-A +A

Grondslagen van het Belgisch verzekeringsrecht

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Publicatie
Auteur: 
Schuermans Luc
Uitgever: 
Intersentia
Jaargang: 
2008
ISBN nummer: 
9789050957854
Samenvatting

Opgelet: de wet van 4 april 2014 (wet verzekeringen) van kracht sinds 1 november 2014 vervangt de wet op de landverzekering. 

zie ook: De Wet Landverzekeringsovereenkomst en de Verzekeringswet 1874 in de nieuwe Wet Verzekeringen
RW 2014-2015, 483

 

Inhoudstafel tekst: 

Inleiding bij de eerste editie. xxix
Inleiding bij de tweede editie.xxxiii
Gebruikte af ortingen.xxxv
Verkort geciteerde auteurs. xxxvii
EERSTE DEEL. VERZEKEREN
Hoofdstuk I. Een historische schets.3
Hoofdstuk II. Wat is verzekering?. 11
Afdeling 1. Definitie. 11
Afdeling 2. Wanneer is een risico verzekerbaar?. 16
§ 1. Onzekere gebeurtenissen. 16
§ 2. Toekomstige en mogelijke gebeurtenissen. 17
§ 3. De totstandkoming van de gebeurtenissen moet buiten de wil van de verzekeringnemer, de verzekerde of de begunstigde vallen. 18
Afdeling 3. Hoe wordt de verzekerbaarheid van een risico gemeten?. 19
§ 1. Algemene criteria. 19
§ 2. Bijzondere criteria. 20
Afdeling 4. De verevening van risico’s. 21
§ 1. Algemeen. 21
§ 2. De juridische grondslag van de risicoselectie. 24
§ 3. Risicoverevening door medeverzekering. 25
§ 4. Risicoverevening door herverzekering. 26
Afdeling 5. De prijs van het risico. 27
Afdeling 6. Risicoselectie en segmentering. 29
Hoofdstuk III. Algemene indeling van de verzekeringen. 35
Afdeling 1. Privéverzekeringen en sociale verzekeringen. 35
Afdeling 2. Privé- en publieke verzekeringen.36
Afdeling 3. Landverzekeringen en zeeverzekeringen. 37
Afdeling 4. Vrije en verplichte verzekeringen.38
Afdeling 5. Verzekeringen van gemeen recht en “wetsverzekeringen”. 39
Afdeling 6. De premieverzekeringen en bijdrageverzekeringen. 39
Afdeling 7. Verzekeringen tot vergoeding van schade en verzekeringen tot uitkering van een vast bedrag. 40
Afdeling 8. Verzekeringstakken. 42
Afdeling 9. Grote risico’s en massarisico’s. 42
Hoofdstuk IV. Verzekering en economie. 45
Hoofdstuk V. Verzekering en maatschappij. 47
Afdeling 1. Aansprakelijkheid en verzekering. 47
Afdeling 1. De afwezigheid van verzekering als autonome grond van aansprake lijkheid. 49
Afdeling 2. Het verzekerd-zijn bij de aansprakelijkheids¬beoordeling. 50
Afdeling 3. Verzekering en schadebegroting. 55
Afdeling 2. Bestaat er een recht op verzekering?. 55
Afdeling 3. Verzekering en discriminatie. 57
Afdeling 1. Historiek van het juridisch verbod op discriminatie in verzekeringen. 57
Afdeling 2. Het spanningsveld tussen het juridisch discriminatie¬verbod en de verzekeringstechniek. 61
Afdeling 3. Gevolgen van het juridisch verbod van discriminatie op de verzekeringstechniek. 62
Afdeling 4. Het kader van het juridisch verbod op discriminatie in verzekeringen. 63
TWEEDE DEEL. ONDERNEMINGSRECHT
Hoofdstuk I. Het overheidstoezicht. 69
Afdeling 1. Vrijheid van vestiging en van dienstverrichting. 69
Afdeling 2. Mededinging. 76
Afdeling 1. Het Europese mededingingsrecht. 76
§ 1. Algemeen. 76
§ 2. De krachtlijnen. 79
§ 3. De groepsvrijstelling 358/2003. 83
3.1. Toepassingsgebied. 84
3.2. Premieberekening. 85
3.3. Standaardpolisvoorwaarden. 87
3.4. Pooling. 88
3.5. Veiligheidsvoorzieningen. 89
3.6. Intrekking van de vrijstelling. 90
§ 4. De twee niet in de verordening opgenomen overeenkomsten. 90
4.1. Afwikkeling van schadegevallen. 90
4.2. Registers van en informatie over verhoogde risico’s. 91
Afdeling 2. Het Belgische mededingingsrecht. 91
Afdeling 3. De Belgische controlereglementering. 94
Afdeling 1. De Belgische controlereglementering m.b.t. de bedrijfsvoering van de verzekeringsondernemingen. 96
§ 1. Het toepassingsgebied van de Controlewet. 96
§ 2. De toelatingsvoorwaarden. 97
2.1. Verzekeringsondernemingen met hoofdvestiging in België of de EER.97
2.1.1. Verzekeringsondernemingen naar Belgisch recht.97
2.1.2. Verzekeringsondernemingen die onder het recht van een andere lidstaat van de Europese Economische Ruimte ressorteren. 99
