-A +A

Nieuwe regels voor het hoger beroep in strafzaken: kroniek van een aangekondigde rechtspraak

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Publicatie
Auteur: 
Van Overbeke Steven
Tijdschrift: 
Rechtskundig Weekblad
Uitgever: 
intersentia
Jaargang: 
2017-2018
Pagina: 
882
Samenvatting

Deze bijdrage belicht de nog prille rechtspraak die tot dusver tot stand kwam naar aanleiding van de invoering van de nieuwe regels voor het hoger beroep in strafzaken door de wet van 5 februari 2016, die in dit verband onder meer een grievenstelsel heeft ingevoerd en daaraan gekoppeld de beroepstermijnen heeft verlengd, het volgappel van het openbaar ministerie wettelijk heeft verankerd en de figuur van de afstand van hoger beroep heeft veralgemeend. Vooral de rechtspraak van het Hof van Cassatie met betrekking tot het grievenstelsel, die reeds op bepaalde punten duidelijkheid heeft geschapen maar die in andere gevallen ook nieuwe vragen blijkt op te roepen, verdient hierbij aandacht.

Inhoudstafel tekst: 

I. Inleiding
II. De beroepstermijnen en het volgappel van het openbaar ministerie
A. De beroepstermijnen
B. Het volgappel van het openbaar ministerie
III. Het grievenstelsel
A. Vormvoorschriften: het verzoekschrift
B. Nauwkeurige bepaling van de grieven
1° Het begrip «grief»
2° Het modelformulier

Het schema met hokjes, ingedeeld in «beschikkingen» («dispositions») op strafgebied (punt 1) en op burgerlijk gebied (punt 2), verder in verschillende rubrieken worden uitgesplitst als volgt:

1. strafgebied
1.1 schuldigverklaring (in voorkomend geval tenlasteleggingen preciseren)
1.2 kwalificatie van het misdrijf (in voorkomend geval tenlasteleggingen preciseren)
1.3 voorschriften betreffende de rechtspleging
1.4 strafmaat
1.5 internering
1.6 niet toepassen van het gevraagde gewoon uitstel – probatie-uitstel – gewone opschorting – probatie-opschorting
1.7 verbeurdverklaring
1.8 andere maatregelen: herstelmaatregel – dwangsom
1.9 verjaring
1.10 schending EVRM
1.11 vrijspraak (in voorkomend geval tenlasteleggingen preciseren)
1.12 andere.
2. burgerlijk gebied
2.1 ontvankelijkheid
2.2 causaal verband
2.3 schadebegroting (cijfers)
2.4 interesten
2.5 andere.

3° Vereiste nauwkeurigheid
4° Tijdstip waarop aan de nauwkeurige bepaling van de grieven moet zijn voldaan
5° Het grievenstelsel en de aard van de bestreden beslissing
6° De grieven bij het volgappel van het openbaar ministerie
C. Devolutieve werking
1° Draagwijdte van de aangevoerde grieven
2° Hoger beroep tegen een vonnis dat het verzet ongedaan verklaart of weigert ongedaan te verklaren
D. Ambtshalve door de beroepsrechter op te werpen grieven
IV. Afstand van beroep
V. Quo vadimus?

Bronvermeldingen:
• BS 19 februari 2016. Bij arrest van 17 december 2017 heeft het Grondwettelijk Hof verschillende bepalingen van de wet van 5 februari 2016 vernietigd, maar niet die welke betrekking hebben op het hoger beroep in strafzaken (GwH 21 december 2017, arrest nr. 148/2017, BS 12 januari 2018).
• M. Cadelli en T. Moreau (eds.), La loi «Pot-pourri II»: un recul de civilisation?, Limal, Anthemis, 2016.
