-A +A

De wet tot verbetering van de aanpak van seksueel misbruik en pedofilie binnen een gezagsrelatie

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Publicatie
Auteur: 
Luc Huybrechts
Tijdschrift: 
Rechtskundig Weekblad
Uitgever: 
Intersentia
Jaargang: 
2011-2012
Pagina: 
1150
Samenvatting

Deze bijdrage bespreekt de wet van 30 november 2011 tot verbetering van de aanpak van seksueel misbruik en pedofilie binnen een gezagsrelatie (BS 20 januari 2012) is een reactie op het wereldwijde schandaal van het seksueel misbruik in vooral kerkelijke kringen.

Inwerkingtreding van de wet

De wet treedt in werking tien dagen na de bekendmaking ervan in het Belgisch Staatsblad, met uitzondering van art. 4 en 5 (betreffende de verplichting tot audiovisuele opnames van de verhoren) die in werking treden op 1 januari 2013. Wel kan de Koning een vroegere datum van inwerkingtreding van deze laatste artikelen bepalen.

De politiediensten zijn evenwel nog nog niet klaar zijn om aanvragen voor het statuut van benadeelde persoon te registeren hiertoe heeft art. 4 van de wet van 28 december 2011 houdende diverse bepalingen inzake justitie (II) (BS 30 december 2011) ook de inwerkingtreding van art. 11 Wet Aanpak Seksueel Misbruik uitgesteld tot 1 januari 2013. Ten slotte bepaalt art. 5 van de wet van 28 december 2011 dat art. 4 van de Wet Aanpak Seksueel Misbruik in werking treedt op het ogenblik dat die wet in werking treedt.

zie ook de wet van 14 december 2012 tot verbetering van de aanpak van seksueel misbruik en feiten van pedofilie binnen een gezagsrelatie

 

Inhoudstafel tekst: 

I. Inleiding
II. Verlenging van de verjaringstermijn
A. Bestaande wettelijke regels van verjaring
B. Aangepaste regel betreffende de verjaring voor seksuele misdrijven waarvan minderjarigen het slachtoffer waren
C. ... en wat met dader of slachtoffer?
III. Verplichting tot audiovisuele opnames van de verhoren
A. Bestaande wettelijke voorschriften betreffende de audiovisuele opname
B. Aangepast voorschrift betreffende de audiovisuele opname van het verhoor van minderjarigen die het slachtoffer dan wel getuige waren van bepaalde misdrijven
IV. Beroepsgeheim: uitbreiding van het spreekrecht
A. Bestaande wettelijke regeling van het beroepsgeheim
B. Nieuwe bepaling
C. Bedenkingen
V. Verduidelijking van de strafbaarstelling van kinderpornografie
A. Oorspronkelijke tekst van art. 383bis, § 2 Sw.
B. Aangepaste tekst van art. 383bis, § 2 Sw.
VI. Set seksuele agressie
A. Wettelijke regeling van het vergelijkend DNA-onderzoek
B. Nieuwe verplichting tegenover het slachtoffer
VII. Uitbreiding terbeschikkingstelling van de strafuitvoeringsrechtbank
A. Terbeschikkingstelling van de strafuitvoeringsrechtbank van seksuele delinquenten
B. Terbeschikkingstelling van de strafuitvoeringsrechtbank ook bij samenloop van misdrijven
VIII. Verklaring van benadeelde persoon
B. Uitbreiding van de mogelijkheden om een verklaring van benadeelde persoon af te leggen
IX. Inwerkingtreding van de wet
X. Slotbeschouwing

Voorbereidende wetgevende stukken

• «Verslag activiteiten Commissie voor de behandeling van klachten wegens seksueel misbruik in een pastorale relatie (onafgewerkt wegens inbeslagname op 24 juni 2010)» van 10 september 2010;

• 4 Parl.St. Kamer, DOC 53 0520/001, Bijzondere Parlementaire Commissie, Oprichting.

• Parl.St. Kamer, DOC 53 0520/002, Bijzondere Parlementaire Commissie, Verslag, 483 p., bijlagen inbegrepen.

• Bijzondere Parlementaire Commissie, Verslag, p. 399-430.

• Parl.St. Kamer, DOC 53 0520/004, Bijzondere Parlementaire Commissie, Motie.

• Parl.St. Kamer, DOC 53 1639/001, Wetsvoorstel Aanpak Seksueel Misbruik, Toelichting en wetsvoorstel .

• Parl.St. Kamer, DOC 53 1639/003, Wetsvoorstel Aanpak Seksueel Misbruik, plenaire vergadering.

• Parl.St. Kamer, Wetsvoorstel Aanpak Seksueel Misbruik, Doc. 53K1639.