2.2. Niet-EER-verzekeringsondernemingen. 102
2.3. Bijzondere bepalingen voor de uitoefening van een verzekeringsactiviteit in het buitenland door een verzekeringsonderneming naar Belgisch recht. 103
Afdeling 2. De financiële controle. 104
§ 1. Algemeen. 104
§ 2. Financiële waarborgen. 105
2.1. De solvabiliteitsmarge. 105
2.1.1. Wat is de solvabiliteitsmarge?. 105
2.1.2. Waaruit bestaat de solvabiliteitsmarge?. 106
2.1.3. Hoe wordt de solvabiliteitsmarge samengesteld?. 107
2.1.4. De berekening van de solvabiliteitsmarge in de verzekeringstakken niet-leven. 107
2.1.5. De berekening van de solvabiliteitsmarge voor de activiteit leven. 109
2.2. Het waarborgfonds. 110
2.3. De technische reserves of provisies. 110
2.3.1. Algemeen. 110
2.3.2. Wat zijn provisies voor lopende risico’s?. 112
2.3.3. Wat zijn provisies voor te betalen schades?. 112
2.3.4. Wat zijn wiskundige provisies?. 112
2.3.5. Provisies en fiscaliteit. 113
2.4. De dekkingswaarden. 113
§ 3. Jaarrekeningen en boekhoudnormen. 115
§ 4. De bewaring van bescheiden. 116
§ 5. Compliance. 116
§ 6. Uitbesteding van verzekeringsdiensten. 117
Afdeling 3. De controle- en adviesorganen. 119
§ 1. De Commissie voor het Bank-, Financie- en Assurantie- wezen (CBFA). 119
1.1. Algemeen. 119
1.2. Bevoegdheden. 121
1.2.1. Toezicht op de identiteit en de geschiktheid van de aandeelhouders van een verzekeringsonder¬neming. 121
1.2.2. Erkenning van en toezicht op de commissarissen en actuarissen in de verzekeringsonderneming. 122
1.2.3. Voorafgaande controle op de statuten en jaarre¬keningen. 123
1.2.4. Interventiemaatregelen tot behoud van de fi nan¬ciële waarborgen. 123
§ 2. De Commissie voor de Verzekeringen. 124
Afdeling 4. Afstand en intrekking van de toelating. 125
Afdeling 5. Saneringsmaatregelen en liquidatieprocedures. 126
§ 1. Algemeen. 126
§ 2. Saneringsmaatregelen van Belgische verzekerings¬ondernemingen. 128
§ 3. Sanering van verzekeringsondernemingen die ressorteren onder staten die geen lid zijn van de Europese Economische Ruimte. 129
§ 4. Faillissement en andere liquidatieprocedures, die op insolventie berusten, van Belgische verzekerings-ondernemingen. 129
§ 5. Faillissement van verzekeringsondernemingen die ressorteren onder staten die geen lid zijn van de Europese Economische Ruimte. 130
§ 6. Liquidatie van Belgische verzekeringsondernemingen die niet op insolventie berust. 130
§ 7. Liquidatie van verzekeringsondernemingen die ressorteren
onder staten die geen lid zijn van de EER. 130
§ 8. De vereffening van bijzondere vermogens. 130
§ 9. Uitvoerbeperkingen van de activa van de verzekeringsonderneming. 131
§ 10. Regels gemeenschappelijk aan saneringsmaatregelen en liquidatieprocedures. 132
§ 11. Saneringscommissarissen en liquidateurs. 133
Afdeling 5. De omzetting van onderlinge verzekerings¬verenigingen. 134
Afdeling 6. De overdracht van rechten en verplichtingen uit verzekeringsovereenkomsten. 135
Afdeling 7. Medeverzekering en herverzekering. 136
§ 1. Medeverzekering. 136
§ 2. Herverzekering. 138
Afdeling 8. Bijzondere bepalingen betreffende het aanvullend toezicht op Belgische verzekeringsondernemingen in een verzekeringsgroep of in een financiële dienstengroep. 138
Afdeling 9. Sancties. 139
A. Burgerrechtelijke sancties. 139
B. Strafrechtelijke sancties. 140
Afdeling 4. Het algemeen belang. 141
Hoofdstuk II. De verzekeringsdistributie. 149 Inleiding.149
Afdeling 1. De klassieke distributiekanalen: de verzekeringsmakelaars en de verzekeringsagenten. 149
§ 1. Het wettelijke kader. 149
1. Het Europese recht. 149
2. Het Belgische recht. 150
A. De Wet Verzekeringsbemiddeling. 150
B. De Handelsagentuurwet. 156
C. De handelsvertegenwoordiging. 157
D. De arbeidsongevallenwet. 158
§ 2. Het statuut van de verzekeringstussenpersoon. 159
A. De verzekeringsmakelaar. 159
B. De verzekeringsagent. 159
C. De verzekeringssubagenten. 160
D. De algemeen agent. 160
Afdeling 2. Enkele nieuwe distributie kanalen. 161
