-A +A

Te veel ontvangen onteigeningsvergoeding en onverschuldigde betaling

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Publicatie
Auteur: 
Gits C
Auteur: 
Vandenberghe F
Tijdschrift: 
Rechtskundig Weekblad
Uitgever: 
intersentia
Pagina: 
282
Samenvatting

In deze bijdrage wordt gepoogd aan te tonen dat de onteigende die een definitieve onteigeningsvergoeding toegekend krijgt die minder bedraagt dan wat hem eerder als provisionele of voorlopige vergoeding werd toebedeeld, ten onrechte kan worden veroordeeld om hetgeen hij te veel ontving terug te betalen met rente. Deze opvatting gaat in tegen twee recente arresten van het Hof van Cassatie van 10 november 1994 en 14 september 1995.

Beide arresten veroordelen de onteigende om die rente te betalen en wijzen expliciet de stelling van de hand als zou de onteigende, door te veel onteigeningsvergoeding te ontvangen, een ontvanger te goeder trouw zijn van een onverschuldigde betaling en derhalve overeenkomstig artikel 1378 B.W. niet tot interestbetaling gehouden zijn. Deze arresten zijn niet volledig overtuigend en kunnen moeilijk gelden als afsluiter van een discussie die nog onvoldoende uitgediept is.
 

Inhoudstafel tekst: 

Inleiding

I. ONVERSCHULDIGDE BETALING

1. Goede of kwade trouw

2. Toepasselijkheid van de onverschuldigde betaling

a. Betaling

b. Onverschuldigd karakter van de betaling

3. Kritiek op de stelling van het Hof

II. AANGAANDE INTEREST OP DE TE VEEL BETAALDE ONTEIGENINGSVERGOEDING

III. FOUTLOZE RISICOAANSPRAKELIJKHEID

1. Artikel 1398 Ger.W.: dubbel bestanddeel van de restitutieplicht

2. Grondslag van de teruggaveplicht en de schadevergoedingsplicht

a. Onverschuldigde betaling

b. Foutaansprakelijkheid

c. Risicoaansprakelijkheid

IV. TOETSING VAN DE TERUGBETALINGSVERPLICHTING VAN DE ONTEIGENDE AAN DE PRINCIPES VAN HET ARREST VAN 7 APRIL 1995

1) Van de aanvang af is het de onteigenaar die het initiatief tot een onteigening neemt.

2) De provisionele vergoeding wordt buiten elk initiatief van de onteigende in de deposito- en consignatiekas gestort.

3) Artikel 15 van de wet bevat een soortgelijke regeling inzake de voorlopige vergoeding.

4) Wat met de door de onteigenaar in de deposito- en consignatiekas gestorte bedragen gebeurt, heeft met de voorlopige uitvoering van het vonnis strikt beschouwd niets meer te maken en deze handeling kan niet delen in het risico van artikel 1398 Ger.W.

Samenvatting en besluit

 

Bronverwijzing

• Cass., 10 november 1994, T. Gem., 1995, 220, R. Cass., 1995, 121-126, noot Lindemans, D., en R.W., 1994-95, 1277.

• Cass., 14 september 1995, R. Cass., 1996, 27, en R.W. 1995-96, 995.

• Cass., 20 juni 1996.

• Lindemans, D., «Onteigeningsvergoedingen en rente» (noot onder Cass. 10 november 1994), R. Cass., 1995, 121-126.

• Cass., 29 januari 1990, R.W., 1989-90, 1462,

• Cass., 7 december 1990, R.W., 1990-91, 1332 met concl. Adv.Gen. Du Jardin, H.;

• Arbitragehof, 12 december 1990, R.W., 1990-91, 885,

• Ghysels, J., «De bevoegdheid van de Raad van State inzake onteigeningen», R.W., 1990-91, 1294-1300;

• Suetens, S., «Onteigeningen: justitiële vrede hersteld?», R.W., 1992-93, 449-455;

• Lagasse, D., «De la perte de compétence du Conseil d‘Etat en cours de procédure en matière d‘expropriation», J.T., 1995, 765-766 (noot onder Arbitragehof, 22 juni 1995)

• Suetens, S., «Onteigeningen: justitiële vrede hersteld? Bis repetita placent...», R.W., 1995-96, 392-393.