Overige rechtsleer

• F. Goossens en F. Hutsebaut, «De wet van 28 november 2000 betreffende de strafrechtelijke bescherming van minderjarigen», RW 2002-03, (1361)

• A. Masset, «La spécificité des infractions à caractère sexuel» in A. Masset (ed.), De vervolging en behandeling van daders van seksuele misdrijven, Brussel, La Charte, 2009, (1) 11.

• W. De Pauw, «Rechtstheoretische kanttekeningen bij de verjaring van de strafvordering», Panopticon 2006, (46) 47, 

• C. De Roy, «De strafprocedure en pedoseksuele misdrijven. Naar een bijzonder strafprocesrecht?», NJW 2003, 515-518, inzonderheid nr. 5; J. Meese,,«De berekening van de verjaring van de strafvordering» in Centrum voor Beroepsvervolmaking in de Rechten (ed.), De verjaring, Antwerpen, Intersentia, 2007, (33) nrs. 4 en 25.

• S. Vandromme, [Commentaar bij de wetsbepalingen betreffende het verhoor van minderjarigen die het slachtoffer of getuige zijn van bepaalde misdrijven, met bibliografie] in Wet en Duiding Strafprocesrecht, Brussel, Larcier, 2010, 227-232.

• F. Goossens en F. Hutsebaut, o.c., RW 2002-03, 1376-1378;

• L. Claeys en B. Cools, «Audiovisueel verhoor van kinderen» in G. Vermeulen (ed.), Strafrechtelijke bescherming van minderjarigen, Antwerpen, Maklu, 2001, 533-564;

• G. Vermeulen en F. Dhont, «Bescherming van minderjarigen via het strafrecht. Verdiensten en beperkingen van de wet van 28 november 2000 betreffende de strafrechtelijke bescherming van minderjarigen», T.Strafr. 2002, (124) 133-135;

• G. Vermeulen, «Strenger en ook beter? Over de fragmentarische aanscherping van de strafrechtelijke bescherming van minderjarigen in de wet van 28 november 2000» in Gandaius Actueel VI, Mechelen, Story-Scientia, 2002.

• J. Colle en T. Vanderbeken, «Het hoorrecht van minderjarigen in strafzaken» in Centrum voor Beroepsvervolmaking in de Rechten (ed.), De procesbekwaamheid van minderjarigen, Antwerpen, Intersentia, 2006, 231-251.

• H. De Wiest, «Het audiovisueel verhoor van minderjarigen» in Centrum voor Beroepsvervolmaking in de Rechten (ed.), De procesbekwaamheid van minderjarigen, Antwerpen, Intersentia, 175-188; cf. ook: I. Wattier, «La parole de l’enfant et l’hommage à la fiction dans la preuve pénale des abus sexuels impliquant des mineurs d’âge en droit belge», Ann.dr.Louvain 2009, (73) 73-79; err. Ann.dr.Louvain 2010, 89.

• D. Van Daele, «Recente ontwikkelingen inzake de wettelijke regeling van het verhoor in strafzaken» in D. Van Daele en I. Van Welzenis (eds.), Actuele thema’s uit het strafrecht en de criminologie, Reeks Samenleving, Criminaliteit en Strafrechtspleging, nr. 26, Leuven, Universitaire Pers Leuven, 2004, (125) 140-144.

• J. De Codt, Des nullités de l’instruction du jugement, Brussel, Larcier, 2006, 84-85.

• T. Vander Beken, «Bescherming van minderjarige getuigen in zedenzaken: niet ten koste van de rechten van de verdediging (noot onder Hof Mensenrechten 10 november 2005, nr. 54789/00 (Bocos-Cuesta/Nederland)», NC 2006, 243-244.

• D. Kigahane, «La protection pénale du secret professionnel» in D. Kigahane en Y. Poullet (eds.), Le secret professionnel, Brussel, La Charte, 2002, 19-63; A. De Nauw, Inleiding tot het bijzonder strafrecht, Mechelen, Kluwer, 2010, nrs. 365-381.

• P. Traest en J. Meese, «Het verschoningsrecht naar Belgisch recht» in Verschoningsrecht in het strafrecht van België en Nederland, Preadviezen voor de Nederlands-Vlaamse Vereniging voor Strafrecht, Nijmegen, Wolf Legal Publishers, 2006, 109-168.

• Voor een recente zeer volledige inventarisatie van personen met beroepsgeheim, zie: P. Lambert, «Secret professionnel» in RPDB, Compl. X, 621-758.

•J. Leclercq, «Secret professionnel» in Les Novelles, Droit pénal, 1989, IV, nr. 7811.

• I. Van Der Straete en J. Put, «Het gedeeld beroepsgeheim en het gezamenlijk beroepsgeheim – halve smart of dubbel leed?», RW 2004-05, 41-59.

• B. De Smet, «Beroepsgeheim hulpverleners in jeugdzaken» in Comm.Strafr., Mechelen, Kluwer, tekst bijgehouden tot 1 september 2010;

• F. Vander Laenen, «The End of the Affair? Het beroepsgeheim in de samenwerking tussen justitie en de hulpverlening», Panopticon 2011, 1-11.