§ 1. Directe verzekering. 161
§ 2. Bancassurfinance. 163
1. Definitie en verschijningsvormen. 163
2. De bank en de zelfstandige bankagent als verzekeringstussenpersoon. 164
3. De verzekering voor rekening als mogelijke omzeiling van de Verzekeringsbemiddelingswet. 164
§ 3. Affinity marketing. 165
§ 4. S(upermarkt)insurance. 165
§ 5. E-commerce. 166
Afdeling 3. De contractuele verhoudingen tussen de verzekeringstussen¬personen, de verzekeringsondernemingen en de verzekerden. 168
§ 1. De juridische grondslag van de activiteiten van de verzekerings tussenpersoon: aannemingsovereenkomst versus lastgeving. 169
§ 2. Het recht op commissieloon. 171
1. De courtagegebruiken. 171
2. Het KB Leven. 172
§ 3. De verzekeringsportefeuille. 173
§ 4. De aansprakelijkheid van de verzekeringstussenpersoon. 173
§ 5. Het faillissement van de verzekeringstussenpersoon. 178
1. De producentenrekening. 178
2. Overdracht van de verzekeringsportefeuille. 179
Hoofdstuk III. Privacy. 181
§ 1. Algemeen. 181
§ 2. Het inwinnen en beheren van persoonlijke gegevens. 182
1. De Wet tot bescherming van de persoonlijke levenssfeer ten opzichte van de verwerking van persoonsgegevens (WVP). 183
2. De wisselwerking tussen de WVP en de Wet Kruispuntbank Sociale Zekerheid. 185
3. De wisselwerking tussen de WVP en de WHPC. 186
4. De Wet op de privédetectives. 186
Hoofdstuk IV. De wet handels praktijken in de verzekeringssector. 189
Afdeling 1. Algemeen. 189
Afdeling 2. De voorlichting van de consument. 191
Afdeling 3. Reclame en vergelijkende reclame. 192
Afdeling 4. Onrechtmatige bedingen. 193
Afdeling 5. Het gezamenlijk aanbod. 196
Afdeling 6. Verkopen buiten de onderneming en verkopen op afstand. 199
Afdeling 7. De eerlijke handelsgebruiken en de consumenten belangen. 201
Afdeling 8. Dienstenweigering. 203
Afdeling 9. Sancties. 203
Hoofdstuk V. Overheidsopdrachten en verzekering.205
§ 1. Inleiding.205
§ 2. Enkele bijzondere bepalingen voor verzekeringsdiensten in de Overheidsopdrachtenwet.207
A. Gunningswijze.207
B. Bekendmaking van voorschriften. 208
C. Berekening van het geraamde bedrag.208
D. Algemene aannemingsvoorwaarden.208
§ 3. Enkele bijzondere aspecten van de verzekeringsdiensten bij de toepassing van de Overheidsopdrachtenwet.209
A. Het tijdstip van de premiebetaling. 209
B. De verlenging van de verzekeringsovereenkomst. 210
§ 4. Rechtsbescherming. 211
DERDE DEEL. DE VERZEKERINGSOVEREENKOMST
Hoofdstuk I. Wetgeving en reglementering. 215
Hoofdstuk II. Toepassingsgebied van de WLVO en zijn verhouding tot de vroegere wetten en uitvoeringsbesluiten. 227
Hoofdstuk III. Inwerkingtreding van de wet – het overgangsrecht.229
Hoofdstuk IV. De structuur van de WLVO. 237
Hoofdstuk V. Algemene kenmerken van de WLVO. 239
Afdeling 1. De wet is hoofdzakelijk van dwingend recht. 239
Afdeling 2. De wet is systematisch opgebouwd en gedetailleerd. 243
Afdeling 3. De wet is consumentvriendelijk.243
Hoofdstuk VI. Kenmerken van de verzekeringsovereenkomst.245
Hoofdstuk VII. Het ontstaan van de verzekeringsovereenkomst. 253
Afdeling 1. De toestemming en het herroepingsrecht. 253
Afdeling 2. De bekwaamheid. 257
Afdeling 3. Het voorwerp. 258
Afdeling 4. De oorzaak. 261
Hoofdstuk VIII. Verzekering ten behoeve van derden. 265
Hoofdstuk IX Bewijs en inhoud van de verzekeringsovereenkomst. 273
Hoofdstuk X. Interpretatie van de verzekeringsovereenkomst. 281
Hoofdstuk XI. Verzekeringsovereenkomsten en IPR.285
Afdeling 1. Algemeen. 285
Afdeling 2. De verzekeringsovereenkomsten in het EVO.289
Afdeling 3. Het communautaire Belgisch IPR. 293
§ 1. Toepassingsgebied. 293
§ 2. Inhoud van de verwijzingsregels. 293
§ 3. De inhoud van de lex contractus.302
§ 4. De op de verzekeringsovereenkomsten toepasselijke rechtsregels en het begrip algemeen belang. 303
Afdeling 4. Het rechtstreeks vorderingsrecht in het WIPR. 305
VIERDE DEEL. DE VERBINTENISSEN VAN PARTIJEN IN DE SCHADEVERZEKERINGS OVEREENKOMSTEN
TITEL I. DE VERBINTENISSEN VAN DE VERZEKERING NEMER IN ALLE SCHADE VERZEKERINGSOVEREENKOMSTEN. 309
