-A +A

Nietigheid van bestuursbesluiten in een vennootschap: naar een gecontroleerde ontploffing

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Publicatie
Auteur: 
Stijn De Dier
Tijdschrift: 
Rechtskundig Weekblad
Uitgever: 
Intersentia
Jaargang: 
2016-2017
Pagina: 
683
Samenvatting

Tegen een bestuursbesluit in een vennootschap kan een nietigheidsvordering worden ingesteld. Wanneer de nietigheidsvordering wordt ingewilligd wordt het besluit retroactief opgeheven, evenals alle rechtsgevolgen van de besluit.
De auteur pleit voor een noodzakelijk evenwicht tussen het belang bij de nietigverklaring van een bestuursbesluit en het belang bij de bescherming tegen de gevolgen van een nietigverklaring ervan.
De bijdrage in het Rechtskundig Weekblad is de conclusie van doctoraal onderzoek door de auteur.
 

Inhoudstafel tekst: 

Nietigheid van bestuursbesluiten in een vennootschap: naar een gecontroleerde ontploffing

Stijn DE DIER

Advocaat te Brussel, vrijwillig medewerker en plaatsvervangend docent KU Leuven

Tegen een bestuursbesluit in een vennootschap kan een nietigheidsvordering worden ingesteld. Wanneer de nietigheidsvordering wordt ingewilligd wordt het besluit retroactief opgeheven, evenals alle rechtsgevolgen van de besluit.

De auteur pleit voor een noodzakelijk evenwicht tussen het belang bij de nietigverklaring van een bestuursbesluit en het belang bij de bescherming tegen de gevolgen van een nietigverklaring ervan.

De bijdrage in het Rechtskundig Weekblad is de conclusie van doctoraal onderzoek door de auteur.

I. Inleiding: een evenwichtszoektocht

1. Een merkwaardige vaststelling

2. ... met een verreikend gevolg

3. Focus op vennootschapsbesluiten, i.h.b. bestuursbesluiten

4. Zoektocht naar een

5. Toepasselijke regels

II. Spil in de evenwichtszoektocht: functie van de juridische erkenning (of «verzelfstandiging») van bestuursbesluiten

6. Functionele voorvraag, ontsproten aan verwondering.

A. Functie van de verzelfstandiging van bestuursbesluiten

7. Agencyprobleem

8. Nietigheid van bestuursbesluiten als controle

9. Meerwaarde van nietigheidsvordering

10. Samenvatting van de functie en parallel met administratief recht.

B. Implicaties van de functionele benadering

11. Functionele omschrijving van «bestuursbesluit».

12. Implicaties.

III. Gevolgen van de nietigverklaring van bestuursbesluiten voor de op basis van die besluiten verrichte rechtshandelingen

13. Probleemstelling..

14. Aandeelhoudersbesluiten: art. 180 W.Venn.

A. Band met vertegenwoordiging van vennootschappen

15. Nietigheid en vertegenwoordiging: bevoegdheid vs. macht.

16. Krachtens art. 1998, tweede lid BW vallen vertegenwoordigingsbevoegdheid en -macht in de regel samen.

17. Nietigheid en bevoegdheid: een verder onderscheid

B. Antwoord naar gemeen recht

1° Onbevoegdheid die niet bestaat zonder nietigverklaring van het bestuursbesluit

