-A +A

Milieustraf-en Milieustrafprocesrecht actuele vraagstukken

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Publicatie
Auteur: 
De Nauw Alain
Auteur: 
Flamey Peter
Auteur: 
Ghysels Jan
Uitgever: 
Larcier
Jaargang: 
2005
ISBN nummer: 
2804414434
Samenvatting
Inhoudstafel tekst: 

Voorwoord. xi
Deel I
HET MILIEUMISDRIJF EN DE STRAFBAARHEID VAN MILIEUVERSTORING
Michael FAURE
Hoofdstuk I. Inleiding. . 3
Hoofdstuk II. Het materiële bestanddeel van het milieudelict.4
Afdeling 1. Wat is een milieudelict?.4
Afdeling 2. Belang van het legaliteitsbeginsel. . 6
Afdeling 3. Enkele delicten uit het Strafwetboek. 10
§ 1. Geluidshinder.10
A. Toepassingsvoorwaarden en jurisprudentie. 10
B. Legaliteitsbeginsel en lex certa-eis.11
§ 2. Valsheid in geschrifte en bedrog in koopwaren. . 11
A. Bestanddelen. 11
B. Jurisprudentie.12
§ 3. Slagen en verwondingen. 17
A. Bestanddelen. 17
B. Jurisprudentie.18
Afdeling 4. Enkele belangrijke milieu-inbreuken. 24
§ 1. Milieuvergunningsdecreet/Vlarem.25
A. Abstract gevaarzettingsdelict.25
B. Belastende vergunningsvoorwaarde en bevrijdende vergunning. 25
C. Verhinderen van toezicht.27
D. Niet gevolg geven aan dwangmaatregelen.28
E. Exploitatieverbod.29
§ 2. Strafbaarheid van lozingen. . 29
A. Strafbaarheid van waterverontreiniging. 30
B. Verschillende opties. 31
C. Voorbeelden. 35
D. Bewijslast.38
§ 3. Afval. 39
Afdeling 5. Zorgplichtbepalingen. 43
§ 1. Voorbeelden. 43
§ 2. Zorgplichten en legaliteitsbeginsel.46
§ 3. Jurisprudentie.49
§ 4. Toekomstmuziek. 52
Hoofdstuk III. Wederrechtelijkheid. . 54
Afdeling 1. Wederrechtelijkheid: element of bestanddeel?. 54
Afdeling 2. Rechtvaardigingsgronden: noodtoestand. 58
§ 1. Belangenafweging op andere niveaus. 58
A. Belangenafweging bij de wetgever.59
B. Belangenafweging door de administratieve overheid. 60
§ 2. Overige voorwaarden voor de toepassing van noodtoestand. 61
§ 3. Enkele toepassingen in de rechtspraak.62
Hoofdstuk IV. Schuld, verwijtbaarheid en opzet. 66
Afdeling 1. Schuld als element: verwerping van de leer der materiële delicten.66
Afdeling 2. Moreel element in het milieustrafrecht: algemeen. 69
§ 1. Wettelijke regeling uitzondering. 69
§ 2. Jurisprudentiële oplossing.69
Afdeling 3. Onoverkomelijke rechtsdwaling: recente jurisprudentie. . 71
§ 1. Algemene toepassingsvoorwaarden. . 71
§ 2. Toepassing in de rechtspraak. 72
A. Beginselen.72
B. Complexiteit van de wetgeving. . 73
C. Verkeerd advies. 74
D. Gedogen. 77
Literatuur. 82
Deel II
TOEREKENING VAN HET MILIEUMISDRIJF EN HET DADERSCHAP
Patrick WAETERINCKX
Woord vooraf. 91
Hoofdstuk I. Inleiding. 92
Hoofdstuk II. De strafrechtelijke verantwoordelijkheid. 93
Afdeling 1. De autonomie van het strafrecht. 93
Afdeling 2. Het begrip strafrechtelijke verantwoordelijkheid en de toerekening van misdrijven in het ondernemingsstrafrecht, c.q. ruimtelijke-ordenings- en milieustrafrecht.95
§ 1. Strafrechtelijke verantwoordelijkheid, een dikwijls vergeten element van het behoorlijk bestuur van de rechtspersoon – de probleemstelling. . 95
§ 2. De toerekening van misdrijven. . 98
A. Natuurlijke personen.98
B. Rechtspersonen. 101
§ 3. De toerekening aan enkele bijzondere natuurlijke personen in het kader van milieu en ruimtelijke ordening. 102
A. Milieubeleid – de milieucoördinator.103
Milieustraf.book Page ii Wednesday, April 6, 2005 2:52 PM
B. Ruimtelijke ordening – de architect en de aannemer.109
