-A +A

Handboek Buitencontractueel Aansprakelijkheidsrecht

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Publicatie
Auteur: 
Vansweevelt Thierry
Auteur: 
Weyts Britt
Uitgever: 
Intersentia
Jaargang: 
2009
ISBN nummer: 
9789400000001
Samenvatting
Inhoudstafel tekst: 

WOORD VOORAF
DEEL I
HET BELANG EN DE SITUERING VAN HET BUITENCONTRACTUEEL AANSPRAKELIJKHEIDSRECHT
HOOFDSTUK I
SITUERING, DOELSTELLINGEN, KRACHTLIJNEN, KRITIEK EN VOORUITZICHTEN 3
Afdeling 1. Situering . 3
Afdeling 2. Doelstellingen van het aansprakelijkheidsrecht 5
§ 1. Vergoeding van slachtoffers 5
§ 2. Preventie 7
§ 3. Schadespreiding 9
§ 4. Reglementerende functie . 10
Afdeling 3. Hoofdlijnen en evolutie van het buitencontractueel aansprakelijkheidsrecht . 11
§ 1. Individuele, subjectieve en moraliserende foutaansprakelijkheid met
integrale schadevergoeding . 11
§ 2. Nieuwe, foutloze en bijzondere aansprakelijk heden, collectieve vergoedingsregelingen en beperkte vergoeding 12
§ 3. Aansprakelijkheidsrecht, verzekeringen en sociale zekerheid: drie pijlers van het vergoedingsrecht . 15
Afdeling 4. Kritiek op het huidig aansprakelijkheidsrecht 18
§ 1. Een incoherent stelsel 18
§ 2. Een onduidelijk systeem 19
§ 3. Het aansprakelijkheidssysteem is een discriminatoir/onrechtvaardig systeem 20
§ 4. Het aansprakelijkheidssysteem is een arbitrair en weinig efficiënt systeem 20
§ 5. Het aansprakelijkheidssysteem is een duur systeem 21
§ 6. Het aansprakelijkheidsrecht is een traag systeem 21
§ 7. Het aansprakelijkheidsrecht geeft onzekere uitkomsten: een soort loterij? 21
Afdeling 5. Vooruitzichten . 22
§ 1. De paradox van het aansprakelijkheidsrecht: fel bekritiseerd, maarspringlevend 22
§ 2. Naar een enig vergoedingssysteem: een individuele ongevallenverzekering? 25
HOOFDSTUK II
DE VERHOUDING BUITENCONTRACTUEEL AANSPRAKELIJKHEIDSRECHT EN STRAF(PROCES)RECHT . 29
Afdeling 1. Inleiding 29
Afdeling 2. Verschilpunten tussen de buitencontractuele en de strafrechtelijke aansprakelijkheid . 31
§ 1. Verschillende doelstellingen en de beoordeling in abstracto en in concreto 32
§ 2. De evenredigheid van de straf aan het misdrijf en de integrale schadevergoeding 35
§ 3. Het persoonlijk karakter van de straf en de civielrechtelijke aansprakelijkheid voor andermans daad 36
§ 4. Het foutbegrip: een rijkere in het buitencontractueel aansprakelijkheidsrecht 37
§ 5. Verval van de burgerlijke vordering en de strafvordering . 37
Afdeling 3. Raakvlakken tussen het straf(proces)recht en het civielrechtelijk aansprakelijkheidsrecht . 38
§ 1. Keuzerecht tussen burgerlijke rechter en strafrechter . 39
§ 2. De schorsing van het burgerlijk proces . 44
§ 3. Het gezag van het strafrechtelijk gewijsde . 47
A. Algemene principes . 47
B. Voorwaarden . 48
C. Einde van het erga onmes karakter. 51
1. Het Stappersarrest . 51
2. Evolutie na het Stappersarrest . 53
3. Concrete gevolgen voor de partijen 55
D. Regresvordering verzekeraar 56
§ 4. De verjaring 58
A. Algemene beginselen 58
B. Historiek . 60
C. De wet van 10 juni 1998 63
1. Aanleiding tot de wet 63
2. Algemene principes 64
3. De relatieve verjaringstermijn van 5 jaar 66
a. Kennis van de schade . 66
b. Het causaal verband tussen gedrag en schade 70
c. De kennis van de identiteit van de aansprakelijke persoon 72
4. De absolute verjaringstermijn van 20 jaar . 75
5. Berekening van de termijnen 77
6. Overgangsbepalingen 78
Afdeling 4. Kort besluit 80
HOOFDSTUK III
DE VERHOUDING CONTRACTUEEL EN BUITENCONTRACTUEEL AANSPRAKELIJKHEIDSRECHT: SAMENLOOP EN COËXISTENTIE . 83
Afdeling 1. Afbakening tussen de contractuele en de buitencontractuele aansprakelijkheid . 84
§ 1. Het bestaan van een overeenkomst . 84
§ 2. Het bestaan van een geldige overeenkomst 85
§ 3. Het bestaan van een overeenkomst tussen aansprakelijke en benadeelde 86
§ 4. De schade van de contractant-benadeelde moet voortvloeien uit de niet-nakoming van de overeenkomst 86
Afdeling 2. De verschilpunten tussen de contractuele en de buitencontractuele aansprakelijkheid . 87
§ 1. De bekwaamheid 87
§ 2. De ingebrekestelling . 87
§ 3. De zwaarte van de fout . 88
§ 4. De bewijslast 88
§ 5. Omvang van de schadevergoeding . 89
§ 6. Hoofdelijkheid en in solidum aansprakelijkheid . 89
§ 7. De aansprakelijkheid voor schade veroorzaakt door een gebrekkige zaak . 90
§ 8. De aansprakelijkheid voor schade veroorzaakt door hulppersonen . 91
§ 9. Verjaring . 91
