-A +A

Het recht op afbeelding

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Publicatie
Auteur: 
Dierickx Linde
Uitgever: 
Intersentia
Jaargang: 
2005
ISBN nummer: 
9050955312
Samenvatting
Inhoudstafel tekst: 

DANKWOORD .v
VOORWOORD .vii
HOOFDSTUK 1.
DE GRONDSLAG . 1
§ 1. De grondslag: het persoonlijkheidsrecht op afbeelding .1
§ 2. Invloed van de mensenrechten . 3
A. Art. 22 G.W.4
B. Art. 17 I.V.B.P.R. 5
C. Art. 8 E.V.R.M.6
1. De notie ‘privéleven’ in de zin van art. 8 E.V.R.M.6
2. Negatieve verplichtingen uit art. 8 E.V.R.M.8
2.1. De notie ‘inmenging in het privéleven’ in de zin van art. 8, lid 1 E.V.R.M.8
2.2. Schending van art. 8 E.V.R.M.10
3. Positieve verplichtingen uit art. 8 E.V.R.M.12
4. Rechtstreekse en horizontale werking en minimale bescherming . 15
§ 3. Verhouding met andere grondslagen . 17
A. Verhouding met het recht op eerbiediging van het privéleven . 17
B. Verhouding met art. 10 auteurswet .19
C. Verhouding met art. 1382 B.W.23
D. Wet inzake verwerking persoonsgegevens .25
HOOFDSTUK 2.
TOEPASSINGSGEBIED VAN HET RECHT OP AFBEELDING . 33
§ 1. Titularissen van het recht op afbeelding .33
A. Alle natuurlijke personen zijn titularis van het recht op afbeelding .33
B. Feitelijk onbekwame en handelingsonbekwame personen zijn titularis, maar worden vertegenwoordigd bij de uitoefening van hun recht .34
1. Begrippen .34
2. Feitelijke onbekwaamheid of wilsongeschiktheid .35
3. Handelingsonbekwaamheid .36
4. Minderjarigen . 39
C. Overleden personen zijn geen titularis van het recht op afbeelding .42
1. Grondslag .42
1.1. Grondslag: standpunt van de auteur .42
1.2. Grondslag: verdeeldheid in rechtspraak en rechtsleer .44
1.2.1. Verdeeldheid over de overdraagbaarheid of
uitoefening van het recht op afbeelding .44
1.2.2. Verdeeldheid over het onderscheid tussen lijk en levende persoon . 47
1.2.3. Verdeeldheid over de materiële component van het recht op afbeelding .48
2. Inhoud, titularissen en sanctionering .49
2.1. Inhoud .49
2.2. Titularissen .51
2.3. Sanctionering .53
D. Naaste familieleden van de afgebeelde persoon zijn titularis van het recht op familiale privacy . 53
§ 2. Het recht op afbeelding beschermt de beeltenis van de persoon .54
A. Het recht op afbeelding is van toepassing op de beeltenis van de persoon .54
B. Het recht op afbeelding is niet van toepassing op het beeld van een zaak .56
§ 3. Op welke afbeelding is het recht op afbeelding van toepassing? .62
A. Welke ‘afbeeldingen’ van de beeltenis van een persoon worden beschermd? . 62
B. De beeltenis van een persoon moet herkenbaar zijn op de afbeelding .66
1. Het vereiste van herkenbaarheid . 66
2. De invloed van de context rond de afbeelding voor de herkenbaarheid .69
3. Voor wie moet de afgebeelde persoon herkenbaar zijn? .71
4. Houdt herkenbaarheid in dat het volledige lichaam moet worden afgebeeld? . 73
§ 4. De schending kan tegenover iedereen worden ingeroepen . 74
§ 5. Verhaalsmogelijkheden: over vorderingen tot vrijwaring .77
HOOFDSTUK 3.