• Van Oevelen, A. en Lindemans, D., «Het kort geding: herstel van schade bij andersluidende beslissing van de bodemrechter», T.P.R., 1985, 1064,

• De Page, H., Traité élémentaire de droit civil belge, III, Brussel, Bruylant, 1964, nrs. 19-20.

• Petit, J., Interest, in A.P.R., Antwerpen, Story-Scientia, 1995, 80.

• De Page, H., Tratié élémentaire de droit civil belge, III, Brussel, Bruylant, 1964, nr. 6.

• Cass., 9 september 1988, R.W., 1988-89, 541;

• Rb. Gent (kort ged.), 14 juli 1981, R.W., 1981-82, 690 (met noten Storme, M. en Baert, K.).

• Picard, E., Traité général de l‘expropriation pour utilité publique, II, Traité de l‘indemnité, Brussel, Larcier, 1875, 95 e.v.).

• Cass., 31 januari 1991, A.C., 1990-91, 589.

• Leclercq, J., «Réflexions sur un principe général de droit: la répétition de l‘indu», J.T., 1976, 106.

• Cass., 26 november 1992, A.C., 1991-92, 1350

• concl. adv.-gen. Liekendaal bij Cass., 15 september 1983, Pas., 1984, I, nr. 29.

• Dekkers, R., Handboek Burgerlijk Recht, II, Brussel, Bruylant, 1971, 307;

• Kruithof, R., «Overzicht van rechtspraak verbintenissenrecht», T.P.R., 1983, nr. 152;

• Van Gerven, W., Verbintenissenrecht, I, Leuven, Acco, 1984, 141;

• Van Ommeslaghe, P., «Examen de jurisprudence (1974 à 1982). Les obligations», R.C.J.B., 1988, 60, nr. 162.

• Gerlo, J., Onderhoudsgeld, in Recht en Praktijk, Antwerpen, Kluwer, 1985, 57-58 met verwijzing naar Rb. Brussel, 6 mei 1980, Rev. Trim. Dr. Fam., 1980, 325, met noot Krings, M.

• Cass., 8 juni 1990, R.W., 1989-90, 638.

• Cass., 19 februari 1988, A.C., 1987-88, nr. 377, R.W., 1988-89, 199.

• Cass., 8 juni 1990, R.W., 1989-90, 638.

• Cass., 12 januari 1984, A.C., 1983-84, 526.

• Cass., 14 december 1989, A.C., 1989-90, 529, en R.W., 1989-90, 1358.

• Cass., 14 december 1989, R.W., 1989-90, 1359,

• Cass., 13 januari 1984, A.C., 1983-84, 536, concl. proc.-gen. Krings, E.;

• Van Mullen, J., «L‘incidence des variations monétaires sur le droit belge des obligations», Ann. Fac. Dr. Liège, 1978, 57 e.v.). Moratoire interesten hoeven dus niet noodzakelijk een contract als grondslag te hebben.

• Luik, 3 oktober 1973, J.T., 1974, 100.

• Van Oevelen, A., «Actuele jurisprudentiële en legislatieve ontwikkelingen inzake de sancties bij niet-nakoming van contractuele verbintenissen», R.W., 1994-95, 835.

• Broeckx, K., «Risicoaansprakelijkheid bij voorlopige tenuitvoerlegging» (noot onder Cass., 7 april 1995), R.W., 1995-96, 184.

• Dirix, E. en Broeckx, K., Beslag, in A.P.R., Antwerpen, Story-Scientia, 1992, 102 e.v.
 

Bespreking van dit boek door de uitgever

Geeft een bondig en praktisch inzicht in de procedure, de expertisetechniek, de verweermiddelen en de bepaling van de schadevergoeding bij onteigeningen ten algemenen nutte.

 

Gerelateerd
Bibliotheek
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve
Aangemaakt op: do, 28/09/2017 - 17:42
Laatst aangepast op: do, 28/09/2017 - 17:42

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.