•. Decoker, L. Gyselaers, P. Hoet, J. Coppens, F. Vroman, M. Vandermeersch, T. Decaigny, T. Bauwens, C. Van De Heyning, B. De Smet, G. Schoorens, B. Meganck, H. Van Bavel, E. Baeyens, I. Mennes en J. Millen, «De wet van 5 februari 2016 tot wijziging van het strafrecht en de strafvordering en houdende diverse bepalingen inzake justitie (Potpourri II), gewikt en gewogen», T.Strafr. 2016, 2-158
• T. De Meester (ed.), L. Augustyns, E. Beirnaert en P. Tersago, Potpourri II – Strafrecht en strafprocesrecht, Antwerpen, Intersentia, 2016
• F. Lugentz, «La procédure d’appel», JT 2016, 430-433
• E. Van Dooren en M. Rozie, «Het hoger beroep in strafzaken in een nieuw kleedje», Nullum Crimen 2016, 115-133
• S. Van Overbeke «Verzet en hoger beroep in strafzaken na de wet van 5 februari 2016 tot wijziging van het strafrecht en de strafvordering en houdende diverse bepalingen inzake justitie («Potpourri II»)», RW 2015-16, 1403-1413 en 1442-1459
• R. Verstraeten, A. Bailleux, J. Huysmans en S. De Hert, «Stevige verbouwingen in het strafprocesrecht: de procedure met voorafgaande erkenning van schuld, de invoering van conclusietermijnen in strafzaken en een vernieuwd stelsel van rechtsmiddelen» in F. Verbruggen (ed.), Straf- en strafprocesrecht, Themis Vormingsonderdeel 97, Brugge, die Keure, 2016, 123-194.
• Memorie van toelichting, Parl.St. Kamer 2015-16, 1418/001, p. 83.
• Cass. 28 februari 2017, P.16.1177.N, RW 2016-17, 1383, conclusie advocaat-generaal L. Decreus, Nullum Crimen 2017, 281, noot E. Van Dooren
• Cass. 4 april 2017, P.17.0023.N, Nullum Crimen 2017, 387, RW 2017-18, 665, noot, RABG 2017, 1078
• Cass. 18 april 2017, P.17.0087.N, T.Strafr. 2017, 213, noot B. Meganck, RABG 2017, 1083
• Cass. 18 april 2017, P.17.0105.N, T.Strafr. 2017, 215, noot B. Meganck, RABG 2017, 1088
• Cass. 18 april 2017, P.17.0147.N, T.Strafr. 2017, 217, noot B. Meganck, RABG 2017, 1093
• Cass. 28 juni 2017, P.17.0176.F.
• W. De Pauw, «Laattijdige neerlegging grievenschrift en overmacht» (noot onder Cass. 31 januari 2017, P.16.1004.N), RABG 2017, 1049-1051. Zie hierover ook infra, nrs. 13-14.
• Cass. 31 januari 2017, P.16.1004.N, conclusie advocaat-generaal R. Mortier, RABG 2017, 1046, noot W. De Pauw
• Cass. 2 mei 2017, P.17.0290.N.
• Cass. 7 november 2017, P.17.0892.N).
• Cass. 31 januari 2017, P.16.1004.N, conclusie advocaat-generaal R. Mortier, RABG 2017, 1046, noot W. De Pauw.
• P. Traest en J. Meese, «De rechtsmiddelen verzet en hoger beroep: actualia» in P. Traest en G. Vermeulen (eds.), Strafrecht en strafprocesrecht: doel of middel in een veranderde samenleving?, XLIIIe Postuniversitaire Cyclus Willy Delva 2016-2017, Mechelen, Kluwer, 2017, (515), p. 550, nr. 43.
12 Cass. 14 november 2017, P.17.0966.N.
• B. Meganck, «Grieven in hoger beroep en de revival van artikel 204 Wetboek van Strafvordering: hoe precies moet nauwkeurig zijn?» (noot onder Cass. 18 oktober 2016), T.Strafr. 2017, (39), p. 47-48, nr. 14
• S. Van Overbeke o.c., RW 2015-16, p. 1443-1444, nr. 31 en voetnoot 13
• R. Verstraeten, A. Bailleux, J. Huysmans en S. De Hert, o.c., in Straf- en strafprocesrecht, Themis Vormingsonderdeel 97, p. 172-173, nr. 82.
