-A +A

Niet-consensuele verspreiding van seksuele beelden. Analyse van wetgevende initiatieven in de Verenigde Staten, het Verenigd Koninkrijk en België

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Publicatie
Auteur: 
Beyens J
Auteur: 
Lievens E
Tijdschrift: 
NJW
Uitgever: 
Kluwer
Jaargang: 
2016
Pagina: 
654
Samenvatting

Wraakporno is het verspreiden van seksuele foto’s of filmpjes zonder de toestemming van de afgebeelde persoon met de bedoeling deze te schaden. De daders beperken zich niet tot het verspreiden van beeldmateriaal maar voegen hieraan naam, telefoonnummer, e-mail, werkplek, adres en seksuele voorkeur. 
Uit een cassatiearrest van 31/03/2015, bleek een lacune in de Belgische wet, waardoor bestraffing onmogelijk leek.
De wet van 1 februari 2016 inzake de niet-consensuele verspreiding van seksuele beelden verhielp aan deze tekortkoming

Inhoudstafel tekst: 

De nieuwe wettelijke bepalingen inzake wraakporno en voyeurisme ingevoegd in het strafwetboek door de wet van 01/02.2016:

Art. 371/1 strafwetboek: "Met een gevangenisstraf van zes maanden tot vijf jaar wordt gestraft hij die :
1° een persoon observeert of doet observeren of van hem een beeld- of geluidsopname maakt of doet maken,
- rechtstreeks of door middel van een technisch of ander hulpmiddel,
- zonder de toestemming van die persoon of buiten zijn medeweten,
- terwijl hij ontbloot is of een expliciete seksuele daad stelt, en
- terwijl hij zich in omstandigheden bevindt, waar hij in redelijkheid kan verwachten dat zijn persoonlijke levenssfeer niet zal worden geschonden;
2° de beeld- of geluidsopname van een ontblote persoon of een persoon die een expliciete seksuele daad stelt zonder diens toestemming of buiten diens medeweten toont, toegankelijk maakt of verspreidt, ook al heeft die persoon ingestemd met het maken ervan.
Worden deze feiten gepleegd op de persoon of met behulp van de persoon van een minderjarige boven de volle leeftijd van zestien jaar, dan wordt de schuldige gestraft met opsluiting van vijf jaar tot tien jaar.
Is de minderjarige geen volle zestien jaar oud, dan is de straf opsluiting van tien jaar tot vijftien jaar.
Het voyeurisme bestaat, zodra er begin van uitvoering is.".

Wraakporno kan ook burgerlijk benaderd als schending van een intellectueel recht: zie Rb. Antwerpen, 12/06/2008, RABG 2008/20 1267-1270

(C.V.Z. / NV V.P.)

(Advocaten: Mr. G. Philipsen en Mr. D. Blommaert)

(…)

Procedure
Bij dagvaarding van 28 september 2007 - hernomen in besluiten van 11 februari 2008 - vordert mevrouw C.V.Z., eiseres, de veroordeling van de NV V.P., verweerster, tot betaling van 35.000,00 EUR als morele schadevergoeding, meer de vergoedende interesten - aan de wettelijke interestvoet van 6% per jaar - sedert 22 mei 2007 tot op de datum van dagvaarding en meer de gerechtelijke interesten - eveneens aan de wettelijke interestvoet van 6% per jaar - sedert de datum van dagvaarding tot de datum van volledige betaling en tot de kosten van het geding.

Eiseres vraagt tevens de uitvoerbaarheid bij voorraad. Het verzoek is niet gemotiveerd.

Bij behandeling van de zaak wordt door eiseres hierover gemeld dat zij inzake de onmiddellijke uitvoerbaarheid niet verder aandringt.

Verweerster besluit tot de afwijzing van de vordering.

Feiten
Het geschil tussen partijen heeft betrekking op het gebruik dat verweerster heeft gemaakt van een foto van eiseres die opgenomen is in een boek van de uitgeverij G.R., over borstkanker en borstreconstructie: “Twee borsten” van Dr. H., fotografe L.B. en journaliste A.L.

Eiseres die borstkanker heeft gehad, heeft na een amputatie ook een borstcorrectie laten uitvoeren.

Er werd haar nadien gevraagd of zij bereid was haar medewerking te verlenen aan de totstandkoming van een boek over borstkanker en borstreconstructie.

Eiseres heeft hierin uiteindelijk toegestemd evenwel met de uitdrukkelijke beperking dat “Mijn teksten en foto's mogen niet verschijnen in de pers, deze zijn enkel bestemd voor het boek 'Twee borsten'.”

(cf. mail bericht van 21 maart 2007 van eiseres aan de makers van het boek stuk 5).

In het nummer van 22 mei 2007 van het P-Magazine, verscheen een recensie over het boek, met de foto van de cover van het boek en met de foto van eiseres. Het artikel en de foto's verschenen op de linker bladzijde, op de rechter bladzijde verscheen een pornostrip.

Het P-Magazine is een “pikant” weekblad met een zeer grote oplage.

De cover van het boek is op amper 3 op 3 cm afgedrukt, onderaan het artikel, de foto van eiseres daarentegen is boven het artikel geplaatst en uitvergroot op een 10 op 6 cm, met andere woorden zes maal zo groot als de cover van het boek.

Eiseres voelt zich door de publicatie van haar foto in dit weekblad ten zeerste gekwetst en is ten zeerste verontwaardigd.

Zij vraagt bij schrijven van 11 juni 2007 hoe verweerster aan haar foto is gekomen en vordert een schadevergoeding van 35.000,00 EUR waarop verweerster niet wil ingaan.

Verweerster ontkent niet het gebruik van de foto doch stelt dat zij geen inbreuk heeft gepleegd op artikel 10 van de Auteurswet noch op artikel 1382 Burgerlijk Wetboek.