18. Schijnvertegenwoordiging als regel.

19. Derdemedeplichtigheid als uitzondering.

2° Onbevoegdheid die ook bestaat zonder nietigverklaring van het bestuursbesluit

C. Toepassing op diverse rechtsvormen

21. Dezelfde regel, andere gevolgen.

22. Verrichtingen met insiders.

23. Slotsom

IV. Rechtstoegang en vorderingsgerechtigdheid

24. Belang bij de nietigverklaring van het bestuursbesluit

A. Eiser is derde-wederpartij

25. Indien degene die de nietigheid van een besluit vraagt, ook de derde-wederpartij is

B. Eiser is geen derde-wederpartij

26. Verder onderscheid nodig.

1° Vorderingsmogelijkheid van outsiders

27. In het algemeen.

28. Het uitgangspunt

2° Vorderingsmogelijkheid van insiders

29. De eiser is een insider

3° Vorderingsmogelijkheid bij overtreding van belangenconflictenregels

30. Bijzondere nietigheidsvordering bij schending van de belangenconflictregeling

V. Antwoord op de onderzoeksvraag: evenwicht en spil

31. Onderdeel II

32. Splitsing van (economische) eigendom en bestuur.

33. Ten aanzien van derden geldt dat de nietigheid van een bestuursbesluit hen niet zonder meer tegenwerpelijk is.

34. Aldus is het evenwicht bereikt.

VI. Epiloog: uitbreidbaarheid naar aandeelhoudersbesluiten en aanbeveling de lege ferenda

35. Het hier voorgestelde doctoraatsonderzoek heeft zich, wat zijn voorwerp betreft, beperkt tot bestuursbesluiten.

Bronverwijzingen

• S. De Dier, Nietigheid van bestuursbesluiten in een vennootschap, Roeselare, Roularta, 2016, XXXVI + 491 p.

• C. Asser en J.M.M. Maeijer, Vertegenwoordiging en rechtspersoon. 3: De naamloze en de besloten vennootschap, Zwolle, Tjeenk Willink, 1994, p. 386-387, nr. 303;

• J.B. Huizink, «Enkele aspecten van ongeldigheid van rechtshandelingen in het vennootschaps- en ondernemingsrecht» in KNB, Bekrachtiging en aanverwante rechtsfiguren, Den Haag, Sdu, 2003, 183;

•P. Van Schilfgaarde, J. Winter en J.B. Wezeman, Van de BV en de NV, Deventer, Kluwer, 2013, p. 203, nr. 54.

• J. Baeck, «Deugnieten en nietigheden. Over ongeoorloofde overeenkomsten, nemo auditur, in pari causa en artikel 6 van het Burgerlijk Wetboek» in Liber Amicorum Hubert Bocken, Brugge, die Keure, 2009, 149-164;

• V. Bastiaen en G. Thoreau, «La nullité en droit civil» in E. Vieujean, Les nullités en droit belge. Sanction du vice et conséquences, Luik, Editions du Jeune Barreau, 1991, 100 e.v.;

• Claeys, «Nietigheid van contractuele verbintenissen in beweging» in Sancties en nietigheden, Brussel, Larcier, 2003, 316 e.v.;

• L. Cornelis, Algemene theorie van de verbintenis, Antwerpen, Intersentia, 2000, 700 e.v.;

• L. De Gryse, «De nietigheid in het algemeen overeenkomstenrecht» in M. Rigaux, Actuele problemen van arbeidsrecht, Antwerpen, Kluwer, 1987, 304-317;

• H. De Page, Traité élémentaire de droit civil belge. Introduction, théorie générale des droits et des lois, les personnes, la famille, I, Brussel, Bruylant, 1962, p. 148-149, nr. 99;

• R. Jafferali, La rétroactivité dans le contrat, Brussel, Bruylant, 2014, p. 467 e.v., nrs. 226 e.v., i.h.b. p. 658, nr. 291;

• W. Rauws, Civielrechtelijke beëindigingswijzen van de arbeidsovereenkomst: nietigheid, ontbinding en overmacht, Antwerpen, Kluwer rechtswetenschappen, 1987, 66 e.v.;

• C. Renard en E. Vieujean, «Nullité, inexistence et annulabilité en droit civil belge», Ann. fac. dr. Liège 1962, 285 e.v.;

• T. Starosselets, «Effets de la nullité» in P. Wéry, La nullité des contrats, Brussel, Larcier, 2006, 231-279;

• S. Stijns, «Nietigheid van het contract als sanctie bij zijn totstandkoming» in J. Smits en S. Stijns, Totstandkoming van de overeenkomst naar Belgisch en Nederlands recht, Antwerpen, Intersentia, 2002, 225 e.v.;

• T. Tanghe, «Rit langs de drie gerechtelijke wegen bij aantasting van een overeenkomst door een nietigheidsgrond», TPR 2012, p. 712, nr. 8;

• W. Van Gerven, Algemeen deel in Beginselen van Belgisch Privaatrecht, I, Antwerpen, Standaard, 1973, 416 e.v.;

• M. Von Kuegelgen, «Réflexions sur le régime des nullités et des inopposabilités» in Les obligations contractuelles, Brussel, Editions du Jeune Barreau, 2000, 610 e.v.