• Cass. 29 november 2017, AR nr. P.17.0761.F, conclusie advocaat-generaal D. Vandermeersch. Zie ook reeds bij D. Vandermeersch, «Les voies de recours après la loi Pot-Pourri II» in La loi Pot-Pourri II. Un an après, Brussel, Larcier, 2017, (223) 251.
•. P. Traest en J. Meese, o.c., in Strafrecht en strafprocesrecht: doel of middel in een veranderde samenleving?, p. 551, nr. 45.
• Cass. 7 november 2017, P.17.0892.N.
• Cass. 25 oktober 2017, A.R. P.17.1021.F, conclusie advocaat-generaal D. Vandermeersch
• H. Heimans, T. Vander Beken en E. Schipaanboord, «Eindelijk een echte nieuwe en goede wet op de internering? Deel 3: de reparatie», RW 2016-17, (603), p. 615, nr. 387 in fine.
• Cass. 4 april 2017, P.17.0023.N, Nullum Crimen 2017, 387, RW 2017-18, 665, noot, RABG 2017, 1078.
• Cass. 25 september 2013, Arr.Cass. 2013, p. 1924, nr. 479, Pas. 2013, p. 1778, nr. 479, conclusie advocaat-generaal R. Loop, RDP 2014, 208.
• X., «Elektronische neerlegging ook buiten openingsuren griffie», NJW 2016, 67.
• Cass. 30 mei 2017, AR nr. P.17.0123.N, RW 2017-18, 736, noot.
• Antwerpen 26 april 2017, Nullum Crimen 2017, 391
• P. Traest en J. Meese, o.c., in Strafrecht en strafprocesrecht: doel of middel in een veranderde samenleving?, p. 560-561, nr. 55.
• Cass. 31 januari 2017, P.16.1052.N, Nullum Crimen 2017, 272, RABG 2017, 1051, telkens met conclusie advocaat-generaal R. Mortier.
• P. Vanwalleghem, «Soepelheid voor nieuwe ontvankelijkheidsvoorwaarden hoger beroep in strafzaken», De Juristenkrant nr. 337 van 9 november 2016, p. 3.
• Antwerpen, 29 juni 2016 (inzake BJ), Nullum Crimen 2016, 448.
• Cass. 31 januari 2017, P.16.1004.N, conclusie advocaat-generaal R. Mortier, RABG 2017, 1046, noot W. De Pauw
• Cass. 27 september 2017, P.17.0647.F
• Cass. 7 november 2017, P.17.0892.N.
• Cass. 8 maart 2017, P.16.1268.F.
• Cass. 25 oktober 2017, P.17.0898.F).
• E. Van Dooren en C. Van Deuren, «Strafrechtelijke noviteiten in de Potpourri IV-wet», Nullum Crimen 2017, (133), p. 136, nrs. 12-13.
• Cass. 2 mei 2017, P.17.0290.N
• Cass. 27 september 2017, P.17.0647.F
• Cass. 14 november 2017, P.17.0966.N.
• Antwerpen, 17 juni 2016, Nullum Crimen 2016, 447.
• Cass. 18 oktober 2016, P.16.0818.N, RW 2016-17, 620, noot, Nullum Crimen 2016, 505, T.Strafr. 2017, 34, conclusie advocaat-generaal A. Winants en noot B. Meganck.
