-A +A

Huishoudelijke ongeschiktheid in de Indicatieve Tabel 2012

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Titel van het boek: 
Onderdeel van de bijdrage De Indicatieve Tabel 2012: van (te) normerend naar betwist?
Publicatie
Auteur: 
Vansweevelt T
Auteur: 
Weyts B
Tijdschrift: 
Rechtskundig Weekblad
Uitgever: 
Intersentia
Jaargang: 
2014-2015
Pagina: 
243
Samenvatting

De (tijdelijke of de blijvende) huishoudelijke ongeschiktheid is de aantasting van het energetisch of functioneel potentieel van het slachtoffer met een economisch waardeerbare weerslag op zijn geschiktheid tot het vervullen van huishoudelijke taken, wat zich uit in een gedeeltelijke of totale onmogelijkheid dan wel het leveren van verhoogde inspanningen, rekening houdend met de actuele familiale situatie en de voorzienbare evolutie ervan op een schaal van 0 tot 100 als graad van aantasting van de fysieke of psychische integriteit op de huishoudelijke taken van het slachtoffer.

Cass. 7 januari 1999, Arr.Cass. 1999, 7: “Het huishoudelijk werk heeft een economische waarde heeft, los van de inkomsten. Deze schade kan ook in de periode van blijvende arbeidsongeschiktheid worden geleden”.

Voor de huishoudelijke ongeschiktheid stelt de indicatie tabel 2012 het basisbedrag gelijk voor alleenstaanden en voor gezinnen zonder kinderlast. De vergoeding bedraagt forfaitair bedrag 20 euro per dag tijdelijke ongeschiktheid aan 100%, verhoogd met 5 euro per kind ten laste zolang dit gerechtigd is op kinderbijslag.

De indicatieve tabel 2012 gaat uit van een taakverdeling in de huishouding tussen mannen en vrouwen: waarbij veronderstelt wordt dat vrouwen een bijdrage van 65% in de huishouding leveren en manne 35%, bij gebreke aan andere concrete gegevens.

Hoe de taakverdeling verondersteld wordt te gebeuren in homoseksuele koppels en of een schade aan 2 lesbische dames die samenwonen en elk 100% tijdelijk werkloos zijn dan vergoed moet worden aan 130% (2 maal 65) versus slechts 70% voor 2 samenwonende homseksuele mannen,wordt door de indicatieve tabel niet beantwoord.

Schade vergoeding voor hulp van derden in de huishouding of voor andere taken in de periode van tijdelijke ongeschiktheid wordt bepaald in de indicatieve tabel 2012 op 31 euro per dag hospitalisatie en 25 euro per dag zonder hospitalisatie, steeds aan 100% en vervolgens pro rata.

Inhoudstafel tekst: 

Inhoud van de indicatieve tabel 2012

INDICATIEVE TABEL - VERSIE 2012

Hoofdstuk I. Schade aan voorwerpen en kosten
1. Voertuigschade
2. Verplaatsingskosten
3. Administratiekosten
4. Kledijschade
5. Medische kosten voor en na de consolidatie

Hoofdstuk II. Schade aan personen
I. De deskundigenopdracht
II. De tijdelijke schade
III. De blijvende schade
IV. Het overlijden

Hoofdstuk III. Interest en provisie

Bijlage: drie voorbeelden

Tableau indicatif - version 2012

Chapitre Ier. Dommage aux choses et frais
1. Dommage aux véhicules
2. Frais de déplacement
3. Frais administratifs
4. Préjudice vestimentaire
5. Frais médicaux ante et post consolidation

Chapitre II. Dommage aux personnes
I. La mission d'expertise
II. Les préjudices temporaires
III. Les préjudices permanents
IV. Le décès

Chapitre III. Intérêts et provisions
1. Intérêts compensatoires
2. Intérêts moratoires
3. Provisions

Annexe: trois exemples

De indicatieve tabel: de belangrijkste innovatie in het Belgische buitencontractuele aansprakelijkheidsrecht sinds 1804?
door Dries Simoens

1. Ergens tussen "een volledig en juist passend herstel" en "the damages lottery"
2. Analyse van de indicatieve tabel 2012
3. Naschrift, tevens vooruitblik

L'incapacité personnelle et la nouvelle arborescence des préjudices
par Pierre Lucas

Introduction
1. Les concepts
2. Une nouvelle arborescence des préjudices
3. Une nouvelle mission

Persoonlijke ongeschiktheid en een nieuw stramien ter bepaling van de schade
door Pierre Lucas en Ludo Jonckheer

Inleiding
1. De begrippen
2. Een nieuw stramien voor evaluatie van de schade
3. Een nieuwe opdracht

Intérêts et provisions
par Jean-Luc Fagnart

Introduction
Chapitre I. Les indemnités provisionnelles
Chapitre II. Les intérêts
Chapitre III. L'imputation des indemnités provisionnelles

Aandachtspunten en reflectie vanuit de praktijk
door Hilde Ulrichts

1. Rentevoet vergoedende interest, berekening 217
2. Intérêts compensatoires: taux d'intérêt? Calcul de capitalisation: taux d'escompte?
3. Toemaatjes

Persoonlijke noot:

Waarom deze waas van geheimzinnigeheid rond de wijze van samenstelling van de indicatieve tabel. Zij heeft een onmiskenbaar belang. Toch lijkt ze opgesteld door een geheime "loge" zonder enige inspraak van de vertegenwoordigde burger, zonder enige openheid en openbaarheid, zonder enige controle.

