-A +A

Fysiek Interpersoonlijk geweld

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Publicatie
Auteur: 
de Herdt Jeroen
Uitgever: 
Intersentia
Jaargang: 
2014
ISBN nummer: 
9789400005556
Samenvatting

Bespreking door de uitgever:

Geweldsmisdrijven maken van oudsher de kern uit van het strafrecht. De laatste jaren worden we geconfronteerd met een toevloed aan wetgeving op dit domein, waardoor de accuraatheid en de coherentie van het systeem vaak verloren zijn gegaan. Door het grote aantal verzwarende omstandigheden en bijzondere strafbaarstellingen is het vandaag dan ook niet altijd evident meer om aan feiten van bv. doodslag, slagen en verwondingen, feitelijkheden en lichte gewelddaden, wederrechtelijke vrijheidsberoving of schuldig verzuim de juiste kwalificatie te geven en er de correcte rechtsgevolgen aan te koppelen.

In dit boek worden de toepassingsvoorwaarden en rechtsgevolgen van alle mogelijke kwalificaties van feiten van fysiek interpersoonlijk geweld grondig geanalyseerd. Daarnaast is er aandacht voor de verschillende instrumenten die in het leven werden geroepen om fysiek interpersoonlijk geweld aan te pakken (zoals bv. het tijdelijk huisverbod, de mogelijkheid voor verenigingen om in rechte op te treden, …). Ten slotte gaat het boek ook uitgebreid in op de uitlokking, de wettige verdediging en het burgerarrest.

Het boek biedt aan advocaten, magistraten en andere medewerkers van Justitie een diepgaande analyse van de wetgeving, rechtspraak en rechtsleer met betrekking tot het fysiek interpersoonlijk geweld. Ook anderen die geconfronteerd worden met deze problematiek, zoals bv. iedereen die werkt met slachtoffers van geweldsdelicten, kunnen er een schat aan informatie in terugvinden. Dankzij de rechtsvergelijking en de talrijke voorstellen de lege ferenda kan het bovendien een interessante inspiratiebron zijn voor beleidsmakers.

Jeroen De Herdt is doctor in de rechten (UAntwerpen, 2014). Hij is werkzaam als referendaris bij het Hof van Cassatie. Daarnaast is hij verbonden aan de onderzoeksgroep Rechtshandhaving van de Universiteit Antwerpen, waar hij voorheen assistent strafrecht en strafprocesrecht was.

 

Inhoudstafel tekst: 

 

Dankwoord vii

Redactionele opmerkingen xxi

Titel I. Inleiding 3

Hoofdstuk L Probleemstelling en opzet 3

Hoofdstuk TL Afbakening van het onderzoek 8

Afdeling I. Het begrip 'fysiek interpersoonlijk geweld' 8

§ 1. Definiëren van interpersoonlijk geweld: een onmogelijke uitdaging? . 9

§ 2. Taalkundige definities van (interpersoonlijk) geweld .10

§ 3. Juridische definities van geweld. 13

§ 4. De WHO-definitie: een werkdefinitie van fysiek interpersoonlijk geweld 15

§ 5. Omschrijving van een persoon naar Belgisch strafrecht.18

A. Natuurlijke personen. 18

B. Rechtspersonen.25

§ 6. Gevolgen van deze begripsomschrijving voor de afbakening van het onderzoek 32

Afdeling II. Verdere afbakening van het onderzoek 33

Hoofdstuk IIl. Methodologie van het onderzoek 34

Hoofdstuk IV. Opbouw van de studie 37

Titel II. Een principieel verbod op fysiek interpersoonlijk geweld .41

Hoofdstuk I. Het geweldsmonopolie in hoofde van de Staat.42

Afdeling I. Begrip . 42 Afdeling II. Rechtsfilosofisch concept. 49

§ 1 Het geweldsmonopolie ais conditio sine qua non voor de Staat 49

A. Thomas HOBBES en zijn Leviathan 52

B. John Locxe of de beperkte afstand van rechten .54

C. Jean-Jacques ROUSSEAU, de anti-HOBBES 56

§ 2. Het geweldsmonopolie ais conditio sine qua non voor het recht? 59

§ 3. Het geweldsmonopolie, een juridisch en moreel verwerpelijk concept , . 59

Afdeling III. Rechtshistorisch product .60

§ L Veranderingen in het gebruik van fysiek interpersoonlijk geweld .60

§ 2. Verklaring van deze afname via het geweldsmonopolie .62

 

