-A +A

Moraal niet bedreigd door afwezigheid vrije wil

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Publicatie
Auteur: 
Ebe Ryheul
Samenvatting

agnolo bronzino - Google zoeken

 

Wat hersenwetenschappers de laatste decennia aantoonden, is haast niet voor mogelijk te houden. Met behulp van elektroden en modulatiestudies lieten zij zien dat onbewuste hersenprocessen onze bewuste beslissingen voorafgaan. Volgens Jan Verplaetse, hoogleraar moraalfilosofie aan de Universiteit van Gent, hoeft dit geen vrijbrief te zijn voor immorele chaos.

Inhoudstafel tekst: 

De eerste en misschien wel grootste aanslag op het bestaan van de vrije wil kwam er met de bevindingen van neurofysioloog Benjamin Libet in de jaren tachtig. Libet wilde te weten komen hoe onze hersenen werken bij het nemen van een beslissing. Hij startte een simpel experiment: proefpersonen stonden voor een klok en mochten zelf een moment kiezen waarop ze eenvoudigweg hun hand zouden sluiten. Achteraf vroeg hij de personen aan te geven wanneer ze zich precies bewust waren van hun wil om hun hand te sluiten. Hij doopte dat ‘het W-moment’.

Wat hij ontdekte, was baanbrekend. Aan de hand van de hersengolfpatronen kwam hij te weten dat de gebieden verantwoordelijk voor uitvoering en voorbereiding van bewegingen al vóór dat W-moment actief zijn. Met andere woorden: hij ontdekte dat onze hersenen zich al klaarhouden voor een beweging nog vóór we zelf beseffen dat we willen bewegen.

“De resultaten van Libet sloegen in als een soort bom. Zelfs Libet ging twijfelen aan zijn eigen bevindingen. Daarna viel er een zekere stilte in de hersenwetenschappen. Niemand wist goed wat te geloven. Om de twee à drie jaar probeerden wetenschappers wel eens een studie uit te voeren die de resultaten kon tegenspreken. Maar dat leverde weinig op”, vertelt moraalfilosoof Jan Verplaetse (UGent).

Hoera voor technologie
Libet kon niet het gehele beslissingsproces blootleggen. Maar dertig jaar en vele
technologische innovaties later zitten we er niet meer ver vanaf.

Prominente wetenschappers gingen rond het jaar 2000 aan de slag met scanners en elektrische stimulatie van de hersenen. “Wereldwijd ontstond er een nieuw soort paradigma binnen de wetenschap. Een aantal probeerden om bepaalde beslissingen te voorspellen. En dat lukte hen”, aldus Verplaetse.

Zo konden ze met behulp van hersenscans tot op tien seconden voor dat bewuste W-moment voorspellen welke hand mensen gingen gebruiken om een bepaalde taak uit te voeren, konden ze met behulp van elektrische stimulatie van bepaalde hersengebieden een zeer sterke behoefte teweegbrengen om een lichaamsdeel te bewegen en konden ze met dezelfde stimulatie van een ander hersengebied mensen het gevoel geven dat deze behoefte zeer persoonlijk en dus echt gewild was.

Verder wees onderzoek uit dat de gestimuleerde gebieden in onderlinge en oorzakelijke verbinding staan met elkaar. De conclusie die daar volgens sommige neurowetenschappers en neurofilosofen – waaronder Verplaetse – aan vasthangt, luidt: ‘aan elke bewuste intentie gaat een onbewuste intentie vooraf. De bewuste wil is een illusie, want hij wordt voorafgegaan door een onbewust oorzakelijk proces in de hersenen’.

Geen verwijten meer
Wil dit dan zeggen dat de relschoppers van de natonale betoging op 6 november eigenlijk niet verantwoordelijk kunnen gesteld worden voor hun daden? Of dat Anders Breivik, de Noorse massamoordenaar, eigenlijk niets te verwijten valt? Volgens Verplaetse wel.

“Als studenten te laat komen op een examen en mij zeggen dat ze er niets aan kunnen doen, dan trappen ze eigenlijk een open deur in. Ik weet dat al dat ze er niets aan kunnen doen, want er zijn voorafgaande oorzaken in het spel waar ze zelf niet voor kozen. Ze hadden op dat moment gewoon niet de mogelijkheid om anders te handelen. En op die manier kan ik hen dan dus ook niets verwijten. Maar dat wil niet zeggen dat ik er helemaal niets op moet zeggen. Ik kan proberen te voorkomen dat dit zich in de toekomst nog eens voordoet”, legt Verplaetse uit.