C. Ruimtelijke ordening – de veiligheidscoördinator. . 119
Afdeling 3. Enkele belangrijke juridische knelpunten bij de strafrechtelijke verantwoordelijkheid van rechtspersonen. . 122
§ 1. De rechtspersoon en de wettelijke en conventionele toerekeningen in het bijzonder strafrecht. . 122
§ 2. De vaste vertegenwoordiger. 129
§ 3. De strafrechtelijke verantwoordelijkheid van de ‘politieke’ rechtspersonen na het arrest 128/2002 van het Arbitragehof.132
§ 4. De verschijning van de rechtspersoon als beklaagde en de problematiek van belangenconflicten tussen de rechtspersoon en zijn wettelijke vertegenwoordiger bij vervolging – De lasthebber ad hoc (verder LAH).137
§ 5. Het lot van de strafrechtelijke verantwoordelijkheid bij herstructurering van de vervolgde rechtspersoon. 141
Afdeling 4. Strafrechtelijke verantwoordelijkheid, een dikwijls vergeten element van het behoorlijk bestuur van de rechtspersoon –delegatie van bevoegdheden, een remedie.148
§ 1. Algemeen.148
§ 2. De strafrechtelijke verantwoordelijkheid van rechtspersonen: een hinderpaal of een bijkomend argument?.150
§ 3. Het schema van de delegatie.153
§ 4. Subdelegatie.154
§ 5. De effecten van de delegatie. 154
Hoofdstuk III. Besluit. . 156
Deel III
BESTRAFFING VAN HET MILIEUMISDRIJF
Joëlle ROZIE & Michel ROZIE
Inleiding. 159
Hoofdstuk I. Strafrechtelijke sancties. 161
Afdeling 1. De gevangenisstraf. . 161
Afdeling 2. De geldboete.162
Afdeling 3. De vervangende gevangenisstraf. 166
Afdeling 4. De bijdrage voor het Bijzonder Fonds tot Hulp aan de Slachtoffers van Opzettelijke Gewelddaden. . 166
Afdeling 5. De verbeurdverklaring. . 167
Afdeling 6. De (probatie)opschorting en het (probatie)uitstel.172
Afdeling 7. De werkstraf.173
Afdeling 8. Straffen eigen aan de rechtspersoon. 174
Afdeling 9. Specifieke sancties. . 175
Hoofdstuk II. Factoren die de strafmaat kunnen beïnvloeden. 176
Afdeling 1. Verzachtende omstandigheden. . 176
Afdeling 2. Herhaling.177
Afdeling 3. Samenloop van verscheidene misdrijven. 179
§ 1. Eendaadse samenloop. . 179
§ 2. Meerdaadse samenloop. 179
Besluit.181
Deel IV
HET STRAFRECHTELIJK ONDERZOEK NAAR HET MILIEUMISDRIJF
Daniel DE WOLF
Hoofdstuk I. Inleiding.185
Hoofdstuk II. Politie. . 186
Afdeling 1. De politiehervorming.186
Afdeling 2. Welke wijzigingen impliceert dit voor het milieurecht?. . 187
Afdeling 3. De gerechtelijke politie. . 189
§ 1. Opsomming. 189
§ 2. Onderscheid tussen officieren en agenten van gerechtelijke politie nog steeds actueel. . 190
§ 3. De uitoefening van de gerechtelijke politie: enkele veel voorkomende knelpunten in de procedure in milieuzaken. 193
A. Bevoegdheid en nietigheid. . 193
B. Algemene opsporings- en vaststellingsbevoegdheden en bijzondere toezichtsbevoegdheden. 195
C. De aanwezigheid van derden bij de uitoefening van de gerechtelijke politie. 199
Afdeling 4. De politieambtenaren aangeduid in de bijzondere (milieu)wetten: het decreet van 18 mei 1999 (DRO) houdende organisatie van de ruimtelijke ordening als voorbeeld. . 202
§ 1. Algemeen.202
§ 2. Opgesomde personen. . 204
§ 3. Bevoegdheden. . 205
A. Algemeen. . 205
B. In het decreet opgesomde bevoegdheden.207
C. Andere bevoegdheden en zorgvuldige bewijsgaring. 210
Hoofdstuk III. Het vooronderzoek: onderzoeksbevoegdheden. . 211
Afdeling 1. Huiszoekingen. . 211
§ 1. Definitie.211
A. Het begrip woning. 211
B. Openbare plaatsen toegankelijk voor het publiek en private plaatsen die geen woning zijn. . 214