A. De civilisatietheorie van Norbert EUAS 63

B. De self-help-theorie van Donald BLACK 64

§ 3. Het geweldsmonopolie in de praktijk vanuit historisch oogpunt 65

Afdeling IV. Sociologische realiteit. 68

Afdeling V. Maar geen algemeen strafrechtelijk beginsel 69

Hoofdstuk II. Grondrechten als tegenhanger van het geweldsmonopolie van de Staat? 71

Afdeling I. Een algemeen verbod op fysiek interpersoonlijk geweld via de grondrechten".72

Afdeling II. De toegevoegde waarde van een expliciete bepaling in de Grondwet?.75

§ 1. Naar een grondrecht op veiligheid? 75

A. De Belgische voorstellen tot opname van een grondrecht op veiligheid 76

B. Een blik over de grenzen van tijd en ruimte 77

C. Argumentatie pro en contra een grondrecht op veiligheid 81

1. Argumenten pro 81

2. Argumenten contra 82

§ 2. Een alternatieve, meer klassieke benadering.85

Besluit 89

Titel III. De strafrechtelijke basiskwalificaties .91

Inleiding.91

Hoofdstuk I. Opzettelijk toebrengen van de dood: doodslag .92

Afdeling I. Moreel bestanddeel: het opzettelijk doden, met het oogmerk te doden 93

§ 1. Opzettelijk doden.93

A. Wetens en willens handelen 94

B. Tegen een bepaalde of niet nader bepaalde persoon 99

1. Error in personam .99

2. Aberratie ictus 100

C. Ook al was het handelen afhankelijk van een omstandigheid of een voorwaarde l07

§ 2. Doden met het oogmerk om te doden .107

Afdeling II. Materieel bestanddeel: het doden van een andere persoon .108

§ 1. De aard van de strafbare gedraging.109

§ 2. Causaal verband l09

§ 3. Het onmogelijk misdrijf . 110

§ 4. Bewijs 121

Hoofdstuk II. Opzettelijk toebrengen van lichamelijk letsel: slagen en verwondingen l22

Afdeling L Lichamelijke letsels 122

Afdeling II. Slagen en verwondingen 123

§ 1. De begrippen 'slagen' en 'verwondingen' 125

A. Een slag l25

B Een verwonding . 128

1. De oorspronkelijke draagwijdte van het begrip 'verwonding' .128

2. De uitbreiding naar interne letsels en fysieke ziektes 129

3. Wat met psychische letsels? 132

4. Vereisten met betrekking tot de oorzaak van het letsel. 137

5. Een vollediger definitie van 'verwondingen' de lege lata.138

C. Slagen en/of verwondingen .i 38

§ 2. Slagen of verwondingen toegebracht aan een ander levend persoon 139

§ 3. Strafbare poging tot slagen en verwondlngen.140

Afdeling EL Slagen en verwondingen vs. lichamelijke letsels 143

Hoofdstuk m. Fysiek geweld zonder lichamelijk letsel: feitelijkheden en lichte gewelddaden 144

Hoofdstuk IV. Aanslagen op de persoonlijke vrijheid 150

Afdeling I. Vrijheid van komen en gaan ais beschermde waarde.1.50

Afdeling II. Wederrechtelijke en willekeurige aanhouding of gevangenhouding .152

§ 1. Materieel bestanddeel: aanhouding of gevangenhouding in strijd met bet recht 152