Hoofdstuk I. De informatieplicht bij het sluiten van de verzekerings¬overeenkomst. 311
§ 1. Van verzwijging naar mededelingsplicht. 311
§ 2. De verzwijging in de zin van artikel 9 Wet 1874. 312
§ 3. Verzwijging en dwaling. 315
§ 4. Enkele beperkingen van artikel 9 Wet 1874. 315
§ 5. De mededelingsplicht van artikel 5. 317
§ 6. Vragenlijst van de verzekeraar. 319
§ 7. Genetische gegevens. 321
§ 8. Mededeling van moraliteitsfactoren. 324
§ 9. Onbetwistbaarheidsbedingen. 325
§ 10. Sanctie bij schending van de mededelingsplicht. 325
1. Het opzettelijk verzwijgen of opzettelijk onjuist meedelen van gegevens (art. 6). 325
2. Het onopzettelijk verzwijgen of onopzette lijk onjuist meedelen van gegevens (art. 7). 327 1° De miskenning van de mededelingsplicht wordt vóór het schadegeval ontdekt. 327 2° De miskenning van de mededelingsplicht wordt na het schadegeval ontdekt. 327
3. Voor beide partijen onbekende omstandigheden bij het sluiten van de overeenkomst (art. 7
§ 4). 328
§ 11. De hernegotiatieplicht. 329
Hoofdstuk II. De betaling van de premie. 331
§ 1. Definitie en kenmerken van de premieschuld. 331
1. Premieschuld is haalschuld. 331
2. De premie is in beginsel jaarlijks en vooraf betaalbaar. 332
3. De premie is in beginsel deelbaar. 332
§ 2. Op wie rust de premiebetalingsverplichting?. 333
§ 3. Premiewanbetaling. 334
1. Schorsing van dekking – definitie en kenmerken. 335
2. De aanmaning. 337
3. Effectsortering van de schorsing van dekking. 338
4. Effectsortering van de opzegging van de overeenkomst. 338
5. Rente.340
6. Betalingsfaciliteiten. 340
7. Premiewanbetaling en collectieve schuldenregeling.340
8. Premiewanbetaling in de WAM.340
§ 4. Het voorrecht van de verzekeraar.342
§ 5. Wijzigingen van de premie.343
Hoofdstuk III. De wijziging van het risico. 345
Afdeling 1. De vermindering van het risico.345
Afdeling 2. De verzwaring van het risico. 347
§ 1. Definitie en kenmerken. 347
§ 2. Mededelingsplicht. 350
§ 3. Gevolgen van de schending van de mededelingsplicht. 351
Hoofdstuk IV. Melding van het schadegeval. 353
TITEL II. SPECIFIEKE VERBINTENISSEN VAN DE VERZEKERING¬NEMER IN ZAAKVERZEKERINGSOVEREENKOMSTEN. 357
Hoofdstuk I. Schadevoorkomings- en schadebeperkings plicht – Reddingskosten. 359
§ 1. Schadevoorkomingsmaatregelen. 361
§ 2. Schadebeperkingsmaatregelen. 361
Hoofdstuk II. De plaatsgesteldheid mag niet worden gewijzigd. 365
TITEL III. DE VERBINTENISSEN VAN DE VERZEKERAAR IN DE ZAAKVERZEKERINGS OVEREENKOMSTEN. 367
Hoofdstuk I. Het betalen van de overeengekomen vergoeding.369
§ 1. Verzekering van winst. 371
§ 2. Verzekerbare waarde, verzekerde waarde en verzekerde som. 372
§ 3. Verzekering tegen aangenomen waarde. 373
Hoofdstuk II. Onderverzekering en de evenredigheidsregel. 375
§ 1. Wanneer is er onderverzekering?. 375
§ 2. Onderverzekering leidt tot toepassing van de evenredigheids¬regel. 376
§ 3. Uitzonderingen op de evenredigheidsregel. 377
1. Algemene uitzonderingen. 377
2. Wettelijk geregelde uitsluitingen en temperingen van de evenredigheidsregel. 378 a) De verzekering met voorafgaande taxatie. 378 b) De overdracht van verzekerde kapitalen. 381 c) De eenvoudige brandrisico’s, in het bijzonder de woningverzekering. 383
3. Conventionele uitsluitingen en beperkingen van de evenredigheidsregel. 387 a) De indexatie van verzekerde kapitalen. 387 b) De verzekering op eerste risico. 388
4. Het verbod van exclusiviteitsclausules. 390
Hoofdstuk III. Contractueel bedongen vergoedings beperkingen. 393
§ 1. Minimum- en maximumwaarborgen. 393
§ 2. Schadevrijstelling. 394
§ 3. Uitkeringsvrijstelling. 394
§ 4. Catastrofeclausules. 394
Hoofdstuk IV. Verzekering tegen nieuwwaarde en onderverzekering.397
Hoofdstuk V. Het tijdstip van de betaling van de schadevergoeding. 399
§ 1. Algemeen. 399
§ 2. De betaling van de schadevergoeding in de brandverzekering eenvoudige risico’s.400
§ 3. De begroting van het minimumvoorschot in de brand¬verzekering en natuurrampen eenvoudige risico’s.403