• Cass. 28 februari 2017, P.16.1177.N, RW 2016-17, 1383, conclusie advocaat-generaal L. Decreus, Nullum Crimen 2017, 281, noot E. Van Dooren
• Cass. 18 april 2017, P.17.0031.N, RW 2017-18, 664, noot, T.Strafr. 2017, 212, noot B. Meganck, RABG 2017, 1081
• Cass. 18 april 2017, P.17.0087.N, T.Strafr. 2017, 213, noot B. Meganck, RABG 2017, 1083
• Cass. 18 april 2017, P.17.0105.N, T.Strafr. 2017, 215, noot B. Meganck, RABG 2017, 1088
• Cass. 3 mei 2017, P.17.0145.F, conclusie advocaat-generaal M. Nolet De Brauwere, JT 2017, 466, RDP 2017, 763, T.Strafr. 2017, 219 (waar als datum van dit arrest bij vergissing 18 april 2017 in plaats van 3 mei 2017 wordt vermeld), noot B. Meganck
• Cass. 28 juni 2017, P.17.0176.F
• Cass. 26 september 2017, P.16.1221.N
• Cass. 27 september 2017, P.17.0257.F
• Cass. 10 oktober 2017, P.17.0848.N
• Cass. 28 november 2017, P.17.0217.N.
•Cass. 12 december 2017, P.17.0888.N,
• GwH 21 december 2017, arrest nr. 148/2017, BS 12 januari 2018, beschikkend gedeelte en overwegingen B.44.4, B.45 en B.46).
• E. Van Dooren, «Wat is een grief?» (noot onder Cass. 28 februari 2017, P.16.1177.N), Nullum Crimen 2017, 283.
• Cass. 1 februari 2017, P.16.1100.F, RDP 2017, 741, RABG 2017, 1057
• Cass. 27 september 2017, P.17.0647.F
• Cass. 27 september 2017, P.17.0257.F.
• Antwerpen, 29 juni 2016, Nullum Crimen 2016, 448).
• Cass. 5 september 2017, P.17.0645.N.
• Cass. 14 november 2017, P.17.1250.N
• Cass. 21 november 2017, P.17.0178.N.
• Cass. 14 november 2017, P.17.0171.N
• Cass. 21 november 2017, P.17.0040.N.
• Cass. 9 mei 2017, P.17.0074.N,
• Cass. 19 oktober 1953, Pas. 1954, I, 118
• M. Rozie, «Het grievenstelsel in strafzaken» in De wet voorbij. Liber Amicorum Luc Huybrechts, Antwerpen, Intersentia, 2010, (337), p. 338, nr. 7.
• Cass. 28 februari 2017, P.16.1177.N, RW 2016-17, 1383, conclusie advocaat-generaal L. Decreus, Nullum Crimen 2017, 281, noot E. Van Dooren
• Cass. 18 april 2017, P.17.0087.N, T.Strafr. 2017, 213, noot B. Meganck, RABG 2017, 1083
• Cass. 18 april 2017, P.17.0105.N, T.Strafr. 2017, 215, noot B. Meganck, RABG 2017, 1088
• Cass. 18 april 2017, P.17.0147.N, T.Strafr. 2017, 217, noot B. Meganck, RABG 2017, 1093).
• conclusie van advocaat-generaal A. Winants voor Cass. 18 oktober 2016, P.16.0818.N, Nullum Crimen 2016, p. 509, T.Strafr. 2017, p. 37 en voetnoten 13 en 14
• Cass. 18 april 2017 (P.17.0087.N, T.Strafr. 2017, 213, noot B. Meganck, RABG 2017, 1083)
• noot onder Cass. 18 april 2017 (vier arresten) en Cass. 3 mei 2017), T.Strafr. 2017, (220), 221 en voetnoot 4.
• Antwerpen, 30 juni 2016, RW 2017-18, 547, noot, Nullum Crimen 2016, 449
• S. Van Overbeke, «Een nieuw model van grievenformulier voor het hoger beroep in strafzaken: ander en beter?», RW 2017-18, 802.