C. Bedrijfsruimten en kantoren.216
§ 2. Gevallen waar een huiszoeking mogelijk is. 220
Afdeling 2. Beslag. . 224
Afdeling 3. Deskundigenonderzoek in milieustrafzaken. 230
Afdeling 4. Plaatsbezoek.237
Hoofdstuk IV. Transactie in stedenbouwzaken. 243
Afdeling 1. Wettelijke regeling. . 243
Afdeling 2. Voorwaarden.243
Afdeling 3. De gevolgen. 244
Afdeling 4. Transactie na het instellen van de strafvordering.246
Hoofdstuk V. De verjaring van de strafvordering. 249
Afdeling 1. Inleiding. 249
Afdeling 2. De werking in de tijd van de wet van 16 juli 2002. . 249
Afdeling 3. De normale termijn. 258
Afdeling 4. Aanvang van de termijn. 260
§ 1. Aflopende of ogenblikkelijke misdrijven.260
§ 2. Voortdurende misdrijven.261
A. Algemeen. . 261
B. Overgangsrecht. 264
C. Het decreet van 4 juni 2003.268
§ 3. Voortgezette of collectieve misdrijven. . 279
Afdeling 5. Stuiting. 280
Afdeling 6. Schorsing.282
§ 1. Schorsingsgronden gemeenschappelijk aan misdrijven gepleegd vóór 1 september 2003 en na 1 september 2003.283
A. De behandeling van een prejudicieel geschil.283
B. De behandeling van een exceptie van onbevoegdheid, niet-ontvankelijkheid of nietigheid. 284
C. De buitengewone verzetstermijn.285
D. Instellen van een cassatieberoep.285
§ 2. De schorsing van de verjaring van de strafvordering voor misdrijven gepleegd vóór 1 september 2003.286
A. De inleiding van de zaak.286
B. De cumulatie van schorsing en stuiting. 288
C. Verzet. . 289
§ 3. De verjaring van de strafvordering voor misdrijven gepleegd na 1 september 2003 en de samenloop met misdrijven gepleegd vóór 1 september 2003. 290
Afdeling 7. Einde van de termijn en concrete berekening.291
Afdeling 8. Het lot van de burgerlijke vordering en de herstelvordering aanhangig gemaakt bij de strafrechter. . 291
Hoofdstuk VI. Redelijke termijn.293
Afdeling 1. Algemeen.293
Afdeling 2. Bepaling. 294
Afdeling 3. Sanctie. . 298
Afdeling 4. Effectief rechtsmiddel.301
Deel V
DE HERSTELMAATREGELEN EN DE HERSTELVORDERING
IN HET MILIEU- EN STEDENBOUWRECHT
Bart DE TEMMERMAN
Hoofdstuk I. Inleiding.305
Hoofdstuk II. De herstelvordering inzake ruimtelijke ordening – lgemene situering. . 306
Hoofdstuk III. Aard en juridisch statuut van de herstelvordering inzake ruimtelijke ordening. 309
Afdeling 1. Aard en juridisch statuut van de herstelvordering na het arrest van het Hof van Cassatie van 26 april 1989. 309
Afdeling 2. Kritische analyse.315
Afdeling 3. De nieuwe benadering van het arrest van het Hof van Cassatie van 24 februari 2004.324
Afdeling 4. Een stand van zaken na het arrest van 24 februari 2004.331
Hoofdstuk IV. De herstelmaatregelen inzake ruimtelijke ordening. 335
Afdeling 1. Overzicht van de verschillende herstelmaatregelen op vordering van het bestuur.335
§ 1. Algemeen.335
§ 2. Herstel van de plaats in de oorspronkelijke toestand of staking van het strijdige gebruik.339
A. Begrip “herstel van de plaats in de oorspronkelijke toestand”. 339
B. Onderscheid tussen het herstel van de plaats in de oorspronkelijke toestand en de uitvoering van bouw- of aanpassingswerken.343
C. Is het herstel van de plaats in de oorspronkelijke toestand de principieel te vorderen herstelmaatregel?.347
D. De motivering van de beslissing het herstel van de plaats in de oorspronkelijke toestand te vorderen. 348
§ 3. Uitvoering van bouw- of aanpassingswerken.349
A. Algemeen. . 349