§ 2. 'Willekeurig' als algemeen of bijzonder opzet? 156

§ 3. Daderschap van aanslagen op de persoonlijke vrijheid 158

§ 4. Slachtofferschap van aanslagen op de persoonlijke vrijheid 159

Hoofdstuk V. Fysiek geweld door niet-handelen: schuldig verzuim.161i

Afdeling I. Blootstelling van bet slachtoffer aan een groot gevaar. 162

§ 1. Vanaf wanneer is er sprake van 'een groot gevaar'? 163

§ 2. Wie moet in gevaar zijn?. 170

Afdeling II. Het verzuim hulp te verlenen of te verschaffen . 12

Afdeling III Opzettelijk verzuim . 177

Afdeling IV. De hulp was mogelijk zonder ernstig gevaar voor personen 180

Besluit 183

Titel IV. Bijzonder beschermde situaties .185

Inleiding 185

Hoofdstuk T. Beschermingstechnieken met betrekking tot de kwalificatie 186

Afdeling I. Bijzondere strafbaarstellingen .187

Afdeling II Verzwarende omstandigheden 188

§1. Begrip 189

§ 2. Doorwerking van verzwarende omstandigheden naar de deelnemers aan het misdrijf. 189

A. Discussie omtrent de objectieve verzwarende omstandigheden 191

B. Vingerwijzing vanuit Straatsburg: arresten GOKTEPE en DEI.ESPESSE.199

C. Implementering van de Europese rechtspraak in het Belgische systeem. Quo vadis 199

 

L Discussie over de draagwijdte van het arrest GOKTEPE 200

2. Een blik over de grenzen 202

a. Het basisprincipe: opzet in hoofde van de deelnemer wordt vereist 203

b. Expliciet geregelde groepen van verzwarende omstandigheden 206

3. Verankering van een Belgische oplossing 209

Afdeling III. Gevolgen van de keuze 2l4

Hoofdstuk II. Bijzondere bescherming van bepaalde personen 217

Afdeling I. De boreling 218

Afdeling II. Het minderjarige slachtoffer 225

§ 1. Ontvoering 228

§ 2. Verberging van een minderjarige .

§ 3. Minderjarigheid van het slachtoffer als verzwarende omstandigheid .

§ 4. Afwijking van het beroepsgeheim .

§ 5. Uitbreiding van het toepassingsbereik van strafbaarstellingen .

§ 6. Eindevaluatie van de bijzondere bescherming van de minderjarige

Afdeling III. Kwetsbare personen .

Afdeling IV. De vrouw .

§ 1. Het begrip 'genitale verminking' in het Strafwetboek .

§ 2. Historische en culturele achtergrond van genitale verminking bij vrouwen .

§ 3. Bijzonderheden aan het misdrijf omschreven in artikel 409 Sw .

§ 4. Nood aan (een aparte) strafbaarstelling? .

A. Nood aan strafbaarstelling van genitale verminking bij vrouwen? .

B. Nood aan een aparte strafbaarstelling van genitale verminking bij vrouwen? 264

C. Een blik over de grenzen 270

§ 5. Uitbreiding naar genitale verminking bij mannen? 272

§ 6. Eindevaluatie van de strafbaarstelling van vrouwelijke genitale verminking 278

Afdeling V. Personen met een bijzondere maatschappelijke functie 279

§ L De Koning 280

A. Bijzondere strafbaarstelling van een aanslag op het leven of de persoon van de Koning 280

B. Uitbreiding van de strafbaarheid in de voorbereidende fase 282

C. Misdrijven van gemeen recht . 284

§ 2. De vermoedelijke troonopvolger 284

§ 3. Leden van de koninklijke familie en personen die de koninklijke functie waarnemen.286

A. De koningin 287

B. Broers, bloed- en aanverwanten in de rechte lijn van de Koning die de staat van Belg hebben 287

C. De regent 289

D. Ministers die de grondwettelijke macht van de Koning uitoefenen 289

§ 4. Buitenlandse staatshoofden 289

§ 5. Diplomatieke ambtenaren 290

§ 6. Bedienaren van de eredienst 292

§ 7. Parlementsleden, ministers, magistraten, ministeriële ambtenaren, dragers van het openbaar gezag of de openbare

macht en elke andere persoon met een openbare hoedanigheid 295

A. Groepen van beschermde functies 295

1. Parlementsleden, ministers, leden van het Grondwettelijk Hof, magistraten en officieren van de openbare macht in actieve dienst 296