• EHRM 26 juli 2007, nr. 35787/03, Walchli t/ Frankrijk, overweging 29
• EHRM 25 september 2012, nr. 33275/05, Ateș Mimarlik Mühendislik A.Ș. t/ Turkije, overweging 39
• EHRM 17 november 2015, nr. 611/12, Sefer Yilmaz en Meryem Yilmaz t/ Turkije, overweging 61. Zie ook randnr. 5 in fine van de conclusie van advocaat-generaal L. Decreus voor Cass. 28 februari 2017, P.16.1177.N, RW 2016-17, 1383.
• Cass. 28 februari 2017, P.16.1177.N, RW 2016-17, 1383, conclusie advocaat-generaal L. Decreus, Nullum Crimen 2017, 281, noot E. Van Dooren
• Cass. 4 april 2017, P.17.0023.N, Nullum Crimen 2017, 387, RW 2017-18, 665, noot, RABG 2017, 1078
• Cass. 18 april 2017, P.17.0087.N, T.Strafr. 2017, 213, noot B. Meganck, RABG 2017, 1083
• Cass. 18 april 2017, P.17.0105.N, T.Strafr. 2017, 215, noot B. Meganck, RABG 2017, 1088
• Cass. 18 april 2017, P.17.0147.N, T.Strafr. 2017, 217, noot B. Meganck, RABG 2017, 1093
• Cass. 28 november 2017, P.17.0217.N. Zie voorts ook: B. Meganck, o.c., T.Strafr. 2017, 220-224.
• Cass. 28 februari 2017, P.16.1177.N, RW 2016-17, 1383, conclusie advocaat-generaal L. Decreus, Nullum Crimen 2017, 281, noot E. Van Dooren
• Cass. 18 april 2017, P.17.0087.N, T.Strafr. 2017, 213, noot B. Meganck, RABG 2017, 1083
• Cass. 18 april 2017, P.17.0147.N, T.Strafr. 2017, 217, noot B. Meganck, RABG 2017, 1093
• Cass. 28 juni 2017, P.17.0176.F
• Cass. 10 oktober 2017, P.17.0848.N.
• Cass. 28 februari 2017, P.16.1177.N, RW 2016-17, 1383, conclusie advocaat-generaal L. Decreus, Nullum Crimen 2017, 281, noot E. Van Dooren.
• conclusie van advocaat-generaal M. Nolet De Brauwere voor Cass. 1 maart 2017, P.16.1283.F, RDP 2017, 743.
• Cass. 27 september 2017, P.17.0257.F.
• Cass. 25 januari 2017, P.16.1139.F, conclusie advocaat-generaal D. Vandermeersch.
• Cass. 18 april 2017, P.17.0031.N, RW 2017-18, 664, noot, T.Strafr. 2017, 212, noot B. Meganck, RABG 2017, 1081.
• Bergen 3 november 2016, JLMB 2017, 638
• Bergen 3 november 2016, RDP 2017, 198 (met kritische bedenking in voetnoot (2) onder dit arrest).
• Cass. 28 februari 2017, P.16.1177.N, RW 2016-17, 1383, conclusie advocaat-generaal L. Decreus, Nullum Crimen 2017, 281, noot E. Van Dooren.
• Cass. 3 mei 2017, P.17.0145.F, conclusie advocaat-generaal M. Nolet De Brauwere, JT 2017, 466, RDP 2017, 763, T.Strafr. 2017, 219 (waar als datum van dit arrest bij vergissing 18 april 2017 in plaats van 3 mei 2017 wordt vermeld), noot B. Meganck. Dit arrest vernietigt het bestreden arrest van Bergen 18 januari 2017, JT 2017, 175, noot; Le Pli juridique 2017, nr. 40, p. 36, noot N. Sanhaji.
• Cass. 26 september 2017, P.16.1221.N.
• Cass. 28 november 2017, P.17.0217.N,
• Cass. 28 november 2017, P.17.0217.N
• Cass. 28 november 2017, P.17.0252.N.