• J. Put, Jeugdbeschermingsrecht, Beroepsgeheim en hulpverlening, Reeks Welzijn-Welzijnsrecht, nr. 2, Brugge, die Keure, 2010, p. 178, nr. 370.

• D. Spielmann, «Le secret professionnel de l’avocat dans la jurisprudence de la Cour européenne des droits de l’homme» in Pourquoi Antigone? Liber amicorum Edouard Jakhian, Brussel, Bruylant, 2010, 439-460.

• L. Huybrechts, «Aspecten van het beroepsgeheim» in Strafrecht en strafprocesrecht, Mechelen, Kluwer, 2006, (235) nr. 80.

• P. Lambert, Secret professionnel, Brussel, Bruylant, 2005, nrs. 213-216.

• C. Van Reepinghen, «Le secret professionnel du médecin», JT 1950, (441) 448.

• T. De Cang, K. Piteus. en I. Van Wassenhove, «Kinderpornografie» in G. Vermeulen, (ed.), Strafrechtelijke bescherming van minderjarigen, Antwerpen, Maklu, 2001, (277) 287-288;

• L. Stevens, Strafrecht en seksualiteit. De misdrijven inzake aanranding van de eerbaarheid, verkrachting, ontucht, prostitutie, seksreclame, zedenschennis en overspel, Antwerpen, Intersentia, 2002, p. 548, nr. 505;

• I. Wattier, «Etat du droit pénal des moeurs après la loi relative à la protection pénale des mineurs et questions critiques. De la protection de la morale sexuelle à la protection de l’intégrité sexuelle des mineurs?», Ann.dr.Louvain 2002, (81) 137;

• C. Falzone en G. Gazan, «La Pornographie enfantine en Belgique», JT 2008, (357) 362;

• S. Berneman, «Navigatie op het internet en kinderpornografie», RABG 2009, (497) p. 500, nr. 7;

• S. Berneman, noot onder Cass. 20/04/2011, RABG 2011, 961 «Kinderpornografische beelden: kijken is bezitten!», RDTI 2011, 29, noot N. Blaise, «L’interdiction de consulter des images pédopornographiques sur internet: avancée ou précision?».

• V. De Souter, «De terbeschikkingstelling van de strafuitvoeringsrechtbank», TVW 2007, 442-445;

• P. Daeninck, «De terbeschikkingstelling van de strafuitvoeringsrechtbank: van beschermingsmaatregel naar bijkomende straf», Panopticon 2009, 63-67.

Rechtspraak

• Cass. 12 oktober 2004, RW 2004-05, 1351 noot C. De Roy, «De verjaring van pedoseksuele feiten»;

• Cass. 25 oktober 2006, Rev.dr.pén. 2007, noot O. Michiels, «Le point de départ du délai de prescription de l’action publique lorsque le délit collectif est constitué par une ou plusieurs infractions d’abus sexuels sur mineur».

• Cass. 23 september 2009, Arr.Cass. 2009, 2091.

• Cass. 28 mei 1997, Arr.Cass. 1997, 581; Cass. 4 maart 1998, Arr.Cass. 1998, 266.

• Cass. 9 december 1981, Arr.Cass. 1981-82, 497;

• Cass. 25 november 1981, Arr.Cass. 1981-82, 421;

• Cass. 3 juni 1987, Arr.Cass. 1986-87, 1343;

• Cass. 15 september 1999, Arr.Cass. 1999, 1105;

• Cass. 18 februari 2004, Arr.Cass. 2004, 285

• Cass. 11 april 2000, Arr.Cass. 2000, 772.

• Cass. 5 april 1996, Arr.Cass. 1996, 247;

• Cass.16 september 1998, A.94.0001.F.

•  Hof Mensenrechten (2e afd.) 22 juni 2000, nrs. 32492/96, 32547/96, 32548/96, 33209/96, 33210/96, (Coëme t/ België).

•  Grondwettelijk Hof 30 juni 1999, nr. 81/99, RW 1999-2000, 1155, noot I. Claeys, «De eerste jurisprudentiële stappen sinds de nieuwe verjaringswet».

•  Cass. 16 maart 2010, P.09.1519.N.

• Cass. 14 januari 2008, Arr.Cass. 2008, 112.

• Cass. 15 mei 2008, Arr.Cass. 2008, 1194, met conclusie van advocaat-generaal C. Vandewal.

• Gent 16 april 2002, TGR 2003, 124.

• Cass. 20 april 2011, RABG 2011, 961, Kinderporno bekijken is bezitten (noot)

Gerelateerd
Aangemaakt op: za, 18/02/2012 - 11:12
Laatst aangepast op: za, 03/08/2013 - 14:17

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.