§ 10. Internationale bevoegdheid van de Belgische rechter . 92
§ 11. Toepasselijk recht bij internationaal privaatrechtelijke conflicten. 93
§ 12. Aansprakelijkheids- en rechtsbijstand verzekeringen . 96
§ 13. Kort besluit . 96
Afdeling 3. Samenloop tussen contractuele en buitencontractuele aansprakelijkheid . 97
§ 1. Korte historiek 97
§ 2. Het stuwadoorsarrest: begrip en interpretatie . 98
§ 3. De periode na het stuwadoorsarrest . 102
§ 4. Samenloop en strafrechtelijk misdrijf . 106
Afdeling 4. Coëxistentie 110
§ 1. Actieve coëxistentie . 110
§ 2. Passieve coëxistentie 113
Afdeling 5. Kort besluit . 116
DEEL II
AANSPRAKELIJKHEID VOOR EIGEN GEDRAG
INLEIDING 121
HOOFDSTUK I
HET BUITENCONTRACTUELE FOUTBEGRIP . 123
Afdeling 1. De theorie van de relatieve onrechtmatigheid . 123
Afdeling 2. De buitencontractuele fout 125
§ 1. Het objectieve element 125
A. Omschrijving 125
B. De schending van de algemene zorgvuldigheidsnorm . 127
1. Het criterium van de goede huisvader . 127
2. De concrete omstandigheden 128
3. De voorzienbaarheid van schade 134
a. Draagwijdte 134
b. Voorkennis 136
C. De overtreding van een wetsbepaling . 137
D. Inbreuk op een recht 139
§ 2. Het subjectieve element 147
A. Omschrijving 147
B. De zgn. infantes 151
C. Geesteszieken 155
1. Art. 1386bis B.W 155
2. Het personele toepassingsgebied 155
3. Het materiële toepassingsgebied 158
4. De schadevergoeding . 159
D. Is het vereiste van toerekeningsvatbaarheid noodzakelijk? . 163
HOOFDSTUK II
RISICOAANVAARDING 167
Afdeling 1. Omschrijving . 167
Afdeling 2. Zelfstandige rechtsfiguur of toepassing van andere rechtsfiguur? 167
§ 1. Risicoaanvaarding als rechtvaardigingsrond 167
§ 2. Risicoaanvaarding als toepassing van een andere rechtsfiguur 168
A. Risicoaanvaarding als toestemming van het slachtoffer 168
B. De contractuele constructie 168
C. Risicoaanvaarding en causaliteit . 169
D. Het nemen van abnormale of uitzonderlijke risico’s . 170
Afdeling 3. Risicoaanvaarding als een fout van het slachtoffer 171
Afdeling 4. Afschaffing van het concept risicoaanvaarding? . 172
HOOFDSTUK III
RECHTSMISBRUIK 173
Inleiding . 173
Afdeling 1. De jurisprudentiële ontwikkeling van rechtsmisbruik 174
§ 1. De afwezigheid van een redelijk belang voor de titularis van een recht 174
§ 2. De belangenafweging tussen het voordeel voor de titularis van een recht en de schadelijke gevolgen voor een derde of de schending
van algemeen belang 175
§ 3. Het finaliteitscriterium 176
§ 4. Het proportionaliteitscriterium . 177
§ 5. Een algemeen criterium . 179
Afdeling 2. Juridische grondslag . 179
Afdeling 3. Sanctionering . 181
Afdeling 4. Toepassingsgebied . 182
HOOFDSTUK IV
DE SCHIJN- OF VERTROUWENSLEER 185
Afdeling 1. Definiëring . 185
Afdeling 2. De juridische grondslag 185
Afdeling 3. De toepassingsvoorwaarden 191
§ 1. Het bestaan van een schijnbare toestand . 191
§ 2. De toerekenbaarheid van de schijn 192
§ 3. Rechtmatig vertrouwen van de derde die zich op de schijntoestand beroept 195
§ 4. Schade 196
HOOFDSTUK V
OVERHEIDSAANSPRAKELIJKHEID 197
Afdeling 1. De aansprakelijkheid van de uitvoerende macht . 198
§ 1. Het Flandria-arrest en latere cassatierecht spraak . 198
§ 2. Het foutief handelen van de uitvoerende macht . 201
A. Toepassing van het gemeenrechtelijk foutbegrip 201
1. De algemene zorgvuldigheidsnorm . 201
2. De schending van een regel die een gebod of verbod . 203
3. Dwaling . 207
B. De invloed van de rechtspraak van de Raad van State . 209
C. Volledige of marginale toetsing? 214
Afdeling 2. De aansprakelijkheid van de rechterlijke macht 218
§ 1. De principearresten van het Hof van Cassatie 218
A. Het eerste Anca-arrest 218
1. Procedurevoorgaanden 218
2. Het cassatiearrest van 19 december 1991 . 220
a. Het principe: de aansprakelijkheid van de staat voor ambtsfouten van magistraten . 220
b. Weerlegging van de argumenten tegen de aansprakelijkheid van de Staat voor ambtsfouten van magistraten 221
B. Het tweede Anca-arrest . 223
1. Procedurevoorgaanden 223
2. Het principearrest van 8 december 1994 . 224
C. Het cassatiearrest van 26 juni 1998 . 225
D. Het Hof van Cassatie bevestigt zijn rechtspraak 226
§ 2. De beoordeling van de cassatierechtspraak . 227
§ 3. Toepassingen in de rechtspraak . 230
A. Parketmagistraten/onderzoeksrechters 230
B. Fouten bij berekening van conclusietermijnen 231
C. Faillissementen 232
Afdeling 3. De aansprakelijkheid van de wetgevende macht . 233
