds.), Rechtskroniek voor de Vrede- en Politierechters, Brugge, die Keure, 2006, 168;
• F. Feron, «L’action récursoire en assurance R.C. auto. Bref survol de la jurisprudence rendue entre 2004 et 2009», VAV 2011, 77.
• Cass. 19 juni 2009, TBH 2010, 66.
• Cass. 13 september 2012, RGAR 2012, nr. 14.913.
• Cass. 19 juni 2009, TBH 2010, 66.
• Cass. 19 februari 2009, JLMB 2011, 2049;
• Cass. 19 februari 2009, JLMB 2011, 2049
• A. Rondao Alface, «L’action récursoire en RC auto est-elle une déchéance de garantie?», For.ass. 2012, 130-134;
• D. Clesse, «L’assureur qui exerce l’action récursoire doit-il démontrer le lien causal entre l’absence de permis valable et l’accident?», VAV 2012, 118-119;
• B. Dubuisson en V. Callewaert, «Les recours de l’assureur après indemnisation» in B. Dubuisson en V. Callewaert (eds.), La loi sur le contrat d’assurance terrestre. Bilan et perspectives après 20 années d’application, Brussel, Bruylant, 2012, 206-209;
• Rb. Brussel 3 oktober 2008, VAV 2009, 112;
• P. Colle, De nieuwe wet van 4 april 2014 betreffende de verzekeringen. Algemene beginselen van het Belgische verzekeringsrecht, 91;
Antwerpen 18 april 2001, T.Verz. 2002, 697;
• E. Delaunoy, «De discussie over de bewijslast aangaande uitsluitingen in verzekeringen: een never ending story?» in Liber amicorum Jean-Luc Fagnart, Louvain-la-Neuve, Anthemis, 2008, 101;
• D. Wuyts, «Uitsluiting van dekking en verval van recht op dekking», NJW 2011, 777.
• P. Colle, De nieuwe wet van 4 april 2014 betreffende de verzekeringen. Algemene beginselen van het Belgische verzekeringsrecht, 91-92;
Brussel 10 november 2003, RGAR 2004, nr. 13.940.
• J.M. Genicot, conclusie voor Cass. 20 september 2012, Pas. 2012, 1706. Zie ook voor Frankrijk: Y. Lambert-Faivre, Droit des assurances, Parijs, Dalloz, 2001, nrs. 423 en 424.
• J.M. Genicot, conclusie voor Cass. 20 september 2012, Pas. 2012, 1706;
• J-L. Fagnart, «L’étendue de la garantie» in M. Fontaine (ed.), La loi du 25 juin 1992 sur le contrat d’assurance terrestre, Brussel, Editions du Jeune Barreau de Bruxelles, 25
• Gent 23 maart 2000, RGAR 2001, nr. 13.421;
• Antwerpen 26 juni 2013, Limb.Rechtsl. 2014, 190.
• J.M. Genicot, conclusie voor Cass. 20 september 2012, Pas. 2012, 1707;
• G. Jocqué, «Uitsluitingsbeding of vervalbeding», NJW 2013, 268.
• Cass. 20 september 2012, NJW 2013, 268.
• Cass. 5 februari 2016, C.15.0179.F;
• Cass. 11 februari 2016, C.15.0180.N.
• Cass. 20 september 2012, NJW 2013, 268.
• Bergen 13 mei 2013, JLMB 2014, 875
• Bergen 2 oktober 2000, RGAR 2002, nr. 13.597;
• Antwerpen 18 april 2001, T.Verz. 2002, 697;
• Antwerpen 26 juni 2002, Verkeersrecht 2002, 371;
• Gent 20 maart 2003, T.Verz. 2003, 770;
• Gent 18 januari 2007, T.Verz. 2007, 423).
• Brussel 25 november 1999, RGAR 2001, nr. 13.404;
• Bergen 11 januari 2011, T.Verz. 2011, 330).
•Antwerpen 26 juni 2013, Limb.Rechtsl. 2014, 190.
• Cass. 20 september 2012: Bergen 10 december 2001, RGAR 2002, nr. 13.554;
• Luik 22 juni 2005, RGAR 2007, nr. 14.290;
• Bergen 2 oktober 2000, RGAR 2002, nr. 13.597;
• Brussel 27 oktober 1997, TBH 1998, 473.
