-A +A

Vertrouwen is goed, dual ownership is beter - Elf essentialia bij de invoering van een trustactige figuur of fiduciaire overeenkomst in het Belgische recht

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Titel van het boek: 
Fiduciaire overeenkomst
Publicatie
Auteur: 
ME Storme
Tijdschrift: 
Rechtskundig Weekblad
Uitgever: 
intersentia
Jaargang: 
1996-1997
Pagina: 
137
Samenvatting
Inhoudstafel tekst: 

Inleidende bedenkingen
1. De trust is, zoals algemeen bekend is, een rechtsfiguur die als dusdanig in ons recht niet bestaat
a) Het is een betoog de lege ferenda
b) Deze wijze van trustnabootsing moge dan al voor sommigen de meest radicale breuk lijken met het bestaande recht, het tegendeel is waar.
c) Het verschil tussen de hier voorgestelde aanpak en sommige andere is wel dat bestaande regels van ons recht openlijk worden gewijzigd, en niet tersluiks.
d) De rechtsgeschiedenis en rechtsvergelijking
Stelling I
Trust is geen verbintenis, maar een zakelijk recht, en de invoering ervan vereist dus noodzakelijk de invoering van een nieuw zakelijk recht
2. Een probleem van zakenrecht.
3. Mogelijkheden van middellijke vertegenwoordiging.
4. Beperkingen van middellijke vertegenwoordiging. a) Het is niet mogelijk op deze wijze de opdrachtgever-eigenaar de macht te ontnemen om zelf nog op te treden
b) De bevoegdheid van de middellijke vertegenwoordiger is verder in beginsel ook niet tegen samenloop bestand, niet «konkursfest» of faillissementsvast.
c) Is er meer dan één lastgever of opdrachtgever, dan hebben hun rechten ook geen gezamenhands karakter
d) Ook is het niet duidelijk of de schuldvorderingen die de middellijke vertegenwoordiger op derden verkrijgt, zakenrechtelijk in beginsel in zijn vermogen vallen, dan wel in dat van de opdrachtgever.
c) Ten slotte kan men die nadelen van de middellijke vertegenwoordiging ook niet opheffen door andere zuiver verbintenisrechtelijke constructies
5. Mogelijkheden en beperkingen van volledige fiduciaire overdracht.
De fiduciaire overdracht beantwoordt evenwel helemaal niet aan de trust, en voldoet ook niet aan de eisen die het Haags Trustverdrag stelt voor de erkenning van een trust. Immers:
a) Wanneer de bewindvoerder (fiduciaris) beschikt over de volle eigendom van de goederen, niet bezwaard door een zakelijk recht van de fiduciant/begunstigde, dan is zijn rechtsverhouding tegenover de begunstigde zuiver verbintenisrechtelijk. Komt de bewindvoerder (fiduciaris) zijn verplichtingen tegenover de fiduciant/begunstigde niet na, dan is dit weliswaar wanprestatie, maar is de fiduciant/begunstigde daartegen helemaal niet zakenrechtelijk beschermd. Weliswaar kan dit in sommige gevallen worden opgelost met de omweg van de leer der derde-medeplichtigheid, maar de aanspraak van de begunstigde tegen de derde blijft opnieuw een zuiver verbintenisrechtelijke aanspraak die niet bestand is tegen samenloop (niet «konkursfest»).
b) Meer nog, in geval van faillissement van de bewindvoerder vallen de goederen in zijn boedel, en is de begunstigde/fiduciant gewone schuldeiser.
c) Ook hebben de schuldeisers van schulden die vóór het beheer van die goederen zijn aangegaan, geen voorrang op de andere schuldeisers van de bewindvoerder, aangezien de goederen ook hier geen afgescheiden vermogen vormen, maar «bruto» in de boedel vallen van de bewindvoerder.
d) Omgekeerd ontsnappen de goederen aan de schuldeisers van de begunstigde/fiduciant, zij het dat die natuurlijk wel de schuldvorderingen die de begunstigde heeft op de bewindvoerder, kunnen innen of realiseren.
6. Mogelijkheden van de rechtspersoon.
a) De goederen blijven volledig buiten het vermogen van de bestuurders (bewindvoerders).
b) Bij een vennootschap behouden de schuldeisers van de begunstigde — d.i. de aandeelhouder — hun onderpand, zij het alleen het nettoaandeel.
c) Bij een vennootschap hebben de rechten van de begunstigden — d.i. de aandeelhouders — een gezamenhands karakter. Zij kunnen namelijk wél beschikken over hun aandeel in de vennootschap, maar niet over een aandeel in de afzonderlijke goederen van de vennootschap.
d) Verder hebben de vennootschapsschuldeisers op het vennootschapsvermogen voorrang op de private schuldeisers van de aandeelhouders zowel als van de bestuurders.
e) Ten slotte bestaat de mogelijkheid, meer bepaald bij stichtingen en v.z.w.‘s, om nog niet bestaande of onvoldoende bepaalbare personen te begunstigen.