§ 1. Aansprakelijkheid van de lidstaten wegens schending van het Europees Gemeenschapsrecht 234
A. De rechtspraak van het Hof van Justitie . 234
1. Het Francovich-arrest van 19 november 1991 234
2. Het Brasserie du Pêcheur-arrest van 5 maart 1996 236
3. Latere rechtspraak van het Hof van Justitie. 238
B. Voorwaarden volgens het Hof van Justitie voor de aansprakelijkheid van een lidstaat wegens schending van het Europees Gemeenschapsrecht 239
C. Aansprakelijkheid wegens schending van het Europees Gemeenschapsrecht in federale staten . 242
D. De Belgische rechtspraak 243
§ 2. Aansprakelijkheid naar Belgisch recht . 245
A. Argumenten tegen de overheidsaansprakelijkheid voor schadeverwekkende fouten van de wetgever . 245
1. Soevereiniteit van de wetgever 245
2. Scheiding der machten 246
3. Een wet kan op zichzelf geen schade berokkenen . 246
4. Artt. 1382 en 1383 B.W. zijn ook formele wetten, zodat de wetgever er in een andere wet van kan afwijken 247
B. De ommekeer: het Sekten-arrest van 1 juni 2006 . 247
1. Het Sekten-arrest . 247
2. Betekenis van het Sekten-arrest 250
3. De draagwijdte van art. 58 Grondwet . 250
C. De bevestiging van de overheidsaansprakelijkheid van de wetgever in het cassatiearrest van 28 september 2006 . 252
D. De invulling van de overheidsaansprakelijkheid voor de wetgever 254
1. De toetsing van nationale normen aan hogere normen 254
2. Precisering van het foutbegrip 256
HOOFDSTUK VI
DE GEKWALIFICEERDE FOUTEN 259
Afdeling 1. De gekwalificeerde fouten in het aansprakelijkheidsrecht . 259
§ 1. Het principe van de lichtste fout 259
§ 2. De gewoonlijk voorkomend lichte fout 261
§ 3. De opzettelijke fout . 263
A. De rol van de opzettelijke fout . 263
1. De begroting van morele schade 263
2. Exoneratiebedingen . 264
3. Aansprakelijkheidsverdeling in geval van een fout van het slachtoffer 265
4. De aansprakelijkheidsbeperking van werknemers,
ambtenaren en vrijwilligers 266
B. De definiëring van de opzettelijke fout 266
1. Verdeeldheid in de rechtsleer: een enge of ruime invulling? 266
2. Verdeeldheid in de rechtspraak . 268
3. Naar een uniforme oplossing? 269
§ 4. De zware fout 272
A. De rol van de zware fout 272
1. Exoneratiebedingen . 272
2. De aansprakelijkheidsbeperking van werknemers,
ambtenaren en vrijwilligers 272
B. De definitie van de zware fout 273
Afdeling 2. De gekwalificeerde fouten in het verzekeringsrecht . 276
§ 1. Algemene beginselen 276
§ 2. De opzettelijke fout . 278
A. Definiëring 278
B. Enkel persoonlijk opzet . 281
C. Opzet en geesteszieken 282
§ 3. De zware fout 285
§ 4. De vrijwillige fout 287
Afdeling 3. De gekwalificeerde fouten in het systeem van de sociale zekerheid . 291
§ 1. De Arbeidsongevallenwet 291
A. De krachtlijnen van de Arbeidsongevallenwet van 10 april 1971 291
B. Opzet van de werkgever . 292
C. Opzet van de werknemer en/of zijn rechthebbenden 294
§ 2. Geneeskundige verzorging en arbeids ongeschiktheid . 296
HOOFDSTUK VII
RECHTVAARDIGINGSGRONDEN 299
Afdeling 1. Algemeen . 299
Afdeling 2. Juridische grondslag . 300
Afdeling 3. Wettige verdediging . 306
Afdeling 4. Noodtoestand . 308
Afdeling 5. Bevel of toelating van de wet of van de overheid . 312
Afdeling 6. Dwang . 314
Afdeling 7. Onoverkomelijke dwaling . 315
Afdeling 8. Toestemming van het slachtoffer 317
DEEL III
AANSPRAKELIJKHEID VOOR ANDERMANS DAAD
HOOFDSTUK I
DE AANSPRAKELIJKHEID VOOR ANDERMANS GEDRAG 327
Afdeling 1. Geen algemeen beginsel van aansprakelijkheid voor andermans daad in het Belgische recht . 327
Afdeling 2. Argumenten pro en contra 329
Afdeling 3. Kunnen de bestaande aansprakelijkheidsregels worden toegepast op de toezichthouders? 332
HOOFDSTUK II
DE AANSPRAKELIJKHEID VAN DE OUDERS (ART. 1384, LID 2 B.W.) . 337
Inleiding . 337
Afdeling 1. Juridische grondslag . 338
Afdeling 2. De toepassingsvoorwaarden van art. 1384, lid 2 B.W 340
§ 1. De ouders . 340
A. Cumulatieve aansprakelijkheid 340
B. Geen uitbreiding naar andere personen . 342
C. Wat in geval van echtscheiding of feitelijke scheiding? . 343
§ 2. Minderjarig kind . 346
A. Algemeen . 346
B. Ontvoogde minderjarigen . 346
C. Verlengde minderjarigheid 347
§ 3. De objectief onrechtmatige daad 349
A. Het objectieve element 349
B. Geen subjectief element . 351
C. Andere oorzaken van ontoerekeningsvatbaarheid 352
§ 4. Schade aan een derde . 353
Afdeling 3. Tegenbewijs . 354
§ 1. Aansprakelijkheidsvermoeden . 354