• R. Japiot, Des nullités en matière d’actes juridiques: essai d’une théorie nouvelle, Parijs, Arthur Rousseau, 1909, 166-177, maar ook L. Cornelis, o.c., p. 730, nr. 577;

• L. De Gryse, o.c., in M. Rigaux, Actuele problemen van arbeidsrecht, nrs. 393 en 306;

• P. De Harven, (noot onder Cass. 19 februari 1940), RCJB 1948, p. 301, nr. 8;

• T. Tanghe, Gedeeltelijke ontbinding en vernietiging van overeenkomsten, Antwerpen, Intersentia, 2015, p. 139-144, nrs. 129-131;

• O. Caprasse en M. Wyckaert, «Beperking van het aantal vennootschapsvormen: waarheen met de kapitaalvennootschappen (NV, BVBA, CV)?» in De modernisering van het vennootschapsrecht, Brussel, Larcier, 2014, 85.

• H. Braeckmans en R. Houben, Handboek vennootschapsrecht, Antwerpen, Intersentia, 2012, p. 321-322, nr. 585;

• M. Coipel, «A propos des conséquences d’une décision prise de façon irrégulière par le conseil d’administration d’une SA» (noot onder Cass. 26 januari 2009), JDSC 2010, p. 81, nr. 5;

• A. François, K. Byttebier, J. Fastenaekels, T. Van De Gehuchte en L. Vandenbempt, «Omgaan met conflicten in vennootschappen: regeling van geschillen is meer dan geschillenregeling» in Omgaan met conflicten in de vennootschap, Antwerpen, Intersentia, 2009, 114;

• K. Geens en M. Wyckaert, De vennootschap – algemeen deel, Mechelen, Kluwer, 2011, p. 598-599, nr. 329;

• K. Geens, M. Wyckaert, C. Clottens, F. Parrein, S. De Dier en S. Cools, m.m.v. F. Jenne en A. Steeno, «Overzicht van rechtspraak – Vennootschappen (1999-2010)», TPR 2012, p. 261-262, nr. 185;

• D. Van Gerven en M. Wyckaert, «Kroniek vennootschapsrecht (2000-01)», TRV 2001, p. 472, nr. 80.

• Law Commission, Shareholder Remedies Consultation (1996), p. 142, 29 e.v.;

• A.J. Boyle, Minority Shareholders Remedies, Cambridge, Cambridge University Press, 2002, 25 e.v.: P. Davies, S. Worthington en E. Micheler, Gower and Davies’ Principles of Modern Company Law, Londen, Sweet & Maxwell, 2012, 657 e.v.;

• V. Joffe en D. Drake, Minority Shareholders: Law, Practice and Procedure, Londen, Butterworths, 2000,10 e.v.;

• D. Kershaw, Company law in Context. Text and Materials, Oxford, Oxford University Press, 2012, 589 e.v. Zie ook: S. De Dier, «Friends with benefits?! A Comparative View on Legal Standing to Challenge Board Decisions», ECFR 2013, 466 e.v.

• B.R. Cheffins, Company Law. Theory, Structure and Operation, Oxford, Clarendon Press, 1997, 140.

•.P.M. Vermeulen en D.A. Zetzsche, «The Use and Abuse of Investor Suits – An Inquiry into the Dark Side of Shareholder Activism», ECFR 2010, 8. Vgl. J. Armour en M.J. Whincop, «The Proprietary Foundations of Corporate Law», Oxford Journal of Legal Studies 2007, 439-440 en 450.