• Cass. 11 februari 2016, C.15.0180N;
• Rb. Antwerpen 31 maart 2014, VAV 2015, 23.
• Pol. Charleroi 10 juni 2011, VAV 2011, 306;
Pol. Luik 17 februari 2010, VAV 2011, 312.
• Cass. 14 oktober 2007, NJW 2008, 120;
• H. Keulers, «Artikel 11 WLVO – commentaar» in Wet en Duiding Verzekeringen, Brussel, Larcier, 2013, 36.
• C. Van Schoubroeck, «Bewijslast van «uitsluitingen» in verzekeringen: nieuwe ontwikkelingen?», TBH 2006, 775;
• H. Geens, «De verdeling van de bewijslast over de partijen in het verzekeringsrecht en het gemeen verbintenissenrecht» in B. Allemeersch, P. Londers en S. Sroka (eds.), Bewijsrecht, 177;
• E. Delaunoy, o.c., in Liber amicorum Jean-Luc Fagnart, 97-113.
• M. Fontaine, «La charge de la preuve des exclusions en droit des assurances», TBBR 2009, 209.
• Rb. Luik 9 mei 2007, RGAR 2008, nr. 14.434;
• Luik 6 februari 2008, For.ass. 2009, 30;
• Bergen 5 januari 2004, JLMB 2004, 1251;
• Luik 4 maart 2004, JLMB 2004, 1245;
• Brussel 22 juni 2004, RGAR 2006, nr. 14.073;
• Brussel 25 november 2002, T.Verz. 2004, 756;
• Bergen 10 februari 2010, JLMB 2010, 603;
• Rb. Antwerpen 25 februari 2013, T.Pol. 2015, 26;
• Antwerpen 22 januari 2014, TBH 2014, 1009;
• C. Van Schoubroeck, «De verzekeraar moet bewijzen dat aan de voorwaarden van de uitsluiting van dekking is voldaan», TBH 2007, 802;
• M. Houben, «Ã€ propos de la preuve du sinistre volontaire – Quelques notes sur l’évolution de quelques concepts du droit des assurances», T.Verz. 2003, 501-503;
• P. Henry, «Clauses de non-assurance, d’exclusion et de déchéance: qui doit prouver quoi?», For.ass. 2007, 44-50;
• Cass. 7 juni 2001, RW 2001-02, 890.
• Cass. 18 januari 2002, RGAR 2003, nr. 13.659.
• Cass. 13 april 2007, TBH 2007, 797. Zie de noot van C. Van Schoubroeck bij dit arrest: C. Van Schoubroeck, «De verzekeraar moet bewijzen dat aan de voorwaarden van de uitsluiting van dekking is voldaan», TBH 2007, 802.
• Bergen 1 december 2009, CRA 2010, 6;
• Antwerpen 4 september 2004, Limb.Rechtsl. 2005, 92;
• Gent 9 juni 2004, T.Verz. 2005, 103;
• Gent 25 mei 2003, T.Verz. 2004, 295;
• Brussel 18 februari 2003, RGAR 2005, nr. 14.017;
• Antwerpen 17 februari 2003, NJW 2003, 779;
• Bergen 13 mei 2013, JLMB 2014, 875;
• Bergen 1 juni 2012, RGAR 2012, nr. 14.929;
• N. Schmitz, «Le point sur la charge de la preuve des causes d’exonération de garantie» in C. Paris en V. Callewaert (eds.), Actualités en droit des assurances, Brussel, Larcier, 2015, 185;
• J.-L. Fagnart, «La preuve de l’exclusion de garantie: un débat qui n’en finit pas», For.ass. 2010, 226-231;
• V. Callewaert, «La charge de la preuve des exclusions et son aménagement conventionnel: quelle sécurité juridique?», RGAR 2012, nr. 14.929;
• M. Michel, «Les conventions relatives à la charge de la preuve en droit des assurances sont-elles licites?» (deuxième partie), RGAR 2014, nr. 15.133, p. 10
• Bergen 1 juni 2012, RGAR 2012, nr. 14.929.
• M. Fontaine, «La suspension de la garantie de l’assurance pour défaut de paiement des primes», RCJB 1982, 315;
• J.-L. Fagnart, «Dispositions communes: formation et exécution du contrat» in M. Fontaine en J.-M. Binon (eds.), La loi du 25 juin 1992 sur le contrat d’assurance terrestre, Brussel, Bruylant, 1993, 81.