§ 2. Tegenbewijs van voldoende toezicht . 355
§ 3. Tegenbewijs van goede opvoeding 358
Afdeling 4. De vreemde oorzaak . 363
Afdeling 5. De samenloop met andere aansprakelijkheden 365
Afdeling 6. Nood aan evolutie inzake de ouderlijke aansprakelijkheid? 367
§ 1. Kritiek op de huidige regeling 367
§ 2. Naar een objectieve aansprakelijkheid? 370
HOOFDSTUK III
DE AANSPRAKELIJKHEID VAN DE ONDERWIJZER (ART. 1384, LID 4 B.W.) . 375
Inleiding . 375
Afdeling 1. De aansprakelijkheid op grond van art. 1384, lid 4 B.W. 376
§ 1. De toepassingsvoorwaarden van art. 1384, lid 4 B.W. 376
A. Onderwijzer . 376
1. Definitie . 376
2. De onderwijsinstelling 379
B. De fout of minstens objectief onrechtmatige daad van de leerling . 380
C. Schade aan derden381
D. Tijdens het toezicht . 381
§ 2. Het tegenbewijs 382
A. Het aansprakelijkheidsvermoeden 382
B. Het tegenbewijs 382
§ 3. De samenloop met andere aansprakelijk heden . 386
§ 4. Juridische grondslag 387
Afdeling 2. De afzwakking van de persoonlijke aansprakelijkheid van sommige onderwijzers . 387
§ 1. Achtergrond . 387
§ 2. Situatie vóór de wet van 10 februari 2003 388
§ 3. Na de wet van 10 februari 2003 . 392
Afdeling 3. De aansprakelijkheid van de onderwijsinstelling . 393
§ 1. Achtergrond . 393
§ 2. Vóór de wet van 10 februari 2003 . 394
§ 3. Na de wet van 10 februari 2003 . 396
HOOFDSTUK IV
AANSPRAKELIJKHEID VAN AANSTELLERS EN MEESTERS VOOR SCHADE VEROORZAAKT DOOR AANGESTELDEN EN DIENSTBODEN (ART. 1384, LID 3 B.W.) . 399
Afdeling 1. Aansprakelijkheidsvoorwaarden . 399
§ 1. De aangesprokene bezit de hoedanigheid van aansteller . 399
A. Algemene principes 399
B. Gelegenheidsaanstelling 406
1. De exclusieve aansprakelijkheid van de normale werkgever 406
2. De exclusieve aansprakelijkheid van de gelegenheidsaansteller 406
3. De verdeling van gezag en aansprakelijkheid . 409
4. De cumulatieve aansprakelijkheid 409
§ 2. De aangestelde begaat een fout die schade aan een derde veroorzaakt 410
A. Fout of objectief onrechtmatige daad 410
B. Geïdentifi ceerde of anonieme aangestelde . 412
C. Enkel inroepbaar door derden . 412
D. Causaal verband . 413
§ 3. Het schadeverwekkend feit is gebeurd in de bediening van de aangestelde 414
A. Een onrechtmatige daad of schadeverwekkend feit tijdens de bediening . 415
B. De band tussen het schadeverwekkend feit en de bediening 416
1. Een rechtstreeks verband met de bediening 416
2. Een onrechtstreeks en occasioneel verband met de bediening 416
C. Misbruik van functie en kennis van de benadeelde . 421
Afdeling 2. Grondslag van de aansprakelijkheid van aanstellers 424
Afdeling 3. De persoonlijke aansprakelijkheid van de aangestelde 425
Afdeling 4. De persoonlijke aansprakelijkheid van de werknemer 426
§ 1. Toepassingsgebied van art. 18 Arbeidsovereenkomstenwet . 427
A. Beperking van de civielrechtelijke aansprakelijkheid 427
B. Werknemers verbonden door een arbeidsovereenkomst . 427
C. Fouten in de uitvoering van een arbeidsovereenkomst 428
D. Schade aan een derde of aan de werkgever . 428
§ 2. Foutvoorwaarden in het raam van art. 18 Arbeidsovereenkomstenwet 429
§ 3. De bewijslast . 429
HOOFDSTUK V
DE AANSPRAKELIJKHEID VAN EN VOOR VRIJWILLIGERS . 431
Afdeling 1. Toepassingsgebied . 431
Afdeling 2. Aansprakelijkheid van de vrijwilligersorganisaties . 431
§ 1. Het betreft een door de wet bedoelde organisatie 432
§ 2. Een fout of objectief onrechtmatige daad van de vrijwilliger 433
§ 3. Schade veroorzaakt aan een derde 434
§ 4. Bij het verrichten van vrijwilligerswerk 434
Afdeling 3. Aansprakelijkheid van de vrijwilligers 435
Afdeling 4. Toepassing gemeen recht . 436
HOOFDSTUK VI
DE AANSPRAKELIJKHEID VAN EN VOOR OVERHEIDSPERSONEEL . 439
Afdeling 1. De orgaantheorie en de aansprakelijkheid voor aangestelden 439
Afdeling 2. De rechtspraak van het Arbitragehof . 441
Afdeling 3. De wet van 10 februari 2003 . 443
§ 1. Doel 443
§ 2. Toepassingsgebied 443
§ 3. De persoonlijke aansprakelijkheid van het overheidspersoneel 446
§ 4. De aansprakelijkheid van de openbare rechtspersoon voor zijn personeel 448
DEEL IV
AANSPRAKELIJKHEID VOOR ZAKEN
HOOFDSTUK I
AANSPRAKELIJKHEID VOOR SCHADE VEROORZAAKT DOOR GEBREKKIGE ZAKEN (ART. 1384, LID 1 B.W.) . 453
Afdeling 1. Aansprakelijkheidsvoorwaarden . 453
§ 1. Een zaak. 454
§ 2. Een gebrekkige zaak 458
A. De brede stroming: zowel intrinsiek als extrinsiek gebrek 460
B. De strikte stroming: uitsluitend een intrinsiek gebrek . 461
