-A +A

De vervolging en berechting van rechtspersonen

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Publicatie
Auteur: 
Van de Wynkele Nathalie
Uitgever: 
Ugent
Jaargang: 
2010
Samenvatting
Inhoudstafel tekst: 

Inleiding.7
Hoofdstuk 1 - De problematiek van het ontbreken van een strafrechtelijke verantwoordelijkheid van de rechtspersoon .10
Afdeling 1 – Het Belgisch strafrecht, een schuldstrafrecht.10
Afdeling 2 – Een geleidelijke evolutie van een societas delinquere non potest naar een societas delinquere potest, puniri non potest.11
Hoofdstuk 2 - De invoering van de strafrechtelijke verantwoordelijkheid van rechtspersonen .15
Afdeling 1 - De problematiek van de toerekening.17
§ 1 – Algemeen.17
§ 2 - De toerekening vóór de Wet van 4 mei 1999.18
A) Materiële toerekening.18
B) Wettelijke toerekening.18
C) Conventionele toerekening.20
D) Rechterlijke toerekening.21
§3 - De toerekening na de Wet van 4 mei 1999.22
A) Algemeen.22
B) Voorwaarden die vervuld moeten zijn opdat strafbare gedragingen aan de rechtspersoon kunnen worden toegerekend.22
a) Materiële of feitelijke toerekening.25
b) Morele toerekening.29
c) Poging en deelneming.30
Afdeling 2 - De argumenten pro en contra van de strafrechtelijke aansprakelijkheid.30
Afdeling 3 - Het uitgangspunt van de Wet: rechtstreeks daderschap van de rechtspersoon.32
Hoofdstuk 3 - Personeel toepassingsgebied.33
Afdeling 1 - Rechtspersonen die strafrechtelijk verantwoordelijk kunnen worden gesteld.33
§ 1 - Privaatrechtelijke vennootschappen en verenigingen met rechtspersoonlijkheid.35
§ 2 - Door de wet met rechtspersonen gelijkgestelde entiteiten.35
§ 3 - Publiekrechtelijke rechtspersonen.39
§ 4 - Rechtspersonen naar buitenlands recht.44
Afdeling 2 - Natuurlijke personen door wiens handelen of nalaten de rechtspersonen strafrechtelijk verantwoordelijk kan worden gesteld.46
Afdeling 3 - De strafrechtelijke verantwoordelijkheid van de vaste vertegenwoordiger uit het vennootschapsrecht.47
Hoofdstuk 4 - De cumulatie van de strafrechtelijke verantwoordelijkheid van de rechtspersoon met die van de natuurlijke persoon.48
Hoofdstuk 5 - Misdrijven waarvoor de rechtspersoon strafrechtelijk verantwoordelijk kan worden gesteld.51
Hoofdstuk 6 - De straffen ten aanzien van de rechtspersoon.53
Afdeling 1 - De geldboete als exclusieve hoofdstraf.53
Afdeling 2 - De bijkomende straffen .54
§ 1 - De bijzondere verbeurdverklaring als vermogensstraf.55
§ 2 - De ontbinding, de straf m.b.t. het bestaan.56
§ 3 - Het tijdelijk of definitief verbod om een werkzaamheid te verrichten die deel uitmaakt van het maatschappelijk doel .56
§ 4 - De sluiting van één of meer inrichtingen.57
§ 5 - De bekendmaking of verspreiding van de beslissing .58
Afdeling 3 - Wet van 29 juni 1964 betreffende de opschorting, het uitstel en de probatie.58
Afdeling 4 - Verhouding met andere sanctiemechanismen .59
§ 1 - Administratieve handhavingstelsels .59
§ 2 - Burgerlijke sancties.60
Hoofdstuk 7 - Bepalingen op het vlak van de strafprocedure.61
Afdeling 1 - De rechtspersoon tijdens het opsporings- en gerechtelijk onderzoek.62
§ 1 - Huiszoeking als onderzoeksmaatregel .62
A) Het begrip woning.62
B) Huiszoeking met bevel.63
C) Huiszoeking zonder bevel.64
§ 2 - Voorlopige maatregelen tijdens het gerechtelijk onderzoek.65
A) Algemeen.65
B) Strikte voorwaarden.67
C) De voorlopige maatregelen.68
a) Schorsing van de procedure van ontbinding of vereffening van de rechtspersoon.68
b) Verbod van specifieke vermogensrechtelijke transacties die tot
het onvermogen van de rechtspersoon kunnen leiden.68
c) Neerlegging van een borgsom als waarborg voor de inachtneming van de maatregelen die worden gelast.70