• V. Callewaert, «La notion de déchéance et le devoir de vérification du juge du fond», Rec.jur.ass. 2012, 117;
• L. Schuermans en C. Van Schoubroeck, o.c., 760;
• C. Van Schoubroeck en J. Amankwah, «Actualia verzekeringsrecht maart 2012-maart 2015: highlights uit wetgeving en rechtspraak» in C. Van Schoubroeck en I. Samoy (eds.), Aansprakelijkheids- en verzekeringsrecht, Brugge, die Keure, 2015, 117;
• Cass. 14 januari 2013, TGR-TWVR 2014, 55).
• J.M. Genicot, conclusie voor Cass. 20 september 2012, Pas. 2012, 1707;
• Bergen 1 februari 2000, RGAR 2001, nr. 13.347;
• Bergen 11 januari 2011, Rec.jur.ass. 2011, 171;
• Brussel 25 november 1999, RGAR 2001, nr. 13.404;
• Brussel 3 april 2003, RGAR 2004, nr. 13.890;
• Gent 2 oktober 2003, T.Verz. 2004, 300;
• Gent 15 februari 2007, NJW 2007, 415;
• Bergen 10 december 2001, RGAR 2002, nr. 13.554;
• Brussel 25 november 1999, RGAR 2001, nr. 13.404;
• E. Georges, «Clé laissée dans le véhicule: sanction contractuelle», Rec.jur.ass. 2011, 174;
• V. Callewaert, «La notion de déchéance et le devoir de vérification du juge du fond», Rec.jur.ass. 2011, 116;
• P. Henry en J. Tinant, o.c., in B. Dubuisson en P. Jadoul (eds.), La loi du 25 juin 1992 sur le contrat d’assurance terrestre – Dix années d’application, 98;
• Cass. 20 september 2012, NJW 2013, 266.
• Cass. 5 februari 2016, C.15.0179.F;
• Cass. 11 februari 2016, C.15.0180.N.
• Cass. 20 september 2012, NJW 2013, 268.
• P. Colle, Algemene beginselen van het Belgische verzekeringsrecht. De nieuwe wet van 4 april 2014 betreffende de verzekeringen, 93;
• Gent 21 november 2013, TBH 2014, 1006;
• Rb. Antwerpen 31 maart 2014, VAV 2015, 23;
• Antwerpen 22 oktober 2013, TBH 2014, 1001. Zie al eerder: Bergen 11 januari 2011, Rec.jur.ass 2011, 171;
• Pol. Charleroi 10 juni 2011, VAV 2011, 306;
• Pol. Luik 17 februari 2010, VAV 2011, 312.
• Gent 21 november 2013, TBH 2014, 1006.
• Rb. Antwerpen 31 maart 2014, VAV 2015, 23.
• Pol. Charleroi 10 juni 2011, VAV 2011, 306;
• Pol. Luik 17 februari 2010, VAV 2011, 312.
• Cass. 25 januari 2002, RGAR 2003, nr. 13.757;
• J. Custers, «L’exclusion et la déchéance en matière d’assurance – causes d’exonération de l’assureur ou exclure l’exclusion», RGAR 2011, nr. 14.787, 9;
• P. Gérard, J.-F. Van Drooghenbroeck en H. Boularbah, «Pourvoi en cassation en matière civile» in RPDB, Brussel, Bruylant, 2012, 276;
• Antwerpen 18 april 2001, T.Verz. 2002, 697;
• Gent 23 maart 2000, RGAR 2001, nr. 13.421.
• J.-L. Fagnart, «La requalification des clauses d’un contrat d’assurance» in Liber amicorum Lucien Simont, Brussel, Bruylant, 2002, 669-679.
• Cass. 11 februari 2016, C.15.0180.N).