C. De tussenstroming: intrinsiek, maar extrinsiek via bewijslevering 462
D. Enkelvoudige en samengestelde zaken 463
E. Aantasting van de structuur van de zaak 464
F. De radicale stroming: afschaffen of herformuleren van het gebrekvereiste466
G. Poging tot synthese . 467
1. Een abnormaal kenmerk van de zaak 467
2. De oorsprong van het gebrek is irrelevant 468
3. De aard van het gebrek is irrelevant: zichtbaar of verborgen, intrinsiek of niet 469
4. De duurtijd van het gebrek is irrelevant: zowel een permanent als een voorbijgaand gebrek 471
5. De keuze van de zaak is van belang . 472
§ 3. Schade aan een derde . 475
§ 4. Een causaal verband tussen de gebrekkige zaak en de schade . 476
A. Beginselen . 476
B. De vreemde oorzaak 476
§ 5. De aangesprokene is bewaarder van de zaak 479
A. Het begrip bewaring 479
1. Het gebruik, het genot of het behouden 479
2. De mogelijkheid of de macht tot leiding, toezicht en controle . 480
3. Aanwending van de zaak voor eigen rekening 481
B. Gezamenlijke bewaring . 481
C. Bewaring en koopovereenkomst 482
D. Bewaring en dienstverleningcontracten (aanneming, vervoer) 482
E. Bewaring en huurovereenkomst 483
1. De beperktheid van het gebruik 483
2. De aanwezigheid van de verhuurder 484
3. Controle en onderhoud 484
F. Bewaring, bruiklening en diefstal 485
G. Bewaring en bewaargeving 487
H. Bewaring en aanstelling . 488
I. Bewaring, minderjarigen en geesteszieken . 492
Afdeling 2. De grondslag van de aansprakelijkheid voor zaken . 496
HOOFDSTUK II
PRODUCTENAANSPRAKELIJKHEID: DE WET VAN 25 FEBRUARI 1991 497
Inleiding . 497
Afdeling 1. De aard van de aansprakelijkheid 498
Afdeling 2. De toepassingsvoorwaarden 500
§ 1. Een product 501
A. Lichamelijke roerende goederen 501
1. Roerende goederen . 501
2. Lichamelijke roerende goederen 503
3. Goederen en dienstverlening . 505
B. Uitgesloten roerende goederen . 506
1. Nucleaire producten 506
2. Opgeheven uitzondering: de landbouwproducten . 507
§ 2. Een gebrekkig product 508
A. Het veiligheidscriterium 508
B. Beoordeling van omstandigheden 511
1. De presentatie van het product . 511
2. Het normaal of redelijkerwijze voorzienbaar gebruik van het product 514
3. Het tijdstip waarop het product in het verkeer is gebracht 517
4. Andere omstandigheden 518
§ 3. De schade . 518
A. De persoonsschade . 518
B. De zaakschade . 519
C. De Wet Productenaansprakelijkheid en sociale zekerheidsregelingen. 523
§ 4. Het causaal verband 524
A. Principe . 524
B. Verschillende aansprakelijke producenten . 525
C. Gebrekkig product en fout van een derde 525
D. Gebrekkig product en eigen fout van de benadeelde . 526
§ 5. De producent 527
A. De “werkelijke” producent . 528
B. De schijnbare producent 529
C. De EG-invoerder . 531
D. De leverancier . 533
1. Productie in lidstaat en producent onbekend . 533
2. Invoer van buiten EG en invoerder onbekend 535
Afdeling 3. Mogelijke verweermiddelen van de producent . 535
§ 1. De producent heeft het product niet in het verkeer gebracht 536
A. Principe . 536
B. Verschillende stromingen . 536
C. Toepassingen 539
§ 2. Geen gebrek bij de invoering in het handelsverkeer . 541
§ 3. Afwezigheid van economisch doel en beroepsuitoefening 543
§ 4. Overeenstemming met dwingende overheidsvoorschrift en . 544
§ 5. Het ontwikkelingsrisico . 545
§ 6. De onderdelenexceptie 547
Afdeling 4. Contractuele aansprakelijkheidsregelingen . 548
Afdeling 5. Verjarings- en vervaltermijn 549
§ 1. De verjaringstermijn 549
§ 2. De vervaltermijn . 550
HOOFDSTUK III
DE AANSPRAKELIJKHEID VOOR SCHADE VEROORZAAKT DOOR DIEREN (ART. 1385 B.W.) 553
Afdeling 1. Aansprakelijkheidsvoorwaarden . 553
§ 1. Een dier . 554
A. Algemene principes 554
B. Wilde dieren en wildschade . 555
C. Microben . 559
D. Een actieve rol of een autonome daad van het dier? . 560
§ 2. Schade aan een derde . 561
§ 3. Het causaal verband tussen het gedrag van het dier en de schade 563
A. Beginselen . 563
B. De vreemde oorzaak 565
1. De vreemde oorzaak en de volledige bevrijding van de bewaarder van het dier 565
a. Principes 565
b. Het slepende-twijgarrest . 566
c. Juridische grondslag van de slepende-twijgrechtspraak 566
d. Toepassingsvoorwaarden: fout van benadeelde en normaal gedrag dier . 571
e. Fout van derde . 574
f. Overmacht . 575
2. De vreemde oorzaak en de gedeeltelijke bevrijding van de bewaarder van het dier 575
§ 4. De eigenaar of bewaarder van het dier . 578