2. Ministeriële ambtenaren, agenten die drager zijn van bet openbaar gezag of de openbare macht en elke andere persoon met een openbare hoedanigheid bekleed . 303

3. Feitelijke ambtenaren 308

4. Aanpassingen aan de beschermde groepen? 308

B. In of ter gelegenheid van de uitoefening van hun bediening 311

C. Inhoud van de bijzondere bescherming 314

§ 8. Getuigen en juryleden 317

§ 9. Personen die een opdracht van functionele openbare dienst of een opdracht van algemeen belang vervullen en verplicht zijn

contact te hebben met het publiek . 319

A. Beschermde functies 320

B. In de uitoefening van hun bediening 325

C. Inhoud van de bijzondere bescherming 328

§ lû, Scheidsrechters van sportwedstrijden 334

§ ll. Functies die enkel worden beschermd tegen de (familie van) gebruikers ervan 337

A. Personen actief in onderwijsinstellingen of een medisch- pedagogisch instituut 337

B. Leden van het stembureau en getuigen bij sternverrichtingen . 340

§ 12. Algemeenbesluit. 341

Hoofdstuk IIT. Bescherming van bepaalde relaties 343

Afdeling I. Relatie tussen (ex)-partners 344

§ l. Beschermde relatievormen 348

A. Personen verbonden door het huwelijk 349

B. Andere relatievormen 350

1. Samenleven . 352

2. Duurzame affectieve en seksuele relatie 355

3. De relatie/samenwoning bestaat nog of is voorbij 359

§ 2. Gevolgen 360

A. Strafverzwaring . 360

B. Ruimere bevoegdheden voor de procureur des Konings en de politie 364

1. Bevoegdheden in bet kader van het onderzoek en de strafvordering 365

2. Bevoegdheid tot uithuisplaatsing van de dader 369

a. Inspiratie voor de Wet betreffende het tijdelijk huisverbod .369

b. Het tijdelijk huisverbod opgelegd door de procureur des Konings 375

c. Verlenging van de maatregel door de familierechtbank. 384

d. Overtreding van het huisverbod 386

e. Compensatie bij een onterecht opgelegd huisverbod .388

C. Het optreden van verenigingen in de strafprocedure 389

D. Inperking van bet beroepsgeheim? 397

E. Burgerrechtelijke gevolgen 398

§ 3. Eindevaluatie 399

Afdeling II. Relatie tussen een kind en zijn ouders of andere bloedverwanten in de rechte lijn 400

§ 1. Wie is ouder, wie is kind? 401

A. Afstamming 40!

B. Adoptie .41 l

C. Vergissing omtrent de identiteit of hoedanigheid van het slachtoffer 414

§ 2. Bijzondere bescherming door middel van een verzwarende omstandigheid 414

A. Bijzondere bescherming van ascendenten tegen hun afstammelingen bij doodslag: ouderrnoord 415

B. Beperkt tweerichtingsverkeer met betrekking tot slagen en verwondingen en toedienen van schadelijke stoffen 418

C. Quasi-volkomen tweerichtingsverkeer met betrekking tot het onthouden van voedsel of verzorging 420

D. Bijzondere bescherming van afstammelingen tegen ascendenten bij genitale verminking, foltering en onmenselijke behandeling 420

1. Genitale verminking 421

2. Foltering en onmenselijke behandeling 423

E. Naar een meer uniforme benadering? 424

§ 3. Bijzondere bescherming via bijzondere strafbaarstellingen 426

A. Het onthouden van voedsel of verzorging aan een minderjarige of kwetsbare persoon 426

B. Parentale ontvoering 434

§ 4. Bijzondere bescherming via de uithuisplaatsing 443

§ 5. Eindevaluatie 443

Afdeling III. Relatie tussen bloedverwanten in de zijlijn tot de vierde graad. 444

