-A +A

Organisatie van de dagelijkse leiding in de NV

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Publicatie
Auteur: 
Somers Nele
Tijdschrift: 
Rechtskundig Weekblad
Uitgever: 
intersentia
Jaargang: 
2017-2018
Pagina: 
1483
Samenvatting

De regelgeving omtrent de dagelijkse leiding in de naamloze vennootschap wordt als rechtsonzeker en hinderlijk gepercipieerd.

De wet voorziet geen omschrijving van het begrip, waardoor men moet terugvallen op de invulling die hieraan in de rechtspraak gegeven wordt. In het arrest Delhaize keerde het Hof van Cassatie de eerdere rechtspraak plots om door te zeggen dat handelingen die door het dagelijks bestuur in de zin van artikel 525 W. Venn. gesteld kunnen worden slechts die handelingen zijn die “geboden zijn door de noden van het dagelijks leven van de vennootschap en diegene die zowel wegens het geringe belang als wegens de noodzaak van een snelle oplossing, het optreden van de raad van bestuur overbodig maken”.

Met dit arrest schroefde het Hof van Cassatie de bevoegdheid van het dagelijks bestuur terug en vergrootte het de kloof tussen theorie en praktijk meer dan ooit. In de praktijk beschouwt men de dagelijks bestuurder immers als de motor van het vennootschapsleven en is men geneigd om het bevoegdheidspakket zoveel als mogelijk uit te breiden.

De beperking van de bevoegdheden van het orgaan van dagelijks bestuur na het arrest van het Hof van Cassatie in 2009 noopt tot het formuleren van de eerste onderzoeksvraag.

Dit is de vraag in welke mate het huidig normerend kader voldoende is om een transparante, rechtszekere en flexibele organisatorische werking van het (dagelijks) bestuur van de naamloze vennootschap te kunnen garanderen. De tweede onderzoeksvraag heeft betrekking op de rol die het orgaan van dagelijks bestuur nog kan/zal spelen in de toekomst.

Rekening houdend met de geplande vereenvoudiging/modernisering van het Belgische vennootschapsrecht, rijst de vraag naar de bestaansreden van dit orgaan.

Heeft het zin om, gelet op de beperkte invloed van de actuele regelgeving op de manier waarop men in de praktijk omgaat met de dagelijks bestuurder, het concept uit te diepen of verdient het aanbeveling - mede rekening houdend met de onbekendheid van een dagelijks bestuurder in een internationale context - om tabula rasa te maken wat het verleden betreft en resoluut te gaan voor de afschaffing van dit orgaan?

De terughoudendheid van het Hof van Cassatie in een arrest van 26 februari 2009 (het arrest-Delhaize) deed heel wat stof opwaaien. Naar aanleiding van deze rechtspraak werd er in de rechtsleer felle kritiek geleverd op het feit dat de bevoegdheden van het dagelijks bestuur, in tegenstelling tot de tendens in de bedrijfswereld om de macht van het dagelijks bestuur te maximaliseren, werden teruggebracht tot slechts twee categorieën van handelingen: terugkerende handelingen en handelingen die zowel urgent als van gering belang zijn, met dien verstande dat ze de tussenkomst van de raad van bestuur niet rechtvaardigen.

De vaststelling dat het Hof van Cassatie de bevoegdheid van het dagelijks bestuur terugschroefde – met als gevolg dat de bestaande kloof tussen theorie en praktijk nog meer werd vergroot – noopt tot het formuleren van de centrale onderzoeksvraag: is art. 525 W. Venn. aan een grondige herziening toe of dient men te kiezen voor een radicaal omdenken van het bestuursmodel in de NV door het orgaan van dagelijks bestuur as such af te schaffen? 