A. Algemene principes 578
B. Gezamenlijke bewaring . 581
C. Het begrip bewaring en het zich ontfermen over een dier 581
D. Het begrip bewaring en professionele dierenverzorgers 583
E. Het begrip bewaring en de verhuur, bruikleen, vervoer en verkoop van het dier 586
F. Het begrip bewaring en aanstelling . 588
G. Het begrip bewaring en minderjarigen/leerlingen 594
H. Het begrip bewaring en geesteszieken . 595
I. Ontsnapte en verdwaalde dieren 597
Afdeling 2. De grondslag van de aansprakelijkheid voor dieren 598
HOOFDSTUK IV
AANSPRAKELIJKHEID VOOR GEBOUWEN (ART. 1386 B.W.) 601
Afdeling 1. De toepassingsvoorwaarden van art. 1386 B.W. 601
§ 1. Een gebouw 601
§ 2. Instorting . 604
§ 3. Een verzuim van onderhoud of een gebrek in de bouw . 607
A. Begrippen . 607
B. De bewijslast 608
§ 4. Schade aan een derde . 610
§ 5. De aangesprokene is de eigenaar van het gebouw . 610
A. De hoedanigheid van eigenaar . 610
B. Mede-eigendom 612
C. Een gebouw in oprichting . 613
D. Een derde als bewaarder van het onroerend goed . 614
Afdeling 2. De juridische grondslag 616
Afdeling 3. De vreemde oorzaak . 618
§ 1. Overmacht. 619
§ 2. Fout van het slachtoffer 620
§ 3 Fout van een derde 624
Afdeling 4. De noodzaak van art. 1386 B.W.? 626
DEEL V
SCHADE EN SCHADELOOSSTELLING
HOOFDSTUK I
HET SCHADEBEGRIP 633
Afdeling 1. Definitie 633
Afdeling 2. De ontvankelijkheids voorwaarden . 634
§ 1. Krenking en verlies van recht 634
§ 2. Krenking van een rechtmatig belang 635
Afdeling 3. De gegrondheidsvoorwaarden . 638
§ 1. Zekere schade 638
A. De schade moet vaststaan . 638
1. Principes 638
2. De ‘zekerheid’ van de morele schade van geesteszieke en zeer jonge slachtoffers . 639
B. De verlies van een kansleer . 641
1. Draagwijdte en toepassingsvoorwaarden 641
2. Het zwavelzuurarrest en de naweeën ervan 644
3. Bevestiging van de verlies van een kans-leer647
§ 2. Persoonlijke schade . 649
A. Krenking van een eigen of persoonlijk belang 649
1. Natuurlijke personen 649
2. Ongeboren kinderen 651
3. Rechtspersonen 652
B. De rechtsopvolgers . 653
1. Principes 653
2. Het cassatiearrest van 19 december 1962 . 654
C. De invloed van het huwelijksvermogensrecht 656
D. Uitzonderingen op het vereiste van persoonlijke schade . 657
Afdeling 4. Soorten schade 658
§ 1. Personen- en zaakschade 658
§ 2. Morele en materiële schade 659
§ 3. Verleden en toekomstige schade 659
§ 4. Rechtstreekse schade en schade door weerkaatsing 660
§ 5. Buitengewone schade . 660
HOOFDSTUK II
ALGEMENE REGELS M.B.T. DE SCHADELOOSSTELLING 663
Afdeling 1. Het beoordelingstijdstip voor de begroting van de schade . 663
Afdeling 2. De omvang van de schade vergoeding 665
§ 1. De regel van de integrale schadevergoeding 665
§ 2. Intresten 666
A. De compensatoire intresten 666
B. Verwijlintresten 670
§ 3. Muntontwaarding 670
§ 4. Voorbeschiktheid van het slachtoffer 671
§ 5. De schadebeperkingsplicht . 674
A. De toepassing van art. 1382 B.W674
B. De kostprijs van de schadebeperkende maatregelen . 678
C. De sanctie bij de niet-naleving van de schadebeperkingsplicht . 679
§ 6. Voordeelstoerekening . 680
A. Probleemstelling . 680
B. Voordelen door het optreden van het slachtoffer of een derde 681
C. Voordelen ten gevolge van de onrechtmatige daad en schadeloosstelling 685
D. Uitkeringen naar aanleiding van een schadegeval 686
E. Toerekening van het financiële voordeel van de schadeverwekker? 688
§ 7. Uitzonderingen op de regel van de integrale schadevergoeding . 689
Afdeling 3. Nood aan een abstracte schadebegroting? . 690
§ 1. Afbakening van de concrete en abstracte schadebegroting . 690
§ 2. De abstracte schadebegroting van zaakschade 691
§ 3. De abstracte schadebegroting in geval van lichamelijke schade . 693
HOOFDSTUK III
DE SCHADEPOSTEN EN HUN VERGOEDING . 699
Afdeling 1. Personenschade . 699
§ 1. Begripsafb akening 699
§ 2. De tijdelijke arbeidsongeschiktheid . 701
A. Materiële schade . 701
1. Inkomensverlies 701
2. Meerinspanningen . 703
3. Hulp van derden . 704
4. Huishoudelijke arbeid . 705
B. Morele schade . 707
§ 3. Blijvende arbeidsongeschiktheid 709
A. Vergoedingswijzen . 709
1. Kapitalisatie . 710
a. Basisprincipes 710
b. Parameters . 712
2. Geïndexeerde rente . 717
3. Vergoeding per punt 719
B. Materiële schade . 720
1. Inkomensverlies 720
2. Huishoudelijke schade 720
3. Hulp van derden . 721
4. Postprofessionele schade. 722
C. Morele schade . 722