D) Rechtsmiddelen.70
Afdeling 2 – Bevoegdheid.73
§ 1 - Territoriale bevoegdheid.73
A) Natuurlijke persoon: drievoudige bevoegdheidsgrond.73
B) Rechtspersoon: twee nieuwe bevoegdheidsgronden.73
§ 2 - Materiële bevoegdheid.74
§ 3 – Extraterritorialiteit.75
Afdeling 3 – Betekening.76
§ 1 – Algemeen.76
§ 2 - Bij aanwijzing van een lasthebber ad hoc.77
§ 3 - Proces verbaal.78
§ 4 – Dagvaarding.79
Hoofdstuk 8 – Vertegenwoordiging.82
Afdeling 1 - Algemeen: het optreden in rechte van de rechtsperoon.82
Afdeling 2 – Lasthebber ad hoc.83
§ 1 - Ratio Legis.83
§ 2 – Algemeen.85
§ 3 - Wanneer kan een lasthebber ad hoc worden aangesteld?.87
A) Tijdens het strafonderzoek.87
B) Voor de vonnisrechter.90
§ 4 - Wie kan tot lasthebber ad hoc worden aangesteld?.91
§ 5 - Hoe wordt een lasthebber ad hoc aangesteld?.96
A) Ambtshalve aanstelling.96
B) Aanstelling op verzoekschrift.100
§ 6 - Hoe wordt een lasthebber ad hoc vergoed? .102
§ 7 - Rechtsmiddelen tegen de aanstelling van de lasthebber ad hoc.104
§ 8 - Exclusieve bevoegdheid voor het aanwenden van rechtsmiddelen.110
§ 9 - Bevoegdheid lasthebber ad hoc na faillissement tijdens het strafproces111
§ 10 - Toetsing artikel 2bis V.T. Sv. aan het gelijkheidsbeginsel vervat in de grondwet en artikel 6 EVRM.115
§ 11 - De voornaamste krachtlijnen van het ontwerp ONKELINX.118
a) Aanwijzing van de lasthebber ad hoc.118
b) De rol van de lasthebber ad hoc.120
c) De vergoeding van de lasthebber ad hoc.121
Hoofdstuk 9 - Verschijning van de beklaagde voor het vonnisgerecht.122
Afdeling 1 – Algemeen.122
Afdeling 2 - Persoonlijke verschijning.123
§ 1 – Politierechtbank.124
§ 2 - Correctionele rechtbank.125
§ 3 - Hof van Assisen.125
Afdeling 3 - Verschijning van de vertegenwoordiger van de rechtspersoon.125
Afdeling 4 - De verschijning van de lasthebber ad hoc.126
Hoofdstuk 10 - Verval van de strafvordering.127
Afdeling 1 – Algemeen.127
Afdeling 2 - Artikel 20 V.T. Sv.128
Afdeling 3 - Voorwaarden voor algemene grond tot verval van de strafvordering.129
Afdeling 4 – Uitzonderingen.129
§ 1 - Wanneer het verlies van rechtspersoonlijkheid het tot doel heeft te ontsnappen aan de vervolging.130
§ 2 - Indien de rechtspersoon door onderzoeksrechter in verdenking werd gesteld o.g.v. artikel 61bis Sv. vóór het verlies van de rechtspersoonlijkheid
Afdeling 5 - Omvorming van de rechtspersoon door fusie, splitsing, opslorping of wijziging van rechtsvorm.131
Afdeling 6 - Het lot van de strafvordering na herstructurering of het einde van de vennootschap.133
§ 1 - Herstructurering van de vennootschap.133
A) De rechtspersoon verdwijnt.134
B) De rechtspersoon blijft bestaan.134
a) Overdracht van aandelen.134
b) Inbreng of overdracht van een bedrijfstak of een algemeenheid.134
§ 2 - Het einde van de vennootschap.135
§ 3 – Faillissement.137
Afdeling 6 - Verval van de strafvordering door betaling van een geldsom en de strafbemiddeling.137
Hoofdstuk 11 - De rechten van verdediging .138
Afdeling 1 - Algemeen.138
Afdeling 2 - T.a.v. rechtspersonen.138
§1 - Bewijs in strafzaken en vermoeden van onschuld.138
§ 2 - Het zwijgrecht en de cautie.140
Afdeling 3 - T.a.v. de lasthebber ad hoc.145
Hoofdstuk 12 - De samenstelling van het dossier.147
Afdeling 1 – Rechtspersonen- en strafdossier.147
§ 1 – Rechtspersonendossier.147
§ 2 – Strafregister.148
Afdeling 2 - Kruispuntbank van Ondernemingen.152
Hoofdstuk 13 - Enkele bijzonderheden.153
Afdeling 1 - Toepassing van de Wet in de tijd.153
Afdeling 2 - Burgerlijke partijstelling door de rechtspersoon (de rechtspersoon als slachtoffer).157
Hoofdstuk 14 – Besluit.159
Bibliografie.162

