-A +A

Gedrag versus gebrek van een zaak: over schade door brand, een klapband of een vallende lichtreclame

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Publicatie
Auteur: 
Kruithof Marc
Tijdschrift: 
Rechtskundig Weekblad
Uitgever: 
intersentia
Jaargang: 
2017-2018
Pagina: 
603
Samenvatting

Het positieve recht houdt de bewaarder niet objectief aansprakelijk voor schade veroorzaakt door het branden van een zaak, ongeacht de oorzaak ervan. Het Hof van Cassatie verantwoordt dit door brand als een gedrag van de zaak te kwalificeren en niet als een gebrek in de zin van art. 1384, eerste lid BW. Deze bijdrage toont aan dat deze uitleg niet houdbaar is.

De verklaring is de explicitering van een tot nu toe enkel impliciet toegepaste voorwaarde voor deze aansprakelijkheid.

De bewaarder moet niet instaan voor het risico dat zijn zaak door een externe oorzaak gebrekkig wordt en hierdoor meteen schade veroorzaakt.

Zijn aansprakelijkheid is beperkt tot schade die anderen lijden doordat ze door hem werden blootgesteld aan een bestaand risico, namelijk dat zijn zaak gebrekkig is.

De bewaarder van een zaak is op basis van art. 1384, eerste lid BW niet aansprakelijk voor de schade die het branden van deze zaak toebrengt aan anderen. Eén en ander werd bevestigd in het Blokkerbrandarrest. (Cass. 7 oktober 2016, C.15.0314.N – C.16.0060.N, RW 2017-2018 624 en TBO 2017, 61.

In deze bijdrage toont de auteur aan dat, hoewel brandschade naar bestaand recht inderdaad niet ongeacht de oorzaak van de brand onder art. 1384, eerste lid BW valt, de dogmatische verklaring hiervoor door het Hof van Cassatie verkeerd werd ingeschat.

Het behoud van de consistentie in de uitleg van de gehele rechtspraak over deze aansprakelijkheid verplicht ons te erkennen dat de verklaring bestaat uit een nog niet geëxpliciteerde regel die echter wel systematisch in de rechtspraktijk wordt gevolgd en die daarom behoort tot het positieve recht.
 

Inhoudstafel tekst: 

I. Inleiding
II. Art. 1384, eerste lid BW en brandende zaken in de rechtspraak
A. De eerdere rechtspraak
B. Het Blokkerbrandarrest
III. Beleidsmatige verantwoording
IV. Doctrinale verantwoording
A. Gedrag van de zaak en waarom het geen gebrek vormt
B. Is branden een gedrag of een gebrek?
C. Een alternatieve verklaring
1. Over vallende lichtreclames
2. Hoe lang moet het kenmerk reeds bestaan om een gebrek te vormen?
3. Over klapbanden
4. Art. 1384, eerste lid BW: aansprakelijkheid wegens blootstelling aan een risico
V. Besluit