Niet de vraag naar iemands schuld, maar de vraag naar hoe we iemand op het rechte pad krijgen staat centraal in de visie van Verplaetse. Het heeft geen nut om ontzettend lange discussies te voeren over de mate van schuld of onschuld van Oscar Pistorius die zijn vriendin vermoordde of van de militair die zijn kind achterliet in een auto. Het is beter om maatregelen te bedenken waardoor die fouten zich niet meer voordoen in de toekomst. Er moet nagedacht worden over hoe we het verloop van de onbewuste intentie kunnen aanpassen.

Een rechtssysteem zoals in Nederland, waar het inschakelen van gedragsdeskundigen in rechtszaken en waar meer variatie is in de maatregelen die rechters kunnen treffen, zijn stappen in deze richting.
Volledig af geraken van begrippen als ‘schuld’, ‘verantwoordelijkheid’ en ‘verwijt’ is de finale stap.

Angst voor immoraliteit
Verplaetse geeft het toe: leven zonder verwijten gaat in tegen onze intuïties. Het zit in onze cultuur ingebakken om mensen te straffen en te belonen gewoon omdat we vinden dat ze het verdienen. We willen dat Kim De Gelder gestraft wordt voor zijn daden of we geven de ober een fooi, omdat we vinden dat ze dat allebi verdienen.

Verplaetse beseft dat zijn voorstel daardoor niet zo makkelijk ingang zal krijgen. Advocaat Elfri De Neve bevestigt dat. “Het strafrecht zo herschrijven en herdenken dat rekening gehouden wordt met de afwezigheid van de vrije wil, is een denkoefening die nog geen voedingsbodem heeft bij juristen”, stelt De Neve. “Alle recht in België vertrekt van de hypothese dat de vrije wil bestaat. Het is uitdagend en frustrerend om te merken dat de stelling over de onbestaanbaarheid van de vrije wil geen gehoor weet te krijgen. Niet omwille van de van de inhoud, maar omwille van de vermeende gevolgen.”

Volgens Verplaetse en De Neve vrezen mensen voor immorele chaos in de maatschappij eens het einde van verantwoordelijkheid en schuld zou worden aangekondigd.
Mensen zijn bang dat zo’n aankondiging een vrijgeleide zou worden om te doen en laten wat we willen, zonder ervoor te moeten opdraaien. Want iedereen zou dan het excuus kunnen gebruiken dat ze er toch niets aan konden doen.

“Mijn respons is dan altijd dat die vrees niet hoeft. Iets is goed of slecht, precies omdat het op zichzelf goed of slecht is en niet omdat er bepaalde consequenties zoals straf, verbod of beloning aan vasthangen. Het vermoorden van kinderen of het bestelen van oude vrouwtjes wordt niet plots nastrevenswaardig in een schuldloze samenleving. Ook in zo’n soort samenleving bestaan er morele spelregels”, motiveert Verplaetse.
“Het is trouwens vergelijkbaar met een vrees uit het verleden. Ooit werd gedacht dat een moraal zonder God tot immoraliteit zou leiden. Dat bleek duidelijk een misverstand te zijn. Net als de filosoof die niet in verantwoordelijkheid gelooft, moet de filosoof die niet in God gelooft ons nog altijd vertellen wat zijn morele regels zijn”.

Wat Verplaetse hoognodig vindt, is dat wordt duidelijk gemaakt dat er in wezen weinig verandert als verantwoordelijkheid niet meer bestaat. Hij wil dat de mensen beseffen dat de veranderingen allemaal niet zo massaal zijn als wordt gedacht.

“Met een schuldloze samenleving verliezen we misschien iets. Maar we winnen ook veel. Verwijten maken mensen kwaad en doen conflicten escaleren. Verwijten verzuren relaties of maken die kapot. Zonder vewijten kunnen we veel meer bereiken”, besluit Verplaetse.

Gerelateerd
Aangemaakt op: zo, 23/11/2014 - 14:50
Laatst aangepast op: zo, 23/11/2014 - 22:19

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.