-A +A

De wetgevingsadvisering door de Raad van State. Tien jaar toepassing van de wet van 2 april 2003

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Publicatie
Auteur: 
Van Damme M
Tijdschrift: 
Rechtskundig Weekblad
Jaargang: 
2013-2014
Pagina: 
1443
Samenvatting

De wet van 2 april 2003 tot wijziging van sommige aspecten van de wetgeving met betrekking tot de inrichting en de werkwijze van de afdeling Wetgeving van de Raad van State heeft de procedure van wetgevingsadvisering voor de afdeling Wetgeving hervormd.

In deze bijdrage wordt door de auteur, na tien jaar toepassing van de betrokken wet, nagegaan of deze haar doelstellingen heeft bereikt en welke praktische gevolgen de wet heeft gehad voor het functioneren van de afdeling Wetgeving.
 

Inhoudstafel tekst: 

I. Inleiding

II. De wet van 2 april 2003: wat voorafging ...

A. Toegenomen zaakaanbod

B. Flexibele toepassing van het termijnvereiste

III. De wet van 2 april 2003

A. Stringentere termijnregeling

B. Beperkt «drie punten»-onderzoek

C. Diepgang van de adviezen

D. Gezag van de adviezen

E. Toezicht op het naleven van vormvereisten

IV. Andere recente ontwikkelingen op het vlak van de wetgevingsadvisering

A. Openbaarheid van de adviezen

B. Adviseren in bijzondere formatie

C. Rotatiesysteem

V. Conclusie

 

Bronverwijzingen

• J. Suetens, «Plechtige instelling van de Raad van State», RW 1948-49, 133-136

• Ch. Lambotte, De Raad van State, Heule, UGA, 1984, 31;

• P. Pacteau, Le Conseil d’État et la fondation de la justice administrative française au XIXo siécle, Parijs, Presses universitaires de France, 2003, 7).

• J. Velaers, De Grondwet en de Raad van State, afdeling wetgeving. Vijftig jaar adviezen aan wetgevende vergaderingen, in het licht van de rechtspraak van het Arbitragehof, Antwerpen, Maklu, 1999, 19-36;

• M. Magits, «De Raad van State in historisch perspectief» in L.J. Wintgens (ed.), De adviesbevoegdheid van de Raad van State. La compétence d’avis du Conseil d’État, Brugge, die Keure, 2003, 1-37.

• F. Stevens, «De lijdensweg naar een Raad van State in België (1831-1946)» in D. D’Hooghe, K. Deketelaere en A.M. Draye (eds.), Liber Amicorum Marc Boes, Brugge, die Keure, 2011, 475-490.

• P. Popelier, «Plaats en functie van de Raad van State in staatsrechtelijk perspectief» in L.J. Wintgens (ed.), De adviesbevoegdheid van de Raad van State. La compétence d’avis du Conseil d’Etat, Brugge, die Keure, 2003, 55-58

• Popelier, «De (ir)rationele wetgever vroeger, vandaag en in de toekomst» in B. Peeters en J. Velaers (eds.), De Grondwet in groothoekperspectief. Liber amicorum discipulorumque Karel Rimanque, Antwerpen, Intersentia, 2007, 82).

• Leroy, «L’urgence spécialement motivée», advies voor RvS 14 september 1983, nr. 23.479, Debacker, APT 1984, 239-240.

• A. Vander Stichele, La notion d’urgence en droit public, Brussel, Bruylant, 1986, 14.

• C. Lambotte, De Raad van State, Heule, UGA, 1984, 105.

• M. Van Damme, «Europese voorschriften en Staatshervorming. Inleidende beschouwingen» in E. Vandenbossche en S. Van Drooghenbroeck (eds.), Europese voorschriften en Staatshervorming. Contraintes européennes et réforme de l’Etat, Brugge, die Keure, 2013, 14-15).

• J. Van Nieuwenhove, «Adviseren tegen de klok? De nieuwe adviesprocedure voor de afdeling Wetgeving van de Raad van State», TVW 2003, 442-443; zie ook voetnoot 46).