Bronvermeldingen
• Cass. 7 oktober 2016, C.15.0314.N – C.16.0060.N, verder in dit nummer opgenomen, ook gepubliceerd in TBO 2017, 61.
• Cass. 26 mei 1904, Pas. 1904, I, 246.
• Cass. 19 januari 1978, Pas. 1978, I, (582) 585 en 587.
• Cass. 27 juni 1958, Pas. 1958, I, 1205, Arr.Cass. 1958, 874. In dit arrest hanteerde het Hof het gebreksbegrip van art. 1386 BW, beperkt tot gebreken in de constructie of in het onderhoud.
• Cass. 24 december 1970, Pas. 1971, I, 391, Arr.Cass. 1971, 416, RGAR 1971, nr. 8.725, RW 1970-71, 1469, JT 1971, 94
• R.O. Dalcq, «L’existence d’un vice de la chose peut-elle dépendre de la détermination du gardien de cette chose?», RCJB 1979, (247), p. 248, nr. 2, («un élément [...] inhérent à la chose en ce sens qu’il exclurait toute intervention d’un tiers étranger à la fabrication de la chose ou à sa fourniture») en p. 257, nr. 8.
• L. Cornelis, «Aansprakelijkheid voor het gebrek van samengestelde zaken», RW 1980-81, (1689), k. 1693, voetnoot 21.
• Cass. 19 januari 1978, Pas. 1978, I, 582, Arr.Cass. 1978, 610, RCJB 1979, 243, De Verz. 1984, 198 (een zaak over door een klant op een terrasvloer gemorst roomijs).
• Cass. 13 mei 1993, nr. 235, Pas. 1993, I, 481, Arr.Cass. 1993, 493, RW 1994-95, 1329, JT 1994, 231, Verkeersrecht 1994, 5
• Cass. 2 januari 2009, C.08.0074.N – C.08.0217.N, nr. 2, Arr.Cass. 2009, 3, Pas. 2009, 2, RGAR 2009, nr. 14.574, VAV 2009, 127, T.Pol. 2009, 127.
• Cass. 28 september 1984, nr. 74, Arr.Cass. 1984-1985, 163, Pas. 1985, 139.
• Cass. 17 januari 1986, nr. 319, Arr.Cass. 1985-1986, 687, Pas. 1986, 605
• Cass. 9 mei 1986, nr. 553, Arr.Cass. 1985-1986, 1216, Pas. 1986, 1094, RGAR 1987, nr. 11.277, 1412, Iuvis 1993, 141.
• Cass. 5 juni 1998, C.97.0188.F, nr. 291, Pas. 1998, 692, Arr.Cass. 1998, 652, TBBR 1999, 332, RGAR 2000, nr. 13.269.
• Luik 24 juni 2010, T.Verz. 2011, 171
• Antwerpen 23 mei 2007, TBBR 2009, 274
• Bergen 3 november 2005, JLMB 2009, 454
• Antwerpen 4 januari 1999, De Verz. 1999, 684
• Luik 23 januari 1995, TBBR 1996, 330
• Luik 27 juni 1988, RGAR 1992, nr. 12.009
• Antwerpen 10 juni 1985, Limb.Rechtsl. 1986, 124
• Vred. Hasselt 25 januari 1978, T.Vred. 1978, 210
• Vred. Grâce-Hollogne 11 juni 1974, J.Liège 1974-75, 167.
• Antwerpen 17 april 2013, T.Verz. 2015, 64 (brand in achterbouw is gebrek)
• Gent 13 januari 2005, TBBR 2007, 522 (brand in sporthal maakt pand gebrekkig)
• Vred. Waremme 11 januari 1973, Pas. 1974, III, 65,
• Rb. Luik 4 februari 1975, RGAR 1975, nr. 9.506.
• Carnavalsarrest Gent 20 juni 2013, RW 2014-15, 62, NJW 2013, 753, T.Verz. 2013, 451,
• Cass. 7 oktober 2016, supra voetnoot 1.
• S. Shavell, «Strict Liability versus Negligence», Journal of Legal Studies 1980, vol. 9, 1-25.
• A. Van Oevelen en A. Vandeplas, «Preventie van brand en ontploffing, objectieve aansprakelijkheid en verplichte burgerlijke aansprakelijkheidsverzekering», RW 1980-81, 217-252.
