-A +A

Dieren als quasi-goederen

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Publicatie
Auteur: 
Van De Voorde J
Tijdschrift: 
Rechtskundig Weekblad
Uitgever: 
Intersentia
Jaargang: 
2016-2017
Pagina: 
203
Samenvatting

Beschouwingen over de juridisch-technische wenselijkheid van een bijzonder statuut voor dieren tussen goederen en rechtssubjecten

Inhoudstafel tekst: 

I. De mars naar een bijzonder statuut voor dieren

1. Dieren: steeds vaker quasi-goederen.

2. Plan.

3. Afbakening.

4. Methodologie. Het onderzoek is rechtsvergelijkend, waarbij in het bijzonder gekeken wordt naar het Zwitserse, Nederlandse, Franse en Duitse recht. Deze landen hebben alle formeel het dier onttrokken aan het goederenrecht. Het Zwitserse recht heeft daarenboven een groot aantal concrete wijzigingen aan de vermogensrechtelijke toestand van het dier aangebracht, terwijl andere landen meer terughoudend zijn gebleven.

II. Het ethische statuut van het dier

A. Inleiding

5. Ethiek als mijnenveld.

6. Gelijkenissen tussen dier en mens.

7. Gelijk gewicht van belangen van dier en mens?

B. Dieren als moreel subject? Of: hebben dieren rechten?

8. «Dieren hebben rechten».

9. Bezwaren.

10. Analoge redenering voor rechtspersoonlijkheid.

C. Beschermwaardigheid als moreel object?

11. Inleiding.

1° Inherente waardigheid of waarde van dieren

12. Inherente waardigheid door bezit van «brokken» rationaliteit.

13. Inherente waarde als pijn voelende wezens.

2° Instrumentele waarde van dieren

14. Dieren liggen na aan het hart van velen.

15. Menselijke empathie.

16. Slechte behandeling van dieren vermindert «menselijkheid».

III. Rechtstheoretische pijnpunten van het dier als quasi-goed

A. Een derde categorie naast rechtssubjecten en goederen?

1° Quasi-goederen: tussen rechtssubjecten en goederen

a) Erkenning van quasi-goederen

17. Frankrijk.

18. Oostenrijk.

19. Inhoud van de derde categorie

b) Minder verregaande «verheffingen» van dieren

20. Soms: nieuwe soort binnen de goederen?

21. Soms duidelijke bevestiging van dieren als goederen.

22. Centres d’intérêts: begrip

23. Inderdaad grijze zones, maar nog te veel onduidelijkheid.

B. De definities van goederen en zakelijke rechten

24. «Oude» definities.

25. Herdefinitie nodig?

C. Appreciatie

1° Foute redenering om tot een derde categorie naast goederen en rechtssubjecten te komen?

26. Hoedanigheid van goed = volledige toepassing van goederenrecht.

27. Goederen zonder onverkorte toepassing van het goederenrecht.

28. Goederen zonder onverkorte toepassing van het goederenrecht (vervolg).

29. Goederen zonder onverkorte toepassing van het goederenrecht (besluit).

2° Waarom zich beperken tot dieren?