1. Morele schade sensu stricto 722
2. Seksuele schade 724
3. Esthetische schade 726
4. Genoegenschade . 728
5. Genegenheidsschade 729
§ 4. Overlijden . 731
A. Materiële schade . 731
1. Begrafeniskosten . 731
2. Economische schade bij overlijden 735
a. De aanspraakgerechtigden . 735
b. De begroting van de schade 737
B. Morele schade . 740
1. Van de nabestaanden . 740
2. Schade ex haerede 743
§ 5. Andere kosten 745
A. Kosten van geneeskundige verzorging 745
B. Administratiekosten 745
C. Kledijkosten . 746
D. Verplaatsingskosten 746
E. Aanpassing van de woning 746
Afdeling 2. Zaakschade . 747
§ 1. Definiëring 747
§ 2. De regel van het objectief en volledig schadeherstel . 747
A. Principe . 747
B. Aft rek wegens slijtage of ouderdom . 749
C. Ook morele schadevergoeding . 749
§ 3. De vaststelling en het bewijs van de schade . 750
§ 4. Voertuigschade . 752
A. Totaal verlies van de zaak . 752
B. Geen totaal verlies: herstel van het voertuig en gebruiksderving 753
C. Gebruiksderving van het voertuig 753
D. De Belasting op de Inverkeerstelling als bestanddeel van de schade 755
E. De btw als bestanddeel van de schade . 756
F. Andere kosten . 759
DEEL VI
HET CAUSAAL VERBAND
HOOFDSTUK I
ALGEMENE INLEIDING763
Afdeling 1. Probleemstelling. 763
Afdeling 2. Enkele causaliteitstheorieën . 764
§ 1. De equivalentietheorie 765
§ 2. De adequatietheorie . 767
§ 3. De theorie van de efficiënte oorzaak . 768
§ 4. De theorie van de rechtstreekse en onmiddellijke gevolgen . 770
§ 5. De theorie van de toerekening naar redelijkheid 772
HOOFDSTUK II
DE EQUIVALENTIELEER . 775
Afdeling 1. Principe 775
Afdeling 2. Controle door het Hof van Cassatie 776
Afdeling 3. De theorie van het rechtmatig alternatief . 778
Afdeling 4. Het CSQN-verband tussen de concrete fout en de concrete schade 780
§ 1. Het causaal verband tussen de fout en de schade, niet tussen de fouten onderling 780
§ 2. Het causaal verband tussen elke fout en de schade 781
§ 3. Het causaal verband tussen de concrete fout en de schade 782
§ 4. Het causaal verband tussen de fout en de concrete schade 784
A. De andere oorzaak is denkbeeldig 785
B. De andere oorzaak is aanwezig: de hypothetische causaliteit of reserveoorzaak . 786
Afdeling 5. Rechtstreekse en onrechtstreekse oorzaken . 791
Afdeling 6. Aanleiding en oorzaak . 795
HOOFDSTUK III
HET BEWIJS VAN HET CAUSAAL VERBAND 801
Afdeling 1. De bewijslast en de gerechtelijke zekerheid 801
§ 1. Bewijslast en bewijsrisico 801
§ 2. Causaliteitsvermoedens . 801
§ 3. De gerechtelijke zekerheid . 803
§ 4. De redenering via de gewone gang van zaken . 803
§ 5. De redenering via inductie . 804
§ 6. De redenering via exclusie . 805
Afdeling 2. De gerechtelijke zekerheid en de oorzakelijkheid van een nalaten . 806
§ 1. Probleemstelling . 806
§ 2. De oorzakelijkheid van gebrekkige informatie 807
Afdeling 3. De niet-geïdentificeerde schadeverwekker binnen een groep 811
§ 1. Probleemstelling . 811
§ 2. Aansprakelijkheid van (of vergoeding door) een derde voor schade
veroorzaakt door een niet-geïdentificeerde schadeverwekker . 812
§ 3. Een organisatiefout . 814
§ 4. De collectieve fout 815
Afdeling 4. De alternatieve veroorzaking 817
HOOFDSTUK IV
PLURALITEIT VAN OORZAKEN . 821
Afdeling 1. De fout van het slachtoffer 821
§ 1. De bestanddelen van de fout van het slachtoffer . 821
§ 2. De juridische grondslag van het principe van de aansprakelijkheidsverdeling 825
§ 3. De aansprakelijkheidsverdeling als afzonderlijke fase in het aansprakelijkheidsproces 827
§ 4. Verdelingscriterium . 828
A. Wie bepaalt de verdeelsleutel? 828
B. Het verdelingscriterium volgens het Hof van Cassatie . 829
C. elijke toetsing van de verdeelsleutels 830
1. De verdeling in gelijke delen . 830
2. Het criterium van de zwaarte van de fout 831
3. Het causale criterium . 833
Afdeling 2. De fout van een derde 835
§ 1. De regel van de in solidum aansprakelijkheid . 835
A. Principes 835
B. Toepassingsgevallen 836
1. Contactsleutelgevallen 836
2. Andere toepassingen 838
§ 2. Hoofdelijke aansprakelijkheid 839
§ 3. Regresvordering tegen de mede aansprakelijke(n) . 839
Afdeling 3. Overmacht 841
§ 1. Draagwijdte 841
§ 2. De toepassingsvoorwaarden . 843
A. Onvoorzienbare gebeurtenis . 843
B. Onweerstaanbare gebeurtenis 846
C. Geen toerekening aan de dader 847
Afdeling 4. De doorbreking van het causaal verband door een wettelijke of contractuele plicht 848
§ 1. Probleemstelling . 848