§ 4. De heropbouwperiode.404
§ 5. Interesten van rechtswege.404
Hoofdstuk VI. De betaling van de schadevergoeding en de positie van de bevoorrechte en hypothecaire schuldeisers.405
§ 1. Algemeen.405
§ 2. De rechten van bevoorrechte en hypothecaire schuldeisers in de brandverzekering.406
Hoofdstuk VII. De betaling van de schadevergoeding in geval van faillissement van de verzekerde.409
TITEL IV. DE VERBINTENISSEN VAN DE VERZEKERAAR IN DE PRESTATIE- EN KOSTENVERZEKERING. 411
Hoofdstuk I. Algemeen. 413
Hoofdstuk II. Prestatie- en kostenverzekeringen zijn schade¬verzekeringen. 415
Hoofdstuk III. De rechtsbijstandsverzekering. 419
§ 1. Definitie. 419
§ 2. De wettelijke en reglementaire grondslag van de rechts¬bijstandsverzekering. 419
§ 3. Het toepassingsgebied van de wettelijke bepalingen.420
§ 4. Schadegeval en risico in de rechtsbijstandsverzekering. 421
§ 5. De aard van de rechtsbijstandsverzekering.422
§ 6. Belangenconflicten en meningsverschillen in de rechtsbijstand.423
1. Algemeen.423
2. Het voorkomen van belangenconflicten tussen de rechtsbijstandsverzekeraar en de verzekerde.424
§ 7. De fiscale behandeling van de rechtsbijstandsverzekerings¬overeenkomst.425
TITEL V. DE VERBINTENISSEN VAN PARTIJEN IN DE KREDIET- EN BORGTOCHT VERZEKERING.427 Hoofdstuk I. Algemeen. 429
Hoofdstuk II. Niet-toepasselijke of aanvullende wetsbepalingen. 433 Hoofdstuk III. Toepassingsgebied van de wettelijke bepalingen inzake krediet- en borgtochtverzekering.435
Hoofdstuk IV. De definitieve weigering van dekking in geval van premiewanbetaling.437 Hoofdstuk V. Het onopzettelijk verzwijgen of het onopzettelijk onjuist meedelen van gegevens bij de aangifte van het risico en de verzwaring van het risico.439
Hoofdstuk VI. Het verhaalsrecht van de kredietverzekeraar.441 Hoofdstuk VII. De overdracht van de rechten en verplichtingen die uit de overeenkomst voortvloeien. 443
TITEL VI. DE VERBINTENISSEN VAN PARTIJEN IN DE AANSPRAKELIJK HEIDS VERZEKERING. 445
Hoofdstuk I. Toepassingsgebied. 447 Hoofdstuk II. Verplichtingen van de aansprakelijkheidsverzekeraar na het einde van de overeenkomst.449
Hoofdstuk III. Serieschade.455 Hoofdstuk IV. De leiding van het geschil.459 Hoofdstuk V. Betaling door de verzekeraar van de hoofdsom,
de interest en de kosten. 461 Hoofdstuk VI. De vrije beschikking over de vergoeding.465 Hoofdstuk VII. Kwitantie ter afrekening.467
Hoofdstuk VIII. Schadeloosstelling door de verzekerde.469
Hoofdstuk IX. Het eigen recht van de benadeelde. 471
Hoofdstuk X. Tegenstelbaarheid van de excepties, nietigheid en verval van recht. 481
§ 1. De verplichte b.a.-verzekeringen.482
§ 2. De niet-verplichte b.a.-verzekeringen.484
Hoofdstuk XI. Het recht van verhaal van de aansprakelijkheids¬verzekeraar op de verzekeringnemer en op de verzekerde. 487
§ 1. Algemeen.487
§ 2. WAM en verhaal.489
Hoofdstuk XII. De tussenkomst in de rechtspleging. 495
TITEL VII. BRANDVERZEKERING EN AANSPRAKELIJKHEIDS¬VER ZE KE RING. 499
Hoofdstuk I. De huurdersaansprakelijkheid bij brand. 501
Hoofdstuk II. De met brand samenhangende aansprakelijkheids¬vorderingen. 511
Hoofdstuk III. Aansprakelijkheid voor schade veroorzaakt door brand of ontploffi ng. 513
Hoofdstuk IV. De aansprakelijkheid ex artikel 544 B.W. 515
VIJFDE DEEL. DE PERSOONSVERZEKERINGEN
TITEL I. PERSOONSVERZEKERINGEN IN HET ALGEMEEN. 521
Hoofdstuk I. Begripsomschrijving. 523
Hoofdstuk II. Gemeenschappelijke bepalingen voor alle persoons¬verzekeringen. 527
Afdeling 1. Algemeen. 527
Afdeling 2. Naamgebondenheid van de polis. 527
Afdeling 3. Medische informatie. 528
Afdeling 4. Verzekering van zeer jonge kinderen. 530
Hoofdstuk III. Het onderscheid tussen persoonsverzekeringsovereen¬komsten en levensverzekeringsovereenkomsten. 533
Hoofdstuk IV. Enkele fiscale aspecten van de individuele ongevallen-, ziekte- en invaliditeitsverzekeringen. 537
Afdeling 1. De individuele ongevallenverzekering. 537
Afdeling 2. De individuele ziekte- en invaliditeitsverzekering. 537
TITEL II. PRIVATE ZIEKTEVERZEKERINGSOVEREENKOMSTEN. 539
Afdeling 1. Algemeen. 539
Afdeling 2. De individuele ziekteverzekeringsovereenkomst.540
Afdeling 3. De individuele voortzetting van een collectieve ziekteverzekeringsovereenkomst.542
TITEL III. DE LEVENSVERZEKERING. 545
Hoofdstuk I. Inleiding.547
Hoofdstuk II. De verschijningsvormen van de levensverzekering. 551
Afdeling 1. De overlijdensverzekering. 551
§ 1. De levenslange overlijdensverzekering. 551
§ 2. De tijdelijke overlijdensverzekering. 552
Afdeling 2. De verzekering bij lang leven. 552
§ 1. De verzekering van een uitgesteld kapitaal. 552
§ 2. De lijfrenteverzekering. 552
Afdeling 3. De gemengde verzekering. 553
Afdeling 4. De nieuwe producten. 554
Hoofdstuk III. De basistechniek van de levensverzekeringen. 557
Afdeling 1. Inleiding. 557
Afdeling 2. De fundamenten van de individuele levensverzekerings¬techniek. 557