• R. Carton de Tournai en P. Van der Meersch, Précis des assurances terrestres en droit belge, Brussel, Bruylant, 1970, 220;
• F. Monette, A. De Villé en R. André, Traité des assurances terrestres, Brussel, Bruylant, 1949, 540;
• C. Van Schoubroeck, «Bewijslast van «uitsluitingen» in verzekeringen: nieuwe ontwikkelingen?», TBH 2006, 774;
• H. Geens, o.c., in B. Allemeersch, P. Londers en S. Sroka (eds.), Bewijsrecht, 183;
• A. Vanderspikken, «Over opzet en bewijslast in verzekeringen», TBH 1999, 861;
• K. Bernauw, «De verzekeringsovereenkomst: ontstaan, bewijs en interpretatie (in het bijzonder de WAM)» in C. Engels en P. Lecocq (eds.), Rechtskroniek voor de vrede- en politierechters 2009, Brugge, die Keure, 2009, 314;
• N. Schmitz, «Le point sur la charge de la preuve des causes d’exonération de garantie» in C. Paris en V. Callewaert (eds.), Actualités en droit des assurances, Brussel, Larcier, 2015, 144;
• T. Meurs en Y. Thiery, o.c., in C. Van Schoubroeck en I. Samoy (eds.), Aansprakelijkheids- en verzekeringsrecht, 82;
• P. Colle, De nieuwe wet van 4 april 2014 betreffende de verzekeringen. Algemene beginselen van het Belgische verzekeringsrecht, 92.
• Cass. 2 april 2004, Pas. 2004, 567;
• Cass. 19 mei 2005, Pas. 2005, 1065;
• Cass. 12 oktober 2007, Pas. 2007, 1785;
• Cass. 13 september 2010, RGAR 2011, nr. 14.708;
• N. Schmitz, o.c., in C. Paris en V. Callewaert (eds.), Actualités en droit des assurances, 144.
• 164 Pol. Luik 17 februari 2010, CRA 2011, 312;
• Bergen 19 april 2010, For.ass. 2011, 89;
• Luik 24 oktober 2011, JLMB 2014, 874;
• Luik 13 november 2012, JLMB 2013, 1792;
• Rb. Charleroi 7 februari 2013, CRA 2014, 35.
• Brussel 17 maart 1998, AJT 2000-01, 119;
• C. Van Schoubroeck, G. Jocqué, A. De Graeve, M. De Graeve en H. Cousy, «Overzicht van rechtspraak – Wet op de Landverzekeringsovereenkomst», TPR 2003, 1866.
• Cass. 19 februari 1965, Pas. 1965, 628;
• Gent 2 oktober 2003, T.Verz. 2004, 300;
• Brussel 10 november 2003, RGAR 2004, nr. 13.940;
• Rb. Antwerpen 25 februari 2013, T.Pol. 2015, 26;
• Cass. 20 juni 1957, Arr.Cass. 1957, 885;
• Cass. 20 april 1978, Arr.Cass. 1977-78, 958;
• Cass. 24 juni 1994, Arr.Cass. 1994, 661;
• L. Cornelis, Algemene theorie van de verbintenis, Antwerpen, Intersentia, 2000, 207;
• P. Van Ommeslaghe, «Examen de jurisprudence (1974-1982) – Les obligations», RCJB 1988, 155;
• R. Mougenot, Droit des obligations – La preuve, Brussel, Larcier, 2002, 69;
• H. De Page, Traité élémentaire de droit civil belge, III, Brussel, Bruylant, 1967, 746;
• R. Steennot, «Commentaar bij art. 74, 21o Wet 6 april 2010» in R. Steennot, J. Stuyck, H. Vanhees en E. Wymeersch (eds.), Handels- en economisch recht. Artikelsgewijze commentaar met overzicht van rechtspraak en rechtsleer, Mechelen, Kluwer, 2012, 1;
• P. Cambie, Onrechtmatige bedingen, Gent, Larcier, 2009, 324;
J.-L. Fagnart, «La preuve de l’exclusion de garantie: un débat qui n’en finit pas», For.ass. 2010, 227;
• J. Custers, «L’exclusion et la déchéance en matière d’assurance – causes d’exonération de l’assureur ou exclure l’exclusion», RGAR 2011, nr. 14.787, 1;
• S. Rutten, «Ongeoorloofd bewijs en (ongeoorloofde) bewijsclausules» in CBR Jaarboek 2006-07, Antwerpen, Intersentia, 2007, 451.
• M. Storme, De bewijslast in het Belgisch privaatrecht, Gent, Story-Scientia, 1962, 68;
• J.-L. Fagnart, «Les clauses abusives et illégales dans les contrats d’assurance» in B. Biemar en B. Kohl (eds.), Les clauses abusives et illicites dans les contrats usuel, Limal, Anthemis, 2013, 73.
