-A +A

Due Diligence

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Publicatie
Auteur: 
Verleisdonck Yvette
Auteur: 
Janssens Elke
Auteur: 
Wilkenhuysen Margaretha
Boek: 
Tweede herwerkte editie
Uitgever: 
Larcier
Jaargang: 
2011
ISBN nummer: 
9782804445645
Samenvatting
Inhoudstafel tekst: 

De Bibliotheek Handelsrecht Larcier . I
Voorwoord bij de Reeks Vennootschaps- en Financieel Recht . . III
HOOFDSTUK I. HET BEGRIP DUE DILIGENCE,
INLEIDING EN SITUERING . 1
Afdeling 1. Begrip ‘due diligence’ . . 1
Afdeling 2. Vormen van due diligence onderzoek . . 2
§1 Financiële due diligence . 3
§2 Operationele due diligence . 5
§3 Juridische due diligence . 6
Afdeling 3. Context van due diligence onderzoek . . 6
§1 Overname van onderneming . . 7
§2 Beursintroductie . 9
§3 Publieke uitgifte van aandelen of andere effecten . . 9
§4 Investering in de vennootschap . 9
S5. Financiering van de vennootschap . 10
§6 Reorganisatie . . 10§amenwerking tussen of fusie van ondernemingen . 10
Afdeling 4. Gebruik van het due diligence rapport . 11
§1 Verifiëren van uitgangspunten en veronderstellingen . . 11
§2 Inschatting betrouwbaarheid verkoper en interne rapportering . 11
§3 Invulling juridische onderzoeksplicht van koper . 11
§4 Beter voorkomen dan ‘genezen ’ . 11
S5. Formuleren van garanties en waarborgen . . 12
§6. Toekomstige herstructureringen . 1 2
HOOFDSTUK II. DUE DILIGENCE IN HET BELGISCH RECHT . 13
Afdeling 1. Inleiding . 13
Afdeling 2. Vrijwaring voor uitwinning . 14
Afdeling 3. Vrijwaring voor verborgen gebreken . 15
§1 Toepasselijkheid bij verkoop van aandelen . 16
§2 Positie van de verkoper . 17
§3 Positie van de koper . 18
§4 Conclusie . . 18
Afdeling 4. Culpa in contrahendo . . 19
S1 Juridische grondslag . 19
S2 Onjuiste informatie . 21
S3 Onvolledige informatie . 23
A. Informatieverstrekker kende of behoorde het feit te kennen . . 24
Informatieontvanger kende het feit niet en behoorde het feit niet te kennen . 25§4. Conclusie . . 27
Afdeling5. Bedrog . 29
S1 Kunstgrepen . 30
Opzet . . 33§3. Conclusie . . 34
Afdeling6. Dwaling . 34
§1 Zelfstandigheid van de zaak . 35
§2 Dwaling gemeen aan partijen . . 37
§3 Verschoonbaarheid . 38
§4 Conclusie . . 40
HOOFDSTUK III. DE ORGANISATIE VAN HET DUE DILIGENCE
ONDERZOEK . 41
Afdeling 1. Geheimhoudingsovereenkomst . 41
§1. Definitie ‘vertrouwelijke informatie ’. 42
§2. Geen openbaarmaking en geen misbruik vertrouwelijke informatie . 43
§3. Forfaitaire schadevergoeding . . 44
§4. Bijkomende bepalingen . 46
Afdeling 2. Timing van het due diligence onderzoek . 47
§1. Vóór aanvang onderhandelingen . . 47
§2. Na ondertekening van een intentieverklaring . . 47
§3. Na afsluiting bindende koop-verkoopovereenkomst . 52
Afdeling 3. Organisatie van het due diligence onderzoek . 54
S1 Due diligence vragenlijst . 59
S2 Dataroom . . 59
S3 Dataroom regels . 61
S4 Inhoud en omvang van het due diligence onderzoek . 62
A. Uitgebreid due diligence onderzoek en uitgebreide rapportering . . 62
B. Uitgebreid due diligence onderzoek en beperkte rapportering . 63
C. Due diligence onderzoek met drempelwaardes . 64
D. Due diligence onderzoek gericht op belangrijke onderwerpen . 64
§5. Gebruik van de resultaten van het due diligence onderzoek . 64
HOOFDSTUK IV. DUE DILIGENCE EN BESTUURDERS. . 66
Afdeling 1. Geheimhoudingsverplichtingen van bestuurders van een vennootschap . . 67
§ 1. Mededeling van fabrieksgeheimen (art. 309 Sw.) . . 67
§2. Arbeidsrechtelijke geheimhoudingsplicht: artikel 17, 3° van de wet van 3 juli 1978 betreffende de arbeidsovereenkomsten . 68
§ 3. Vennootschapsrechtelijke geheimhoudingsplicht . . 70
Afdeling 2. Afweging tussen vennootschapsbelang en discretieplicht. 73
Afdeling3. Randvoorwaarden . 76
Afdeling 4. Due diligence en het gelijkheidsbeginsel . 77
§ 1. Interne gelijkheid . . 77
§ 2. Externe gelijkheid . . 79
HOOFDSTUK V. DUE DILIGENCE IN GROEPEN VAN ONDERNEMINGEN . 81