Rechtspraak

Europese rechtspraak

EHRM 27 februari 1992, Pub!. ECHR, Series A 232, §66 EHRM 25 februari 1993, Pub!. ECHR, Series A Vol. 256-a EHRM 27 oktober 1993, Pub!. ECHR, Series A, Vol. 274

Belgische rechtspraak

Grondwettelijk Hof 10 juli 2002, nr. 128/2002, JLMB 2003, 54 en RW2002-2003, 857 Grondwettelijk Hof 5 mei 2004, nr. 75/2004, RW2004-2005, 298 en TMR 2004, 541 Grondwettelijk Hof 5 december 2006, R W 2006-2007, 9 juni 2007, 1-3

Cass. 13 februari 1905, Pas. 1905, I, 127 Cass. 18 december 1933, Pas. 1934, I, 107 Cass. 8 april 1946, Arr.Cass. 1946, 136-137 Cass. 25 juni 1973, Arr. Cass. 1973, 1048 Cass. 10 april 1979, Arr.Cass. 1978-79, 953

Cass. 12 juni 1979, Arr. Cass. 1978-79, 1216 Cass. 3 oktober 1983, Arr. Cass. 1983-1984, 103 Cass. 23 januari 1987, Arr. Cass. 1978, 498 Cass. 31 januari 1989, A.C., 1988-89, 648

Cass. 13 juni 1989, AR 3143, A.C. 1988-1989, nr. 598. Cass. 15 januari 1991, AR 2153, Arr. Cass. 1990-91, 249 Cass. 19 maart 1991, A.C. 1990-1991, nr. 373

Cass. 19 oktober 1992, Arr. Cass. 1991-1992, 1204 Cass. 13 december 1994, A.C., 1994, 1104

Cass. 20 juni 1995, RW 1996-1997, 981-982, noot VANDEPLAS, A. Cass. 24 juni 1997, A.R. P.96.0131.N, nr 298

Cass. 6 februari 2001, AR P.99498 N, Arr. Cass. 2001

Cass. 26 februari 2002, RW2002-2003, 134, concl. Adv.-Gen DE SWAEF, M. Cass. 22 mei 2002, AR P.02.204.F, Arr. Cass 2002, nr 313

Cass. 12 november 2002, NjW 5 februari 2003, 130-133

Cass. 7 januari 2003, AR P.02.271 N, Arr. Cass. 2003, nr. 10

Cass 9 november 2004, AR P.04.849.N, Arr, Cass. 2004, nr. 539; Pas. 2004, nr. 539 en RDP 2005, 789