7. Noodzaak van uitbouw van een volwaardige zakenrechtelijke positie voor beide partijen.
a) De vorming van een afgescheiden vermogen buiten de reeds in ons recht bestaande afgescheiden vermogens
b) Minstens even belangrijk, de schepping van een nieuw zakelijk recht
Stelling II
Zekerheidstrust en beheerstrust dienen te worden gescheiden. De oplossing voor de zekerheidstrust ligt uitsluitend in een aanpassing van de regels inzake pand- en hypotheekrecht.
8. Terwijl er voor beheers- of bewindsdoeleinden in ons zakenrecht geen principieel geschikte figuur bestaat, ligt de zaak m.i. geheel anders voor de zekerheidseigendom (ficucie-sûreté, Sicherungstreuhand).
Stelling III
Een zinvolle vormgeving van de beheerstrust vereist dat het begrip «eigendom» gebruikt wordt voor de rechtspositie van de begunstigde, en niet voor die van de bewindvoerder.
9. Terminologie: bewindvoerder en rechthebbenden.
10. «Eigendom» bij de rechthebbenden leggen.
11. Eigendom is steeds het residuaire recht.
12. Geen eigendom die niet in het vermogen valt.
13. Duidelijkheid omtrent het recht van de begunstigde
14. Betere inpasbaarheid in het erfrecht
15. Eenvoudiger bij wijziging of afwezigheid van bewindvoerder
16. Behoud van de gelijkenis met middellijke vertegenwoordiging en maatschap
17. Besluit van stelling III
Stelling IV
Het karakter van afgescheiden vermogen is niet uitsluitend een vraag van verbintenissen van de bewindvoerder. Het is op de eerste plaats een zakenrechtelijke vraag, met zakenrechtelijke implicaties.
18. Afgescheiden vermogen is geen vraag van contractuele verplichtingen.
19. Zakelijke subrogatie
20. Voorrang van de bewindschuldeisers.
21. Regeling bij vermenging
Stelling V
22. Het bewindsdeel behoort tot het vermogen van de rechthebbenden
23. Bewindsrecht behoort tot het persoonlijk vermogen van de bewindvoerder
Stelling VI Het gezamenhandse karakter van het recht van de rechthebbenden.
24. Bewindsdeel als een onlichamelijk goed
Stelling VII
De bepaling van de bevoegdheden van de bewindvoerder is geen zuiver verbintenisrechtelijke, maar ook een zakenrechtelijke vraag.
25. Vraagstelling
26. In beginsel zakelijk werkende bevoegdheidsbeperking
27. Uitwerking.
— Bij de invoering van een trust in ons recht, dient de revindicatie evenwel zoveel mogelijk dezelfde te zijn als bij andere zakelijke rechten. D.w.z. dat derden beschermd worden (behoudens door de dertigjarige verjaring) wanneer zij te goeder trouw zijn en:
— bij roerende goederen: het feitelijk bezit hebben;
— bij schuldvorderingen: krachtens een tussen partijen geldige titel hebben verkregen en het fiduciair karakter van de opnaamstelling van de bewindvoerder de schuldenaar niet bekend was;
— bij onroerende goederen: slechts in zeer uitzonderlijke gevallen,
28. Contractuele bevoegdheidsbeperkingen toch niet zakelijk laten werken?
29. Geen algehele, enkel persoonsgebonden beschikkingsonbevoegdheden.
Stelling VIII
Er is geen reden om de schepping van een bewindsrecht anders dan door overeenkomst of testament uit te sluiten
30. Trust en fiducie zijn geen rechtshandelingen
31. Wettelijke regeling dient bewindsrecht krachtens rechterlijke beslissing niet uit te sluiten.
32. Rechtshandeling kan ook eenzijdig zijn.
Stelling IX
33. Vraagstelling.
34. Kwalificatie van de onderbewindstelling
35. Kwalificatie van beschikkingen betreffende het bewindsdeel zelf
36. Gewone regels van de herroepbaarheid bij begunstiging van een derde
Stelling X
Er is in beginsel geen reden om bijzondere grond-, vorm- of publiciteitsmaatregelen voor te schrijven voor de vestiging van een trust of beschikking over de daardoor ontstane rechten, noch afwijkende regels in te voeren voor de transacties die met deze rechten mogelijk zijn.
37. Algemene stellingname.
38. Afwijking van art. 1130, tweede lid, B.W.
39. Afwijking van de regel van bepaalbaarheid en bestaan van de begunstigde
40. Opsplitsing van het recht van de begunstigde in de tijd.
41. Eisen aan de vestiging van bewindsrecht onder algemene titel
42. Geen doelgebondenheid
43. Vormvereisten.
44. Publiciteitsvereisten.
Stelling XI
45. Einde mandaat bewindvoerder
46. Einde bewindsrecht zelf.
47. Twee categorieën.
48. Eerste categorie.
49. Tweede categorie
In bijgaand ontwerp-artikel 710-37 wordt een poging gedaan om deze gedachten in een tekst om te zetten.

