-A +A

De Wet Overheidsopdrachten van 17 juni 2016 - A lawyer’s paradise?

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Publicatie
Auteur: 
De Koninck C.
Auteur: 
Flamey P.
Tijdschrift: 
Rechtskundig Weekblad
Uitgever: 
Intersentia
Jaargang: 
2016-2017
Pagina: 
283
Samenvatting

Bespreking van de nieuwe Overheidsopdrachtenwet van 17 juni 2016. voor de integrale versie klik hier

Deze wet, die de omzetting vormt van de Europese richtlijnen overheidsopdrachten klassieke sectoren 2014/24/EU en speciale sectoren 2014/25/EU, zal de wet overheidsopdrachten en bepaalde opdrachten voor werken, leveringen en diensten van 15 juni 2006 integraal vervangen. In navolgende bijdrage wordt ingegaan op de ratio legis en de structuur van de wet.

Inhoudstafel tekst: 

I. Inleiding

II. Ratio legis van – alweer – een nieuwe overheidsopdrachtenwet

III. Structuur van de overheidsopdrachtenwet 2016

De Overheidsopdrachtenwet 2016 bestaat uit vijf titels.

Titel 1 (art. 1 tot 16) omvat een inleidende bepaling, de definities en de algemene beginselen die het overheidsopdrachtenrecht beheersen.

Titel 2 (art. 17 tot 92) betreft de regels die betrekking hebben op de overheidsopdrachten in de klassieke sectoren.

Deze titel bestaat uit zeven hoofdstukken:

– Hoofdstuk 1 van deze titel bevat het toepassingsgebied ratione personae en materiae.

– Hoofdstuk 2 handelt over de onderscheiden plaatsingsprocedures.

– Hoofdstuk 3 bevat de voorschriften die betrekking hebben op de raamovereenkomsten, de technieken en instrumenten voor elektronisch aanbesteden (dynamische aankoopsystemen, elektronische veilingen en elektronische catalogi), de werking van aankoopcentrales, het plaatsen van gezamenlijke opdrachten en het organiseren van prijsvragen.

– In Hoofdstuk 4 wordt het verloop van de procedure behandeld en wordt o.a. ingegaan op voorafgaande marktconsultaties, de voorafgaande betrokkenheid van kandidaten of inschrijvers, technische specificaties, keurmerken, varianten, opdeling van opdrachten in percelen, de bekendmaking van opdrachten, de uitsluiting en selectie van deelnemers en de gunning van de overheidsopdracht.

– Hoofdstuk 5, dat betrekking heeft op de regels inzake de uitvoering van de opdracht, voorziet, net zoals dit het geval was in de Overheidsopdrachtenwet 2006, in een ruime delegatie aan de Koning tot het bepalen van de algemene uitvoeringsregels.

– Hoofdstuk 6 handelt over de sociale diensten en andere specifieke diensten waarop een «light» plaatsingsregime van toepassing is.

– Hoofdstuk 7 is gewijd aan overheidsopdrachten met een «beperkte» waarde, namelijk met een geraamde waarde lager dan 30.000 euro.

Titel 3 (art. 93 tot 162) is van toepassing op de overheidsopdrachten in de speciale sectoren. 15

Titel 4 (art. 163 tot 166) houdt de regels in inzake «Bestuur».

Titel 5 (art. 167 tot 193) omvat de slot-, wijzigings-, opheffings- en diverse bepalingen, alsook de inwerkingtreding van de Overheidsopdrachtenwet 2016.