• Cass. 18 april 2017, P.17.0105.N, T.Strafr. 2017, 215, noot B. Meganck, RABG 2017, 1088.
• Cass. 26 september 2017, P.16.1221.N.
• Cass. 28 juni 2017, P.17.0176.F.
• Cass. 18 april 2017, P.17.0087.N, T.Strafr. 2017, 213, noot B. Meganck, RABG 2017, 1083
• Cass. 18 april 2017, P.17.0105.N, T.Strafr. 2017, 215, noot B. Meganck, RABG 2017, 1088
• Cass. 28 juni 2017, P.17.0176.F.
• Cass. 3 mei 2017, P.17.0145.F, conclusie advocaat-generaal M. Nolet De Brauwere, JT 2017, 466, RDP 2017, 763, T.Strafr. 2017, 219 (waar als datum van dit arrest bij vergissing 18 april 2017 in plaats van 3 mei 2017 wordt vermeld), noot B. Meganck
• Cass. 27 september 2017, P.17.0257.F.
• Cass. 18 oktober 2016, P.16.0818.N, RW 2016-17, 620, noot, Nullum Crimen 2016, 505, T.Strafr. 2017, 34, conclusie advocaat-generaal A. Winants en noot B. Meganck.
• Cass. 1 februari 2017, P.16.1100.F, RDP 2017, 741, RABG 2017, 1057,
• Cass. 21 december 2016, P.16.1116.F, conclusie advocaat-generaal M. Nolet De Brauwere, RABG 2017, 1039
• Cass. 19 april 2017, P.17.0055.F, conclusie advocaat-generaal M. Nolet De Brauwere, RDP 2017, 754, RABG 2017, 1097, noot E. Van Dooren
• Cass. 18 oktober 2017, P.17.0656.F.
• Antwerpen 22 juni 2016, NJW 2017, 494, noot K. Verhesschen en S. Royer:
• Gent 17 juni 2016, RW 2017-18, 386 en 470, noot.
• Cass. 7 november 2017, AR nr. P.17.0727.N.
• Cass. 4 april 2017, P.17.0023.N, Nullum Crimen 2017, 387, RW 2017-18, 665, noot, RABG 2017, 1078.
• Cass. 7 november 2017, AR nr. P.17.0584.N.
• R. Declercq, «Splitsing» in Comm. Straf., Mechelen, Kluwer, 2014, p. 4, nr. 8.
• Cass. 28 november 2017, AR nr. P.17.0417.N.
• Cass. 12 oktober 1976, Arr.Cass. 1977, 186, RW 1976-77, 1515, noot A. Vandeplas over «partieel hoger beroep in strafzaken»).
• Cass. 10 oktober 2017, P.17.0848.N.
• Cass. 18 april 2017, P.17.0147.N, T.Strafr. 2017, 217, noot B. Meganck, RABG 2017, 1093.
• Zie o.m. P. Arnou en M. De Busscher, Misdrijven en sancties in de Wegverkeerswet, Antwerpen, Kluwer, 1999, p. 285-287, nrs. 953-957.
• Cass.18 april 2017 (P.17.0147.N, T.Strafr. 2017, 217, noot B. Meganck, RABG 2017, 1093.
• Cass. 22 januari 2014, RW 2014-15, 978, noot
• Cass. 2 juni 2015, AR nr. P.14.1692.N
• B. De Smet, «Verzet: ongedaan verzet» in Comm. Straf., Mechelen, Kluwer, 2017, p. 15-16, nrs. 40-44
• B. De Smet, Verstek en verzet in strafzaken, Cahiers Antwerpen-Brussel-Gent, Brussel, Larcier, 2013 (herziene editie), 67
• P. Vandenbruwaene, Y. Liégeois en B. De Smet, «Het complexe systeem van verstek, ontvankelijk of niet-ontvankelijk verzet, ongedaan verzet en de opeenvolging van verzet en hoger beroep. Voorstellen tot vereenvoudiging», RW 2014-15, p. 967, nr. 14
• Cass. 2 juni 2015, AR nr. P.14.1692.N
• Cass. 26 september 2017, AR nr. P.17.0671.N
• R. Declercq, Beginselen van strafrechtspleging, Mechelen, Kluwer, 2014, p. 1444, nr. 3726.