Afdeling 3. Rentenieren, bankieren en verzekeren. 558
§ 1. Algemeen. 558
§ 2. Rentenieren. 559
§ 3. Bankieren.563
1. De eenmalige terugbetaling.563
2. De methode van de constante aflossing.563
3. De methode van de constante annuïteiten.563
§ 4. Verzekeren. 564
Afdeling 4. De combinatie van renterekening en sterftetafels.564
§ 1. Algemeen.564
§ 2. Sterftetafels. 566
§ 3. Interestvoet of rekenrente.568
§ 4. Enkele cijfervoorbeelden. 568
1. De uitgestelde kapitaalverzekering.568
2. De overlijdensverzekering. 570
3. Lijfrenten. 573
Afdeling 5. De wiskundige reserve. 574
Afdeling 6. Reductie en afkoop. 576
§ 1. Algemeen. 576
§ 2. De reductie of premievrijmaking van de levensverzekerings¬overeenkomst. 576
§ 3. De afkoop van de levensverzekeringsovereenkomst. 577
Afdeling 7. De winstdeling. 578
Hoofdstuk IV. Het recht van de levensverzekeringsovereenkomst. 581
Afdeling 1. Wat is een levensverzekeringsovereenkomst?. 581
Afdeling 2. De totstandkoming van het levensverzekeringscontract. 590
§ 1. Specifieke informatieverplichtingen.590
1. Publicitaire mededelingen.590
2. Het verzekeringsvoorstel. 591
3. Verplichte polisbepalingen en mededelingen. 592
4. Witwaswetgeving. 592
§ 2. De toestemming. 593
§ 3. Het verzekerde risico. 594
1. De onbetwistbaarheid. 594
2. De dwaling omtrent de leeftijd van de verzekerde. 595
3. Uitgesloten risico’s. 595
§ 4. Premiebetaling. 598
Afdeling 3. De rechten van de verzekeringnemer. 599
§ 1. Algemeen. 599
§ 2. Het recht van begunstiging en van herroeping van begunstiging. 599
1. De aanwijzing van de begunstigde. 599
2. Herroeping van de begunstiging.602
§ 3. Afkoop en reductie.603
§ 4. Het voorschot op de polis. 605
§ 5. De inpandgeving en de overdracht van de rechten uit de overeenkomst.605
Afdeling 4. De rechten van de begunstigde.607
§ 1. Het recht op de verzekeringsprestaties. 607
§ 2. De aanvaarding. 608
§ 3. De rechten van de erfgenamen van de verzekeringnemer ten aanzien van de begunstigde.608
§ 4. De rechten van de schuldeisers van de verzekeringnemer ten aanzien van de begunstigde. 614
Afdeling 5. De levensverzekeringsovereenkomst afgesloten door in gemeenschap van goederen gehuwde personen. 615
§ 1. Algemeen. 615
§ 2. De toestand vóór 1992. 616
§ 3. De toestand vanaf 21 september 1992. 616
§ 4. Het arrest van het Arbitragehof van 26 mei 1999. 617
§ 5. De toestand na het arrest van het Arbitragehof van 26 mei 1999. 618
Afdeling 6. De levensverzekeringsovereenkomst afgesloten door personen gehuwd onder het stelstel van scheiding van goederen. 620
Afdeling 7. De overlijdensverzekering en het erfrecht van de echtgeno(o)t(e). 620
Afdeling 8. De gevolgen van echtscheiding of van scheiding van tafel en bed. 621
§ 1. Echtscheiding op grond van bepaalde feiten. 621
§ 2. Echtscheiding door onderlinge toestemming. 622
§ 3. Scheiding van tafel en bed. 622
Afdeling 9. Enkele fiscale aspecten van de individuele levensverzekerings¬overeenkomst. 623
§ 1. Levensverzekering en personenbelasting. 623
1. Gefiscaliseerde en gedefi scaliseerde levensverzekerings¬producten. 623
2. De fiscale behandeling van de premiebetaling. 625
3. Het belastingstelsel van de verzekeringsprestaties. 627
§ 2. De individuele levensverzekering en de successierechten. 629
ZESDE DEEL. UITGESLOTEN RISICO’S – SAMENLOOP VAN VERZEKE¬RINGEN – SUBROGATIE – OVERDRACHT VAN VERZEKERINGSOVER¬EENKOMSTEN – DUUR EN EINDE VAN DE VERZEKERINGSOVEREEN¬KOMST
TITEL I. UITGESLOTEN RISICO’S. 635
Hoofdstuk I. Algemeen. 637
Hoofdstuk II. De omvang van de dekking. 639
Hoofdstuk III. Het verval van dekking.643
Hoofdstuk IV. Het bewijs van de omvang van dekking en van het verval van dekking. 645
Hoofdstuk V. Wettelijk van dekking uitgesloten risico’s.647
Afdeling 1. Opzettelijk veroorzaakte schadegevallen.647
Afdeling 2. Grove schuld.654
Afdeling 3. Oorlog, gelijkaardige feiten en burgeroorlog. 658
Afdeling 4. Catastroferisico’s.660
§ 1. Oproer- en molestrisico’s. 661
§ 2. Aanslagen. 661
§ 3. Terrorisme. 662
§ 4. Natuurrampen.666
§ 5. Nucleaire risico’s.669
TITEL II. SAMENLOOP VAN VERZEKERINGEN. 671
TITEL III. DE SUBROGATIE.679
Hoofdstuk I. De persoonlijke subrogatie. 681
Hoofdstuk II. De zakelijke subrogatie.689
TITEL IV. DE OVERDRACHT VAN VERZEKERINGS¬OVEREENKOMSTEN. 693
TITEL V. DUUR EN EINDE VAN DE OVEREENKOMST. 695
Hoofdstuk I. Duur van de overeenkomst.697
Afdeling 1. Algemene regel. 697
Afdeling 2. Uitzonderingen op de algemene regel. 698
§ 1. De ziekte- en levensverzekeringsovereenkomsten. 698
§ 2. Verzekeringsovereenkomsten betreffende de door de Koning bepaalde risico’s.699
§ 3. Verzekeringsovereenkomsten waarvan de duur korter is dan één jaar. 701
§ 4. De arbeidsongevallenverzekering. 701
Hoofdstuk II. Beëindiging van de verzekeringsovereenkomst. 703
Afdeling 1. Nietigheid. 703
Afdeling 2. Verval. 705
Afdeling 3. Verbreking van de overeenkomst. 706