• Cass. 4 mei 2012, C.10.0080.F, nr. 276, Pas. 2012, 1007, Arr.Cass. 2012, 1178, RGAR 2012, nr. 14.921, RW 2013-14, 459, JLMB 2013, 476
• H. Bocken en I. Boone m.m.v. M. Kruithof, Inleiding tot het schadevergoedingsrecht. Buitencontractueel aansprakelijkheidsrecht en andere schadevergoedingsstelsels, Brugge, die Keure, 2014, p. 159-160, nrs. 252-253
• V. Sagaert, Goederenrecht in Beginselen van Belgisch Privaatrecht, V, Mechelen, Wolters Kluwer, 2014, p. 244-245, nr. 281.
• Cass. 3 april 1998, C.97.0088.F, nr. 192, Pas. 1998, 440, Arr.Cass. 1998, 417, TBBR 1999, 140, JLMB 1998, 1334, T.Verz. 1999, 89 (rookschade door brand bij buur)
• Cass. 12 maart 1999, C.98.0026.N, nr. 149, Arr.Cass. 1999, 362, Pas. 1999, 371, TBBR 1999, 657
• Cass. 3 april 2009, C.07.0617.N, nr. 438, Arr.Cass. 2009, 981, Pas. 2009, 897, RABG 2011, 740, RGAR 2009, nr. 14.555, TBBR 2009, 469, T.Verz. 2010, 84
• Cass. 25 juni 2009, C.07.0354.F, Pas. 2009, 1665, Arr.Cass. 2009, 1821, RW 2010-11, 1644, RABG 2011, 742, TBBR 2009, 475, TBO 2010, 166
• Cass. 29 oktober 2009, C.08.0194.N, T.Verz. 2010, 206, Limb.Rechtsl. 2010, 92.
• Th. Vansweevelt en B. Weyts, Handboek buitencontractueel aansprakelijkheidsrecht, Antwerpen, Intersentia, 2009, p. 453, nr. 700 en p. 458-475, nrs. 710-730
• H. Bocken en I. Boone m.m.v. M. Kruithof, o.c., supra voetnoot 23, p. 183-184, nr. 297 en p. 185, nr. 300.
• Cass. 22 oktober 1954 (Pas. 1955, I, 149, Arr.Cass. 1955, 98
• R.O. Dalcq, «Le vice de la chose», RCJB 1970, (61), p. 67, nr. 5),
• Cass. 3 mei 1974, Arr.Cass. 1974, 989, Pas. 1974, I, 914
• Cass. 23 september 1971, Arr.Cass. 1972, 88, Pas. 1972, I,
• Cass. 26 mei 1904, Pas. 1904, I, 246
• Cass. 18 september 1980, nr. 46, Pas. 1981, I, 70, Arr.Cass. 1981, 68, RW 1981-82, 29.
• Cass. 4 mei 2012, C.10.0080.F, nr. 276, Pas. 2012, 1007, Arr.Cass. 2012, 1178, RGAR 2012, nr. 14.921, RW 2013-14, 459, JLMB 2013, 476.
• Cass. 25 maart 1943, Arr.Verbr. 1943, 68, Pas. 1943, 110 («dat artikel 1384, alinea 1, het slachtoffer niet verplicht het gebrek van de zaak te bepalen
• Cass. 6 oktober 1972, Arr.Cass. 1973, 138, Pas. 1973, I, 139, JT 1972, 747, RGAR 1974, nr. 9.172
• Cass. 11 september 2008, C.07.0200.F, nr. 464, Pas. 2008, 1916, Arr.Cass. 2008, 1917, For.ass. 2009, afl. 91, 36
• Cass. 24 februari 2006, C.05.0112.F, nr. 109, Pas. 2006, 442, Arr.Cass. 2006, 443, RABG 2006, 1431.
• Cass. 31 januari 1952, Pas. 1952, I, 308, Arr.Verbr. 1952, 274
• Cass. 18 januari 1945, Arr.Verbr. 1945, 78, Pas. 1945, I, 88, RCJB 1947, 81.
• Cass. 16 oktober 1986, nr. 94, Pas. 1987, I, 192, Arr.Cass. 1986-87, 209, RW 1986-87, 2090, RHA 1986, 185.
• Brussel 31 januari 2005, RGAR 2006, nr. 14.157.