B. Statuut van het wederrechtelijke bouwwerk na uitvoering van de bouw- of aanpassingswerken.350
§ 4. Betaling van een geldsom gelijk aan de meerwaarde.351
A. Algemeen. . 351
Milieustraf.book Page vi Wednesday, April 6, 2005 2:52 PM
B. Gevallen waarin de betaling van de meerwaarde niet kan worden gevorderd. . 353
C. Bepaling van het bedrag van de meerwaarde. . 362
D. Het lot van de “minnelijk betaalde meerwaarde”. . 368
Afdeling 2. Toepassingsvoorwaarden voor het herstel op vordering van het bestuur. . 371
§ 1. Materiële voorwaarden. 371
A. Het bestaan van een bouwovertreding. 371
B. De gevolgen van de bouwovertreding zijn niet geregulariseerd. 383
§ 2. Personen tegen wie herstel kan worden gevorderd. . 383
A. Algemeen. . 383
B. In geval van veroordeling tot betaling van een geldsom
gelijk aan de meerwaarde. . 385
C. De veroordeling van een niet-eigenaar tot herstel van de plaats in de oorspronkelijke toestand of tot uitvoering van bouwof aanpassingswerken. . 387
Afdeling 3. De vordering tot herstel van de benadeelde derde. . 392
§ 1. Grondslag van de vordering van de benadeelde derde. . 392
§ 2. Beoordeling van de vordering van de benadeelde derde. 397
§ 3. Samenloop van de vordering van de benadeelde derde en van het bestuur. 400
Hoofdstuk V. De uitoefening van de herstelvordering inzake ruimtelijke ordening voor de strafrechter en de burgerlijke rechter. 402
Afdeling 1. De herstelvordering van het bestuur. 402
§ 1. De herstelvordering van het bestuur voor de strafrechter.402
A. Bevoegde rechtbank.402
B. Bevoegde herstelvorderende overheid. . 402
C. Het eensluidend advies van de Hoge Raad voor het Herstelbeleid. 403
D. Inleiding van de herstelvordering door het bestuur. 404
E. Andere aspecten van de rechtspleging voor de strafrechter. 409
§ 2. De herstelvordering van het bestuur voor de burgerlijke rechter.409
A. Bevoegde rechtbank.409
B. Bevoegde herstelvorderende overheden. 410
C. Het eensluidend advies van de Hoge Raad voor het Herstelbeleid. 410
D. Inleiding van de vordering. 411
§ 3. Beoordeling van de herstelvordering van het bestuur na het decreet
van 4 juni 2003. 411
Afdeling 2. De publiciteit op het hypotheekkantoor en in het vergunningenregister. 412
§ 1. De publiciteit op het hypotheekkantoor.412
§ 2. De publiciteit in het vergunningenregister. . 418
Afdeling 3. De verjaring van de herstelvordering.418
§ 1. De vordering van de benadeelde derde. 418
§ 2. De herstelvordering van het bestuur.419
A. Inleiding.419
B. De herstelvordering van het bestuur voor de strafrechter. . 420
C. De herstelvordering van het bestuur voor de burgerlijke rechter.423
Hoofdstuk VI. De uitvoering van de herstelmaatregel inzake stedenbouw. 437
Afdeling 1. De termijn voor uitvoering van de herstelmaatregel. 437
Afdeling 2. Partijen die tot gedwongen tenuitvoerlegging kunnen overgaan. 440
Afdeling 3. De dwangsom. . 442
§ 1. Algemeen.442
§ 2. De verhouding tussen artikel 149 § 1 laatste lid DORO en het gemene recht inzake de dwangsom. 444
§ 3. Partijen die de dwangsom kunnen vorderen.448
A. Algemeen. . 448
B. De bestuurlijke overheid.448
C. Het Openbaar Ministerie. . 451
D. De benadeelde derde.454
§ 4. Andere aspecten van de uitoefening van de dwangsomvordering.454
§ 5. De verbeuring van de dwangsom.455
A. Ogenblik vanaf wanneer de dwangsom wordt verbeurd.455
B. Welke beslissing(en) moeten worden betekend?.467
§ 6. Onmogelijkheid voor de veroordeelde om aan de hoofdveroordeling