30. Intrinsieke waarde en verregaande beperkingen ook elders aanwezig.

3° Inhoudsloosheid leidt tot een nutteloze categorie

31. Kwalificeren als het aanwijzen van de toepasselijke regels.

32. Dieren als zinloze categorie.

4° Tussenbesluit

33. Wezenlijke twijfels dus mogelijk over de derde categorie naast goederen en rechtssubjecten.

34. Een nieuwe categorie binnen de goederen: beter te verdedigen.

IV. Enkele pijnpunten van de huidige regelingen

35. Geen precisering van het aanknopingspunt.

36. Onduidelijkheden over welke dieren bedoeld worden.

V. (Mogelijke) aanpassingen van de wet aan de bijzondere aard van dieren

A. Inleiding

37. Plan.

38. Zwitserland als «gidsland».

39. Onberoerd gelaten regels.

B. Voorlopers

40. Dierenbescherming.

41. Onbeslagbaarheid.

42. Andere regels.

C. Mogelijke wijzigingen van het Belgische goederenrecht (en vermogensrecht)

1° Verkorte termijn bij verkrijgende verjaring

43. Verkorte verkrijgende verjaring.

44. België: minder behoefte aan verkrijgende verjaring door art. 2279 BW.

45. Alternatief: revindicatie beperken tot de waarde?

2° Verkorte termijn voor toebedeling aan de vinder

46. Vondst als wijze van eigendomsverkrijging.

47. Niet relevant in België.

48. Toewijzing krachtens wet op dierenbescherming.

49. Quid voor de verkrijgende verjaring?

3° Herleiding van de schadebeperkingsplicht

50. Schadebeperkingsplicht ook bij dieren.

51. Loutere wanverhouding tussen waarde en behandeling geen foutieve kost.

52. Vooralsnog best door rechtspraak.

53. Reeds bestaande rechtspraak.

54. Zijdelings steunende rechtspraak.

4° Legaten aan dieren

55. Herkwalificatie van legaten aan dieren

56. Overname?

57. Bijkomende overwegingen.

5° Uitonverdeeldheidtreding door preferentiële toewijzing

58. Preferentiële toewijzing.

59. Nut?

60. Rechtspraak in België.

61. Franse rechtspraak.

62. Wenselijkheid van een ruimere regeling?

6o Teruggaveplicht na nietigheid of ontbinding afhankelijk gemaakt van psychisch welzijn van het dier

63. Psychisch welzijn.

64. Overname

D. Appreciatie

65. Betere geschiktheid.

VI. Besluit: substance over form

66. «Derde categorie» (naast rechtssubject en goed) niet wenselijk.

67. Concrete wijzigingen wel haalbaar.

68. Enkele verdere suggesties.

Bronverwijzingen

• E. Dirix, «Dieren zijn geen zaken», RW 2014-15, 1122.

• J.-P. Marguénaud, «L’entrée en vigueur de «l’amendement Glavany»: un grand pas de plus vers la personnalité juridique des animaux», RSDA 2014, afl. 2, (15) 15-44;

• F. Marchadier, «L’animal, objet de propriété (?)» in M. Boudot en D. Veillon (eds.), Les propriétés. Université d’été facultatis iuris Pictaviensis, Parijs, LGDJ, 2016, (83) 83-98.

• R. Libchaber, «La souffrance et les droits. A€ propos d’un statut de l’animal», D. 2014, (380), p. 380-381, nrs. 1-2

• J.E. Jansen, «Over de ontzakelijking van dieren en de grenzen van het zaaksbegrip», RM Themis 2011, (187) 187-201.

• G. Mühe, «Das Gesetz zur Verbesserung der Rechtsstellung des Tieres im bürgerlichen Recht», NJW 1990, (2238) 2238-2240.

• F. Glansdorff, «Plaidoyer pour un statut de l’animal dans le Code civil» in Contestation, combats et utopies. Liber amicorum Christine Matray, Brussel, Larcier, 2015, (191) 191-204.

• R. Verbeke, «Dierenrechten», Juristenkrant 20 april 2011, 10.

• S.E. Bartels, A.I.M. van Mierlo en H.D. Ploeger, Algemeen goederenrecht in Mr. C. Assers Handleiding tot de beoefening van het Nederlands Burgerlijk Recht, Deventer, Kluwer, 2013, p. 53, nr. 62

• P. Bydlinski, Grundzüge des Privatrechts, Wenen, Manz, 2010, p. 94, nr. 293;

• H. Koziol, P. Bydlinski en R. Bollenberger (eds.), ABGB Kurzkommentar, Wenen, Verlag Österreich, 2014, 292.

• A. Peukert, Güterzuordnung als Rechtsprinzip, Tübingen, Mohr Siebeck, 2008, 215, voetnoot 19;

• F. Baur, J.F. Baur en R. Stürner, Sachenrecht, München, C.H. Beck, 2009;

• Chr. Berger, H.-P. Mansel, A. Stadtler, R. Stürner en A. Teichmann, Jauernig. Bürgerliches Gesetzbuch mit Allgemeinem Gleichbehandlungsgesetz (Auszug). Kommentar, München, Mohr Siebeck, 2014, 37.