Cass. 4 april 2005, AR C.04.336, Arr.Cass. 2005, nr. 194 Cass. 10 mei 2005, P.04.1693.N

Cass. 5 januari 2006, Arr.Cass. 2007-2008, 404

Cass. 12 september 2006, Nullum crimen 2008, 183-184

Cass. 26 september 2006, AR P.05.1663 N., Arr. Cass. 2006 en RW2006-2007, 1084-1086

Antwerpen 22 november 1984, RW 1985-1986, 1850-1852, noot DE SWAEF, M. Antwerpen 22 februari 2006, RW2009-2010, 583-584

Antwerpen 7 mei 2008, RW2008-2009, 1520-1522, noot HELSEN, P.

Brussel 26 juni 1980, RW 1980-1981, 2008-2009

Brussel 24 april 1985, RW 1985-1986, 882-884, noot DE SWAEF, M.

Luik 29 maart 2006, T. Strafr. 2006, 274

Gent 11 januari 2002, l'{jW2002, 63-65

Gent 1 maart 2002, RW2003-2003, 1549-1551, noot SMETS, A.

Corr. Gent 19 oktober 1999, TMR 2000, 168-169 Corr. Gent 1 februari 2000, TMR 2000, 170

Corr. Gent 3 april 2000, TMR 2001, 410

Corr. Gent 28 januari 2003, TMR 2003, 314

Corr. Gent 5 februari 2005, l'{jW2003, 167-168

Corr. Brussel 13 november 1997, RW 1997-1998, 988-991, noot VANANROYE, J. Corr. Dendermonde 24 maart 2003, TMR 2003, 311

Corr. Leuven 22 februari 2006, T.Strafr. 2006, 228

Corr. Oudenaarde 6 juni 2003, RABG 2004, 371.

K.I. Antwerpen 4 december 1998, RDJP 2000, 59

Franse rechtspraak

Cass. Fr. 2 december 1997, JC.P. 1998, Jur., II, 10.023; Chron., I, nr. 112, Dal!., 1999, Somm. 152

Cass. Crim. 20 juni 2000, Rév. Sociétés 2001, 853-854 Lyon 3 juni 1998, Droit pénal, Juri. Classeur 1998, nr. 118 Corr. Lyon 9 oktober 1997, JC.P. 1998, Chron., I, nr. 15

 

Nederlandse rechtspraak

H.R. 27 januari 1948, NJ 1948, 197

H.R. 23 februari 1954, NJ 1954, 378, noot RÖLING R.V.A. H.R. 28 oktober 1980, NJ 1981, 123

H.R. 16juni 1981,NJ1981,586

H.R. 1 juli 1981, NJ 1982, 80 met noot VAN VEEN T. Zie ook TORRINGA, R.A., De rechtspersoon als dader, strafbaar leidinggeven aan rechtspersonen, Monografieën Strafrecht, nr. 2, Arnhem, Gouda Quint, 1984, 30-32

H.R. 10 november 1987, NJ 1988, 303

H.R.9juni 1992,NJ1992, 794

H.R. 25 januari 1994, NJ 1994, 598

H.R. 23 april 1996, NJ 1996, 513 en 2825-2833 H.R. 13 november 2001, NJ 2002, 219

H.R 24 september 2002, NJB 2002, nr. 139 H.R. 21 oktober 2003, NJ2006, 328

H.R. 21 september 2004, NJ2005, 180.

H.R. 17 april 2007, Nieuwsbrief Strafrecht 2007, 208

H.R. 2 oktober 2007, Nieuwsbrief Strafrecht 12 november 2007, afl. 12, 1186-1189

Rechtbank Leeuwarden 23 december 1987, NJ 1988, 981

Franse rechtspraak

Crim. 15 juli 1943, Bull. Crim. n 68, Crim 6 maart 1958, D., 465

 

Rechtsleer

Belgische rechtsleer

ARNOU, L., "Rechtspersonen nu ook strafbaar", De Juristenkrant 1999, 11

ARNOU, L., "Schuldig en toch vrijgesproken worden", De Juristenkrant 2000, nr. 14, 3 ARNOU, L., "Cassatie roept halt toe aan retroactiviteit strafuitsluitingsgrond", De Juristenkrant 2000, nr. 18, 5

