-A +A

De vereiste ééntaligheid van de akten van rechtspleging

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Publicatie
Auteur: 
Clijmans N
Uitgever: 
RABG
Jaargang: 
2005/9
Pagina: 
860
Samenvatting

Deze bijdrage werd gepubliceerd op http://www.clijmansadvocaten.be/publicaties/ onder deze link

De auteur bespreek het Cassatiearrest van 18 oktober 2004, A.R. C030575N, waarbij het Hof formeel herhaalde dat de argumenten van grieven in een akte van beroep op straffe van nietigheid in de taal van de rechtspleging dienen gesteld.
Dit geldt niet alleen voor de "hoofdargumentatie" maar ook voor argumenten ter ondersteuning van grieven.

Overeenkomstig art.2 en 24 van de Wet op het gebruik der talen in gerechtszaken dient een akte van rechtspleging integraal gesteld te zijn in de taal van de rechtspleging. Een akte van rechtsplegingg moet worden geacht integraal in de taal van de rechtspleging te zijn gesteld indien alle vermeldingen vereist voor de regelmatigheid van de akte in die taal zijn gesteld.

De voor de regelmatigheid van de akte van hoger beroep vereiste vermeldingen omvatten o.a. de uiteenzetting van de grieven (cf. art. 1057,7° Ger.W.). Deze grieven dienen bijgevolg gesteld in de procestaal.

Argumenten, in de akte van hoger beroep aangehaald ter ondersteuning van grieven behoren tot deze grieven en dienen bijgevolg evenzeer te worden
gesteld in de taal der rechtspleging.

De Wet van 15 juni 1935  op het gebruik der talen in gerechtszaken omvat alle akten van rechtspleging, derhalve slaat de wet (ook) op de akten van rechtspleging die uitgaan van de partijen of hun lasthebbers, van de gerechtelijke ambtenaren of de deskundigen (de zgn. akten van
rechtspleging s.s.), doch ook de vonnissen en arresten. Zie: L. LINDEMANS, Taalgebruik in gerechtszaken, in A.P.R., Gent, Story-Scientia, 1973, p.20, nr. 25; G. CLOSSET-MARCHAL, “Considérations sur l’emploi des langues devant les juridictions civiles, commerciales et du travail du premier degré″ Ann.Dr. Louvain, 1989, (173) 177.

Overige Rechtsleer

• P. VERGUTS, “Taal van de procedureakten: Dura lex sed lex”, (noot onder Antwerpen 2 februari 2004), E.T.L.2004, 220.

Rechtspraak

• Cass. 3 mei 1977, A.C. 1977, 898;
• Cass. 25 maart 1983, A.C. 1982-83, nr. 417;
• Cass. 16 november 1987, A.C.1987-88, 338;
• Cass. 19 december 1988, R.W. 1988-89, 1030;
• Cass., 4 januari 1990, A.C. 1989, 584;
• Cass. 15 januari 1990, A.C. 1989-90, 635;
• Cass. 20 januari 1992, A.C. 1991, 443;
• Cass. 15 februari 1993, A.C. 1993, I, 184;
• Cass. 7 november 1996, A.C. 1996, 423;
• Cass. 14 april 2000, A.C. 2000, 255;
• Cass. 27 maart 2003, A.R. C020159F en C020239F, www.cass.be;
• Cass. 16 september 2004, A.R. C040132F, www.cass.be.
• Cass. 20 november 2003, A.R. C010412N;
• Brussel 8 juli 1998, T.B.H. 1998, 667; Antwerpen 29 november 2004, NjW 2005, 379 

 

Gerelateerd
Bibliotheek
In bibliotheek?: 
Dit item is beschikbaar in de bibliotheek van advocatenkantoor Elfri De Neve
Aangemaakt op: za, 01/11/2014 - 12:22
Laatst aangepast op: za, 01/11/2014 - 12:22

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.