• Chr. Chatillon, «Le récent amendement concernant l’animal: quand la loi se mêle de faire des aphorismes tout ensemble des paradoxes (la plume d’Oscar Wilde en moins ...) et où Shylock rencontre Tartuffe», Un peu de droit 5 mei 2014, www.unpeudedroit.fr;

• G. Loiseau, «L’animal et le droit des biens», RSDA 2015, (423) 427-428

• F. Marchadier, «L’animal du point de vue du droit civil des personnes et de la famille après l’article 515-14 du Code civil», RSDA 2015, (433) 433-434.

• O. Kälin, Der Sachbegriff im schweizerischen ZGB, Zürich, Schulthess, 2002, 138 («Fraglich dabei bleibt aber, ob eine einzelne Norm, die den Tieren einen Sonderstatus verleiht, zweckmässig ist, oder ob nicht umfassendere Bestimmungen formuliert werden sollten»).

• G. Loiseau, «L’animal et le droit des biens», RSDA 2015, (423) 427-428.

• M. Delnoy, «La personnalité (juridique) de Paul: Paul a-t-il des droits? Les animaux et les droits subjectifs», Rev.dr.ULg 2011, (259) 260.

• R. Gielen, Dier en recht: mensenrechten ook voor dieren?, Antwerpen, Maklu, 2000, 57-112;

• J.-P. Marguénaud, L’animal en droit privé, Parijs, PUF, 1992, 577 p. (Frans recht).

13 P. Wenz, Environmental Justice, Albany, State University of New York, 1988, 310 e.v.;

• K. Waelbers, F. Stafleu en F. Brom, «Not All Animals Are Equal. Differences in Moral Foundations for the Dutch Veterinary Policy on Livestock and Animals in Nature Reservations», Journal of Agricultural and Environmental Ethics 2004, (497) 510-511

• F. Meijboom, Houden van dieren. Over morele rechtvaardiging, doelen en waarden bij het houden van dieren, Utrecht, Universiteit Utrecht, 2012, 38.

• J. Doomen, «Of Mosquitoes and Men: The Basis of Animal and Human Rights», Croation Journal of Philosophy 2015, afl. 43, (37) 40-42;

• X, «The Grammar of Goodness. An Interview with Philippa Foot», The Harvard Review of Philosophy 2003, (32) 34. Zie ook: P. Foot, «Morality as a System of Hypothetical Imperatives», Philosophical Review 1972, (305) 312.

• P. Singer, Animal Liberation, New York, HarperCollins, 2009, 5.

• A. Moseley, «Egoism», Internet Encyclopedia of Philosophy, www.iep.utm.edu/egoism/. Ethisch egoïsme is een minderheidspositie binnen de ethiek (P. Foot, o.c., Philosophical Review 1972, (305) 306).

• B. Bovenkerk, «Dierethiek of dierideologie», Bij Nader Inzien 19 november 2014, https://bijnaderinzien.org/2014/11/19/dierethiek-of-dierideologie/.

18 Bv. R. Libchaber, o.c., D. 2014, p. 380-381, nrs. 1-2.

• K. Raes, «Rechten van dieren of een juridisch statuut voor beschermenswaardige goederen? De natuur als ethisch object» in R. Foqué en S. Gutwirth (eds.), Vraagstukken van milieurechtelijke begripsvorming, s.l., Gouda Quint, 2000, (311) 311-336;

• J. Gaakeer, «De rechtvaardige kent het leven van zijn dier?» in R. Foqué en S. Gutwirth (eds.), Vraagstukken van milieurechtelijke begripsvorming, s.l., Gouda Quint, 2000, (281) 281-309

• H. Würbel, «Ethology Applied to Animal Ethics», Applied Animal Behaviour Science 2009, afl. 3-4, (118) 123-124).

• L.U. Sneddon, R.W. Elwood, S.A. Adamo en M.C. Leach, «Defining and Assessing Animal Pain», Animal Behaviour 2014, (201) 201-202;

• M. Barrot, «Tests and Models of Nociception and Pain in Rodents», Neuroscience 2012, vol. 211, (39) 39;

• E. Aaltola, Animal Suffering: Philosophy and Culture, Basingstoke, Palgrave Macmillan, 2012, 5 e.v.