• Cass. 11 oktober 1984, nr. 116, Pas. 1985, I, 214, Arr.Cass. 1984-85, 247, RW 1985-86, 870.
• J. Van Ryn, «La responsabilité du fait des choses», JT 1946, (165) 166
• Arrest-Jand’heur (Cass. (Fr.) 13 februari 1930, D. 1930, J. 57)
• conclusie van procureur-generaal Ganshof van der Meersch voor Cass. 27 november 1969, Pas. 1970, I, (277), 286 («Le comportement anormal de la chose peut [...] laisser apparaïtre la faute»).
• J. Van Ryn, o.c., supra voetnoot 38, p. 166, die deze formulering ontleent aan Gent 21 maart 1929, JT 1930, 21 («l’accident est dû, non à l’emploi défectueux d’un engin, mais bien à l’emploi d’un engin défectueux»)
• C. Renard, noot onder Cass. 18 januari 1945, RCJB 1947, (84) 93.
• Cass. 12 maart 2009, C.08.0058.F, nr. 196, Pas. 2009, 729, Arr.Cass. 2009, 800, RW 2011-12, 646, Res Jur.Imm. 2009, 117
• Cass. 27 november 1969, Pas. 1970, I, 277, Arr.Cass. 1970, 306, RCJB 1970, 41, RW 1969-70, 1185, JT 1970, 116, RGAR 1970, nr. 8.441
• H. Vandenberghe, «Overzicht van rechtspraak. Aansprakelijkheid uit onrechtmatige daad (2000-2008). Deel III. Kwalitatieve aansprakelijkheid en Deel IV. Samenloop en co-existentie», TPR 2011, (349), p. 395, nr. 139.
• L. Cornelis, Beginselen van het Belgische buitencontractuele aansprakelijkheidsrecht, Deel 1, De onrechtmatige daad, Antwerpen, Maklu, 1989, p. 482, nr. 293
• Cass. 21 mei 1964, Pas. 1964, I, 993, RW 1965-66, 775.
• Vred. Grâce-Hollogne 31 januari 1989, RGAR 1992, nr. 11.971 («qu[e] [...] la perte d’une roue arrière par le véhicule [...] constitue indiscutablement un vice de la chose …[...] qu’il importe [...] peu qu’il soit éventuellement la conséquence d’un acte de malveillance d’un tiers»)
• Rb. Kortrijk 25 februari 1991, De Verz. 1992, 337 («Het bewijs van het loskomen van het wiel levert het rechtstreeks bewijs van het gebrek aan de wagen. [...] De oorsprong, loszitten of losdaveren van de bouten of de daad van een derde is zonder belang»)
• Rb. Antwerpen 23 mei 2016, VAV 2017/1, 21 (band op rijbaan als afkomstig van voertuig: «dat deze persoon ofwel een fout heeft begaan door zijn lading onvoldoende vast te maken ofwel met een gebrekkig voertuig heeft gereden»)
• Rb. Kortrijk 18 juni 2002, RW 2003-04, 430 («De kinderen maken spelend gebruik van de fiets … zelfs als zij over de boordsteen rijden, kan het niet dat een wiel zomaar losloopt. Het betreft duidelijk een gebrek in de zin van art. 1384, eerste lid BW»).
• Cass. 11 maart 1983, nr. 385, Arr.Cass. 1982-1983, 857, Pas. 1983, I, 765.
• H. Vandenberghe, M. Van Quickenborne & P. Hamelink, «Overzicht van rechtspraak. Aansprakelijkheid uit onrechtmatige daad (1964-1978)», TPR 1980, (1139), p. 1245, nr. 84
• Kh. Turnhout 9 januari 2014, NJW 2014, 367 (breuk in waterleiding is gebrek, ongeacht de oorzaak).