• R. Kraakman, J. Armour, P.L. Davies, L. Enriques, H. Hansmann, G. Hertig, K.J. Hopt, H. Kanda en E. Rock, The Anatomy of Corporate Law. A Comparative and Functional Approach, Oxford/New York, Oxford University Press, 2009, 36.

• S. Cools, De bevoegdheidsverdeling tussen algemene vergadering en raad van bestuur in de NV, Roeselare, Roularta, 2015, p. 31 e.v., nrs. 35 e.v.;

• H. De Wulf, Taak en loyauteitsplicht van het bestuur in de naamloze vennootschap, Antwerpen, Intersentia, 2002, 116-117.

• M.C. Jensen en W.H. Meckling, «Theory of the Firm: Managerial Behavior, Agency Costs and Ownership Structure», Journal of Financial Economics 1976, 308. Zie ook: S. Cools, o.c., p. 30-31, nr. 34.

• J. Vananroye, «Aandeelhouders hebben geen zelfstandig vorderingsrecht voor afgeleide schade» (noot onder Cass. 23 februari 2012), TRV 2012, p. 322, nr. 3, met verwijzing naar een conclusie van Mesdach de ter Kiele.

• A. Dyck en L. Zingales, «Private Benefits of Control: An International Comparison», Journal of Finance 2004, 539.

• Cass. 30 januari 1965, Pas. 1965, I, 538, RCJB 1966, 77, noot J. Dabin, RW 1964-65, 1553, JT 1965, 312;

• Y. Merchiers, «La tierce complicité de la violation d’une obligation contractuelle. Fin d’une incertitude» (noot onder Cass. 22 april 1983), RCJB 1984, p. 383, nr. 29;

• R. Savatier, Traité de la responsabilité civile en droit français civil, administratif, professionnel, procédural, II, Parijs, LGDJ, 1951, p. 175, nr. 600;

• W. Van Gerven, o.c., p. 406, nr. 129. Vgl. J. Ronse, Schade en schadeloosstelling in APR, Gent, Story-Scientia, 1984, p. 221, nr. 299.

• K. Byttebier en A. François, «De nietigheidsregeling inzake besluiten van de algemene vergadering van aandeelhouders revisited», V&F 2000, p. 175, nr. 29bis;

• J. Vananroye en L. Mariën, «Fraus en schuldeisersbenadeling in het ondernemingsrecht» in Fraus omnia corrumpit: mogelijkheden en moeilijkheden in het privaatrecht, Brugge, die Keure, 2014, p. 111, nr. 3.

• V. Bastiaen en G. Thoreau, «La nullité en droit civil» in E. Vieujean, Les nullités en droit belge. Sanction du vice et conséquences, Luik, Editions du Jeune Barreau, 1991, 32;

• F. Damsteegt-Molier, Relativering van eigendom, Den Haag, Boom, 2009, 68-70;

• M. Von Kuegelgen, «Réflexions sur le régime des nullités et des inopposabilités» in Les obligations contractuelles, Brussel, Editions du Jeune Barreau, 2000, p. 620, nr. 45.

• A. Lenaerts, Fraus omnia corrumpit in het privaatrecht, Brugge, die Keure, 2013, p. 144 e.v., nr. 149 e.v.

• Gent 6 januari 2014, DAOR 2014, (111) 118;

• Kh. Gent 22 mei 2014, DAOR 2014, (132) 137, TRV 2015, (397) 400, noot;

• C. Resteau, A. Benoit-Moury en A. Grégoire, Traité des sociétés anonymes, II, Brussel, Swinnen, 1982, p. 417, nr. 1221;

• J. Ronse, Algemeen deel van het vennootschapsrecht, Leuven, Acco, 1975, 460-461;

• J. Vananroye, «Zelfstandige vorderingsrechten van aandeelhouders voor schade aan het vennootschapsvermogen» in H.-J. De Kluiver en J. Wouters, Beginselen van vennootschapsrecht in binationaal perspectief. Vergelijkende beschouwingen naar Belgisch en Nederlands recht, Antwerpen, Intersentia, 1998, p. 242, nr. 7;

• M. Wyckaert, Kapitaal in NV en BVBA, Kalmthout, Biblo, 1995, p. 462, nr. 676. Anders: L. Cornelis, «Persoonlijk: over schade en de aansprakelijkheidsvordering van de curator» in Liber amicorum Yvette Merchiers, Brugge, die Keure, 2001, p. 66, nr. 8.