IV. Toepassingsgebied ratione materiae van de Overheidsopdrachtenwet 2016

A. Algemeen

B. Nieuw uitgesloten overheidsopdrachten

1°. Uitsluiting van welbepaalde juridische diensten

2° Andere nieuw uitgesloten diensten

Naast de diensten die reeds onder het regime van de Overheidsopdrachtenwet 2006 buiten het toepassingsgebied vielen van het aanbestedingsrecht, voegt de Overheidsopdrachtenwet 2016, in navolging van richtlijn 2014/24/EU, daar nog volgende diensten aan toe:

• het aangaan van leningen;

• bepaalde diensten door non-profitorganisaties op het gebied van civiele bescherming en risicopreventie;

• openbaar personenvervoer per trein of metro wanneer zij onder het toepassingsgebied vallen van Verordening 1370/2007 31

• dienstenopdrachten inzake politieke campagnes geplaatst door een politieke partij in het kader van een verkiezingscampagne 32 (bv. de productie van propagandafilms en video’s).

3° «In-house»-opdrachten

4° Niet-geïnstitutionaliseerde horizontale samenwerking tussen aanbestedende overheden

V. Overzicht van de belangrijkste wijzigingen en nieuwigheden die de Overheidsopdrachtenwet van 17 juni 2016 met zich meebrengt

A. Algemene beginselen

1° Proportionaliteitsbeginsel

2° Aanbestedende overheden mogen de mededinging niet kunstmatig beperken

3° Naleving verplichtingen op vlak van milieu-, sociaal en arbeidsrecht

4° Imprevisieleer ingevoerd in de Overheidsopdrachtenwet 2016

B. Verplichte aanwending van elektronische communicatiemiddelen

1° Principes

2° Timing van de implementatie

C. Plaatsingsprocedures

1° Inleiding

2° Openbare en niet-openbare procedures

3° De mededingingsprocedure met onderhandeling

4° De concurrentiegerichte dialoog

5° Het innovatiepartnerschap

6° De vereenvoudigde onderhandelingsprocedure met voorafgaande bekendmaking

7° De onderhandelingsprocedure zonder voorafgaande bekendmaking

D. Raamovereenkomsten

1° Inleiding

2° Deelnemers aan een raamovereenkomst

E. Dynamische aankoopsystemen

F. Elektronische catalogi

G. Inkorting van de minimumtermijnen voor de aanvragen tot deelneming en voor de ontvangst van de offertes

H. Keurmerken en keurmerkeisen

I. Varianten en opties

J. Verdeling van opdrachten in percelen

1° Waar mogelijk moeten opdrachten worden opgedeeld in percelen

2° Beperking van het aantal percelen waarvoor een inschrijver een offerte mag indienen

K. Elektronische beschikbaarheid van opdrachtdocumenten

L. Nieuwigheden op het gebied van de uitsluiting van deelnemers aan een overheidsopdracht

1° Verplichte uitsluitingsgronden

2° Facultatieve uitsluitingsgronden

nieuwe facultatieve uitsluitingsgronden:

– ondernemers die de toepasselijke nationale, Unierechtelijke en boven-Europese verplichtingen op het gebied van het milieurecht, sociaal recht en arbeidsrecht niet hebben nageleefd;

– deelnemers die zich in een situatie van een belangenconflict bevinden;

– kandidaten of inschrijvers die blijk hebben gegeven van aanzienlijke of voortdurende tekortkomingen bij de uitvoering van een wezenlijk voorschrift tijdens een eerdere overheidsopdracht;

– wanneer de kandidaat of inschrijver handelingen zou hebben gesteld, overeenkomsten zou hebben gesloten of afspraken zou hebben gemaakt, die de normale mededingingsvoorwaarden kunnen vertekenen;

– het geval waarbij zich wegens de eerdere betrokkenheid van de kandidaat of inschrijver bij de voorbereiding van de plaatsingsprocedure een vertekening van de mededinging heeft voorgedaan;

– het geval waarbij de kandidaat of inschrijver heeft getracht om het besluitvormingsproces van de aanbestedende overheid onrechtmatig te beïnvloeden.