• R. Descartes, Discours de la méthode, Leiden, Maire, 1637, 56 e.v.;

• F. Ost, La nature hors la loi: l’écologie à l’épreuve du droit, Parijs, La Découverte, 1995, 211

• D. Boon, «Over het dier als rechtssubject» in J.P. Loof en P.B. Cliteur (eds.), Mensenrechten. Dierenrechten. Ecosysteemrechten, Leiden, Stichting NJCM-Boekerij, 1997, (61) 69

• T. Rivas, Onrechtvaardig diergebruik: essays over dieren, ethiek en veganisme, s.l., Athanasia Producties, 2011, 97;

• M. Drenthen, Grenzen aan wildheid. Wildernisverlangen en de betekenis van Nietzsches moraalkritiek voor de actuele milieu-ethiek, Budel, Damon, 2003, 170

• T. Regan, The Case for Animal Rights, Berkeley, University of California Press, 2004, 243: «Individuals are subjects-of-a-life if they have beliefs and desires;

• R.L. Sandler, The Ethics of Species, Cambridge, Cambridge University Press, 2013, 41.

• X. Dijon, Droit naturel, I, Les questions du droit, Parijs, PUF, 1998, 130-131;

• B. Brouwer, «Echte rechten?» in J.P. Loof en P.B. Cliteur (eds.), Mensenrechten. Dierenrechten. Ecosysteemrechten, Leiden, Stichting NJCM-Boekerij, 1997, (75) 76;

• O. Le Bot, «Des droits fondamentaux pour les animaux: une idée saugrenue?», RSDA 2011, afl. 1, (11) 20 (enkel mensen hebben vrijheid).

• K. Raes, o.c., in R. Foqué en S. Gutwirth (eds.), Vraagstukken van milieurechtelijke begripsvorming, 324.

• G. Farjat, «Entre les personnes et les choses, les centres d’intérêts. Prolégomènes pour une recherche», RTD civ. 2002, (221) 238;

• A. Wood, «Kant on Duties Regarding Nonrational Nature», Aristotelian Society Supplementary Volume 1998, (189) 200-202.

• Bentham, The Principles of Morals and Legislation, hoofdstuk XVII, section 1 («The Question Is not Can They Reason? Or Can They Talk? But Can They suffer?»);

• T. Regan en P. Singer (eds.), Animal Rights and Human Obligations, Englewood Cliffs, Prentice-Hall, 1976, 129-130;

• J. Vorstenbosch en B. Bovenkerk, «Dieren in het recht, een knagend probleem: De discussie over een verbod op de nertsenfokkerij», Nederlands tijdschrift voor Rechtsfilosofie en Rechtstheorie 2001, afl. 3, (226) 233

• J.-P. Marguénaud, «Une révolution théorique: l’extraction masquée des animaux de la catégorie des biens», JCP G 2015, 495.

• V.A. Mathur, B.K. Cheona, T. Harada, J.M. Scimeca en J.Y. Chiao, «Overlapping Neural Response to the Pain or Harm of People, Animals, and Nature», Neuropsychologia 2016, (265) 265-273;

• H. Würbel, o.c., Applied Animal Behaviour Science 2009, afl. 3-4, (118) 120-121;

• J. Kazez, Animalkind. What We Owe to Animals, Chichester, Wiley-Blackwell, 2010, 9 e.v.

• I. Kant, Lectures on Ethics, Londen, Methuen, 1979, 239-241;

• C. Brandy en B. Henderson, «Childhood Animal Cruelty Methods and Their Link to Adult Interpersonal Violence», Journal of Interpersonal Violence 2011, (2211) 2211-2227;

• C. Hensley, S. Tallichet en S. Singer, «Exploring the Possible Link Between Childhood and Adolescent Bestiality and Interpersonal Violence», Journal of Interpresonal Violence 2006, (910) 910-923;

• C. Hensley, S. Tallichet en E. Dutkiewicz, «Childhood Bestiality», Journal of Interpersonal Violence 2010, (557) 557-567;

• C. Hensley, S. Tallichet en E. Dutkiewicz, «The Predictive Value of Childhood Animal Cruelty Methods on Later Adult Violence: Examining Demographic and Situational Correlates», International Journal of Offender Therapy and Comparative Criminology 2012, afl. 2, (281) 281-295;

• M.L. Petersen en D. Farrington, «Cruelty to Animals and Violence to People», Victims & Offenders 2007, vol. 2, afl. april, (21) 21-43;

• C. Hensley, S. Tallichet en E. Dutkiewicz, «Recurrent Childhood Animal Cruelty: Is There a Relationship to Adult Recurrent Interpersonal Violence?», Criminal Justice Review 2009, (248) 248-257.