§ 1. Algemeen. 706
§ 2. Het uitdrukkelijk ontbindend beding. 707
§ 3. De verzekeringsovereenkomst kan worden beëindigd na schadegeval. 708
§ 4. Het overlijden van de verzekeringnemer kan de overeenkomst beëindigen. 710
1. Algemeen. 710
2. Intuitu personae contracten. 710
3. Verzekeringen tot uitkering van een vast bedrag. 711
§ 5. Overdracht onder levenden van de verzekerde zaak beëindigt de overeenkomst. 711
1. Overdracht van onroerende goederen. 711
2. Overdracht van roerende goederen. 712
§ 6. Het faillissement van de verzekeringnemer en het gerechtelijk akkoord met boedelafstand kunnen een einde stellen aan de verzekeringsovereenkomst. 713
1. Faillissement. 713 a) Algemeen. 713 b) Persoonsverzekeringen en kredietverzekeringen. 715 c) De WAM. 716
2. Gerechtelijk akkoord met boedelafstand. 716
§ 7. Beëindiging van de verzekeringsovereenkomst door wettelijke opheffing van een dekkingsbeperking. 716
Hoofdstuk III. Opzeggingswijzen van de verzekeringsovereenkomst. 719
ZEVENDE DEEL. GESCHILLENBESLECHTING
TITEL I. DE VERJARING.723
Hoofdstuk I. Enkele kenmerken van de verjaring in de Wet 1874.725
Hoofdstuk II. De verjaring in de WLVO.729
Afdeling 1. De verjaringstermijn (art. 34). 729
§ 1. De rechtsvordering die voortvloeit uit een verzekerings¬overeenkomst (art. 34
§ 1 lid 1, 2 en 4). 729
§ 2. De rechtsvordering van de verzekerde tegen de verzekeraar bij wijze van regresvordering in de aansprakelijkheids¬verzekering (art. 34
§ 1 lid 3). 732
§ 3. De rechtsvordering van de benadeelde tegen de aansprakelijkheidsverzekeraar (art. 34
§ 2). 732
§ 4. De regresvordering van de verzekeraar tegen de verzekerde (art. 34
§ 3). 734
Afdeling 2. De schorsing en de stuiting van de verjaring (art. 35). 735
§ 1. De schorsing. 735
§ 2. De stuiting. 736
§ 3. Doorbreking van de relativiteit van de stuiting en van de schorsing van de verjaring. 738
Hoofdstuk III. Wetgevende en jurisprudentiële ontwikkelingen betreffende verjaring van misdrijven. 739
Afdeling 1. Wijzigingen van het straf- en strafprocesrecht. 739
Afdeling 2. Jurisprudentiële evoluties. 740
Hoofdstuk IV. Het misdrijf als grondslag van een aansprakelijkheids¬vordering. 743
Afdeling 1. De verjaring van het aflopende misdrijf. 743
§ 1. Het schadevoorval is geen eenduidig begrip. 744
§ 2. Het schadevoorval in het licht van de rechtspraak van het Hof van Cassatie. 745
Afdeling 2. De verjaring van het voortdurend misdrijf. 746
Afdeling 3. De verjaring van voortgezette of collectieve misdrijven. 747
Afdeling 4. De verjaring van gewoontemisdrijven. 747
Hoofdstuk V. Bestaat er een verband tussen artikel 34 en artikel 78?. 749
Hoofdstuk VI. De wet tot wijziging van sommige bepalingen betreff ende de verjaring. 751
§ 1. Aanvang en berekening van de verjaringstermijn. 754
§ 2. Schorsing en stuiting. 755
§ 3. Bijzondere bescherming van minderjarigen. 756
§ 4. Bedrog. 756
§ 5. De reeds verkregen verjaring. 756
§ 6. De actio judicati. 757
§ 7. Het door de rechter verleende voorbehoud. 757
§ 8. Het overgangsrecht. 758
TITEL II. DE GERECHTELIJKE BESLECHTING VAN VERZEKERINGSGESCHILLEN. 761
Hoofdstuk I. De beslechting van nationale verzekeringsgeschillen. 763
Afdeling 1. De volstrekte bevoegdheid. 763
§ 1. De waarde van de vordering. 763
§ 2. De aard van de vordering. 764
§ 3. De hoedanigheid van de partijen. 766
Afdeling 2. De territoriale bevoegdheid. 767
Afdeling 3. De specifieke bevoegdheid van het Benelux Gerechtshof. 768
Hoofdstuk II. De beslechting van internationale verzekeringsgeschillen.769
Afdeling 1. Algemeen. 769
Afdeling 2. Vorderingen tegen de verzekeraar.772
Afdeling 3. Vorderingen van de verzekeraar tegen de verzekeringnemer,
verzekerde of begunstigde. 773
Afdeling 4. De bepalingen betreffende bevoegdheid in verzekeringszaken zijn dwingendrechtelijk. 773
Afdeling 5. Forumbedingen betreffende verzekeringsgeschillen. 774
Afdeling 6. Conflicten tussen Belgische bevoegdheidsbepalingen, de Verordening, de EEX- en EVEX-Verdragen. 775
TITEL III. DE BUITENGERECHTELIJKE GESCHILLENREGELING.777
Hoofdstuk I. De buitengerechtelijke klachtenregeling van de verzekering¬nemers, verzekerden, begunstigden en derden. 779
Afdeling 1. De Ombudsdienst Verzekeringen. 779
Afdeling 2. De minnelijke regeling. 780
Hoofdstuk II. De buitengerechtelijke geschillenregeling tussen verzekeraars. 781
Hoofdstuk III. De buitengerechtelijke geschillenregeling tussen verzekeraars en verzekeringstussenpersonen. 783
Afdeling 1. De gedragsregels van de verzekeringstussenpersoon. 783
Afdeling 2. Het convergentiecharter. 784
Afdeling 3. De courtagegebruiken. 785
Afdeling 4. De gedragscode van de Belgische Vereniging van Banken. 785
Hoofdstuk IV. De partijbeslissing. 787
Hoofdstuk V. Bindende en niet-bindende adviezen of derden¬ beslissingen. 789
Hoofdstuk VI. De mediatie. 793
Afdeling 1. Algemeen. 793
Afdeling 2. Vormen van mediatie. 794