3° Corrigerende maatregelen door berouwvolle ondernemers – Toepassing van het «self-cleaning» principe

M. Selectie van deelnemers

1° Verplichte aanwending van het Uniform Europees Aanbestedingsdocument (UEA) voor opdrachten die de Europese aanbestedingsdrempels hebben bereikt

2° Beroep op de draagkracht van andere entiteiten en hun hoofdelijke aansprakelijkheid

3° Beperking van het aantal kandidaten

N. Gunningscriteria

1° Het criterium van de economisch meest voordelige inschrijving 154

a) Op basis van de prijs

b) Op basis van de kosten, rekening houdend met de kosteneffectiviteit, zoals de levenscycluskosten

c) Rekening houdend met de beste prijs-kwaliteitverhouding (m.a.w. de vroegere EMVI)

2° Ervaring van het personeel aangewend als gunningscriterium

3° Evaluatie

O. Bijzondere voorwaarden verbonden aan de uitvoering van een opdracht

P. Wijziging van de opdracht tijdens de looptijd ervan

Q. Soepel aanbestedingsregime voor het plaatsen van welbepaalde sociale en andere specifieke diensten

R. Overheidsopdrachten met «beperkte waarde»

VI. Inwerkingtreding van de Overheidsopdrachtenwet van 17 juni 2016

A. Datum van inwerkingtreding van de Overheidsopdrachtenwet 2016 te bepalen door de Koning

De Koning zal de datum van inwerkingtreding van de Overheidsopdrachtenwet van 17 juni 2016 bepalen. 191

B. Directe werking van de overheidsopdrachtenrichtlijnen 2014/24/EU en 2014/25/EU

VII. Conclusie

Enkele bronvermeldingen

•memorie van toelichting bij het wetsontwerp overheidsopdrachten 2016, Parl.St. Kamer 2015-16, nr. 54 K 1541/001 en het verslag van de Kamercommissie Financiën en Begroting, Parl.St. Kamer 2015-16, nr. 54 K 1541/011;

• C. De Koninck en P. Flamey, Overheidsopdrachtenrecht. De Wet van 17 juni 2016 inzake Overheidsopdrachten. Algemene Inleiding en Artikelsgewijze Commentaar, Mechelen, Wolters Kluwer, ter perse.

• C. De Koninck en P. Flamey, «De richtlijn Overheidsopdrachten Klassieke Sectoren 2014/24/EU. Een vooruitblik op – alweer – een nieuwe overheidsopdrachtenwet», RW 2014-15, 1282-1303.

• C. De Koninck en P. Flamey, Europees Overheidsopdrachtenrecht. De Nieuwe Richtlijn Overheidsopdrachten Klassieke Sectoren 2014/24/EU. Tekst en Commentaar, Wolters Kluwer, 2015, 420 p.;

• C. De Koninck en P. Flamey, o.c., RW 2014-15, 1282-1303. C. De Koninck, Th. Ronse en W. Timmermans, European Public Procurement Law. The Public Sector Procurement Directive 2014/24/EU Explained through 30 Years of Case Law by the Court of Justice of the European Union, Kluwer Law International, 2015, 880 p.;

• S. Arrowsmith, The Law of Public and Unities Procurement, Deel 1, Londen, Sweet & Maxwell, 2014, 1449 p.;

• Ch. Bovis, The Law of EU Public Procurement, Oxford, Oxford University Press, 2015, 928 p.;

• F. Lichère, R. Caranta en S. Treumer (eds.), Modernising Public Procurement: The New Directive, Kopenhagen, Djøf Publishing, 2014, 400 p.;

• A. Sanchez Graells, Public Procurement and the EU Competition Rules, Oxford, Hart Publishing, 2015, 624 p.;

• P. Nihoul en Th. Bombois, «Les nouvelles directives marchés publics et concessions», JDE 2015, 42-51, R. Caranta, «The changes to the Public Contract Directives and the story they tell about how EU law works», CML Rev. 52, 2015, 391-460;

• B. Blaisse-Verkooyen, F. François en E. Verweij, «De nieuwe aanbestedingsrichtlijnen (deel 1). De Klassieke Richtlijn – Wijzigingen ten opzichte van Richtlijn 2004/18/EG», Tijdschrift voor Bouwrecht (NL) 2014, 725-741;

• B. Blaisse-Verkooyen, F. François en E. Verweij, «De nieuwe aanbestedingsrichtlijnen (deel 2). De Richtlijn Nutssectoren – Wijzigingen ten opzichte van Richtlijn 2004/17/EG – en de nieuwe Richtlijn Concessie», Tijdschrift voor Bouwrecht (NL) 2014, 827-835.