§ 1. Wie zijn bloedverwanten in de zijlijn tot de vierde graad? 444

§ 2. Het slachtoffer is een meerderjarige 445

§ 3. Het slachtoffer is een minderjarige of kwetsbare persoon 445

§ 4 Eindevaluatie 446

Afdeling IV. Relatie tussen een minderjarige of kwetsbare persoon en de persoon die gezag over hem heeft of hem onder zijn bewaring heeft 446

§ 1. Bijzondere bescherming via verzwarende omstandigheden 448

§ 2. Bijzondere bescherming via een bijzondere strafbaarstelling 448

Afdeling V. Relatie tussen een minderjarige of kwetsbare persoon en de

personen met wie hij occasioneel of gewoonlijk samenwoont 449

Afdeling VL Relatie tussen een minderjarige of kwetsbare persoon en diegenen die de plicht hebben zorg voor hem te dragen 451

Afdeling VIL Relatie tussen erflater en erfgenaam 451

Hoofdstuk IV. Bijzondere bescherming tegen een bepaalde beweegreden of geestesgesteldheid 458

Afdeling I. Voorbedachtheid 458

§ 1. Begripsbepaling voorafgaand aan en bij de totstandkoming van het Strafwetboek 459

§ 2. Actueel begrip en toepassingsvoorwaarden 462

A. Het overdenken van het besluit om een misdrijf te plegen.463

1. Een besluit om een misdrijf te plegen 463

2. Het besluit moet overwogen en gepland zijn 463

3. Voldoende stabiele gemoedstoestand van de dader 464

4. Definitief karakter. 466

B. Tijdsverloop tussen besluit en uitvoering 467

§ 3. Misdrijven waarbij de voorbedachtheid een rol speelt. 471

§ 4. Constitutief bestanddeel of verzwarende omstandigheid? 472

§ 5. Voorwerp waarop de voorbedachtheid betrekking heeft 475

§ 6. Kritieken en bezwaren 479

Afdeling IL Discriminerende beweegredenen 482

§ 1. Gemeenschappelijke elementen 483

§ 2. Doodslag, opzettelijke slagen en verwondingen en het toedienen van schadelijke stoffen ui! discriminerende drijfveren 491

§ 3. Wederrechtelijke vrijheidsberoving, schuldig verzuim en opzettelijke brandstichting uit discriminerende drijfveren 495

§ c[. Het optreden van verenigingen in rechte 499

Afdeling m. Winstoogmerk 503

Afdeling IV. Het oogmerk het slachtoffer borg te doen staan voor de voldoening aan een bevel of een voorwaarde 504

Afdeling V. Het oogmerk het stemgedrag te beïnvloeden 511

Afdeling VI. Besluit: meer ruimte voor de beweegredenen van de dader? 511

Hoofdstuk V. Bijzondere bescherming tegen bepaalde handelwijzen 515

Afdeling L Gebruik van vergif of andere schadelijke stoffen .515

§ l. Het toedienen van stoffen 516

§ 2. Stoffen die aanleiding geven tot bestraffing 518

A. Vergiftiging: stoffen die min of meer snel de dood kunnen teweegbrengen 518

B. Het toedienen van schadelijke stoffen: stoffen die de dood kunnen teweegbrengen of de gezondheid zwaar kunnen schaden 522

 

C. De kwalificatie van de toediening van stoffen die leiden tot HIV-besmetting 524

§ 3. Het moreel bestanddeel. 527

A. Vergiftiging: het oogmerk om te doden 528

B. Het toedienen van schadelijke stoffen: algemeen opzet. 528

§ 1L Het ingetreden gevolg 53 l

A. Vergiftiging: de dood 53 l

B. Het toedienen van schadelijke stoffen: van ziekte tot de dood . 533

§ 5. Verzwarende omstandigheid of constitutief bestanddeel van bet misdrijf? 535

§ 6. Behoud of afschaffing van deze strafrechtelijke kwalificaties? 537

§ 7. Het veroorzaken van dronkenschap .543 Afdeling IL Foltering, onmenselijke en onterende behandeling .546