Bronverwijzingen
• B. Rudden «Things as Thing and Things as Wealth», 14. Oxford Journal of legal studies, 1994, 81 v.
• A. Watson, Legal transplants. An approach to comparative law, Edingburgh 1976.
• A. Gambaro, «Il ‘trust‘ in Italia e Francia», in Scritti in onore di Rodolfo Sacco, Giuffre Milaan 1994, (497), 522 v.
• P.A. Foriers, «La fiducie en droit belge», in C. Witz & B. Oppetit (red.), Les opérations fiduciaires, Feduci — LGDJ, Parijs 1985, (263) 265 v. en 299 v.
• M. Storme, «Hoever reikt de regel van de onherroepelijkheid van een lastgeving van gemeenschappelijk belang — in het bijzonder bij enkele toepassingen in de notariële praktijk», T. Not., 1996, 7 v.
• W. Wiegand, «Trau, schau wem — Treuhandrecht in der Schweiz und in Deutschland», Festschrift für Helmut Coing, München 1982, II, (565), 585 v.
• M. Graziadei, «Proprieta fiduciaria e proprietà del mandatario», lezing studiedag «Fiducia e trust» van de Association Capitant 1988, in Quadrimestre 1990, 1 v.
• E. Dirix, «Zakelijke subrogatie», R.W., 1993-94, 273.
• F.P. van Koppen, «Bestaan er echte trustverhoudingen in Nederland, Duitsland en Luxemburg», WPNR 1989, nrs. 5906-6907, p. 130.
• E. Dirix en K. Broeckx, APR, Beslag, nr. 645.
• M.E. Storme, «De uitwendige rechtsgevolgen van verbintenissen uit overeenkomst en andere persoonlijke rechten: zgn. derde-medeplichtigheid aan wanprestatie, pauliana en aanverwante leerstukken», in Overeenkomsten en derden: de externe gevolgen van overeenkomsten en de derde-medeplichtigheid, BVBJ, Vlaams Pleitgenootschap, Jeune Barreau Brussel 1995.
•. Cass., 30 januari 1965, R.C.J.B., 1966, noot Dabin; E. Dirix, «De vergoedende functie van de actio Pauliana», R.W., 1992-93, 331 nr. 3;
• N. Geelhand, Belangenafweging in het huwelijksvermogensrecht: de belangen van de niet-contracterende echtgenoot versus de belangen van de derde-medecontractant, Mys & Breesch Gent 1995, dl. II, nrs. 1994-1995 en 1997;
• M.E. Storme, «De uitwendige rechtsgevolgen van verbintenissen uit overeenkomst en andere persoonlijke rechten: zgn. derde-medeplichtigheid aan wanprestatie, pauliana en aanverwante leerstukken», in Overeenkomsten en derden, 111 e.v., nr. 13.
• B. Rudden «Things as Thing and Things as Wealth», 14, Oxford Journal of legal studies, 1994, 81 v.
• C. De Wulf, «De trust en enige vergelijkingen met het Belgische recht», in Droit anglo-saxon et droit continental, Koninklijke Federatie Belgische Notarissen, Mys & Breesch, Gent 1995, (115),133.
• I. Demuynck, «Het mandaat ‘van gemeenschappelijk belang‘ en zijn herroepbaarheid», Recente cassatie, 1993, 191 v.; A. Van Oevelen, «De principiële onherroepelijkheid van een lastgeving van gemeenschappelijk belang», R.W., 1993-94, 1426 v.
• «Hoever reikt de regel van de onherroepelijkheid van een lastgeving van gemeenschappelijk belang — in het bijzonder bij enkele toepassingen in de notariële praktijk», T. Not. 1996, 7 v.
• L. Thevenoz, «La fiducie, cendrillon du droit suisse. Propositions pour une réforme», ZSR 1995, (253) 339 v.
• «Le mandat irrévocable», R.T.D.Civ., 1937, (241) 260:

 

 

Gerelateerd
Bibliotheek
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve
Aangemaakt op: wo, 13/09/2017 - 15:28
Laatst aangepast op: wo, 13/09/2017 - 15:28

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.