• B. Allemeersch en W. Vandenbussche, «De rol van de rechter bij bewijsafspraken tussen partijen» in P. Wéry en S. Stijns (eds.), De rol van de rechter bij bewijsafspraken tussen partijen, Brugge, die Keure, 2014, 171-172.
• Advies Commissie voor Onrechtmatige Bedingen van 20 november 2013 inzake bedingen omtrent de bewijslast in omniumverzekeringen, http://economie.fgov.be.
• E. Terryn, «La transposition de la directive droits des consommateurs en Belgique – champ d’application personnel et exclusions», REDC 2013, 373;
• B. Keirsbilck, «Boek VI en XIV. Marktpraktijken en consumentenbescherming, ook voor vrije beroepen» in B. Keirsbilck en E. Terryn (eds.), Het Wetboek van economisch recht: van nu en straks?, Antwerpen, Intersentia, 2014, 151;
• B. Weyts, «Het segmentatiebeleid van de verzekeraars: krachtlijnen en wijzigingen ten gevolge van de Verzekeringswet van 4 april 2014» in T. Vansweevelt
• B. Weyts (eds.), De Verzekeringswet 2014, Antwerpen, Intersentia, 2015, 40.
• Cass. 13 september 2010, JT 2010, 737;
• J. Kirkpatrick, «La loi et la convention en matière de charge de la preuve du lien de causalité entre la faute lourde de l’assuré conventionnellement exclue de l’assurance et le sinistre», JT 2010, 740.
• Pol. Gent 11 maart 2013, RW 2014-15, 512;
• Brussel 14 december 2010, RGAR 2011, nr. 14.738.

Bespreking van dit boek door de uitgever:

Dit handboek is zonder enige twijfel hét referentiewerk voor het Belgische verzekeringsrecht.
De auteur slaagt erin met dit aangenaam geschreven basiswerk de lezer een ruim inzicht te bieden in het verzekeringsrecht.
Het eerste deel van het boek behandelt de maatschappelijke betekenis van het begrip “verzekeren”.
Vervolgens wordt het ondernemingsgebeuren belicht: de vrijheid van vestiging, de vrije dienstverlening, het relevante mededingingsrecht, het toezicht op de verzekeringsondernemingen, de distributie van verzekeringsproducten, de handelspraktijken en consumentenbescherming, de privacy en de overheidsopdrachten.
De verzekeringsovereenkomst wordt zeer gedetailleerd en in al zijn aspecten besproken in het derde en vierde deel.
Het meestal omzeilde actuarieel financieel luik van het levensverzekeringsrecht wordt in het vijfde deel behandeld.
In het zesde deel worden een aantal overkoepelende thema’s gegroepeerd: de uitsluiting van bepaalde risico’s, de subrogatie, de samenloop van verzekeringen, de overdracht van verzekeringsovereenkomsten, de duur en het einde van de verzekeringsovereenkomst.
Het zevende en laatste deel behandelt de geschillenbeslechting. De verjaring vormt hiervan een belangrijk onderdeel. Het gerechtelijke en buitengerechtelijke contentieux sluiten dit deel af.
Een uitgebreide bibliografie en een praktisch trefwoordenregister maken van dit standaardwerk het ultieme en onmisbare boek over deze rechtstak.
Luc Schuermans is advocaat aan de balie van Turnhout en doceerde van 1974 tot 2005 “Verzekeringsrecht” aan de Universiteit Antwerpen.
Hij is doctor in de rechten en licentiaat in het notariaat (KULeuven), studeerde aan de Università di Roma en behaalde het diploma van Master of Laws aan de Harvard University. Het CRB-fellowship en het Boas-fellowship werden hem toegekend. Als lid van de Commissie voor Verzekeringen heeft hij de werkgroep voorgezeten die de WAM-modelovereenkomst opstelde. Luc Schuermans is auteur van talrijke publicaties over aansprakelijkheids- en verzekeringsrecht.
« Les lecteurs qui ont apprécié la première édition seront ravi d’en trouver une seconde, amplement actualisée. Ceux qui ont laissé passer la première découvriront un ouvrage de base très complet »
In JT, 3 januari 2009

Gerelateerd
Bibliotheek
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve
Aangemaakt op: vr, 02/09/2016 - 15:04
Laatst aangepast op: vr, 02/09/2016 - 15:04

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.