Afdeling 1. Inleiding – Het concept ‘groep’ gezien vanuit het vennootschapsrecht . 81
§1. Afbakening en karakteristieken . 81
A. Inleiding . . 81
B. Karakteristieken . . 82
C. Regels van toepassing op de groepen van vennootschappen. 83
§2. Vertegenwoordiging van de moedervennootschap in de raad van bestuur van de dochtervennootschappen . 84
A. Inleiding . . 84
B. De moedervennootschap als bestuurder . 85
C. De moedervennootschap als feitelijk bestuurder . . 88
D. Dual loyalty. 90
Afdeling 2. Groepsbelang versus vennootschapsbelang . 91
§1 Het recht op informatie van de moedervennootschap . . 91
§2 Het begrip ‘vennootschapsbelang’ . 91
§3 Het begrip ‘groepsbelang’. . 92
§4 De verhouding tussen het vennootschaps- en het groepsbelang . 93
§5 Groepsbelang vs. vennootschapsbelang en due diligence . . 96
A. De notulen van de vennootschap . . 96
B. Belangenconflict als bestuurder . 97
1. Inleiding . 97
2. Toepassingsgebied . . 98
3. Procedure . . 99
4.Sancties . 101
§ 6. Gevolgen verbonden aan een schending van het vennootschapsbelang. 102
A. Actiemogelijkheden in geval van een schending van het vennootschapsbelang . . 102
1. Inleiding . 102
2. Bestuurdersaansprakelijkheid . . 103
3. Aanstelling van een voorlopig bewindvoerder . . 103
4. Misbruik inzake meerderheid . . 103
5. Misbruik van vennootschapsgoederen . . 104
HOOFDSTUK VI. DUE DILIGENCE IN BEURSGENOTEERDE
ONDERNEMINGEN . 108
Afdeling 1. Inleidende beschouwingen . . 108
§ 1 Afbakening van het onderwerp . 108
§ 2 De genoteerde vennootschap en de verschillende soorten informatie waarmee ze wordt geconfronteerd . 109
Afdeling 2. Procedure die moet worden gevolgd om een due diligence onderzoek
mogelijk te maken . . 111
§1. Inleidende beschouwingen . 111
§2. De beslissing van de raad van bestuur tot vrijgave van informatie . 112
A. Notulen van de raad van bestuur . . 112
B. Belangenconflict van de bestuurders of aandeelhouders. 113
C. Informatie aan de CBFA . . 114
§3. Belangenconflict als aandeelhouder binnen een beursgenoteerde groep . 116
A. Inleiding . . 116
B. Toepassingsgebied . 116
1. Inleiding . 116
2. De onderworpen verrichtingen . 117
3. Alle betrekkingen tussen een genoteerde vennootschap en een
verbonden vennootschap . 119
4. Alle betrekkingen tussen een dochtervennootschap van een genoteerde vennootschap en een met deze dochtervennootschap
verbonden vennootschap . 121
5. Corporate opportunities . 122
C. De procedure in geval van een belangenconflict . 123
D. Sanctieregeling . 124
HOOFDSTUK VII. VERWERKING VAN DE RESULTATEN VAN
HET DUE DILIGENCE ONDERZOEK .125
Afdeling 1. Einde van de onderhandelingen – Deal breaker. 125
Afdeling 2. Voorwerp en structuur van de transactie – aandelentransactie versus activatransactie . 126
§ 1. De aandelentransactie . 126
§ 2. De activatransactie . 127
A. Het bijzonder regime van de inbreng of overdracht van een bedrijfstak of algemeenheid in overeenstemming met respectievelijk de artikelen
678, 759 en volgende en 770 en volgende W.Venn . 128
B. De overdracht van een activiteit overeenkomstig de regels van het
Burgerlijk Wetboek . 129
Afdeling 3. Prijsmechanisme en bankgarantie of escrow . 129
§ 1 Prijs en prijsaanpassing . 129
§ 2 Bankgarantie of geblokkeerde rekening . 130
Afdeling 4. Opschortende voorwaarden in de overnameovereenkomst . 132
Afdeling 5. Verklaringen en Garanties – Specifieke vergoedingsverplichtingen bekendmakingsbrief (‘disclosure letter’) . 134
§ 1 Verklaringen en Garanties . 135
§ 2 Bijzondere vergoedingen of ‘Specific Indemnities’ . 138
§ 3 Bekendmakingsbrief – Disclosure Letter . . 139
A. Algemene bekendmakingen . 140§pecifieke bekendmakingen . 140
B. Bekendmaking van de dataroom . . 141
Afdeling 6. Kennis en voorbeeldbepalingen inzake het gevoerde due diligence onderzoek . . 141
Afdeling 7. Contractuele vorderingen . . 145
§1. Mechanisme . 145
§ 2. Aansprakelijkheidsbeperkingen . 146
A. Tijd . 147
B. Bedrag . 147
Bibliografie. . 149
Trefwoordenregister . 157

