-A +A

Recht van preferentiële toewijzing na echtscheiding (art. 1447 BW) Overzicht van rechtspraak (2012-17).

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Publicatie
Auteur: 
Declerck C
Auteur: 
Delang N
Tijdschrift: 
T.Fam
Uitgever: 
Kluwer
Jaargang: 
2018/4-5
Pagina: 
134
Samenvatting

Bij de vereffening en verdeling van een huwelijksgemeenschap kan een echtgenoot vragen om zich de gezinswoning, het huisraad, het onroerend goed dat
dient voor de uitoefening van zijn beroep en de aldaar aanwezige beroepsgoederen bij voorrang te laten toewijzen, eventueel mits betaling van een oplegsom.

Dit recht van preferentiële toewijzing wordt voorzien in geval van ontbinding van het stelsel door overlijden (art. 1446 BW), door echtscheiding, door scheiding
van tafel en bed en door gerechtelijke scheiding van goederen (art. 1447 BW).

Deze bijdrage biedt een overzicht van rechtspraak over het recht van preferentiële toewijzing na echtscheiding in de periode van 2012 tot 2017, ingebed in
de recente rechtsleer. In het eerste luik komen de toepassingsvoorwaarden van artikel 1447 BW aan bod.

In het tweede luik wordt de verhouding tussen het recht van preferentiële toewijzing en het recht van terugname belicht.

Daar waar nuttig wordt tevens verwezen naar het wetsvoorstel van 13 december 2017 dat, onder andere, beoogt het recht van preferentiële toewijzing een ruimer toepassingsgebied toe te kennen. 

Inhoudstafel tekst: 

I. Inleiding 134
II. Toepassingsvoorwaarden 134
A. “Wanneer het wettelijk stelsel eindigt” 134
B. “Door echtscheiding, scheiding van tafel en bed of scheiding van goederen” 137
C. “Kan elk der echtgenoten” 137
D. “Een van de onroerende goederen die tot gezinswoning dient, …” 137
E. “… samen met het daar aanwezige huisraad” 138
F. “Het onroerend goed dat dient voor de uitoefening van zijn beroep, samen met de roerende zaken die aldaar aanwezig zijn voor beroepsdoeleinden” 138
G. “In de loop van de vereffeningsprocedure” 139
H. “Behoudens uitzonderlijke omstandigheden, wordt het verzoek ingewilligd van de echtgenoot die het slachtoffer is van een feit als bedoeld in de art. 375,
398 tot 400, 402, 403 of 405 Sw. of van een poging tot een feit als bedoeld in de art. 375, 393, 394 of 397 Sw., wanneer de andere echtgenoot uit dien hoofde
is veroordeeld bij een in kracht van gewijsde gegane beslissing” 139
I. “Met inachtneming van de maatschappelijke en gezinsbelangen die erbij betrokken zijn en van de vergoedings- of vorderingsrechten van de andere echtgenoot” 140
III. Verhouding tussen het recht van terugname en het recht van preferentiële toewijzing 141

Gerelateerd
Bibliotheek
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve
Aangemaakt op: di, 05/06/2018 - 21:50
Laatst aangepast op: di, 05/06/2018 - 21:50

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.