• C. De Koninck en P. Flamey, o.c., RW 2014-15, 1284, voetnoot 17. L. Jans, «Les marchés publics de services juridiques et la déontologie des avocats à l’aune de la loi du 15 juin 2006», CDPK 2013, 374-397;

• P. Thiel, «Les services juridiques de conseil et de représentation en justice des pouvoirs publics», Jaarboek Overheidsopdrachten 2008-09, Brussel, 2009, EBP Publishers, 559-580;

• V. Petitat, «Advocaten en het overheidsopdrachtenrecht. Mededinging een must voor de gunning van overheidsopdrachten aan advocaten?», Jaarboek Overheidsopdrachten 2009-10, Brussel, EBP Publisher, 2010, 695-722;

• A. Delvaux, «Sollicitation de clientièle, mise en concurrence et déontologie de l’avocat», in Pourquoi Antigone? Liber amicorum Edouard Jakhian, Brussel, Bruylant, 2010, 105-135;

• S. Denys, «De gunning van juridische diensten door gemeenten», T.Gem. 2010, 248-259;

• V. Thiry, «Les marchés publics de services juridiques: nouvelle concurrence et déontologie», CDPK 2010, 108-118. M.b.t. het aanstellen van advocaten door Vlaamse overheden, zie het antwoord van de minister-president op de parlementaire vraag nr. 80 van de heer Dirk De Kort van 18 november 2015 (http://docs.vlaamsparlement.be/pfile?id=1146026, RW 2015-16, 1122).

• B. Quintelier en G. Martyn, «De Belgische advocatuur» in M. Dekoster, D. Heirbaut en X. Rousseaux (eds.), Tweehonderd jaar Justitie, Brugge, die Keure, 2015, 356.

• E. Pijnacker Hordijk, GW van der Bend, J.F. van Nouhuys, Aanbestedingsrecht, Den Haag, Sdu Uitgevers, 2009, 20.

• C. De Koninck en P. Flamey, o.c., RW 2014-15, 1284-1288. Zie eveneens: J. Bosquet en W. Moonen, «Inbesteden op heden en onder nieuwe richtlijn overheidsopdrachten: wat we zelf doen, doen we beter?» in Jaarboek Overheidsopdrachten 2015-16, Brussel, 2016, EBP Publisher, 965-984;

• S. Arrowsmith, o.c., 517-520, randnrs. 6-183 tot 6-189;

• M. Burgi, «Contracting authorities, in-house services and public authorities cooperation», in F. Lichère, R. Caranta en S. Treumer (eds.), Modernising Public Procurement: The New Directive, Kopenhagen, Djøf Publishing, 2014, 49-66;

• F. Judo, «Tweemaal het huis uit – Schroeft recente Luxemburgse rechtspraak inzake in-house de nieuwe richtlijnen preventief terug?» (noot onder HvJ 8 mei 2014, Technische Universitat Hamburg-Harburg t/ Datenlotsen Informationssyteme (zaak C-15/13) en HvJ 19 juni 2014, Centro Hospitalar de Setúbal (zaak C-574/1412), T.Aann. 2014, 425-430;

• A.L. Durviaux en Th. Delvaux, «Les coopérations entre pouvoirs exemptées du droit des marchés publics: consécration par le droit dérivé de l’Union européenne», JT 2014, 649-654.