Inhoudstafel tekst: 

Lees ook de integrale inhoudstafel van de doctoraatsthesis van Nele Somers, Dagelijks bestuur in de NV via deze link

Hierna volgt de inhoudstafel va een summiere voorstelling van dit proefschrift in het RW

I. Inleiding

1. Art. 525 W.Venn. bepaalt dat het dagelijks bestuur van de NV, samen met de vertegenwoordiging van de vennootschap wat dat bestuur aangaat, kan worden opgedragen aan één of meer personen, die al dan niet de hoedanigheid van aandeelhouder hebben en dan alleen of samen kunnen optreden. Bij gebrek aan enige wettelijke definitie van het begrip «dagelijks bestuur», is het de rechtspraak geweest die hieraan een verdere invulling heeft gegeven. In een arrest van 17 september 1968 definieerde het Hof van Cassatie het begrip dagelijks bestuur voor het eerst als «de handelingen of verrichtingen betreffende het dagelijks bestuur, die niet verder reiken dan de behoeften van het dagelijks leven van de vennootschap, of de behoeften die om reden zowel van minder belang dat ze vertonen, als van de noodzakelijkheid een spoedige oplossing te treffen, de tussenkomst van de raad van bestuur niet rechtvaardigen.» 1

2. In een arrest van 26 februari 2009 (het «arrest-Delhaize») herformuleerde het Hof van Cassatie de omschrijving van het begrip dagelijks bestuur als volgt: «Daden van dagelijks bestuur zijn diegene die geboden zijn door de noden van het dagelijks leven van de vennootschap en diegene die zowel wegens het geringe belang als wegens de noodzaak van een snelle oplossing, het optreden van de raad van bestuur overbodig maken». 2 In navolging van dit arrest volstaat het bijgevolg niet langer dat de omvang van een handeling enkel beperkt zou zijn – van gering belang – opdat een dagelijks bestuurder 3 zou kunnen optreden binnen de grenzen van dat beleid, maar dient een handeling eveneens urgent – noodzaak van een snelle oplossing – te zijn, in die zin dat de problematiek niet meer tijdig aan bod kan komen op een vergadering van de raad van bestuur. Het Hof van Cassatie heeft dus, tegen de interpretatie in de rechtsleer en tegen de bestaande praktijk in, geoordeeld dat de elementen «gering belang» en «urgentie» beide tegelijk aanwezig moeten zijn voor de kwalificatie van een handeling als een handeling van het orgaan van dagelijks bestuur.

II. Relevantie van het onderzoek
III. Het orgaan en zijn leden
A. Orgaan
B. Leden van het orgaan
IV. Ratio legis
V. Begrip en bevoegdheid
VI. Dagelijks beleid in de NV herdacht: selectief behoud of afschaffing?
A. Selectief behoud
B. Afschaffing
VII. Algemeen besluit: een overbodig orgaan

• Cass. 17 september 1968, RPS 1970, nr. 5587, 200, Arr.Cass. 1969, 60, Pas. 1969, I, 61.
• Cass. 26 februari 2009, TRV 2009, 444, noot C. Clottens, TBH 2009, 948, noot E. Pottier en A. Bertrand, RW 2009-10, 1129, noot W. Goossens en B. Cafmeyer, FJF 2010, 615, JLMB 2010, 154, Pas. 2009, 592, JDSC 2010, 59, noot M. Coipel, RGCF 2010, 156, noot.