te voldoen. . 471
Afdeling 4. De ambtshalve uitvoering van de herstelmaatregel. . 473
§ 1. Algemeen.473
§ 2. Welke bestuurlijke overheden moeten worden gemachtigd?.475
§ 3. Is het bestuur verplicht tot ambtshalve uitvoering over te gaan?.476
§ 4. Het eensluidend advies van de Hoge Raad voor het Herstelbeleid voor ambtshalve uitvoering. 478
§ 5. De wettelijke hypotheek en andere aspecten van de ambtshalve uitvoering. . 479
§ 6. Het verweer van de veroordeelde tegen de ambtshalve uitvoering. . 480
Afdeling 5. De (uitvoering van de) herstelmaatregel en derden. . 484
§ 1. Werking van de veroordeling tot herstel ten aanzien van derden in het algemeen. 484
§ 2. Procesrechtelijke rechtsbescherming van derden die door de herstelmaatregel worden benadeeld. 488
A. Het rechtsmiddel derdenverzet. 488
B. De tussenkomst van de derde in het geding. 497
C. Het inhoudelijk verweer door de derde. 498
§ 3. Materieelrechtelijke rechtsbescherming: de vernietiging van de titel van de koper of de huurder. 499
Afdeling 6. De verjaring van de uitvoering van de herstelmaatregel. 502
Hoofdstuk VII. De herstelvordering in andere stelsels in het Vlaamse Gewest. . 504
Afdeling 1. De diverse regelingen inzake onroerend erfgoed. 504
§ 1. Bescherming van monumenten en stads- en dorpsgezichten: het decreet van 3 maart 1976. . 504
§ 2. Bescherming van het archeologisch patrimonium: het decreet van 30 juni 1993.505
§ 3. Landschapszorg. 506
Afdeling 2. Natuurbehoud. . 507
Afdeling 3. Afvalstoffen. 508
Afdeling 4. Grondwaterbeheer. . 508
Afdeling 5. Bossen. . 509
Deel VI
DE ADMINISTRATIEVE VERANKERING VAN HET MILIEUMISDRIJF
Antoon LUST & Sabien LUST
Hoofdstuk I. Inleiding.513
Hoofdstuk II. Administratieve verankering resp. afhankelijkheid en wettigheidscontrole. 515
Hoofdstuk III. De illegaliteitsexceptie in de breedte.518
Hoofdstuk IV. De illegaliteitsexceptie in de diepte. 521
Hoofdstuk V. Het probleem van de gehele of gedeeltelijke schorsing van de justitiële procedure. . 537
Hoofdstuk VI. De illegaliteitsexceptie is geen louter (procedurale) exceptie.558
Hoofdstuk VII. Perpetua ad excipiendum? Legaliteit ten allen prijze?. . 561
Trefwoordenregister. 569
 

Beschrijving van dit werk door de uitgever

Dit boek geeft een actueel en praktijkgericht overzicht van een aantal vraagstukken van het straf(proces)recht met betrekking tot misdrijven omschreven in de uiteenlopende wetgevingen in verband met milieu en ruimtelijke ordening.

De specifieke studies over straf(proces)recht behandelen de aspecten verbonden aan de strafbaarstelling van handelingen en verzuimen en aan de bestraffing ervan, en daarnaast ook de facetten van de procedures van opsporing, vaststelling, onderzoek, vervolging en berechting.

Bijzondere aandacht gaat uit naar de uitvoering van de rechterlijke uitspraken, met de herstelvordering en de herstelmaatregelen, en de administratieve verankering.

De auteurs, allen specialisten in de materie, vertrekken vanuit een stevige theoretische achtergrond om naar een concrete en praktische toepassing te gaan met betrekking tot milieu- en stedenbouwzaken.

In elke bijdrage wordt de relevante rechtspraak en rechtsleer ter zake verwerkt tot begin 2005.
 

Gerelateerd
Bibliotheek
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve
Aangemaakt op: wo, 24/11/2010 - 02:00
Laatst aangepast op: wo, 24/11/2010 - 02:00

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.