-A +A

Fraus omnia corrumpit

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Publicatie
Auteur: 
E. Wellekens
Uitgever: 
Ugent
Jaargang: 
2010-201
Samenvatting
Inhoudstafel tekst: 

INLEIDING
HOOFDSTUK 1: Het ontstaan en de situering van het beginsel fraus omnia corrumpit
I. Ontstaansgeschiedenis . 10
II. Fraus omnia corrumpit is een algemeen rechtsbeginsel. 11
A. Het algemeen rechtsbeginsel is een bron van recht: omschrijving, functie en indeling 11
B. Is fraus omnia corrumpit terecht een algemeen rechtsbeginsel? . 13
C. Wanneer kan een algemeen rechtsbeginsel cassatietechnisch worden aangenomen? . 14
III. Fraus omnia corrumpit interfereert met andere algemene rechtsbeginselen. 15
A. Fraus omnia corrumpit is de uitdrukking van het algemene principe van de goede
trouw. 15
B. Fraus omnia corrumpit is een beperking op het beginsel van de contractvrijheid . 17
1. Het beginsel van de wilsautonomie . 17
2. Het beginsel van de contractsvrijheid. 18
IV. Onderzoeksmethode: inductie en deductie . 19
HOOFDSTUK 2: Fraus omnia corrumpit is verweven in het Burgerlijk Wetboek
I. Art. 1167 BW – De actio pauliana. 21
A. Begrip . 21
B. Grondslag . 22
1. Onenigheid in de doctrine. 22
2. Wie heeft het bij het rechte eind? . 24
C. Toepassingsvoorwaarden . 26
1. Benadeling van de schuldeiser . 27
2. Anterioriteit van de schuldvordering. 28
a) Principe . 28
b) Uitzondering op de anterioriteitsvoorwaarde: subjectief bedrog. 29
3. Bedrog van de schuldenaar. 31
4
4. Medeplichtigheid van de derde?. 33
a) Rechtshandeling ten bezwarende titel. 33
b) Rechtshandeling ten kostenloze titel. 33
D. Gevolgen van de pauliaanse vordering . 34
1. De niet-tegenwerpbaarheid van de aangevochten handeling. 34
a) Relatieve niet-tegenwerpbaarheid als sanctie… . 34
b) … te beschouwen als een herstel in natura? . 35
c) En wat met fraus omnia corrumpit? . 37
2. Geen samenloop met de schuldeisers van de schuldenaar en van de derde
medecontractant . 38
a) Samenloop met de schuldeisers van de schuldenaar. 38
b) Samenloop met de schuldeisers van de derde. 38
II. Art. 1353 BW – Het bewijs door vermoedens. 39
III. Art. 1116 – Bedrog als wilsgebrek . 40
A. Toepassingsvoorwaarden . 40
1. Materieel aspect – kunstgrepen . 41
2. Moreel aspect – bedrieglijk inzicht (kwade trouw). 41
3. Deteminerend karakter van de bedrieglijke kunstgreep . 41
4. Bedrog moet uitgaan van de wederpartij. 42
B. Het gevolg van het bedrog: de dwaling. 42
1. De dwaling moet niet verschoonbaar zijn . 42
IV. Art 1690, al. 3 B.W. – Tegenwerpbaarheid aan derden van de overdracht van
schuldvorderingen . 43
V. Exoneratiebeding – Verbod van exoneratie voor eigen opzet . 44
HOOFDSTUK 3: De toepassing van fraus omnia corrumpit in de rechtspraak van het
Hof van Cassatie
I. Cassatie 23 september 1977 – Dwaling tengevolge van bedrog moet niet verschoonbaar
zijn . 47
5
A. Het standpunt van het Hof van Cassatie. 47
B. Verdeeldheid in de doctrine . 48
1. Een juridisch-technisch argument: een correcte toepassing van de regels van de
aquiliaanse aansprakelijkheid vereist een verdeling van de aansprakelijkheid. 49
2. Het rechtsvergelijkend argument. 50
3. Het rechtspolitieke argument: aantasting van de rechtszekerheid. 51
II. Cassastie 3 oktober 1997 – Definitie van “fraus” . 53
III. Cassatie 6 november 2002 – Uitzondering op het principe van de
aansprakelijkheidsverdeling in geval van een samenloop van een opzettelijke fout van een