Bronvermeldingen

• M. Wyckaert, «Â´t Amendement: Schriftelijke besluitvorming in het bestuursorgaan: keep it simple, they are grown-ups», TRV 2015, 269 en http://www.trv.be (8 juni 2015);
• D. Van Gerven, Handboek vennootschappen. Algemeen deel, Brussel, Larcier, 2016, p. 581, nr. 308).
• H. Braeckmans, «Dagelijks bestuur in de NV» in CBR Jaarboek, Antwerpen, Intersentia, 2012, p. 165, nr. 1;
• H. De Wulf, «De Wet Corporate Governance en het bestuur: directiecomité en intra-groepsverrichtingen» in M. Tison, C. Van Acker en J. Cerfontaine (eds.), Financiële regulering: op zoek naar nieuwe evenwichten, I, 215, nr. 44;
• H. Braeckmans en R. Houben, o.c., p. 295, nr. 543;
• K. Geens en M. Wyckaert m.m.v. C. Clottens, S. De Dier en F. Parrein, De vennootschap. Algemeen deel, Mechelen, Kluwer, 2011, p. 480, nr. 257;
• J. Ronse, De aanpassingswetgeving 1973, Gent, Story, 1973, p. 194, nr. 363.
• P. Ernst en L. Van Den Eynden, «Het directiecomité in de Corporate Governance-wet. Een eerste analyse», TRV 2002, nr. 63.
• C. Asser, M. Maeijer, G. Van Solinge en M.P. Nieuwe Weme, Rechtspersonenrecht II, De naamloze en de besloten vennootschap in Asser Serie, Deventer, Kluwer, 2009, nr. 424 One-tier board;
• H. De Groot, Bestuurdersaansprakelijkheid, Deventer, Kluwer, 2011, 18.
15 Verenigd Koninkrijk: Companies Act 2006, part 10 A (A company’s directors);
• A. Dignam, J. Lowry, Company Law, Oxford University Press, 2012, 297, nr. 13.15 e.v.,
• S. De Dier, «Over de dualiteitsvoorwaarde bij cumulatie van managementovereenkomst met bestuursmandaat», TRV 2009, p. 654, nr. 3.
• J. Ronse, J.M. Nelissen-Grade, K. Van Hulle, J. Lievens en H. Laga, «Overzicht van rechtspraak (1978-1985): Vennootschappen», TPR 1986, 999.
• D. Van Gerven, «Ontslag van een gedelegeerd bestuurder» (noot onder Gent 20 januari 2003), TRV 2003, 672.
• F. Cleeren, «Het orgaan van dagelijks bestuur», RW 1996-97, p. 219, nr. 50;
• B. De Groof, «Contractualisering van de verhouding dagelijks bestuurder en vennootschap: arbeidsovereenkomst of managementovereenkomst?», Jura Falc. 2009-2010, 487-488;
• H. Braeckmans en R. Houben, o.c., p. 297, nr. 546;
• B. De Groof, «De invloed van de cumulatie van het bestuursmandaat met een arbeids-of managementovereenkomst op de ad nutum-herroepbaarheid van de bestuurder in de NV», Jura Falc. 2012-13, p. 279, nr. 2;
• Gent 20 januari 2003, TRV 2003, 667, noot D. Van Gerven, JDSC 2005, noot J. Kileste en C. Staudt;
• Kh. Brussel 8 februari 2002, TBH 2005, 425, noot E. Desmet, JDSC 2006, 38, noot J. Kileste en C. Staudt;
• J. Malherbe, Y. De Cordt, P. Lambrecht en P. Malherbe, Droit des sociétés. Précis. Droit européen. Droit belge, Brussel, Bruylant, 2011, p. 600, nr. 945. Op grond van art. 518, § 3 W. Venn. kunnen de bestuurders van de NV op elk moment door de algemene vergadering worden ontslagen. De regel is vooralsnog van openbare orde, zodat de vennootschap er statutair noch contractueel van kan afwijken (Kg. Rb. Luik 12 april 1991, JT 1992, 81, noot C. Darville-Finet;
• Rb. Gent 6 februari 1998, 1047;
• Kh. Mechelen 19 februari 1999, TRV 1999, 538;