§ 2. Het Walter Kay-arrest . 848
§ 3. Het loondoorbetalingsarrest . 850
§ 4. Het schrootafvalarrest of het subsidiariteits criterium 851
§ 5. Opnieuw loondoorbetalingsarresten 852
A. Draagwijdte . 852
B. Loondoorbetaling van werkgever/overheid 854
C. Orde- en veiligheidshandhavingskosten . 857
D. Uitkeringen door verzekeraars . 860
Afdeling 5. Vrijwillige prestaties . 863
HOOFDSTUK V
UITZONDERINGEN EN TEMPERINGEN OP DE EQUIVALENTIELEER . 865
Afdeling 1. Het rechtstreeks causaal verband 865
Afdeling 2. Wettelijke uitzonderingen in geval van sommige eigen fouten van de benadeelde . 867
Afdeling 3. Jurisprudentiële uitzon de ringen bij sommige eigen
fouten van de benadeelde . 868
Afdeling 4. Een tussenkomende foutief veroorzaakte onregelmatige toestand die voorzienbaar is . 870
Afdeling 5. Betrokkenheid en art. 29bis WAM . 871
Afdeling 6. Gelijktijdig werkende oorzaken 873
Afdeling 7. Kort besluit . 873
DEEL VII
BUITENCONTRACTUELE AANSPRAKELIJKHEIDSREGELINGEN HOOFDSTUK I
BEGRIP EN SOORTEN AANSPRAKELIJKHEIDSREGELINGEN . 877
HOOFDSTUK II
TOEPASSINGSGEBIED BUITENCONTRACTUELE REGELINGEN 879
HOOFDSTUK III
GELDIGHEIDSVOORWAARDEN . 883
Afdeling 1. De kennisneming en de toestemming 883
§ 1. De effectieve of mogelijke kennisneming . 883
§ 2. Stilzwijgende of uitdrukkelijke aanvaarding885
§ 3. Kennis en aanvaarding van reglementen van publiekrechtelijke rechtspersonen . 887
§ 4. Exoneratiebedingen op borden en panelen . 889
§ 5. Waarschuwingen en instructies 891
§ 6. Interpretatie . 892
Afdeling 2. De geoorloofdheid . 893
§ 1. Aansprakelijkheidsbeperkingen 893
A. Principiële geoorloofdheid . 893
B. Verbod op exoneratie . 898
1. Wettelijk exoneratieverbod 898
2. Verbod op exoneratie voor persoonlijk opzet . 900
3. Bedingen die de verbintenis tenietdoen 902
4. Andere nietigheidsgronden 908
a. Rechtsmisbruik (en monopolisten) 908
b. Vertrouwensrelatie en vrij beroep . 909
§ 2. Aansprakelijkheidsuitbreidingen . 911
§ 3. Bedingen die de van de verbintenis zelf bepalen . 913
§ 4. Vrijwaringsbedingen 915
HOOFDSTUK IV
DERDENWERKING VAN EXONERATIE- EN VRIJWARINGSBEDINGEN 919
TREFWOORDENREGISTER 925
 

Bespreking van dit werk door de uitgever:

Dit boek is een echt “handboek”, een ware verhandeling van kennis en kunde. Een verhelderend overzicht van de buitencontractuele aansprakelijkheid in België, waarin alle onderwerpen aan bod komen die voor juristen in de praktijk of in hun studie relevant zijn, gekruid met kritische en persoonlijke stellingen.
Naast een grondige juridische analyse van dit rechtsdomein, wordt het buitencontractuele aansprakelijkheidsrecht in dit boek in een breder kader geplaatst en gesitueerd t.a.v. de sociale zekerheid en de verzekeringen. Ook de verhouding tot het straf(proces)recht en de contractuele aansprakelijkheid (samenloop en coëxistentie) komt uitgebreid aan bod. Het kernstuk van het werk, m.n. de aansprakelijkheid voor eigen gedrag, voor andermans gedrag en voor zaken wordt heel uitvoerig besproken en diepgaand geanalyseerd. Vervolgens komen de schade en de schadeloosstelling aan bod, evenals het causaal verband (met o.a. de equivalentietheorie, het bewijs, de pluraliteit van oorzaken, enz.). Zelfs aan de werking van exoneratie- en vrijwaringsbedingen - een hoofdstuk dat men normaliter in een boek over verbintenissenrecht verwacht - wordt ruim aandacht geschonken.
De explosie van rechtspraak en rechtsleer heeft de auteurs ertoe gedwongen een selectie te maken. Vanzelfsprekend ging de aandacht naar meer recente publicaties en uitspraken. Maar ook oudere rechtsleer of rechtspraak wordt soms verwerkt wanneer die nog steeds relevant is, bv. omdat een historisch inzicht van belang is of omdat in die oudere bronnen een origineel en/of interessant idee ontsproten is.
Om de omvang van dit referentiewerk binnen redelijke perken te houden, werden buitenlandse bronnen slechts sporadisch gebruikt, meestal daar waar het Belgische recht tekort schiet.
Dit handboek is een onmisbaar en waardevol naslagwerk voor iedere jurist, in het bijzonder iedere advocaat, notaris, magistraat, bedrijfs- en verzekeringsjurist, of student, die met deze belangrijke rechtstak in contact komt.

Gerelateerd
Bibliotheek
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve
Aangemaakt op: do, 19/08/2010 - 10:33
Laatst aangepast op: di, 01/11/2011 - 08:29

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.