INHOUD VAN HET RECHT OP AFBEELDING . 83
§ 1. De rechtsregel van het recht op afbeelding .83
§ 2. Handelingen die toelating vereisen .85
A. Maken van een afbeelding: begrip .85
B. Gebruiken van een afbeelding . 86
1. Doeleinde en oogmerk van het gebruik . 86
2. Soorten gebruik .89
2.1. Het reproduceren van een afbeelding . 89
2.2. Het publiek tentoonstellen van een afbeelding .90
2.3. Het publiceren of verspreiden onder het publiek van een afbeelding .90
2.4. Het verkopen, schenken en ter beschikking stellen van een afbeelding? .92
§ 3. De toelating . 96
A. Kenmerken van de toelating .97
1. Een vrije wilsuiting .97
2. Zeker en ondubbelzinnig. Uitdrukkelijk of stilzwijgend .98
3. Geen vormvoorwaarden . 101
4. Specifiek karakter .102
4.1. Omschrijving van het specifieke karakter .102
4.2. Toelating inzake context en begeleidende omstandigheden .105
4.2.1. Over de toelating . 106
4.2.1.1. Toelating geldt binnen bepaalde context .106
4.2.1.2. Geen recht op inspraak . 108
4.2.2. Over de grondslag .109
4.2.2.1. Recht op afbeelding . 110
4.2.2.2. Andere grondslagen . 111
B. Restrictieve interpretatie van de toelating .114
1. De regel van de restrictieve interpretatie van de toelating . 114
2. Concrete invulling van de restrictieve interpretatie .115
2.1. De toelating is beperkt naar de omvang van de verspreiding .115
2.2. De toelating tot het maken van een afbeelding impliceert niet de toelating tot het gebruiken van de afbeelding .116
2.3. Toelating vereist voor elk nieuw gebruik .117
2.4. Toelating vereist voor elk ander doeleinde .119
2.6. Toelating vereist bij wijziging van de context rond het gebruik . 120
3. Nuanceringen .120
3.1. Toelating kan stilzwijgend gegeven worden . 121
3.2. Toelating geldt voor elk gebruik binnen context .122
3.3. Contractuele afwijkingen . 123
3.4. Geen inspraak in de verwerking van beelden voor publicatie of uitzending .123
C. Recht tot intrekking van de toelating .124
1. Recht tot intrekking . 124
2. Voorwaarden . 125
3. Rechtsgevolgen .128
D. Bijzondere gevallen .130
1. Personen die tijdens de uitoefening van hun professionele activiteiten poseren: over fotomodellen, bekende artiesten en atleten . 130
1.1. Toepassingsgebied . 131
1.2. Vermoeden van toelating . 134
1.2.1. Vermoeden van toelating met betrekking tot het maken van een afbeelding .134
1.2.2. Vermoeden van toelating met betrekking tot het gebruiken van een afbeelding? .135
1.3. Schadevergoeding . 141
1.3.1. Morele schadevergoeding .141
1.3.2. Materiële schadevergoeding . 143
2. Publieke plaats .144
2.1. Stilzwijgende toelating? .144
2.1.1. Het nemen van een afbeelding op een publieke plaats .144
2.1.2. Het reproduceren en gebruiken van een afbeelding op een publieke plaats genomen .146
2.1.2.1. Geviseerde afbeeldingen .146
2.1.2.2. Anoniem genomen foto’s .151
2.2. Wat is een publieke plaats? .153
3. Afbeelding van een menigte . 155
3.1. Definitie van een afbeelding van een menigte .155
3.2. Uitzonderlijk geen toelating vereist .157
4. Recht op humor: over parodie en carnavalscherts . 159
4.1. Algemeen .159
4.2. Inzake het persoonlijkheidsrecht op afbeelding . 161
5. De absoluut en relatief publieke personen.164
5.1. Begrippen .164
5.2. Rechtsgevolgen . 167
5.2.1. De volkomen publieke persoon . 167
5.2.1.1. Het recht op informatie begrenst het recht op afbeelding in hoofde van een publieke persoon .167
5.2.1.2. Eerste voorwaarde: Het afbeelden van een publieke persoon moet informatieve doeleinden dienen .171
5.2.1.3. Tweede voorwaarde: Het afbeelden van een publieke persoon mag diens recht op eerbiediging van het privéleven niet schenden . 173
5.2.2. De relatief publieke personen .175
5.2.2.1. De relatief publieke personen: rechtsgevolgen . 175
5.2.2.2. Het recht op vergetelheid .178
5.2.2.3. Afwijkende strafrechtelijke verbodsbepalingen.182
5.3. Capita selecta: Personen die het voorwerp uitma(a)k(t)en van een strafprocedure .184
5.3.1. Personen tijdens de onderzoeksfase van de strafprocedure .184
5.3.2. Personen tijdens de vonnisfase van destrafprocedure .193
5.3.3. Strafrechtelijk veroordeelde personen .197
HOOFDSTUK 4.