Erger. Bij de publicatie van de indicatieve tabel werden zelfs de auteursrechten op deze tabel voorbehouden. Zij was dus niet publiek in de zin van vrij consulteerbaar en na betaling zelfs niet verspreidbaar. Een geheime kennis opgestesteld door een geheid gennootschap met onbekende auteurs, vermoedelijk betaald door de belastingbetaler, afgeschermd tegen enlke vorm van kritiek en met auteursrechten ten voordele van????

Gerelateerd
Bibliotheek
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve
Nog dit: 

Cass. 16/03/2015, RW 2016-2017, 1389

AR nr. C.13.0305.F

NV B.V. t/ J.R., L.D. en NV H.-G. V.

I. Rechtspleging voor het Hof

Het cassatieberoep is gericht tegen een arrest van het Hof van Beroep te Luik van 11 februari 2013.

...

III. Beslissing van het Hof

Beoordeling

...

Tweede middel

Tweede onderdeel

Degene door wiens fout aan een ander schade is berokkend, moet die vergoeden en de getroffene heeft recht op de volledige vergoeding van de schade die hij geleden heeft.

De rechter raamt in concreto de door een onrechtmatige daad veroorzaakte schade.

De rechter mag slechts de raming ex aequo et bono aanwenden mits hij de redenen aangeeft waarom hij de door de getroffene voorgestelde berekeningswijze niet kan aannemen en tevens vaststelt dat de schade onmogelijk anders kan worden bepaald.

In haar appelconclusie stelde de eerste verweerster voor om de blijvende huishoudelijke schade te berekenen met de kapitalisatiemethode, waarbij zij een onderscheid maakte tussen de verleden en de toekomstige schade, en voerde zij aan dat, in het verleden, het huishouden bestond uit drie personen van 15 mei 2001 tot 13 januari 2004, uit twee personen van 14 januari 2004 tot 10 december 2005 en van 28 augustus 2007 tot 11 februari 2013, de vermoedelijke datum van het te wijzen arrest, waardoor de dagelijkse basis werd vastgesteld op respectievelijk 30 euro, 25 euro en 17,50 euro, en, voor de toekomst, op een dagelijkse basis van 25 of 20 euro tegen 100 % ongeschiktheid, volgens de door haar opgegeven formule.

Het arrest stelt vast dat “[de eerste verweerster] een kapitalisatieberekening maakt, waarbij zij een onderscheid maakt tussen de verleden en de toekomstige schade; voor de verleden schade neemt ze voor de berekening van de vergoeding verschillende dagelijkse vergoedingsbasissen in aanmerking, naargelang van de wijzigingen in de samenstelling van haar huishouden, en voor haar kapitalisatieberekening neemt ze een dagelijkse basis van 25 of 20 euro en een graad van [blijvende ongeschiktheid van] 100 % in aanmerking” en dat “zij de betaling van 47.030 euro vordert voor de verleden schade en 48.557,28 euro voor de toekomstige schade”.

Het arrest overweegt enerzijds dat “het huishouden van [de eerste verweerster] sinds de consolidatie op 15 mei 2001 belangrijke wijzigingen heeft ondergaan, aangezien haar echtgenoot de echtelijke woning heeft verlaten op 6 juli 1995 en pas twaalf jaar later, in juli 2007, is teruggekeerd, dat haar zoon [...] het ouderlijk huis heeft verlaten op 10 december 2005, dat haar dochter [...] het ouderlijk huis heeft verlaten op 13 januari 2004, dat die wijzigingen in het huishouden van de getroffene een weerslag hebben gehad op de huishoudelijke taken, die [...] niet dezelfde waren wanneer men binnen het huishouden met zijn drieën, met zijn tweeën dan wel alleen leeft” en anderzijds dat “het vermogen om het huishouden te doen wijzigt na verloop van tijd en met de leeftijd”.

Het arrest dat zich enerzijds baseert op de verandering van de forfaitaire basis, zoals die door de eerste verweerster is vastgesteld om de verleden schade te bepalen, en anderzijds, m.b.t. het vermogen om het huishouden te doen geen melding maakt van de omstandigheden eigen aan de zaak die de verandering van de forfaitaire basis in de tijd verantwoorden, en op grond daarvan beslist dat “de huishoudelijke schade van [de eerste verweerster] na consolidatie geen vaststaande schade is waarvan de dagwaarde bekend is, net omdat die schade geen vast en blijvend karakter vertoont”, dat “de raming van de schade door kapitalisatie niet is verantwoord, omdat zij onvoldoende rekening houdt met de concrete realiteit en het verloop van de schade” en dat “het dus meer is aangewezen om de vergoeding van de blijvende huishoudelijke schade forfaitair te ramen, aangezien zij onmogelijk anders kan worden bepaald”, miskent de verplichting om de schade in concreto te beoordelen.

Het onderdeel is gegrond.

...

Aangemaakt op: za, 11/10/2014 - 13:12
Laatst aangepast op: do, 11/05/2017 - 13:17

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.