• RVS 27 maart 1959, nr. 6.993, Bartholom;

• RvS 10 december 1952, nr. 2.029, Ranson, RvS 10 augustus 1951, nr. 1.034, NV Cobesma;

• RvS 24 oktober 1949, nr. 137, Grisak. Zie voor enkele recente toepassingen: RvS 24 juli 2014, nr. 228.104, BVBA D. Van Mol Brandweermateriaal;

• RvS 26 mei 2014, nr. 227.535, NV Belgacom;

• RvS 7 november 2013, nr. 225.385, NV Kinepolis Mega;

• RvS 8 april 2008, nr. 181.804, NV Divorim;

• RvS 22 november 2007, nr. 177.029, NV Telenet Bidco.

• J.M. Genicot, conclusie voor Cass. 5 maart 2012, Pas. 2012, (498) 499. Zie ook: P. Goffaux, «La théorie de l’acte détachable et les actes postérieurs à la conclusion du contrat: l’exemple de la résiliation d’une concession domaniale» (noot onder RvS 25 september 2007), APT 2010, p. 195, nr. 3;

• D. Lagasse, «La théorie administrative des actes détachables remise en cause par le Conseil d’Etat?» in Mélanges Philippe Gérard, Brussel, Bruylant, 2002, p. 312, nr. 4;

• A. Mast, J. Dujardin, M. Van Damme en J. Vande Lanotte, Overzicht van het Belgisch administratief recht, Mechelen, Kluwer, 2009, p. 211, nr. 219;

• A. Vranckx, Administratieve rechtshandelingen, Brugge, die Keure, 1961, p. 32, nr. 55.

• Cass. 2 juli 1954, Pas. 1954, I, (955) 957;

• C. Berx, Rechtsbescherming van de burger tegen de overheid, Antwerpen, Intersentia, 2000, p. 136, nr. 280 en haar voetnoot (564).

• Cass. 5 juli 1878, Pas. 1878, I, (300) 303.

• W. Van Gerven, Bewindsbevoegdheid. Rechtsvergelijkende bijdrage tot een algemene theorie van bewind over andermans vermogen, Brussel, Bruylant, 1962, p. 111, nr. 74.

• J. Delvoie, Orgaantheorie in rechtspersonen van privaatrecht, Antwerpen, Intersentia, 2010, p. 291, nr. 301 en diens voetnoot (1149).

• Cass. 29 november 1877, Pas. 1878, I, (22) 24.

• F. Passelecq, Traité des sociétés commerciales, Brussel, Larcier, 1934, p. 372, nr. 2449;

• J. Ronse, «Nietigheid van besluiten van organen van de naamloze vennootschap» in Vereniging voor de vergelijkende studie van het recht van België en Nederland, Zwolle/Antwerpen, Tjeenk Willink/De Sikkel, 1966, 382.

• M. Coipel, Dispositions communes à toutes les formes de sociétés commerciales, Brussel, Larcier, 1982, p. 230, nr. 371;

• P. Coppens, L’abus de majorité dans les sociétés anonymes, Leuven, Fonteyn, 1947, p. 116, nr. 85;

R. David, La protection des minorités dans les sociétés par actions, Parijs, Recueil Sirey, 1928, 164;

•. Van Ryn, Principes de droit commercial, I, Brussel, Bruylant, 1954, p. 414 onderaan, nr. 654.

• Tilleman, Lastgeving in APR, Deurne, Kluwer, 1997, p. 249, nr. 461.

• Vgl. J. Vananroye, «’t Amendement: Welke middelen heiligt het statutair doel nog?», TRV 2013, p. 430, nr. 1.