• Cass. 25 januari 2017, P.16.1126.F, conclusie advocaat-generaal D. Vandermeersch, RDP 2017, 733
• Cass. 18 oktober 2017, P.17.0658.F, conclusie advocaat-generaal M. Nolet De Brauwere.
• Cass. 11 januari 2017, P.16.1085.F, conclusie advocaat-generaal D. Vandermeersch.
• Cass. 18 november 2003, P.03.0937.N, Arr.Cass. 2003, p. 2137, nr. 576.
• R. Declercq, «Enkele aspecten van de devolutieve werking van het verzet in strafzaken» in Liber Amicorum Frédéric Dumon, I, Antwerpen, Kluwer, 1983, (383), p. 404 in fine en voetnoot 112.
• conclusie van advocaat-generaal D. Vandermeersch voor Cass. 11 januari 2017, P.16.1085.F:
• Cass. 6 juni 1995, RW 1995-96, 568, noot L. Van Overbeke
• Cass. 25 januari 2017, P.16.1126.F, conclusie advocaat-generaal D. Vandermeersch, RDP 2017, 733).
• R. Hayoit De Termicourt, «Etude sur l’opposition aux décisions rendues par les juridictions correctionnelles et les tribunaux de police», RDP 1932, (713-738, 841-866 en 993-1011), p. 1008, nr. 77),
• Cass. 11 juni 2008, RW 2009-10, 406, noot B. De Smet.
• Cass. 18 oktober 2017, P.17.0658.F, conclusie advocaat-generaal M. Nolet De Brauwere:
• Cass. 21 december 2016, P.16.1116.F, conclusie advocaat-generaal M. Nolet De Brauwere, RABG 2017, 1039.
• Cass. 19 april 2017, P.17.0055.F, conclusie advocaat-generaal M. Nolet De Brauwere, RDP 2017, 754, RABG 2017, 1097, noot E. Van Dooren.
• E. Van Dooren, «Waarom de appelrechter aanhangige feiten niet steeds kan heromschrijven» (noot onder Cass. 19 april 2017), RABG 2017, (1099), p. 1102, nr. 5).
• Antwerpen, 30 juni 2016, Nullum Crimen 2016, 449.
• Cass. 12 december 2017, P.17.0251.N:
• Cass. 18 oktober 2017, P.17.0656.F.
• Cass. 4 februari 1986, Arr.Cass. 1985-86, p. 762, nr. 354).
• F. Van Volsem, «Ook het Openbaar Ministerie kan afstand doen van zijn cassatieberoep» (noot onder Cass. 26 juli 2017, AR nr. P.17.0811.N), RABG 2017, (1104), p. 1108-1109, nr. 8.3).
• Cass. 31 januari 2017, AR nr. P.16.1029.N, conclusie advocaat-generaal R. Mortier.
• Antwerpen 26 april 2017, Nullum Crimen 2017, 391
• E. Van Dooren, «Het ambigue volgappel van het openbaar ministerie», RW 2016-17, 1402
• W. De Pauw, «Hebben de afwezigen gelijk? Enkele bedenkingen bij de relatieve werking van de devolutieve kracht van het verzet in strafzaken» in Na rijp beraad. Liber amicorum Michel Rozie, Antwerpen, Intersentia, 2014, 139-150.

Gerelateerd
Bibliotheek
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve
Aangemaakt op: do, 08/02/2018 - 14:39
Laatst aangepast op: do, 08/02/2018 - 14:39

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.