• Kh. Dendermonde 30 april 2009, TRV 2009, 662). Het openbare-ordekarakter staat in de rechtsleer weliswaar ter discussie en zou ingevolge de aankomende modernisering van het vennootschapsrecht afgeschaft worden.
• A contrario: Kh. Mechelen 19 februari 1999, TRV 1999, 538.
• L. Eliaerts, «De arbeidsrelatiewet, vennootschapsmandatarissen en vennoten», TRV 2008, 94;
• J.-B. Beckers en T. Baart, «De ad nutum-afzetbaarheid van de bestuurder in de NV nader onderzocht», Not. Fisc. M. 2011, 250.
• Kh. Mechelen 19 februari 1999, TRV 1999, 538, JDSC 2001 (verkort), 141, noot P. Kileste en C. Bertsch;
• Kh. Dendermonde 30 april 2009, TRV 2009, 659, JDSC 2010, 49, noot;
• K. Geens, M. Wyckaert, C. Clottens, F. Parrein, S. De Dier, S. Cools, «Overzicht van rechtspraak. Vennootschappen 1999-2010», TPR 2012, 245.
• A. Goeminne en K. Beckers, «Kan de bestuurder van een NV aanspraak maken op een vergoeding naar aanleiding van zijn ontslag?», TRV 2013, 508.
• Cass. 28 mei 1984, Arr.Cass. 1983-84, 1252, Pas. 1984, I, 1172, RW 1984-85, 333 , conclusie advocaat-generaal H. Lenaerts;
• Cass. 30 mei 1988, Arr.Cass. 1987-88, 1260, Pas. 1988, I, 1169.
• Cass. 22 januari 1981, Arr.Cass. 1980-81, 559, Pas. 1981, I, 543, Rév. Prat. Soc. 1981, 285, RCJB 1981, 495, noot S.J. Nudelhole,
• Arbh. Bergen 26 maart 2001, JLMB 2003, 93, JDSC 2003, 168, noot P. Kileste, C. Bertsch en C. Staudt, «Exercice des fonctions de gestion journalière par un administrateur dans le cadre d’un contrat de travail».
• Gent 20 januari 2003, JDSC 2005, 121, noot P. Kileste en C. Staudt, TRV 2003, 667, noot D. Van Gerven;
• Gent 2 juni 2003, JDSC 2005, 128, noot P. Kileste en C. Staudt, TRV 2003, 595, noot J. Vananroye;
• D. Van Gerven, «Het ontslag van bestuurders van een NV», TRV 1999, 171-172;
• B. Adriaens en D. Dejonghe, «De vennootschapsmandataris en het sociaal recht», Or. 2002, 27;
• L. Eliaerts, o.c., TRV 2008, 88;
• B. Degroof, Jura Falc. 2009-2010, 475;
• J.-B. Beckers en T. Baart, o.c., Not.Fisc.M. 2011, 250.
• H. De Wulf en I. De Poorter, «De aansprakelijkheid van vennootschapsbestuurders en commissarissen» in Vlaamse Conferentie der Balie van Gent (ed.), Aansprakelijkheidsrecht, Antwerpen-Apeldoorn, Maklu, 2004, 201;
• M. Vandenbogaerde, Aansprakelijkheid van vennootschapsbestuurders, Antwerpen, Intersentia, 2009, p. 14, nr. 19;
• Brussel 14 april 2000, RPS 2000, 362 JDSC 2002, 131, noot C. Bertsch.
• Corr. Gent 6 januari 2003, JDSC 2005 (samenvatting), 218, TMR 2003 (verkort), 311, TMR 2003, 434, noot).
• L. Lavrysen, «Milieu-inbreuken door vennootschap en management», NJW 2007, 760).
• T. Theate, «Du directeur dans les sociétés anonymes», RPS 1894, 289-305;
• J. Van Ryn, Principes de droit commercial, I, Brussel, Bruylant, 1954, p. 408, nr. 643;
• J. Ronse, Algemeen deel van het vennootschapsrecht, Leuven, Acco, 1975, 391;
• Commissie voor het Bank- en financiewezen, Jaarverslag 1991-92, 25.
• M. Wyckaert en K. Geens , «Het gebruik van het facultatief duaal systeem in Belgische beursgenoteerde vennootschappen», TRV 2010, 528.