§ L Internationale aandacht voor foltering, onmenselijke en onterende behandeling 547

§ 2. Foltering 548

§ 3. Onmenselijke behandeling 552

§ 1L Onterende behandeling 555

Afdeling UI. Langdurig voortzetten van de inbreuk 557

Afdeling IV. Het creëren van een schijn van legitimiteit . 561

Afdeling V. Handelend onder bedreiging met de dood 562

Afdeling VI. Het vasthouden van een minderjarige in het buitenland 562

Afdeling VIL Belemmering van bet verkeer 563

Afdeling VIII. Brandstichting en andere vernielingen 570

§ 1. Brandstichting conform artikel 510 Sw 570

§ 2. Artikel 518 Sw.: brandstichting met lichamelijke gevolgen 577

A. Vernieling en onbruikbaarmaking 580

B. Overstroming 581

Afdeling IX. Handelen op een bepaalde plaats en/of tijdstip 581

§ 1. Tijdens de vergadering van een Wetgevende Kamer of een zitting van een hof of rechtbank 58 l

§ 2. Tijdens een voetbalwedstrijd 582

§ 3. Feiten gepleegd na ontzetting uit bet ouderlijk gezag 583

§ 1L Geweld in het kader van de kiesprocedure 584

§ 5. Feiten gepleegd tijdens een reis aan boord van een vliegtuig 585

§ 6. Feiten gepleegd tijdens een tocht aan boord van een schip 585

Hoofdstuk VL Bijzondere bescherming tegen bepaalde gevolgen 587

Afdeling I. Gemeenschappelijke elementen 588

§ 1. Schuldvereiste met betrekking tot de gevolgen 588

§ 2. Causaal verband tussen fysiek geweld en gevolg 597

§ 3. Strafbaarheid van de poging .602

§ 1L Laattijdig ingetreden gevolgen 602

Afdeling II. Bloedstorting 603

Afdeling III. Ziekte 604

§ 1. Een ziekte .604

§ 2. Een ongeneeslijk lijkende ziekte 606

Afdeling IV. Ongeschiktheid 608

§ 1. Ongeschiktheid tot het verrichten van persoonlijke arbeid 608

A. Tijdelijke ongeschiktheid 615

B. Blijvende ongeschiktheid 615

§ 2. Blijvende fysieke of psychische ongeschiktheid 616

§ 3. Besluit: nood aan terminologische coherentie 6 i 8

Afdeling V. Volledig verlies van (het gebruik van) een orgaan .

Afdeling VI. Zware of ernstige verminking .

Afdeling VIL Dood .

Afdeling VIII. Vruchtafdrijving .

Afdeling IX. Eindevaluatie 625

Besluit 630

Titel V. Fysiek interpersoonlijk geweld als middel tegen fysiek interpersoonlijk geweld 633