• J. Debièvre en A. Verduyct, «Niet-geïnstitutionaliseerde («horizontale») publiek-publieke samenwerking na de Overheidsopdrachtenrichtlijnen en de lokale interbestuurlijke samenwerking» in Jaarboek Overheidsopdrachten 2014-15, Brussel, EBP Publishers, 2015, 277-296;

• J. Wiggen, «Directive 2014/24/EU;

• The New Provision on Co-operation in the Public Sector», PPLR 2014, 83-93, vooral 89-91;

• B. Schutyser, «De gunning van overheidsopdrachten en overheidscontracten in de rechtspraak van het Hof van Justitie en de Raad van State (2012-14);

• Een overzicht», T.Gem. 2015, 204-205;

• M. Burgi, o.c., in F. Lichère, R. Caranta en S. Treumer (eds.), Modernising Public Procurement: The New Directive, 49-66;

• F. Vandendriessche en A. Carton, «Toepassingsgebied», in D. D’Hooghe en N. Kiekens (eds.), De gunning van overheidsopdrachten, Brugge, die Keure, 2016, 184-188, randnrs. 311-315;

• A.L. Durviaux en Th. Delvaux, «Les coopérations entre pouvoirs exemptées du droit des marchés publics: consécration par le droit dérivé de l’Union européenne», JT 2014, 649-654;

• Ch. Dubois, «Un «petit» arrêt et puis s’en va? La Cour de justice précise et renforce les conditions de la coopération contractuelle entre personnes publiques» in Overheidsopdrachten & Overeenkomsten 2014/3, 261-266;

• F. Gosselin e.a. (eds.), Les modes de coopération des services publics locaux au regard du droit européen. Contractualisation, mise en concurrence, marché public et exception, Kluwer, Waterloo, 2008, 246 p;

• G. Ervyn, «Les «contrats de coopération publique»: une nouvelle exception à l’application des marchés publics?» (noot onder HvJ 9 juni 2009, Europese Commissie t/ Duitsland (Stadtreinigung Hamburg), zaak nr. C-480/06), JLMB 2009, 1788-1797.

• HvJ 16 december 2008, Michaniki, zaak nr. C-213/07, overwegingen 48 en 61;

• HvJ 23 december 2009, Serrantoni, zaak C-376/08, overweging 33;

• HvJEU, arrest van 19 mei 2009, Assitur, zaak C-538/07, overwegingen 21 en 23. Zie ook HvJ 16 februari 2012, Costa en Cifone, gevoegde zaken C-72/10 en C-77/10, overwegingen 63 en 71.

• RvS nr. 188.942 van 18 december 2008, BVBA Calorec;

• RvS nr. 220.493 van 31 augustus 2012, SA Gabriel Danneels;

• RvS nr. 231.162 van 8 december 2015, THV Renotec – Viabuild.

• M. De Potter de ten Broeck, «De Belgische wetgever en de imprevisieleer», RW 2015-16, 843-854.

• C. De Koninck en P. Flamey, De uitvoering van overheidsopdrachten. Artikelsgewijze commentaar van het Koninklijk Besluit van 14 januari 2013 tot bepaling van de algemene uitvoeringsregels van de overheidsopdrachten en van de concessies voor openbare werken, Wolters Kluwer, Mechelen, 2014, 259-288;

• S. Verlinden, «e-Procurement: «tussen droom en daad ...» », in Jaarboek Overheidsopdrachten 2011/2012, Brussel, EBP Publishers, 2012, 633-650;

• I. Arnouts, «e-Procurement» in D. D’Hooghe en N. Kiekens, De gunning van Overheidsopdrachten, die Keure, 2016, p. 429-459, randnrs 641-692.