• A. Griffiths, Contracting with Companies, Oxford, Hart, 2005, 61 en 67;

• S. De Dier, «Enkele opmerkingen over de aansprakelijkheid van bestuurders of zaakvoerders van vennootschappen-rechtspersonen voor fouten begaan noot onder Gent 5 november 2012 en Brussel 11 september 2012), TRV 2014, i.h.b. p. 187-188, nr. 3.

• Cass. 26 oktober 2012, Pas. 2012, 2052, RW 2014-15, noot;

• Cass. 2 september 2010, RGDC 2011, 300, noot F. George;

• Cass. 20 januari 2000, Arr.Cass. 2000, 163, Bull. 2000, 160, RW 2001-02 (verkort), 501, noot, err. 792, TBBR 2001, 407, TBH 2000, 483, noot P. Foriers;

• Cass. 20 juni 1988, Pas. 1988, I, 1258, JT 1989, 547, noot P.-A. Foriers, RW 1989-90, 1425, noot A. Van Oevelen, TRV 1989, 540, noot P. Callens en S. Stijns, RCJB 1991, 45, noot R. Kruithof;

• H. De Page en R. Dekkers, Traité élémentaire de droit civil belge. Les principaux contrats usuels, les biens, V, Brussel, Bruylant, 1975, p. 443, nr. 448;

• P.A. Foriers, «Aspects de la représentation en matière contractuelle» in Les obligations contractuelles, Brussel, JBB, 2000, 247 e.v.;

• P.A. Foriers en R. Jafferali, «Le mandat (1991 à 2004)» in F. Glansdorff (ed.), Actualités de quelques contrats spéciaux, Brussel, Bruylant, 2005, p. 91 e.v., nrs. 27 e.v.;

• R. Kruithof, «La théorie de l’apparence dans une nouvelle phase» (noot onder Cass. 20 juni 1988), RCJB 1991, p. 68 e.v., nrs. 15 e.v.;

• F. Parrein, « Het schijnmandaat: de toerekenbaarheid van de schijn aan de schijnlastgever», TRV 2007, p. 392-393, nrs. 4-8;

• C. Paulus en R. Boes, Lastgeving in APR, Gent, Story-Scientia, 1978, p. 142, nr. 257;

• P. Pont, Commentaire-traité des petits contrats, I, Parijs, Cotillon, 1867, p. 555, nr. 1065;

• S. Stijns en I. Samoy, «La confiance légitime en droit des obligations» in De bronnen van niet-contractuele verbintenissen/Les sources d’obligations extracontractuelles, Brugge, die Keure, 2007, p. 84 e.v., nrs. 62 e.v.;

• Y. Stox, «Niets is wat het lijkt. Over schijnvertegenwoordiging in het Belgische en in het Nederlandse recht», Jura Falconis 2002-03, 544 e.v.;

• P. Wéry, «Chronique de jurisprudence relative au contrat de mandat (2000-10)» in Chronique de jurisprudence en matière de contrats spéciaux, Luik, Anthemis, 2011, p. 335 e.v., nrs. 72 e.v.;

• P. Wéry, Le mandat in Rép.Not., Brussel, Larcier, 2000, p. 246-250, nrs. 209-210.

• C.W. De Monchy en L. Timmerman, De nieuwe algemene bepalingen van boek 2 BW. Preadvies van de Vereeniging Handelsrecht, Zwolle, Tjeenk Willink, 1991, 93 e.v.

• M. Coipel, Dispositions communes à toutes les formes de sociétés commerciales, Brussel, Larcier, 1982, p. 230, nr. 371;

• R. David, La protection des minorités dans les sociétés par actions, Parijs, Recueil Sirey, 1928, 164-165.

• G. Parisis, «Conseil d’Etat et conseils d’administration irrégulièrement composés: la recevabilité en question» (noot onder RvS 25 maart 2009), TBH 2010, 352.

•C. Resteau, A. Benoit-Moury en A. Grégoire, Traité des sociétés anonymes, II, Brussel, Swinnen, 1982, p. 138, nr. 893.