BILLIOUW, G., "De strafrechtelijke verantwoordelijkheid van rechtspersonen: Een stand van zaken", TWVR 2001, 155-171

CASSIERS, W., "La responsabilités pénale des personnes morales: une solution en trompe l'oeil?", Rev.dr.Pén. 1999, 823-859

CABOOR, P.,: "De strafuitsluitende verschoningsgrond van artikel 5, tweede lid Sw., ook het internationaal recht sluit de discussie.".RW2003-2004, 536-539

DAUW, P., "Het optreden in rechte van de rechtspersoon", CABG 2006, Larcier Gent 2006/2, 4

DECLERCQ, R, "Beginselen van strafrechtspleging", Mechelen, Kluwer, 2007, 84 DERUYCK, F., "De rechtspersoon in het strafrecht", Gent, Mys & Breesch, 1996, 22 DERUYCK, F., "Societas delinquere non potest ... en wat dan nog? Over het ontbreken van strafrechtelijke verantwoordelijkheid van rechtspersonen naar Belgisch recht", Panopticon 1991, 249-259

DERUYCK, F., "Pour quand la responsabilité pénale des personnes morales en droit pénal beige?", JT 1997, 700

DERUYCK, F., "Vennootschappen - Wet van 4 mei 1999 - Strafrechtelijke verantwoordelijkheid van rechtspersonen", TBH 1999, 653-657

DESCHEPPER, T., "Wetsontwerp houdende het wetboek van strafprocesrecht: bespreking van het ontwerp zoals het is overgezonden door de Senaat", Nullum Crimen 2006, 162-171

DE NAUW, A., "L'évolution législative vers un système punitif administratif', Rev.dr.pén. 1989,383

DE NAUW, A., "Le vouloir propre de la personne morale et l'action résultant d'une infraction", noot onder Cass. 19 oktober 1992, RCJB 1995, 252

DE NAUW, A. en DERUYCK, F, "De strafrechtelijke verantwoordelijkheid van rechtspersonen", RW 1999-2000, 897-914

DE NAUW, A. (ed.), "Strafrecht van nu en straks", Brugge, Die Keure, 2003, 203-204

 

DE MEULENAER, S.en W AETERINCKX, P., "De lasthebber ad hoc in het strafprocesrecht: lastiger dan gedacht", RW2003-2004, 401-410

DHAENENS, J., "Sanctions pénales et personnes morales", Rev.dr.pén. 1975-1976, 731-759 DUPONT, L. en VERSTRAETEN, R., "Handboek Belgisch Strafrecht", Leuven, Acco, 1990, 492-496

DUPONT, L., "Straf(proces)recht", Brugge, Die Keure, 2001, 12 DUPONT, L., "Beginselen van strafrecht", Leuven, Acco, 2002, 199

FAURE, M., "De strafrechtelijke toerekening van milieudelicten", Antwerpen, Maklu, 1992, 60-65

FAURE, M., en ROEF, D." Naar een wettelijke formulering van de strafrechtelijke aansprakelijkheid van de rechtspersoon.", RW 1995-1996, 417-432

FAURE, M., "De strafrechtelijke verantwoordelijkheid in de onderneming", TPR 2000, 1293- 1370

FAURE, M. en WAETERINCKX, P., "De strafrechtelijke verantwoordelijkheid van de rechtspersoon: een blik van rechtspraak en enkele knelpunten in de praktijk", T Strafr. 2004, 318-345

FESTRAETS, L., "De retroactieve toepassing van artikel 5, tweede lid, Sw.", (noot onder Antwerpen 13 september 2001), RW2001-2002, 1617-1620

FIELD, S. en JÖRG, N., "Strafrechtelijke aansprakelijkheid van rechtspersonen voor dodelijke ongevallen naar Engels en Nederlands recht", Panopticon 1991, 233-248

FRANSSEN, V., "Daderschap en toerekening bij rechtspersonen", Nullum Crimen 2009, 227-235