BEWIJS VAN EEN SCHENDING VAN HET RECHT OP AFBEELDING . 199
§ 1. Bewijs van de schending . 199
§ 2. Tegenbewijs: bewijs van de toelating .201
A. Bewijslast .201
B. Bewijsmiddelen .203
§ 3. Automatisch bestaan en bewijs van de schade door de afgebeelde persoon .205
A. Bestaan van morele schade .205
B. Bestaan van materiële schade .206
C. Omvang van morele en materiële schade .207
D. Besluit . 208
HOOFDSTUK 5.
CONTRACTUELE VORMEN VAN UITOEFENING VAN HET RECHT OP AFBEELDING . 209
§ 1. Situering: twee luiken . 209
§ 2. Onbeschikbaarheid van het recht op afbeelding en van de uitoefening ervan .210
§ 3. Patrimonialisering .211
A. Beschikbaarheid van elementen van de persoonswaarde .211
B. Een patrimoniaal recht tot exploitatie? .213
§ 4. Contractuele versus buitencontractuele vormen van uitoefening van het recht op afbeelding .217
§ 5. Contractuele vormen van uitoefening van het recht op afbeelding:
afwijkingen op het gemeen overeenkomstenrecht . 218
A. Specifiek karakter van de toelating .218
B. Restrictieve interpretatie . 218
C. Intrekking van de toelating .219
§ 6. Afzonderlijke bespreking van enkele contractuele vormen van uitoefening .219
A. Het mandaat .219
B. Overeenkomst over vervaardiging en aanwending van afbeeldingen . 222
C. Afstand van rechten .224
HOOFDSTUK 6.
CONFLICT VAN HET RECHT OP AFBEELDING MET ANDERE RECHTEN EN VRIJHEDEN .229
§ 1. Algemeen .229
A. Wetgeving . 229
B. Rechtspraak .233
§ 2. Conflict met de vrijheid van meningsuiting .238
A. Invloed van het recht op vrijheid van meningsuiting op de ontvankelijkheid van een vordering op grond van het recht op afbeelding .238
1. Art. 25 G.W.239
1.1. Oorspronkelijke betekenis art. 25 G.W.239
1.2. Getrapte aansprakelijkheid .240
1.3. Verbod van censuur .242
1.3.1. Beperkingen op censuurverbod door bepaalde rechtspraak en rechtsleer . 242
1.3.2. Wijziging gedachtegoed en toetsing principiële argumenten .244
1.3.3. Verdeeldheid en kritiek door bepaalde rechtsleer .246
1.3.4. Pragmatisch argument van de geschiktheid van de censor .247
1.3.5. Dubbele voorwaarde voor de toelaatbaarheid
van een preventieve vordering door de kortgedingrechter . 248
1.3.5.1. ‘Evidente’ schending .248
1.3.5.2. Spoedeisend karakter, nuttig effect en onherstelbare schade .250
1.3.6. Pragmatisch argument betreffende de procedure
op eenzijdig verzoekschrift .251
1.3.7. Kritiek en verdeeldheid in de rechtspraak .252
1.3.8. Samenvatting . 252
1.4. ‘Preventief’ versus ‘repressief’ . 252
2. Art. 19 G.W.254
2.1. De bescherming van de vrijheid van meningsuiting in art. 19 G.W. is niet absoluut .254
2.2. Art. 19 G.W. is van toepassing op afbeeldingen en audiovisuele middelen .255
3. Art. 10 E.V.R.M.256
3.1. Art. 10 E.V.R.M. is van toepassing op meningen en informatie .256
3.2. Art. 10 E.V.R.M. sluit preventieve maatregelen niet a priori uit . 257
3.3. De invulling van het criterium “voorzien bij wet” in art. 10, lid 2 E.V.R.M. door de nationale rechtspraak .257
B. Invloed van de vrijheid van meningsuiting op de gegrondheid van een vordering wegens een schending van het recht op afbeelding . 260
1. Art. 19 en 25 G.W. 260
2. Art. 10 E.V.R.M.262
HOOFDSTUK 7.