• Cass. 22 april 1983, Arr.Cass. 1982-83, 1022, conclusie procureur-generaal E. Krings, RW 1983-84, 427, noot E. Dirix, RCJB 1984, 359, noot Y. Merchiers, RGAR 1985, nr. 10888, Pas. 1983, I, 944, hernomen in Cass. 28 november 2002, Pas. 2002, 2293, RW 2005-06, 1238, TBBR 2004, 402;

• S. Debusschere, «Derde-medeplichtigheid aan contractbreuk: de vereiste kennis in hoofde van de derde-medeplichtige. Analyse van de rechtspraak na het cassatiearrest van 22 april 1983», DAOR 1999, 32 e.v. en 37-38.

• M. Coipel, «A propos des conséquences d’une décision prise de façon irrégulière par le conseil d’administration d’une SA» (noot onder Cass. 26 januari 2009), JDSC 2010, p. 79, nr. 3 en de eerste alinea van p. 80, nr. 4;

• P.-G. Gourlay, Le conseil d’administration de la société anonyme: organisation et fonctionnement, Parijs, Sirey, 1971, p. 229, nr. 422.

• Cass. 12 november 1987, RW 1987-88, 1056, RCJB 1989, noot A. Benoit-Moury, TRV 1988, 107, noot L. Liefsoens,

• M.E. Storme, «Het vertrouwensbeginsel in het Belgisch verbintenissenrecht», TPR 1997, p. 1879, nr. 24.

• J. Vananroye en G. Lindemans, «Editoriaal. Het einde van de wereld die we kennen is nabij», TRV 2015, p. 702, nr. 3;

• J. Vananroye en L. Mariën, «Fraus en schuldeisersbenadeling in het ondernemingsrecht» in Fraus omnia corrumpit: mogelijkheden en moeilijkheden in het privaatrecht, Brugge, die Keure, 2014, i.h.b. p. 140-141, nr. 28 en p. 142-143, nr. 30.

• A. Keay, «Moving Towards Stakeholderism? Constituency Statutes, Enlightened Shareholder Value and All That: Much Ado About Little?», EBLR 2011, 33 e.v.),

• M.W. Den Boogert, «Aantasting van besluiten», De NV 1982, p. 70, nr. 6;

• S.H.M.A. Dumoulin, Besluitvorming in rechtspersonen, Deventer, Kluwer, 1999, p. 69, nr. 93) en Franse rechtsleer (C. Houpin en H. Bosvieux, Traité général théorique et pratique des sociétés civiles et commerciales et des associations, II, Parijs, Sirey, 1935, 407, nr. 1192).

• N. Geelhand, Belangenafweging in het huwelijksvermogensrecht: de belangen van de niet-contracterende echtgenoot versus de belangen van de derde-medecontractant, 2. Rechtsvergelijkend overzicht van de toepassing van het vertrouwensbeginsel in het huwelijksvermogensrecht, Gent, Mys en Breesch, 1994, p. 795-796, nrs. 1994-1995, p. 797, nr. 1997, en p. 798, nr. 1999,

• G. Lindemans, «De actio pauliana: zelfstandige aanspraak, splitsbare rechtszaak» (noot onder Cass. 29 oktober 2015), TBH 2016, p. 226, nr. 7;

• V. Sagaert, «De gevolgen van de actio pauliana en haar band met de ongerechtvaardigde verrijking», TBBR 2001, p. 581, nr. 18;

• M.E. Storme, «De uitwendige rechtsgevolgen van verbintenissen uit overeenkomst en andere persoonlijke rechten: zgn. derde-medeplichtigheid aan wanprestatie, pauliana en aanverwante leerstukken» in Het kontrakt en de derden, Brussel, Vlaams Pleitgenootschap, 1995, p. 150-151, nr. 15.

 

 

Gerelateerd
Bibliotheek
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve
Aangemaakt op: di, 07/02/2017 - 16:16
Laatst aangepast op: di, 07/02/2017 - 16:16

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.