derde en een onopzettelijke fout van het slachtoffer. 55
A. Het standpunt van het Hof van Cassatie. 55
B. Feitenconstellatie. 56
C. Fraus omnia corrumpit: grondslag voor een jurisprudentiële uitzondering op de
equivalentietheorie? . 57
1. De equivalentietheorie . 57
2. Een warm onthaal door de feitenrechter en de doctrine . 57
3. Maar toch niet vrij van kritiek: vragen bij de motivering van het arrest . 59
a) “Fraus omnia corrumpit” vereist een rechtshandeling. 60
b) “Fraus omnia corrumpit” en de opzettelijke fout: een te ruime invulling van het
algemeen rechtsbeginsel. 62
(1) Definiëring van de opzettelijk fout. 62
(2) Opzettelijke fout is niet gelijk te stellen aan een bedrieglijke fout…. 63
(3) … Of juist wel?. 65
(4) Wat met de fout van het slachtoffer?. 65
c) Draagt een andere grondslag de voorkeur?. 66
D. Het standpunt van het Hof van Cassatie: vervolg . 67
IV. Cassatie 19 maart 2004 – Fraus omnia corrumpit als zelfstandige juridische rechtsgrond
69
6
A. Feitenconstellatie. 69
B. Standpunt van het Hof van Cassatie. 69
1. De niet-tegenwerpbaarheid van de bedrieglijk beoogde rechtsgevolgen principiële
sanctie. 70
2. Fraus omnia corrumpit als autonome rechtsgrond . 70
3. De derde is verplicht zijn medewerking aan bedrog te weigeren . 71
V. Cassatie 2 oktober 2009 – Geen uitzondering op het principe van de
aansprakelijkheidsverdeling in geval van een samenloop van een opzettelijke en een
onopzettelijke fout tussen derden. 73
A. Standpunt van het Hof van Cassatie. 73
B. Feitenconstellatie. 74
C. De invloed van een opzettelijke fout bij in solidum aansprakelijkheid. 74
1. De regel van de in solidum aansprakelijkheid. 74
2. De invloed van de opzettelijke fout op de interne aansprakelijkheidsverdeling tussen
medeschuldenaren: fraus omnia corrumpit?. 76
D. Standpunt van het Hof van Cassatie (vervolg) – arrest van 16 mei 2011 . 79
VI. Cassatie 18 maart 2010 – Dwaling ten gevolge van bedrog moet niet verschoonbaar zijn
ongeacht de aard van de fout van het slachtoffer. 81
A. Feitenconstellatie. 81
B. Standpunt van het Hof van Cassatie. 81
VII. Cassatie 3 maart 2011 – Nuanceert het Hof van Cassatie het begrip “opzettelijke fout”?83
A. Feitenconstellatie. 83
B. Arrest van 24 november 2006 van het Hof van Beroep te Luik . 84
C. Standpunt van het Hof van Cassatie. 85
D. Eigen slotbeschouwing. 86
HOOFDSTUK 4: Theorie van het algemeen rechtsbeginsel fraus omnia corrumpit
I. Definitie vs. omschrijving. 88
1. Definitie van fraus omnia corrumpit. 88
7
2. Omschrijving van fraus omnia corrumpit. 89
II. Toepassingsvoorwaarden . 90
A. Objectief criterium – foutieve gedraging . 90
B. Subjectief criterium – bedrieglijke gedraging. 91
1. Algemeen . 91
2. De evolutie van het begrip “bedrog”. 92
3. Schade is geen toepassingsvoorwaarde. 94
III. De sanctie van fraus omnia corrumpit. 94
A. Niet-tegenwerpbaarheid van de bedrieglijk beoogde rechtsgevolgen. 94
B. Bedrieger kan zich niet op de fout van het slachtoffer beroepen . 97
IV. Fraus omnia corrumpit is een autonome rechtsfiguur. 99
BESLUIT
BIBLIOGRAFIE
I. Rechtspraak. 103
A. Binnenlandse rechtspraak. 103
1. Hof van Cassatie. 103
2. Lagere hoven en rechtbanken. 104
B. Buitenlandse rechtspraak. 105
1. Frankrijk . 105
2. Nederland . 106
II. Rechtsleer. 106

Gerelateerd
Bibliotheek
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve
Aangemaakt op: do, 10/11/2016 - 18:01
Laatst aangepast op: do, 10/11/2016 - 18:01

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.