PREVENTIE EN SANCTIONERING VAN DE SCHENDING VAN HET RECHT OP AFBEELDING . 267
§ 1. Civielrechtelijke sanctionering .267
A. Preventieve maatregelen . 267
1. Verbod tot vervaardiging en/of gebruik van een afbeelding .267
2. Andere preventieve maatregelen .269
3. Bijkomende veroordeling tot een dwangsom .270
B. Repressieve maatregelen . 271
1. Schadevergoeding in natura .272
1.1. Publicatie van de gerechtelijke uitspraak . 272
1.2. Recht van antwoord .274
1.3. Verbod tot vervaardiging en/of gebruik van een afbeelding .276
1.4. Andere repressieve maatregelen tot vergoeding van
de schade in natura .277
1.5. Bijkomende veroordeling tot betaling van een dwangsom . 278
2. Schadevergoeding bij equivalent .279
2.1. Morele schadevergoeding . 280
2.2. Materiële schadevergoeding .283
3. Gedeelde aansprakelijkheid of in solidum gehoudenheid . 287
§ 2. Strafrechtelijke sancties .289
A. Algemeen .289
B. Specifiek .290
1. Openbare schennis van de goede zeden (art. 383-389 Sw.) .290
2. Art. 5 Wet 19 juli 1991 tot regeling van het beroep van privédetective . 291
HOOFDSTUK 8.
AANWENDING VAN AFBEELDINGEN ALS BEWIJSMATERIAAL IN GERECHTELIJKE PROCEDURES .293
§ 1. Sanctionering van onrechtmatig verkregen bewijs in strafzaken .293
A. Toelaatbaarheid in strafzaken .293
1. Toelaatbaarheid volgens de traditionele rechtspraak vóór het ‘Antigoonarrest’ . 293
2. Toelaatbaarheid na de ommekeer in de rechtspraak sinds het ‘Antigoonarrest’ . 300
B. Bewijswaarde in strafzaken .305
§ 2. Bewijs in een burgerlijke of arbeidsrechtelijke procedure . 306
A. Toelaatbaarheid van afbeeldingen als bewijsmiddel in een burgerlijke of arbeidsrechtelijke procedure . 306
1. Toelaatbaarheid van afbeeldingen als bewijsmateriaal in het burgerlijk recht .306
1.1. Burgelijke zaken: algemeen .306
1.2. Bijzonder geval: echtscheidingszaken .309
1.2.1. Algemene burgerlijke bewijsregels maar met een bijzonder karakter .309
1.2.2. Bijzonder karakter: het controlerecht tussen echtgenoten .311
1.2.3. Verval van het controlerecht tussen echtgenoten .316
2. Toelaatbaarheid van afbeeldingen als bewijsmateriaal in het arbeidsrecht .317
2.1. Verkrijging door een misdrijf . 317
2.2. Schending van het recht op privacy en het recht op afbeelding .319
2.3. Bevoegdheid van de gerechtsdeurwaarder en de privédetective .321
2.4. Secundair bewijsmateriaal .323
2.5. Besluit .323
B. Bewijswaarde van afbeeldingen in burgerlijke en arbeidsrechtelijke procedures . 324
BIBLIOGRAFIE . 329
TREFWOORDENREGISTER .341
 

Gerelateerd
Bibliotheek
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve
Aangemaakt op: zo, 05/02/2012 - 17:02
Laatst aangepast op: zo, 05/02/2012 - 17:02

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.