• J. Ronse, De vennootschapswetgeving 1973. Commentaar van de wet van 6 maart 1973 tot aanpassing aan de eerste E.E.G.-Richtlijn van 9 maart 1968, Gent-Leuven, Story-Scientia, 1973, p. 200, nr. 374;
• B. Tilleman, Bestuur van vennootschappen. Statuut, interne werking en vertegenwoordiging, Brugge, die Keure, 2005, p. 663, nr. 1051;
• F. Hellemans, De algemene vergadering, Een onderzoek naar haar grondslagen, haar bestaansreden en de geldigheid van haar besluiten, Kalmthout, Biblo, 2001, 602;
• S. Cools, «La répartition juridique des pouvoirs au sein des sociétés d’Europe continentale et des sociétés américaines», RPS 2007, 163;
• S. Cools, De bevoegdheidsverdeling tussen algemene vergadering en raad van bestuur in de NV, Roeselare, Roularta media group, 2015, p. 582, nr. 732.
• Cass. 18 juni 1954, Pas. 1954, I, 897;
• Cass. 20 mei 1969, Pas. 1970, I, 858, RPS 1971, nr. 5616, 84.
• Kh. Brussel 16 februari 1966, RPS 1967, nr. 5345, 260.
• Cass. 17 september 1968, RPS 1969, nr. 5587, 200, Arr.Cass. 1969, 60, Pas. 1969, I, 61.
• Cass. 17 september 1968, RPS 1970, nr. 5587, p. 200, Arr.Cass. 1969, 60, Pas. 1969, I, 61).
• P. Van Ommeslaghe en X. Dieux, «Examen de jurisprudence (1979-1990). Les sociétés commerciales», RCJB 1992, p. 781, nr. 127;
• J. Lehrer, «La notion de gestion journalière. Recherche d’une méthode», RPS 1957, 71;
• A. Benoït-Moury en P. Peltzer, «Représentation de la société anonyme depuis la première directive européenne», RPS 1977, p. 86;
• K. Geens en H. Laga, «Overzicht van rechtspraak. Vennootschappen», TPR 1993, p. 1050, nr. 132;
• J. Ronse, «Proceshandelingen van en tegen vennootschappen» in G. Van Dievoet (ed.), Actuele problemen van gerechtelijk privaatrecht, Leuven, Acco, 1976, 92;
• Ch. Resteau, Traités des sociétés anonymes, III, Brussel, Swinnen, 1982, p. 294, nr. 1106.
• W. Goossens en B. Cafmeyer, «Bevoegdheden dagelijks bestuurder beperkt door het Hof van Cassatie» (noot onder Cass. 26 februari 2009), RW 2009-10, 1131;
• C. Clottens, «De omvang van het dagelijks bestuur van de NV bij vertegenwoordiging in rechte» (noot onder Cass. 26 februari 2009), TRV 2009, p. 447, nr. 2.
• P. Malherbe, «Réception de la société anonyme au conseil» in Liber amicorum Jacques Malherbe, Bruylant, 2006, 708;
• D. Van Gerven en M. Wyckaert, «Kroniek Vennootschapsrecht (1999-2000)», TRV 2000, p. 347, nr. 57;
• D. Van Gerven, Rechtspersonen. Deel 1 Rechtspersonen in het algemeen. Verenigingen, stichtingen & publiekrechtelijke rechtspersonen in Beginselen van Belgisch privaatrecht, IV, Mechelen, Kluwer, 2007, 147-148.
• Brussel 5 december 2002, FJF 2003, 560, JDSC 2005, 413, noot C. Bertsch.
• Cass. 26 februari 2009, Arr.Cass. 2009, 660, FJF 2010, afl. 6, 615 en http://www.monkey.be (5 augustus 2010), noot, http://www.cass.be (20 augustus 2009), JLMB 2010, 154, en http://jlmbi.larcier.be (30 juni 2010), noot, LRB 2009 (samenvatting M. De Jonckheere, P. Gabriël), afl. 2, 164, Pas. 2009, 592, JDSC 2010, 59, noot M. Coipel, RGCF 2010, 156, noot, RPS 2010 (samenvatting), 298, noot V. Simonart, RW 2009-10, 1129 en http://www.rw.be (15 maart 2010), noot W. Goossens, B. Cafmeyer, TBH 2009, 948 en http://www.rdc-tbh.be (18 december 2009), noot E. Pottier en A. Bertrand, TBH 2010 (weergave D. Haex, 724 en http://www.rdc-tbh.be (10 september 2010), TRV 2009, 444, noot C. Clottens).
