-A +A

Ongeschreven rechtsgrenzen deel 1

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Titel van het boek: 
Verbod van rechtsregelontduiking, fraus omnia corrumpit en verbod van rechtsmisbruik
Publicatie
Auteur: 
Meirlaan Matthias
Tijdschrift: 
NJW
Uitgever: 
Kluwer
Jaargang: 
2018
Pagina: 
238
Samenvatting

Het verbod van rechtsregelontduiking verbiedt dat een rechtsregel door een kunstgreep buitenspel wordt gezet. Het adagium 'fraus omnia corrumpit' verbiedt dat een rechtsregel uitwerking verleent aan bedrog. Het verbod van rechtsmisbruik verbiedt dat een subjectief recht op een onbehoorlijke wijze wordt uitgeoefend. Deze algemene rechtsbeginselen verduidelijken de grenzen van het recht. De reikwijdte van een rechtsregel stopt niet bij de letter van de rechtsregel. Het subjectief recht dat uit een rechtsregel voortvloeit, mag niet op om het even welke wijze of in om het even welke omstandigheden worden uitgeoefend. Deze tweedelige bijdrage onderzoekt de draagwijdte van deze ongeschreven rechtsgrenzen en belicht ook hun onderlinge wisselwerking.

Inhoudstafel tekst: 

Inleiding .1-2

“Tout prévoir, est un but qu’il est impossible d’atteindre” (Locré, Législation civile, commerciale et criminelle, I, Brussel, Librairie de 
jurisprudence de H. Tarlier, 1836, 155, nr. 8.

De wet kan niet elk geval regelen, noch is de wet op elk geval toegespitst (P. Forriers, “Les lacunes du droit” in Ch. Perelman (ed.), Le problème des lacunes en droit, Brussel, Bruylant, 1968, 9-29; W. van Gerven, Het beleid van de rechter, Antwerpen, Standaard Wetenschappelijke Uitgeverij, 1973, 167 p.

Algemene rechtsbeginselen vullen leemten in de wetgeving aan en verduidelijken of corrigeren de toepassing ervan.
Hoewel deze rechtsregels dermate evident zijn dat ze, op enkele wettelijke toepassingsgevallen na, zelfs ongeschreven zijn, bestaat er veel onduidelijkheid over hun draagwijdte (P. Van Orshoven, “Non scripta, sed nata lex – Over het begrip en de plaats in de normenhiërarchie van de algemene rechtsbeginselen” in M. Van Hoecke (ed.), Algemene Rechtsbeginselen, Antwerpen, Kluwer rechtswetenschappen, 1991, 59-80;
E.M. Meijers, “Misbruik van recht en wetsontduiking”, Ann.dr.Louvain 1936-37, 703-725.

I. Verbod van rechtsregelontduiking . 3-4
A. Toepassingsvoorwaarden .5-19
B. Rechtsgevolgen . 20-23

Enkele verdere bronvermeldingen:

• R. Dworkin, Taking rights seriously, Cambridge, Harvard University
Press, 1977, 22 e.v.
•  J. Matthijs, “Wetsontduiking”, RW 1955-56, 105-132; M. E. Storme, “Is het begrip wetsontduiking noodzakelijk om de opzegging van de pacht voor persoonlijke exploitatie te weigeren aan de koper van een vruchtgebruik voor het leven?” (noot onder Rb. Ieper 23 februari 1993), T.Not. 1994, 257-261;
• M. Meijers, “Misbruik van recht en wetsontduiking”, Ann.dr.Louvain 1936-37, 703-725;
• W. van Gerven, Algemeen deel in Beginselen van Belgisch Privaatrecht, I, Antwerpen, Standaard Wetenschappelijke Uitgeverij, 1973, 201-210.
• A. Lenaerts, Fraus omnia corrumpit in het privaatrecht. Autonome rechtsfiguur of miskend correctiemechanisme?, Brugge, die Keure, 2013, 392-412;
• L. Cornelis, “Zonder handen, zonder tanden: alles over rechtsregelontwijking” in T. Vansweevelt en B. Weyts (eds.), Actuele ontwikkelingen in het aansprakelijkheidsrecht en verzekeringsrecht ICAV I, Antwerpen, Intersentia, 2015, 209-268.
• D. Devos, “Propos sur la répression de la fraude en droit privé” (noot onder Brussel 8 juni 1984 en Brussel 8 september 1984), TBH 1985, 283- 301;
• P. Van Ommeslaghe, “Abus de droit, fraude aux droits des tiers et fraude à la loi” (noot onder Cass. 10 september 1971, RCJB 1976, (303) 336 e.v.;
• X. Dieux, “Développements de la maxime « fraus omnia corrumpit » dans la jurisprudence de la Cour de cassation de Belgique” in P.-A. Foriers (ed.), Actualité du droit des obligations, Brussel, Bruylant, 2005, 125-154;
• J.-F. ROMAIN, Théorie critique du principe général de bonne foi en droit privé, Brussel, Bruylant, 2000, 501 e.v.
• N. HALLEMEERSCH, “De niet-concurrentieverbintenis
bij de overdracht van een handelsactiviteit”, DAOR 2013, al. 105-106, (18) 44 e.v. .
• J. VIDAL, Essai d’une théorie générale de la fraude en droit français. Le principe «fraus omnia corrumpit», Parijs, Dalloz, 1957, 79 en 86.
 

Gerelateerd
Aangemaakt op: ma, 02/04/2018 - 12:11
Laatst aangepast op: do, 10/05/2018 - 23:39

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.