• J.-P. Marguénaud, «Une révolution théorique: l’extraction masquée des animaux de la catégorie des biens», JCP G 2015, 495;

• Kisslinger, Kodek en Stabentheiner, m.m.v. A. Fenyves, F. Kerschner en A. Vonkilch (eds.), ABGB. §§ 285-352, Wenen, Verlag, 2011, 27-28 (met verwijzing naar de wetsvoorbereiding, waarin gesproken wordt over de behoefte om een beter onderscheid te maken «zwischen Tieren und anderen Sachen»).

• J.-J. Urvoas, «Régime juridique des animaux», www.urvoas.bzh, 17 september 2014:

• L. Boisseau-Sowinski, La désappropriation de l’animal, Limoges, Presses Universitaires de imoges, 2012, 416 p.

• A.F. Mollema, Het beperkte recht. Een analyse van zijn theoretische constructie, zijn plaats in het systeem van het vermogensrecht en zijn mogelijke inhoud, Deventer, Kluwer, 2013, 142 e.v.

• Chr. Berger, H.-P. Mansel, A. Stadtler, R. Stürner en A. Teichmann, Jauernig. Bürgerliches Gesetzbuch mit Allgemeinem Gleichbehandlungsgesetz (Auszug). Kommentar, München, Mohr Siebeck, 2014, 37.

• J. Vananroye, Onverdeelde boedel en rechtspersoon. Technieken van vermogensafscheiding, vermogensovergang en vermogensvereffening in het burgerlijk en ondernemingsrecht, Antwerpen, Biblo, 2014, 411 p.;

• E. Dewitte en V. Sagaert, «Reflecties over de algemeenheid van goederen» in Contracteren, 2012, (131) 132.

• F. Swennen, «Er is leven na de dood. Persoonlijkheidsrechten na overlijden», TPR 2013, 1489-1553.

• M. Martin, «Vers un genre juridique commun à l’animal, l’embryon et le cadavre», Revue générale du droit 2015, afl. 15, www.revuegeneraledudroit.eu.

• J.E. Jansen, «Goederenrecht en het menselijk lichaam. Over kogels, kunstbenen en ingeslikte kwartjes», AA 2011, (512) 512-518).

• C. Aughuet, L. Barnich, D. Carré, N. Gallus, G. Hiernaux, N. Massager, S. Pfeiff, N. Uyttendaele, A.-Ch. Van Gysel en T. Van Halteren, Les personnes in De Page. Traité de droit civil belge, Brussel, Bruylant, 2015, p. 47-48, nr. 21 (met verwijzingen).

• Het goederenrechtelijk statuut van schuldvorderingen, Antwerpen, Intersentia, 2010, p. 101, nr. 91;

• P. Lecocq, Manuel de droit des biens, I, Biens et propriété, Brussel, Larcier, 2012, p. 13, nr. 4 in fine.

• P. Lecocq, V. Sagaert en B. Vanbrabant, «La notion de biens» in E. Dirix en Y.-H. Leleu (eds.), Rapports belges au Congrès de l’Académie internationale de droit comparé à Utrecht. De Belgische rapporten voor het congres van de «Académie internationale de droit comparé» te Utrecht, Brussel, Bruylant, 2006, (175), p. 182, nr. 7.

• F. Marchadier, o.c., in M. Boudot en D. Veillon (eds.), Les propriétés. Université d’été facultatis iuris Pictaviensis, 98.

• M. Coipel, «Le droit de propriété des associés dans les sociétés dotées de la personnalité morale» in Eigendom – Propriété, Brugge, die Keure, 1996, (31), p. 34 e.v., nrs. 7 e.v.