• M. Wyckaert, «Editoriaal. Bestuurdersaansprakelijkheid in de NV: over wetteksen en werkelijkheden.», TRV 2012, 687-688;
• C. Clottens, «De omvang van het dagelijks bestuur van de nv bij vertegenwoordiging in rechte» (noot onder Cass. 26 februari 2009), TRV 2009, 446;
• M. Coipel, «La définition de la gestion journalière par la Cour de cassation: faut-il désesperér?», JDSC 2010, 63-67;
• W. Goossens en B. Cafmeyer, o.c., RW 2009-10, 1130-1132;
• P. Soens en K. Cusse, «Hoe ver reikt het dagelijks bestuur van een vennootschap?», Pacioli 2010, nr. 30, 1-4;
• E. Pottier en A. Bertrand, «Gestion journalière: la prudence s’impose» (noot onder Cass. 26 februari 2009), RDC 2009, 954;
• Le délégué à la gestion journalière, le chief executive officer et les administrateurs exécutifs», RPS 2010, 300-314;
• P. Van Ommeslaghe en X. Dieux, o.c., RCJB 1993, p. 781, nr. 127;
• O. Caprasse, «Le délégué à la gestion journalière et les délégations particulières de pouvoirs» in L’organisation du pouvoir dans la société anonyme, Brussel, Bruylant, 2004, p. 110, nr. 48;
• D. Van Gerven, Handboek vennootschappen. Algemeen deel, Brussel, Larcier, 2016, p. 581, nr. 308.
• E. Pottier en A. Bertrand, «Gestion journalière: la prudence s’impose» (noot onder Cass. 26 februari 2009), TBH 2009, 954;
• Luik 21 maart 1944, RPS 1953, nr. 4311, 230
• Rb. Leuven 26 november 1952, RPS 1953, nr. 4312, 232:
• J. Malherbe, Y. De Cordt, Ph. Lambrecht en Ph. Malherbe, Droit des sociétés Précis, Brussel, Bruylant, 2009, p. 602, nr. 960.
• A. Van Oevelen, «Het mandaat van de advocaat wanneer hij niet in rechte optreedt», RW 2009-10, 1594.
• RvS nr. 113 490 10 december 2002, APM 2003 (samenvatting), afl. 1, 5, NJW 2003, 842, noot M. De Wulf, RPS 2003, 214, noot, RPS 2010, 355, noot O. Caprasse, http://www.raadvst-consetat.be (14 april 2003), RW 2002-03, 1221 en http://www.rw.be (14 april 2003), noot, TBP 2004 (verkort), 116)
• J. Ronse, De vennootschapswetgeving 1973. Commentaar bij de wet van 6 maart 1973, Gent-Leuven, Story-Scientia 1973, p. 200, nr. 376;
• J. Ronse, Algemeen deel van het vennootschapsrecht, Leuven, Acco, 1975, 392;
• K. Geens, M. Denef, R. Tas, K. Hellemans e.a., «Overzicht van rechtspraak. Vennootschappen 1992-1998», TPR 2000, p. 279, nr. 227.
• Cass. 26 februari 2009, TRV 2009, 444, noot C. Clottens, TBH 2009, 948, noot E. Pottier en A. Bertrand, RW 2009-10, 1129, noot W. Goossens en B. Cafmeyer, FJF 2010, afl. 6, 615, JLMB 2010, 154, Pas. 2009, 592, JDSC 2010, 59, noot M. Coipel, RGCF 2010, afl. 2, 156, noot.
• P. Lambrecht, «L’amendement. Pour une définition légale de la gestion journalière», TRV 2016, 474.
 

Gerelateerd
Bibliotheek
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve
Aangemaakt op: vr, 11/05/2018 - 17:19
Laatst aangepast op: vr, 11/05/2018 - 17:19

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.