§ 1. Mediatie en mediatie-verzoening. 794

§ 2. Institutionele mediatie en mediatie ad hoc. 795

§ 3. Belang voor het verzekeringsrecht. 795
Hoofdstuk VII. Arbitrage.797
Bibliografie. 803
Trefwoordenregister. 839

Bespreking van dit boek door de uitgever:

Dit handboek is zonder enige twijfel hét referentiewerk voor het Belgische verzekeringsrecht.
De auteur slaagt erin met dit aangenaam geschreven basiswerk de lezer een ruim inzicht te bieden in het verzekeringsrecht.
Het eerste deel van het boek behandelt de maatschappelijke betekenis van het begrip “verzekeren”.
Vervolgens wordt het ondernemingsgebeuren belicht: de vrijheid van vestiging, de vrije dienstverlening, het relevante mededingingsrecht, het toezicht op de verzekeringsondernemingen, de distributie van verzekeringsproducten, de handelspraktijken en consumentenbescherming, de privacy en de overheidsopdrachten.
De verzekeringsovereenkomst wordt zeer gedetailleerd en in al zijn aspecten besproken in het derde en vierde deel.
Het meestal omzeilde actuarieel financieel luik van het levensverzekeringsrecht wordt in het vijfde deel behandeld.
In het zesde deel worden een aantal overkoepelende thema’s gegroepeerd: de uitsluiting van bepaalde risico’s, de subrogatie, de samenloop van verzekeringen, de overdracht van verzekeringsovereenkomsten, de duur en het einde van de verzekeringsovereenkomst.
Het zevende en laatste deel behandelt de geschillenbeslechting. De verjaring vormt hiervan een belangrijk onderdeel. Het gerechtelijke en buitengerechtelijke contentieux sluiten dit deel af.
Een uitgebreide bibliografie en een praktisch trefwoordenregister maken van dit standaardwerk het ultieme en onmisbare boek over deze rechtstak.
Luc Schuermans is advocaat aan de balie van Turnhout en doceerde van 1974 tot 2005 “Verzekeringsrecht” aan de Universiteit Antwerpen.
Hij is doctor in de rechten en licentiaat in het notariaat (KULeuven), studeerde aan de Università di Roma en behaalde het diploma van Master of Laws aan de Harvard University. Het CRB-fellowship en het Boas-fellowship werden hem toegekend. Als lid van de Commissie voor Verzekeringen heeft hij de werkgroep voorgezeten die de WAM-modelovereenkomst opstelde. Luc Schuermans is auteur van talrijke publicaties over aansprakelijkheids- en verzekeringsrecht.
« Les lecteurs qui ont apprécié la première édition seront ravi d’en trouver une seconde, amplement actualisée. Ceux qui ont laissé passer la première découvriront un ouvrage de base très complet »
In JT, 3 januari 2009

Gerelateerd
Bibliotheek
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve
Aangemaakt op: zo, 26/12/2010 - 18:57
Laatst aangepast op: ma, 24/11/2014 - 20:45

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.