• Cass. 9 februari 1989, Pas. 1989, I, 611, Arr.Cass. 1988-1989, 680, Res Jur.Imm. 1989, 235), maar wel omdat het losgekomen zijn van de tak als kenmerk van de boom niet abnormaal of afwijkend is.
• Antwerpen 21 juni 2000, AJT 2000-01, 939, T.Not. 2002, 118 («dat in casu het instorten van betreffende keldertrap alleszins wijst op een abnormaal gebrek in de zaak, [...]
• Cass. 18 mei 1984, nr. 530, Arr.Cass. 1983-1984, 1208, Pas. 1984, I, 1130, De Verz. 1984, 753, JT 1984, 708,
• Brussel 27 oktober 2004, VAV 2005/5, 270.
• Cass. 21 mei 1999, C.96.0259.N, nr. 302, Arr.Cass. 1999, 711, Pas. 1999, 731, RW 2001-02, 679, De Verz. 2001, 557
• Rb. Antwerpen 19 maart 1981, De Verz. 1982, 115
• Rb. Brussel 14 mei 1981, De Verz. 1982, 135
• Rb. Mechelen 12 januari 1982, RW 1983-84, 714
• Antwerpen 21 juni 2000, AJT 2000-01, 939, T.Not. 2002, 118 (instorting trap door rot)
• Pol. Oost-Vlaanderen, afd. Gent 9 november 2015, RW 2016-17, 552, T.Pol. 2016, 104
• F. Glansdorff, noot onder Cass. 24 december 1970, RGAR 1971, nr. 8.7252.
• Cass. 31 oktober 2013, C.12.0628.N, nr. 570, Arr.Cass. 2013, 2281, Pas. 2013, 2115, T.Pol. 2014, 40 en 43
• Cass. 13 maart 2015, C.14.0284.N, nr. 193, Arr.Cass. 2015, 737, Pas. 2015, 721, T.Verz. 2015, 447, VAV 2016/3, 37),
59
• F. Glansdorff, noot onder Cass. 24 december 1970, RGAR 1971, nr. 8.7252
• R.O. Dalcq, «Examen de jurisprudence (1968 à 1972) La responsabilité délictuelle et quasi délictuelle», RCJB 1973, (627), p. 674, nr. 69
• H. Vandenberghe, M. Van Quickenborne en P. Hamelink, «Overzicht van rechtspraak. Aansprakelijkheid uit onrechtmatige daad (1964-1978)», TPR 1980, (1139), p. 1231, nr. 78
• B. Dubuisson, V. Callewaert, B. De Coninck en G. Gathem, La responsabilité civile. Chronique de jurisprudence 1996-1997, Volume 1, Le fait générateur et le lien causal, Les Dossiers du Journal des tribunaux 74, Brussel, Larcier, 2009, p. 190, nr. 237).
• H. Vandenberghe, M. Van Quickenborne, L. Wynant en M. Debaene, «Overzicht van rechtspraak. Aansprakelijkheid uit onrechtmatige daad (1994-1999)», TPR 2000, (1551), p. 1738, nr. 63
• H. Vandenberghe, M. Van Quickenborne en L. Wynant, «Overzicht van rechtspraak. Aansprakelijkheid uit onrechtmatige daad (1985-1993)», TPR 1995, (1115), p. 1314, nr. 73
• H. Bocken en I. Boone m.m.v. M. Kruithof, o.c., supra voetnoot 23, p. 185, nr. 300
• M. Vansweevelt en B. Weyts, o.c., supra voetnoot 26, p. 459, nr. 711
• Brussel 6 mei 2015, RGAR 2015, nr. 15.216: kaarsen in muurnissen in toilet waardoor hoofdhaar kan ontbranden, maken toilet gebrekkig.
• R.O. Dalcq, noot onder Luik 7 oktober 1968, RGAR 1969, nr. 8.1502
• Bergen 9 januari 1997, RGAR 1999, nr. 13.064
• Antwerpen 4 juni 1998, TBBR 1999, 336.
• Kh. Dinant 19 januari 1988, De Verz. 1988, 507 (oververhitte rekenmachine veroorzaakt brand)
• Brussel 8 december 1941, Pas. 1942, II, 38