Beschrijving van dit werk door de uitgever:

Tegenwoordig is het ook in de Belgische praktijk gebruikelijk om een due diligence onderzoek uit te voeren voorafgaand aan transacties zoals de overname van een onderneming, een beursnotering of het verlenen van financiering.

Deze tweede bijgewerkte editie is een studie van een aantal aspecten die met due diligence samenhangen, zoals de motieven voor het doen van een due diligence onderzoek, de praktische organisatie ervan en de inpassing van het begrip 'due diligence' in het Belgisch recht. Deze onderwerpen worden met name behandeld in de context van de overname van een onderneming, maar de bevindingen zijn ook relevant voor andere situaties.
Verder besteedt het werk aandacht aan de betrokkenheid van aandeelhouders en bestuurders bij het due diligence proces. Ook wordt ingegaan op due diligence onderzoek in groepen van ondernemingen en de bijzondere situatie van beursgenoteerde ondernemingen.
Ten slotte behandelt het werk het gebruik van de bevindingen van het onderzoek bij het opstellen van garanties en waarborgen en de rechtsgronden, zoals dwaling, bedrog en culpa in contrahendo, voor het inroepen van de nietigheid van de koopovereenkomst en het indienen van claims voor schadevergoeding in geval de informatie gegeven tijdens het due diligence onderzoek niet volledig of onjuist is

De auteurs hebben ruime praktijkervaring met het uitvoeren van onderzoeken in het kader van een overname van onderneming.
De materie werd bijgehouden tot 1 maart 2011. De voetnoten werden grondig bijgewerkt en geactualiseerd ten opzichte van de vorige editie (2007).
 

Gerelateerd
Bibliotheek
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve
Aangemaakt op: za, 03/12/2011 - 14:49
Laatst aangepast op: za, 03/12/2011 - 14:51

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.