Ten gronde
Volgens artikel 10 van de Auteurswet van 30 juni 1994 heeft de auteur, de eigenaar van een portret of enige andere persoon die een portret bezit of voorhanden heeft, niet het recht het te reproduceren, of aan het publiek mede te delen zonder de toestemming van de geportretteerde.

“Artikel 10. De auteur of de eigenaar van een portret dan wel enige andere persoon die een portret bezit of voorhanden heeft, heeft niet het recht het te reproduceren of aan het publiek mede te delen zonder toestemming van de geportretteerde of gedurende twintig jaar na diens overlijden, zonder toestemming van zijn rechtverkrijgenden.”

De toestemming geniet een beperkende interpretatie zowel wat de afbeelding betreft waarop de toestemming in het bijzonder slaat als wat het gebruik betreft dat men ervan wil maken.

Het recht op afbeelding houdt een bescherming in van het individu tegen iedere ongewilde aantasting van zijn beeltenis door elke mogelijke derde.

Het recht op afbeelding maakt deel uit van de fundamentele persoonlijkheidsrechten. Dit recht mag niet worden aangetast en het is slechts toegelaten hiervan een geoorloofd gebruik te maken met het uitdrukkelijk akkoord van de afgebeelde persoon.

Dit akkoord moet worden verkregen bij elk gebruik.

Verweerster levert geen bewijs van het akkoord van eiseres.

Verweerster stelt dat eiseres niet verbaasd hoeft te zijn over de publicatie van haar foto en geen recht op schadevergoeding heeft nu het duidelijk is dat zij door haar medewerking te verlenen aan de realisatie van het boek zij hiertoe ook toestemming zou hebben gegeven voor het gebruik van de foto en de publicatie ervan elders dan in het boek.

De toestemming tot het maken van een foto dient beperkend geïnterpreteerd te worden zowel wat de afbeelding betreft waarop de toestemming in het bijzonder slaat als wat het gebruik betreft dat men ervan wil maken.

De toestemming tot het maken van een foto impliceert nog geen toestemming tot het reproduceren alom van het portret of tot de mededeling daarvan aan het publiek, met andere woorden het exploiteren van het portret.

Op het ogenblik dat eiseres haar toestemming tot medewerking aan het boek gaf was dit duidelijk uitsluitend beperkt tot dit boek en hield dit geen toestemming in tot het gebruik van haar foto in andere contexten.

Het is aan verweerster het bewijs te leveren dat eiseres toestemming heeft gegeven voor het publiceren van haar foto in het P-Magazine.

Verweerster levert dit bewijs niet.

Het is ronduit wraakroepend dat verweerster zo weinig respect heeft voor de integriteit waarop elke burger recht heeft.

In casu staat de onwettelijke en onmenselijke houding van verweerster in schril contrast met de fijngevoeligheid en het respect waarmee de makers van het boek zijn opgetreden.

Het toestemmen tot het maken van een foto voor een boek is één, het toestemmen tot publicatie van deze foto buiten het boek is twee.

Het is al even evident dat de toestemming tot het maken van een foto door eiseres enkel en alleen aan de makers van het boek “Twee Borsten” is gegeven en dat de toestemming tot publicatie ervan enkel en alleen het boek betrof.

Verweerster bewijst niets van al haar beweringen. Verweerster verschuilt zich achter het feit dat haar door de uitgever van het boek zou gevraagd zijn een recensie te maken over het boek. Hiervan levert verweerster evenmin enig bewijs. Zelfs al zou deze vraag gesteld zijn dan houdt dit nog geen vrijgeleide in voor verweerster om alle foto's die IN het boek zijn opgenomen ook publiek te maken. De cover van het boek was voldoende om op te nemen in de recensie.

Het recht op de persoonlijke levenssfeer en het recht op zijn afbeelding is in het voorliggende geval door verweerster ernstig geschonden.

Verweerster heeft kennelijk ten deze foutief gehandeld en had als professionele uitgever beter dan wie ook op de hoogte moeten zijn van de juiste betekenis van het recht op afbeelding en moest meer dan wie ook beseffen welk een implicatie de publicatie van een foto in een magazine van dergelijke stijl en van dat niveau en allooi met zulk een grote oplage heeft op het moreel welzijn van eiseres.

Verweerster heeft zich niet gedragen zoals een normaal en voorzichtig uitgever geplaatst in dezelfde omstandigheden zou hebben gedaan.

Het foutief handelen heeft eiseres ongetwijfeld morele schade toegebracht.

De vordering van eiseres op grond van de inbreuk door verweerster op artikel 10 van de Auteurswet en artikel 1382 Burgerlijk Wetboek dient dan ook gegrond te worden verklaard.

Schade
Rekening houdend met de inbreuk van verweerster op de Auteurswet alsmede haar foutief handelen als professionele uitgever en rekening houdend met de aard van het tijdschrift waarin de foto is opgenomen, alsmede met de wijze waarop de foto van eiseres vergroot bovenaan het artikel werd geplaatst, oordeelt de rechtbank dat de schade van eiseres naar billijkheid vergoed wordt door het toekennen van 9.000,00 EUR voor morele schadevergoeding.

(…)

OM DEZE REDENEN

DE RECHTBANK

(…)

Veroordeelt verweerster tot betaling aan eiseres van negenduizend euro (9.000,00 EUR) meer de vergoedende interesten aan 6% vanaf 22 mei 2007 en de gerechtelijke interesten vanaf de dagvaarding tot de dag der gehele betaling.

(…)

Gerelateerd
Aangemaakt op: di, 06/12/2016 - 13:39
Laatst aangepast op: di, 06/12/2016 - 16:29

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.