• C. Renard, noot onder Cass. 18 januari 1945, RCJB 1947, (84) 91).
• conclusie van advocaat-generaal F. Dumon voor Cass. 19 januari 1978, Pas. 1978, I, (582), 585
• Cass. 11 september 2008, C.07.0200.F, nr. 464, Pas. 2008, 1916, Arr.Cass. 2008, 1917, For.ass. 2009, 36.
• Rb. Brussel 8 december 2006, zoals geciteerd in Cass. 11 september 2008, C.07.0200.F, supra voetnoot 66.
• J.-L. Fagnart, noot onder Cass. 11 september 2008, For.ass. 2009, afl. 91, (38), p. 39, nr. 11: «Un défaut de résistance à l’attraction terrestre est donc, pour une enseigne lumineuse d’un magasin, une caractéristique anormale et, partant, un vice.»
• conclusie van advocaat-generaal E. Janssens voor Cass. 26 mei 1904, Pas. 1904, (246) 248 («Ce vice peut être originel ou acquis, provenir de la vétusté, du défaut d’entretien ou de toute autre cause, peu importe, mais il doit exister»)
• Cass. 1 december 2006, C.05.0427.N – C.06.0082.N, nr. 617, Arr.Cass. 2006, 2471, Pas. 2006, 2535, RW 2009-10, 993, RABG 2007, 1243
• Cass. 12 april 2002, C.01.0310.N, nr. 226, Arr.Cass. 2002, 983, Pas. 2002, 888
• Cass. 21 mei 1999, C.96.0259.N, nr. 302, Arr.Cass. 1999, 711, Pas. 1999, 731, RW 2001-02, 679, De Verz. 2001, 557
• Cass. 1 maart 1996, C.95.0250.F, nr. 92, Pas. 1996, 228, Arr.Cass. 1996, 214
• Cass. 20 september 1991, nr. 39, Arr.Cass. 1991-92, 75, Pas. 1992, I, 62, T.Verz. 1992, 530.
• H. Vandenberghe, M. Van Quickenborne, K. Geelen en S. De Coster, «Overzicht van rechtspraak. Aansprakelijkheid uit onrechtmatige daad (1979-1984)», TPR 1987, (1255), p. 1399, nr. 74
• T. Vansweevelt en B. Weyts, o.c., supra voetnoot 26, p. 471-472, nr. 727
• R.O. Dalcq, «Examen de jurisprudence (1963 à 1967). La responsabilité délictuelle et quasi délictuelle», RCJB 1968, (193), p. 243-244, nr. 52.
• F. Glansdorff, noot onder Cass. 24 december 1970, RGAR 1971, nr. 87252 verso.
• Cass. 19 januari 1978, Pas. 1978, I, 582, Arr.Cass. 1978, 610, RCJB 1979, 243, De Verz. 1984, 198 (eerder gemorst roomijs op terrasvloer)
• Cass. 7 november 1980, nr. 153, Arr.Cass. 1980-1981, 271, Pas. 1981, I, 294, RW 1980-81, 1703, RGAR 1982, nr. 10.525 (ongeval door afwijking banden vrachtwagen veroorzaakt door ongeval vorige dag)
• Cass. 2 januari 2009, C.08.0074.N – C.08.0217.N, nr. 2, Arr.Cass. 2009, 3, Pas. 2009, 2, RGAR 2009, nr. 14.574, VAV 2009, 127, T.Pol. 2009, 127 («occasioneel of toevallig» op fietspad liggend betonijzer kan gebrek vormen)
• Bergen 25 februari 1986, RGAR 1989, nr. 11.483
• Antwerpen 3 april 1985, Verkeersrecht 1985,
• Cass. 4 juni 1987, Arr.Cass. 1986-1987, 1348, Pas. 1987, I, 1215, RW 1987-88, 1358, RGAR 1989, nr. 11.459, RCJB 1990, 47, Verkeersrecht 1988, 151.
• Rb. Brugge 10 december 2009, VAV 2011/1, 9
• Pol. Sint-Niklaas 3 oktober 2008, VAV 2009/1, 53
• Corr. Aarlen 25 oktober 2000, De Verz. 2001, 582