GEEROMS, S., "La responsabilité pénale de la personne morale: une etude comparative", RIDC 1996, 565-566

GEEROMS, S., "De toerekening van het misdrijf aan de rechtspersoon: een rechtsvergelijkende analyse", Panopticon 1997, 421-453

GOLLIER, M. en LAGASSE, F., "La responsabilité des personnes morales: Ie point sur la question après l'entrée en vigueur de la loi du 4 mai 1999", Soc. Kron., 1999, 523

HELSEN, P., "De lasthebber ad hoc in het strafrecht: een eerste verkenning op braakliggend terein.", T Strafr. 2003, 2-13

HELSEN, P., "Wanneer is de aanstelling van een lasthebber ad hoc verplicht?", TStrafr. 2006,228

 

HELSEN, P., "Hoger beroep tegen de uitvoerbaar bij voorraad aangestelde lasthebber ad hoc", noot bij Antwerpen 22 februari 2006, RW2009-2010, 583-584

MASSET, A., "La loi du 4 mai 1999 instaurant la responsabilité pénale des personnes morales: une extension du filet pénal modalisée", JT 1999, 658-659

MONSEREZ, L., "De cumulatie van de strafrechtelijke verantwoordelijkheid van rechtspersonen met die van natuurlijke personen: het Hof van Cassatie lijkt een strikte interpretatie voor te staan", DAOR 2001, 256-262

NIHOUL, M., La responsabilité pénale de la personne morale, Bruges, La Charte, 2005, 345- 350

LEGROS, R., "La responsabilité pénale des dirigeants des sociétés et le droit pénal général", Rev.dr.pén. 1963-64, 3-28

LEGROS, R., "Imputabilité pénale et entreprise économique", RDP 1968-69, 372-379. POPELIER, P., "noot inzake artikel 2, tweede lid Sw. bij Cass. 30 april 2002", RW 2002- 2003, 748-749

ROZIE, J., Noot bij Cass 28 juni 2005, "De rechtspersoon en zijn minimumgeldboete: een nieuwe ontwikkeling, nieuwe logica", Nullum Crimen 2006, 183-187

SMETS, A., "De wet van 4 mei 1999 tot invoering van de strafrechtelijke verantwoordelijkheid van rechtspersonen en de lasthebber ad hoc: een belangenconflict?", RW2002-2003, 1550-1551

SLABBAERT, K., "De betekening aan een rechtspersoon".Cass. 5 januari 2006, Arr.Cass. 2007-2008, 404

SPRIET, B., "(De) cumul van strafrechtelijke verantwoordelijkheid van rechtspersonen en natuurlijke persoon - Retroactiviteit van de decumulbepaling voor de natuurlijke persoon", T. Strafr. 2000, 223-226

STESSENS, G., "Hoofdstuk 4: De strafrechtelijke verantwoordelijkheid van rechtspersonen", in VAN OEVELEN, A., ERNST, P. FRANCOIS, A., VAN PASSEL, M. (ed.), Bestendig handboek vennootschap en aansprakelijkheid, Antwerpen, Kluwer, 2000, 286

TRAEST, P., "De wet van 4 mei 1999 tot invoering van de strafrechtelijke verantwoordelijkheid van rechtspersonen", TRV 1999, 451-489

TRAEST, P., "Strafrechtelijke aansprakelijkheid van rechtspersonen, organen en medewerkers", Rechtspersonenrecht, Gand, Mys en Breesch, 1999, 83-112

TRAEST, P. en MEESE, J., "Aansprakelijkheidsrecht" van de Vlaamse Conferentie der Balie van Gent (ed.), Antwerpen-Apeldoorn, Maklu, 2004, 332

 

ROEF, D. en DE ROOS, T., "De strafrechtelijke aansprakelijkheid van de rechtspersoon in Nederland: rechtstheoretische beschouwingen bij enkele praktische knelpunten", in M. Faure en K. Schwarz (eds.), De strafrechtelijke en civielrechtelijke aansprakelijkheid van de rechtspersoon en zijn bestuurders, Schoten, Intersentia, 1998, 52

