-A +A

Verjaring in het buitencontractueel aansprakelijkheidsrecht vanuit mensenrechtelijk perspectief

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Publicatie
Auteur: 
Somers Stefan
Tijdschrift: 
Rechtskundig Weekblad
Uitgever: 
Intersentia
Jaargang: 
2011-2012
Pagina: 
1742
Samenvatting

Deze bijdrage plaats de bepalingen van het burgerlijk wetboek tegenover de rechten van de mens en de rechtspraak van het Gronfwettelijk Hof en het ERHRM.

Inhoudstafel tekst: 

I. Inleiding

II. Het mensenrechtelijk kader

A. Een eerste precedent: het lentearrest (van het Arbitragehof van 21 maart 1995)

 

B. Verjaring en non-discriminatie in de rechtspraak van het Grondwettelijk Hof

1o De eigen invulling van de proportionaliteitstoets

2o De uitholling van het recht op toegang tot de rechter als ijkpunt bij het toepassen van het gelijkheidsbeginsel: de rechtspraak van het Grondwettelijk Hof inzake de speciale verjaringstermijn voor vorderingen tegen de overheid

C. De verjaring bekeken vanuit art. 6, § 1 EVRM

D. Tussenbesluit

III. De verjaring in het buitencontractueel aansprakelijkheidsrecht: art. 2262bis BW

A. Totstandkoming

B. De relatieve verjaringstermijn

C. De absolute verjaringstermijn

IV. De verjaringstermijnen getoetst

A. De relatieve verjaringstermijn getoetst

B. De absolute verjaringstermijn getoetst

C. Het criterium van de zwaarte van de fout

V. Het adagium «contra non valentem agere nulla currit praescriptio» ("tegen hem die in de onmogelijkheid verkeert om te handelen, loopt de verjaring niet") als uitweg uit het dilemma?

VI. Besluit

 

 

 

 

Overige rechtsleer

• T. Vansweevelt, «De verjaring van de buitencontractuele vordering (art. 2262bis BW)» in H. Vuye en Y. Lemense (eds.), Springlevend aansprakelijkheidsrecht, Antwerpen, Intersentia, 2011, (293) 293.

• I. Claeys, «Rede en passie, ook bij verjaring» in F. Judo (ed.), Kent U de termijn nog? Termijnregelingen in en buiten de procedure, Brussel, De Boeck & Larcier, 2004, (17) 17.

• A. Van Oevelen, «Recente ontwikkelingen inzake de bevrijdende verjaring in het burgerlijk recht», RW 2000-01, (1433) 1434.

• P.-H. Delvaux, «La prescription de l’action civile résultant d’une infraction involontaire. Pour un retour à la dualité des fautes pénales et civiles», RGAR 1977, nr. 9707, 1 verso

• W. Verrijdt, «Effectief rechtsmiddel tegen overschrijding redelijke termijn. Voldoet België aan de vereisten van de Kudla-rechtspraak?», CDPK 2007, 573-605;

• J. Van Compernolle en M. Verdussen, «La responsabilité du législateur dans l’arriéré judiciaire», JT 2007, 433-439.

Rechtspraak

• Biorim-arrest (Arbitragehof 13 oktober 1989, nr. 23/89,

• Arbitragehof 21 maart 1995, nr. 25/95

• Arbitragehof 18 maart 1997 13/97

• Arbitragehof 19 november 2004, nr. 149/2003

• Arbitragehof 15 mei 1996, nr. 32/96;

• Arbitragehof 22 juli 2004, nr. 136/2004

• GwH 20 juni 2007, nr. 90/2007

• GwH 18 oktober 2006, nr. 153/2006

• EHRM 10 mei 2001, E. e.a. t/ Verenigd Koninkrijk

• EHRM, 8 juli 2004, Vo t/ Frankrijk

• EHRM 2 september 2010, Fedina t/ Oekraïne

• EHRM 2 juni 2009, Codarcea t/ Roemenië

• EHRM 26 oktober 2000, Kudla t/ Polen

• EHRM 21 februari 1975, Golder t/ Verenigd Koninkrijk

• EHRM 25 januari 2000, Miragall Escolano t/ Spanje

 

 

 

 

Gerelateerd
Bibliotheek
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve
Aangemaakt op: vr, 01/06/2012 - 10:31
Laatst aangepast op: vr, 01/06/2012 - 10:31

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.