• Antwerpen 10 januari 1989, Verkeersrecht 1989, nr. 89/78, p. 142
• Cass. 24 februari 2006, C.05.0112.F, nr. 109, Pas. 2006, 442, Arr.Cass. 2006, 443, RABG 2006, 1431
• Cass. 28 februari 1992, nr. 343, Arr.Cass. 1991-1992, 620, Pas. 1992, 586, Verkeersrecht 1992, 195
• Gent 19 april 2001, TAVW 2002, 31
• Rb. Brussel 5 januari 2005, RGAR 2006, nr. 14.147, VAV 2005/5, 255
• Pol. Brussel 1 februari 2000, De Verz. 2000, 493
• Rb. Antwerpen 12 maart 2003, Verkeersrecht 2003/8, 297
• Pol. Halle 8 oktober 2015, RGAR 2016, nr. 15.261
• Pol. Gent 7 maart 2011, RW 2011-12,
• Pol. Brussel 11 december 2012, VAV 2013/6, 49:
• Rb. Veurne 28 maart 1980, De Verz. 1986, 421, bevestigd door Gent 18 februari 1986, De Verz. 1987, 139
• Pol. Brussel 1 februari 2000, De Verz. 2000, 493 («Il convient [...] de ne pas confondre le comportement temporaire d’une chose, tel que l’éclatement ou la crevaison d’un pneu, et une caractéristique de la chose, qui est une disposition qui lui est inhérente, ce qui suppose un certain degré de permanence»)
• Brussel 8 februari 1993, RGAR 1995, nr. 12.504 («Attendu [...] qu’il n’existe aucun élément permettant de penser que [l»] éclatement aurait été provoqué par un facteur extrinsèque
• Brussel 15 september 2000, TAVW 2001, 208:
• Rb. Brussel 13 mei 2003, T.Verz. 2004, 154
• Cass. 26 september 2002, C.00.0648.F, nr. 486, Pas. 2002, 1769, Arr.Cass. 2002, 1988, RGAR 2005, nr. 13.988
• Cass. 7 november 1980, nr. 153, Arr.Cass. 1980-1981, 271, Pas. 1981, 294, RW 1980-81, 1703, RGAR 1982, nr. 10.525.
• Cass. 1 december 2006, C.05.0427.N – C.06.0082.N, nr. 617, Arr.Cass. 2006, 2471, Pas. 2006, 2535, RW 2009-10, 993, RABG 2007, 1243
• Cass. 29 oktober 1987, nr. 125, Pas. 1988, I, 254, Arr.Cass. 1987-1988, 267
• Cass. 25 maart 1943, Arr.Verbr. 1943, 68, Pas. 1943, I, 110, RCJB 1948, 157
• Cass. 15 juni 1961, Pas. 1961, I, 1126
• Cass. 13 september 2012, C.10.0226.F, nr. 463, Pas. 2012, 1647, Arr.Cass. 2012, 1923, RW 2013-14, 782.
• M. Kruithof, «Oorzaak of aanleiding? Geen causaal verband zonder causale bijdrage» in T. Vansweevelt en B. Weyts (eds.), Actuele ontwikkelingen in het aansprakelijkheidsrecht en verzekeringsrecht. Iste Interuniversitair Congres over Aansprakelijkheids- en Verzekeringsrecht (ICAV I), Antwerpen, Intersentia, 2015, 139-208.
• Conclusie voor Cass. 7 november 1980, Arr.Cass. 1980-1981, (271) 274
• H. Bocken en I. Boone m.m.v. M. Kruithof, o.c., supra voetnoot 23, p. 188-189, nr. 305.
• Brussel 6 mei 2015, RGAR 2015, nr. 15.216,
• Luik 24 juni 2010, T.Verz. 2011, 171
• Vred. Hasselt 25 januari 1978, T.Vred. 1978, 210.

Gerelateerd
Bibliotheek
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve
Aangemaakt op: vr, 08/12/2017 - 16:28
Laatst aangepast op: vr, 08/12/2017 - 18:04

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.