• Y. De Cordt, L’égalité entre actionnaires, Brussel, Bruylant, 2004, p. 256-257, nr. 191

• F. Guebs, «Les droits afférents à des instruments financiers», RPS 2007, (291), p. 297, voetnoot 13.

• R. Savatier, «Essai d’une présentation nouvelle des biens incorporels», Rev.trim.dr.civ. 1958,

• V. Sagaert, Goederenrecht in Beginselen van Belgisch Privaatrecht, Mechelen, Kluwer, 2014, p. 148, nr. 172.

• M. Verwilghen, «Présents d’usage, souvenirs et bijoux de famille», Rev.not.b. 1990, (574) 584;

• C. Jongmans, «La transmission successorale des souvenirs de famille» (noot onder Luik 13 juni 1980), Rev.trim.dr.fam. 1980, (406) 407;

• E. Guldix, De persoonlijkheidsrechten, de persoonlijke levenssfeer en het privéleven in hun onderling verband, Brussel, doctoraal proefschrift VUB, 1986, p. 332, nr. 676

• M. Puelinckx-Coene en J. Verstraete, «Overzicht van de rechtspraak. Erfenissen (1978-1987)», TPR 1988, (907), p. 916, nr. 10;

• H. Vandenberghe en S. Snaet, Zakenrecht. Mede-eigendom in Beginselen van Belgisch privaatrecht, Antwerpen, Story-Scientia, 1997, p. 69, nr. 32.

• J.-P. Marguénaud, L’animal en droit privé, Parijs, PUF, 1992, 515 e.v. (die een loutere analogie uitsluit omdat bij familiestukken de tijd essentieel is, terwijl bij dieren de tijd juist de bijzondere aard precair maakt, omdat ze na verloop van tijd sterven).

• Rb. Dendermonde 19 februari 1931, Pas. 1931, III, 60.

• M. Puelinckx-Coene en J. Verstraete, o.c., TPR 1988, p. 916-917, nr. 10;

• C. Jongmans, o.c., Rev.trim.dr.fam. 1980, 407;

• H. De Page en R. Dekkers, Traité élémentaire de droit civil belge, IX, Les successions, Brussel, Bruylant, 1946, p. 756-757, nr. 1033, litt. A, 1o, d;

• H. De Page en R. Dekkers, Traité élémentaire de droit civil belge, V, Les principaux contrats usuels, Deuxième partie. Les biens. Première partie, Brussel, Bruylant, 1952, p. 1028-1029, nr. 1168;

• F. Laurent, Principes de droit civil français, X, Brussel, Bruylant, 1874, p. 368, nr. 339

• Cass. 23 mei 1946, Pas. 1946, I, 204, conclusie procureur-generaal L. Cornil.

• A. Aydogan, De aard van de overeenkomst. Juridisch-technische en juridisch-economische kwalificatie met de schenking als leidraad, Antwerpen, Intersentia, 2014, p. 1-3, nrs. 1-6.

• Chr. Berger, H.-P. Mansel, A. Stadtler, R. Stürner en A. Teichmann, Jauernig. Bürgerliches Gesetzbuch mit Allgemeinem Gleichbehandlungsgesetz (Auszug). Kommentar, München, Mohr Siebeck, 2014, 37

• M. Möhrung, ««Herrentiere» und «Untermenschen». Zu den Transformationen des Mens-Tier-Verhältnisses im nationalsozialistischen Deutschland», Historische Anthropologie 2011, (229) 232.

• J. Doomen, «Of Mosquitoes and Men: The Basis of Animal and Human Rights», Croatian Journal of Philosophy 2015, afl. 43, (37) 45, voetnoot 11

• E. Dirix en K. Broeckx, Beslag in APR, Mechelen, Kluwer, 2010, p. 121, nr. 156;

• V. Sagaert, J. Kokelenberg, Th. Van Sinay en R. Jansen, «Overzicht van rechtspraak: zakenrecht (2000-2008)», TPR 2009, (1123), p. 1693, nr. 605;

• J. Hansenne, Les biens, I, Luik, Faculté de droit de l’Université de Liège, 1996, p. 248, nr. 238;

• Ch. Aubry en Ch.-Fr. Rau, Cours de droit civil français par C.-S. Zachariae, I, Brussel, Meline, 1847, p. 173, § 200.