• P. Nihoul, «Dans l’attente des tribunaux administratifs ... La loi du 4 août 1996 modifiant les lois sur le Conseil d’État, coordonnées le 12 janvier 1973», JT 1997, 834).

• J. Van Nieuwenhove, «Binnen de korte tijd die hem is toegemeten ... Knelpunten in de werking van de afdeling Wetgeving van de Raad van State», TVW 2001, 327-329.

• L.J. Wintgens (ed.), De adviesbevoegdheid van de Raad van State. La compétence d’avis du Conseil d’Ettat, Brugge, die Keure, 2003;

• F. Judo, «Wijziging werkwijze van de Raad van State, afdeling Wetgeving. Ancilla legislatoris?», NJW 2003, 769-773;

• B. Jadot, «La réforme, par la loi du 2 avril 2003, de l’organisation et du fonctionnement de la section de législation du Conseil d’Etat», CDPK 2003, 592-606..

• V. Verlinden, De hoeders van de wet. De rol van instellingen in het wetgevingsproces, Brugge, die Keure, 2010, 465-466,

• M. Van Damme, «Legistiek en wetskwaliteit» in Van alle markten. Liber Amicorum Eddy Wymeersch, Antwerpen, Intersentia, 2008, 926).

• K. Hendrickx, «Komma vergeten?», De Juristenkrant 12 maart 2008, 4; van dezelfde auteur: «Komma oorzaak van betekenisverschil?», De Juristenkrant 26 maart 2008, 4).

• F. Franceus, «De afdeling Wetgeving van de Raad van State en haar klanten. Een opinie», TBP 2002, 142).

• R. Andersen en M. Van Damme, «De afdeling Wetgeving van de Raad van State» in Raad van State. Liber Memorialis 1948-98, Gent, Mys & Breesch, 1999, 95).

• M. Van Damme, Elementen van legisprudentie. Bedenkingen bij het moderne wetgevingsbedrijf, Brussel-Gent, De Boeck-Larcier, 2010, 178-179.

• J. Van Nieuwenhove, «Verzamelwetgeving in België», Regelmaat 2006, 153-166.

• A. Goris, A. Grenacs, K. Muylle en M. Veys, «Adviesaanvragen van wetgevende vergaderingen aan de afdeling Wetgeving van de Raad van State», TVW 2003, 476-479).

• L. Tindemans, De memoires. Gedreven door een overtuiging, Tielt, Lannoo, 2002, 363-387).

• H. Dumont en F. Tulkens, «La section de législation du Conseil d’Etat: un acteur constitutionnel indispensable pour une bonne gouvernance» in L.J. Wintgens (ed.), De adviesbevoegdheid van de Raad van State. La compétence d’avis du Conseil d’Etat, Brugge, die Keure, 2003, 126-127).

• F.-M. Remion, Le Conseil d’Etat. Ses compétences. Son avenir, Brussel, Bruylant, 1990, 191).

• P. Popelier, «De openbaarheid van de legisprudentie van de Raad van State», TBP 1997, 225-226;

• J. Velaers, De wetgevingsadvisering door de Raad van State in België, Deventer, Tjeenk Willink, 2000, 69-71 en 87-88.

84 Zie bv. advies CTB 13 augustus 2012, nr. 2012-67, www.ibz.rrn.fgov.be, tab «Commissies», subtab «Adviezen».

• J. Vanpraet, De latente staatshervorming. De bevoegdheidsverdeling in de rechtspraak van het Grondwettelijk Hof en de adviesbevoegdheid van de Raad van State, Brugge, die Keure, 2011, 306).

• B. Jadot en J. Van Nieuwenhove, «De afdeling Wetgeving van de Raad van State gezien van binnenuit» in L.J. Wintgens (ed.), De adviesbevoegdheid van de Raad van State. La compétence d’avis du Conseil d’État, Brugge, die Keure, 2003, 75), bieden in dat opzicht een verklaring.

Gerelateerd
Aangemaakt op: za, 10/05/2014 - 17:59
Laatst aangepast op: di, 13/05/2014 - 16:08

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.