ONSEA, I., "De bestrijding van georganiseerde criminaliteit in het Belgisch strafrecht: de subtiele grens tussen waarheidsvinding en grondrechten.", Antwerpen, Universiteit Antwerpen, Faculteit rechten , 2002, 31

VANDEWALLE, L., "De implicaties van de wet op de strafrechtelijke verantwoordelijkheid van de rechtspersoon op de vervolging van milieudelicten", TMR 2001, 116-144

V ANANROYE, J. en VAN DYCK, S., "De burgerrechtelijke aansprakelijkheid van de rechtspersoon en natuurlijke persoon bij de decumul van artikel 5 tweede lid Sw.", TRV 2003, 453-466

VANDEPLAS, A., "Over de aanhorigheden van een woning", RW 1999-2000, 1275

VAN BAVEL, H., "De wet van 4 mei 1999 tot invoering van de strafrechtelijke verantwoordelijkheid van rechtspersonen", AJT 1990-2000, 209-229

VAN DEN BERGHE, J., "Wet van 4 mei tot invoering van de strafrechtelijke aansprakelijkheid van rechtspersonen: doos van pandora", in Gandaius Actueel IX, Mechelen, Kluwer, 2004, 117

VAN DEN BON, P., "De beperkte strafrechtelijke verantwoordelijkheid van de publiekrechtelijke rechtspersoon wegens niet-naleving van de wet inzake welzijn van de werknemers bij de uitvoering van hun werk", RW2002-2003, 1210-1216

VAN DEN WYNGAERT, C., "Strafrecht en strafprocesrecht in hoofdlijnen", Antwerpen, Maklu, 1999, 92

VAN DEN WYNGAERT, C., "Strafrecht, strafprocesrecht en internationaal strafrecht", Antwerpen, Maklu, 2006, 1314

VAN DRIESSCHE, H., " Evolutie naar de strafrechtelijke (milieu-)aansprakelijkheid van alle publiekrechtelijke rechtspersonen?", RW 1999-2000, 833-843

VAN DYCK, S., "De privaatrechtelijke rechtspersoon als strafbare dader van een misdrijf. Het toepassingsgebied ratione societatis privati iuris van de wet van 4 mei 1999", T. Strafr. 2001, 227-260

VAN EECKHOUTTE, W., "Rechtspersonenrecht ", Gent, Mys en Breesch, 1999, 84

VAN GARSSE, S., "De strafrechtelijke verantwoordelijkheid van publiekrechtelijke rechtspersonen", CDPK 2000, 347-359

VAN LEUVEN, N., "Ook in de onderneming val je niet zomaar binnen", Juristenkrant 8 mei 2002, 1 -7

 

VAN LIMBERGHEN, G., (ed.), Sociaal Strafrecht, Antwerpen, Maklu, 1998, 96

VAN STEENWINCKEL, J., en WAETERINCKX, P., (eds.), "Strafrecht in de onderneming", Antwerpen, Intersentia, 2004, 36

VERHAERT, I. en WAETERINCKX, P., "Strafrechtelijke verantwoordelijkheid, een beheersbaar risico? De delegatie in het strafrecht", RW2001-2002, 1009-1026

VERHAERT, I. en WAETERINCKX, P., "Strafrechtelijke verantwoordelijkheid, een beheersbaar ondernemingsriciso? De delegatie in het strafrecht", bijgewerkt door P. CABOOR, Antwerpen, Intersentia, 73

VERSTRAETEN, R., "Handboek Strafvordering", Antwerpen, Maklu, 2007, 1193 VERMEULEN, P., "Over de problematiek van de rechtspersonen (en ermee gelijkgestelde groeperingen) in het strafrecht naar Belgisch en Duits recht: de administratieve weg?", RW 1990-1991, 1251-1260

VERVAELE, J., "De strafrechtelijke aansprakelijkheid van en binnen de rechtspersoon in Nederland. Een voorbeeldig huwelijk tussen pragmatische en juridische dogmatiek als inspiratiebron voor Europese harmonisatie", Panopticon 1997, 455-479