• P.C. Gomes. «The innovative Innovation Partnerships under the 2014 Public Procurement Directive», PPLR 2014 211 e.v.;

• L. Butler, «Innovation in Public Procurement: Towards the «Innovation Union»», in F. Lichère, R. Caranta en S. Treumer (eds.), Modernising Public Procurement: The New Directive, Kopenhagen, Djøf Publishing, 2014, 337-384;

• S. Arrowsmith, The law of public and utilities procurement. Regulation in the EU and UK, Deel 1, Londen, Sweet & Maxwell, 2014, 1046-1060, randnrs. 9-125 tot 9-143;

• B. Martens en J. Garrez, «Het innovatiepartnerschap: een nieuwe vorm van innovatieve PPS» in Jaarboek Overheidsopdrachten 2015-16, Brussel, EBP Publishers, 2016, 1171-1192.

• L. De Vuyst en F. Lahaye, «Modaliteiten om een opdracht te plaatsen» in D. D’Hooghe en N. Kiekens (eds.), De gunning van overheidsopdrachten, Brugge, die Keure, 2016, 284 (randnr. 454).

• Arrest van 10 mei 2012, Europese Commissie t/ Nederland, zaak nr. C-368/10.

• P. Flamey en E. Mees, «Integriteit, uitsluiting en self-cleaning bij overheidsopdrachten», in Jaarboek Overheidsopdrachten 2015-16, Brussel, EBP Publishers, 2016, 623-680;

• S. Van Garsse en S. De Mars, «Corrigerende maatregelen bij overheidsopdrachten», NJW 2016, 274-278.

• Zie: HvJ 26 september 2000, Europese Commissie t/ Frankrijk (Scholenbouw in Pas-de-Calais), zaak nr. C-225/98;

• HvJ 15 oktober 2009, Hochtief, zaak nr. C-138/08.

• P. Faustino, «Award Criteria in the New EU Directive on Public Procurement», PPLR 2014, 124-133;

• D. D’Hooghe en N. Kiekens, «Het gunningscriterium of gunningscriteria: de geheimtaal van de overheidsopdrachtenrichtlijn 2014/24», MCP/OOO, 2015, 179-194.

• R. Caranta, «The changes to the Public Contract Directives and the story they tell about how EU Law works» (Common Market Law Review, vol. 52, 2015, 423)

• RvS nr. 210.527, 20 januari 2011, bvba Van Impe bedrijfsrevisoren;

• RvS nr. 212.604, 12 april 2011, bvba it 1;

• RvS nr. 226.206, 23 januari 2014, Van Bever.

• HvJ 26 maart 2015, Ambisig, zaak nr. C-601/13.

• HvJ 22 juni 1989, Fratelli Costanzo t/ gemeente Milaan, zaak nr. C-103/88,

• HvJ 24 mei 2012, Amia t/ Provinciale Regionale di Palermo, zaak nr. C-97/11. Over de directe werking van richtlijnen, zie: J.-V. Louis en Th. Ronse, L’ordre juridique de l’Union européenne, Basel-Genève-München, 2005, 289-309;

• D. D’Hooghe en J. Vranckx, «Algemeen kader» in D. D’Hooghe en N. Kiekens (eds.), De gunning van overheidsopdrachten, Brugge, die Keure, 2016, p. 17-19, randnrs. 30-32.

• HvJ 22 juni 1989, Fratelli Costanzo t/ gemeente Milaan, zaak nr. C-103/88, overweging 33.

• S. Treumer, «Evolution of the EU Public Procurement Regime: The New Public Procurement Directive» in F. Lichère, R. Caranta en S. Treumer (eds.), Modernising Public Procurement – The new Directive, Kopenhagen, Djøf Publishing, 2014, 10.

Gerelateerd
Bibliotheek
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve
Nog dit: 

 Zie ook in TPR 1987

1677 Overeenkomst met de overheid (klik hier)
Vander Does J.A.E.
1709 Overeenkomsten met de overheid (klik hier)
Van Gerven W. en Wyckaert M.
Aangemaakt op: zo, 23/10/2016 - 12:14
Laatst aangepast op: zo, 23/10/2016 - 12:18

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.