• Bergen 10 oktober 2005, TBBR 2008, 172, noot S. Boufflette (een aantal kasbons was gevonden door een afvalverwerkend bedrijf;

• H. De Page en R. Dekkers, Traité élémentaire de droit civil belge, VI, Les biens. Deuxième partie. Les sûretés. Première partie, Brussel, Bruylant, 1953, p. 29-30, nr. 30;

• T. Vansweevelt en B. Weyts, Handboek buitencontractueel aansprakelijkheidsrecht, Antwerpen, Intersentia, 2009, p. 674-680, nrs. 1066-1072.

• A. Keirse en B. Weyts, «Schadebeperkingsplicht in rechtsvergelijkend perspectief», TBBR 2016, (63) 63-72 •

• Gent 10 oktober 1997, RW 1999-2000, 502.

• Rb. Nijvel 7 maart 1997, TBBR 1997, 221

• Cass.fr. 9 december 2015, rolnr. 14-25910.

• Rb. Brussel 22 december 1970, RGAR 1972, nr. 8.759, noot.

• Brussel 28 augustus 2008, RGAR 2009, nr. 14476, noot.

• Rb. Brugge 7 februari 2005, NJW 2005, 316

• Rb. Luik 16 novembre 2007, T.Agr.R. 2008, 105 (beperking tot 205 euro).

• D. de Callatay en N. Estienne, La responsabilité civile, Brussel, Larcier, 2009, 475-476

• Vred. Brasschaat 23 april 1986, RGAR 1987, nr. 11.238, noot T. Vansweevelt, eveneens besproken in L. Schuermans, A. Van Oevelen, C. Persyn, Ph. Ernst en J.-L. Schuermans, «Overzicht van rechtspraak. Onrechtmatige daaed. Schade en schadeloosstelling (1983-1992)», TPR 1994, (851), p. 1430, nr. 128.

• L. Boisseau-Sowinski, La désappropriation de l’animal, Limoges, Presses Universitaires de Limoges, 2012, p. 180-181, nrs. 264-265.

• H. De Page, Traité élémentaire de droit civil belge, VIIIb, Les testaments, Brussel, Bruylant, 1947, p. 1466, nr. 1371bis.

• KG Turnhout 6 augustus 2007, nr. 07/124/C, samengevat en besproken in N. Gallus, G. Hiernaux, N. Massager, D. Carré, S. Degrave en S. Pfeiff, Droit des personnes et des familles, Brussel, Larcier, 2011, p. 237-238, nr. 317.

• KG Brussel 28 december 1999, Rev.trim.dr.fam. 2001, 315, noot J.-P. Masson.

• Brussel 12 september 2000, AJT 2001-02, 551.

• KG Marche-en-Famenne 29 maart 1995, JLMB 1995, 1050, noot Chr. Panier. Zie ook: J. Kokelenberg, Th. Van Sinay en H. Vuye, «Overzicht van rechtspraak. Zakenrecht (1994-2000)», TPR 2001, (837), p. 852, nr. 8.

• KG Turnhout 6 augustus 2007, nr. 07/124/C, samengevat en besproken in N. Gallus, G. Hiernaux, N. Massager, D. Carré, S. Degrave en S. Pfeiff, o.c., p. 237-238, nr. 317.

• V. Sagaert, Zakelijke subrogatie, Antwerpen, Intersentia, 2003, p. 162-165, nrs. 188-193;

• M. Malaurie, Les restitutions en droit civil, Parijs, Cujas, 1991, 35-37;

• P. Ommeslaghe, «La notion de restitution. Le fait générateur, les fondements légaux et contractuels de l’obligation de restitution» in L’obligation de restitution du banquier. De restitutieverbintenissen van de bankier, Brussel, Bruylant, 1998, (5), p. 10-11, nr. 5.

Gerelateerd
Bibliotheek
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve
Aangemaakt op: di, 11/10/2016 - 18:23
Laatst aangepast op: di, 11/10/2016 - 18:23

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.