WAETERINCKX, P., "De cumulatie van de strafrechtelijke verantwoordelijkheid van de rechtspersoon met die van de natuurlijke persoon. Art. 5 tweede lid Sw., een staaltje van onbehoorlijke regelgeving", RW 2000-2001, 1217-1229

WAETERINCKX, P., "Strafbaarheid van rechtspersonen en toerekening van misdrijven.", J\JW2004, 1298

W AETERINCKX, P., "De strafrechtelijke verantwoordelijkheid van twee vaste vertegenwoordigers uit het vennootschapsrecht", Nullum Crimen 2007, 23-38

WAETERINCKX, P. m.m.v. DE MEULENAER, S. en CABOOR, P.: "Risico's voor ondernemingen verbonden aan het opsporings- en gerechtelijk onderzoek." In J. VAN STEENWINCKEL en P. WAETERINCKX (eds.), Strafrecht in de onderneming, Antwerpen, Intersentia, 2004, 397

WUYTS, T., "Strafrechtelijke verantwoordelijkheid van rechtspersonen. Conflicten met de wettelijke toerekening in de oude wetgeving", NJW2003, 1282-1285

Franse rechtsleer

BA YLE, M., "La responsabilité pénale des dirigeants de sociétés en droit français de l' environnement", TBH 1992, 672-681

BOULOC, B., "Le domaine de la responsabilité pénale des personnes morales", Rev. Soc. 1993,291

 

BUFFELAN-LANORE, Y., "La procédure applicable aux infractions commises par les personnes morales", Rev. Soc. 1993, 321-323

DELMAS-MARTY, M., "Les conditions de fond de mise en jeu de la responsabilité pénale", Revue des sociétés 1993, 301

HANNEQUART, Y., "Imputabilité pénale et dommages survenus aux nes et aux biens à l'occasion des activités de l'entreprise", RDPC 1968-69, 459

MOULOUNGUI, C., "La nature de la responsabilité pénale des personnes morales en France", RDP 1995, 143.

PRADEL, J., Le nouveau Code Pénal français. Aperçus sur sa partie générale, RDP 1993, 931

PRADEL, J., La responsabilité pénale des personnes morales en droit français. Quelques questions, Rev. Pén. Et dr. Pen. 1998, 153-167

URBAIN-P ARLÉANI, I.,, "La responsabilité des personnes morales à l' épreuve des fusions".Cass. Rév. Sociétés 2001, 853-854

X, Cent personnes morales pénalement condamnées, JCP 1999, I, nr. 123

Nederlandse rechtsleer

DEMEERSSEMAN, H., "De autonomie van het materiële strafrecht", Arnhem, Gouda Quint, 1985, 47-48

DE HULLU, J., HR 6 januari 1998, NJ 1998, 367

DE HULLU, J., "Materieel strafrecht: over algemene leerstukken van strafrechtelijke aansprakelijkheid naar Nederlands recht", Antwerpen, Kluwer, 2009, 585.

DE KONING, J., en NIJBOER, J., "De vervolging en berechting van overheden", NJB 1998, 732-737.

't HART, "Pikmeerarrest", HR 23 april 1996, NJ 1996, 513

HARTMANN, A. en DE MEIJER, M., "De personele werkingssfeer van het zwijgrecht en de cautieverplichting bij de verdachte rechtspersoon.", NJB 22 november 1996, 1768-1773

SIKKEMA, E., "Twee wetsvoorstellen over de strafbare overheid", NJB 2006, 1994-2001

TORRINGA, R.A., "De rechtspersoon als dader, strafbaar leidinggeven aan rechtsersonen.", Monografieën Strafrecht, nr. 2, Arnhem, Gouda Quint, 1984, 30-32

SCHALKEN, T., "De zelfkant van de rechtshandhaving: over onrechtmatig verkregen bewijs in strafzaken, Arnhem, Gouda Quinta, 1981, 27.
 

Gerelateerd
Aangemaakt op: do, 28/12/2017 - 09:01
Laatst aangepast op: do, 28/12/2017 - 09:01

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.