Hoofdstuk L Wettige verdediging 633

Afdeling I. Grondslag en aard van de wettige verdediging 634

§ 1. Grondslagen voor de wettige verdediging 635

A. Rechtsfilosofische grondslagen 635

B. Juridische grondslagen 638

C. Een 'werkgrondslag' voor de wettige verdediging 641

§ 2. Aard van de wettige verdediging 642

A. De wettige verdediging als mensenrecht 642

B. De wettige verdediging als rechtvaardigingsgrond 644

Afdeling IL Toepassingsgebied 648

§ 1. Van een beperkte naar een (quasi-lalgernene toepassing 648

§ 2. Onopzettelijke slagen en verwondingen uit wettige verdediging? . 650

§ 3. De verplaatsing van wettige verdediging naar Sw 654

Afdeling III. Toepassingsvoorwaarden 657

§ 1. Voorwaarden met betrekking tot de aanval 659

A. De aanval moet onrechtmatig zijn 659

B. De aanval moet gericht zijn tegen een persoon .667

1. De aanval op personen als toepassingsvoorwaarde de lege lata 668

2. Wat bij aanslagen op goederen? 670

a. De uitsluiting van aanslagen op goederen door de wetgever . 670

b. Debat over een uitbreiding naar aanslagen op goederen 673

c. Besluit .683

C. De aanval moet ernstig zijn 685

D. De aanval moet actueel zijn 695

§ 2. Voorwaarden met betrekking tot de verdedigingshandeling 700

A. Subsidiariteit 700

1. De vluchtplicht 704

2. Het gebruik van automatische verweermiddelen 712

 

B. Proportionaliteit. 715

C. De verdediging vindt plaats voor of tijdens de aanval 722

D. Is een verdedigingswil vereist? 725

E. Voorafgaande fout in hoofde van de verdediger 727

E Het verweer treft iemand anders dan de aanvaller 733

Afdeling IV. Vermoedens van wettige verdediging 733

§ 1. Aard van de situaties voorzien in artikel 417 Sw 734

A. Wat wordt vermoed in de situaties omschreven in artikel 417 Sw.? 734

B. Weerlegbaar of onweerlegbaar vermoeden? 736

1. Afweren van een inbraak bij nacht in een bewoond pand: weerlegbaar vermoeden 737

2. Verdediging tegen diefstal of plundering met geweid: onweerlegbaar vermoeden? 74 l

3. Besluit: twee weerlegbare vermoedens 742

§ 2. Afweren van een inbraak bij nacht in een bewoond pand 744

§ 3. Verdediging tegen diefstal of plundering met geweld 750

§ 4Evaluatie van de vermoedens uit artikel 417 Sw 753

Afdeling V. Alternatieven indien niet aan de toepassingsvoorwaarden is voldaan 754

§ 1. Putatief noodweer. 754

§ 2. Noodweerexces 759

A. Oplossingen naar Belgisch recht de lege fata 760

1. Onweerstaanbare dwang 762

2. Dwaling 764

3. De uitlokking 765

a. De uitlokking als verschoningsgrond.766

b. Uitlokking door zware gewelddaden tegen personen .

c. Uitlokking door inbraak in een bewoond pand, overdag gepleegd.792

cl. Gevolgen en toepassing van de uitlokking 797

e. Uitbreiding of afschaffing van de uitlokking? .803

4. Verzachtende omstandigheden 805

B. Noodweerexcesbepalingen in rechtsvergelijkend perspectief . 806

C. Nood aan een noodweerexcesbepaling in België? 813

Afdeling VI. Besluit .8 l 6

Hoofdstuk II. Burgerarrest of 'citizen's arrest' 817

Afdeling I. De dader pleegde een misdaad of wanbedrijf 819

Afdeling II. De dader werd op heterdaad betrapt. 819

Afdeling III. Welke mate van geweld mag bij het vasthouden worden gebruikt? .824

Afdeling IV. Aangifte bij de openbare macht. 828

Titel VI. Besluit 831

Hoofdstuk L Het bestaande juridische kader in een notendop 832

Afdeling I. Uitgangspunten van het bestaande kader 832

Afdeling IL De basismisdrijven 833

Afdeling ITI. Bijzondere beschermingsregimes 834

Afdeling IV. Het gebruik van fysiek interpersoonlijk geweld tegen fysiek interpersoonlijk geweld 836

Hoofdstuk IL Richtsnoeren ter verbetering van het huidige juridische kader 836

Hoofdstuk IIT. Richtsnoeren voor het hertekenen van het juridische kader 841

Hoofdstuk IV. Slotbeschouwing 844

Bibliografie 847

Lijst van gehanteerde afkortingen 905

Trefwoordenregister 911

Gerelateerd
Bibliotheek
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve
Aangemaakt op: do, 13/11/2014 - 15:46
Laatst aangepast op: do, 13/11/2014 - 16:22

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.