-A +A

De strafrechtelijke verantwoordelijkheid van de rechtspersoon en zijn leidinggevenden

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Publicatie
Auteur: 
Waeterinckx Patrick
Uitgever: 
intersentia
Jaargang: 
2015
ISBN nummer: 
ISBN 9789400005754
Samenvatting

De strafrechtelijke verantwoordelijkheid van leidinggevenden en van de rechtspersonen die ze leiden, is al vele jaren een actueel onderwerp. Noch het beheersen van de strafrechtelijke verantwoordelijkheid noch het onderzoeken en het beoordelen ervan ligt voor de hand. Die aspecten vereisen immers zowel een grondige kennis van het recht als van de concrete werking van de ondernemingen en verenigingen. Als deze kennis ontbreekt, zal het risico zich in het bedrijf of de vereniging frequenter voordoen en zullen het onderzoek en de beoordeling worden gereduceerd tot gemeenplaatsen die de strafrechtelijke verantwoordelijkheid reduceren tot een zuiver objectieve aansprakelijkheid.

Deze vaststellingen bij de vorige uitgave hebben nog niet aan belang ingeboet, integendeel. Wetgevende initiatieven en verfijning van de rechtspraak in het domein van de strafrechtelijke verantwoordelijkheid in de onderneming van zowel de leidinggevende als de rechtspersoon zijn nauwelijks bij te houden. De wetgever tracht vanuit een steekvlampolitiek steeds weer de strafrechtelijke verantwoordelijkheid in de ondernemingssfeer te regelen in alle details. Het resultaat is bekend: onbehoorlijke wetgeving in al zijn mogelijke verschijningsvormen.

Niettemin kan men verfijningen in de rechtspraak ontwaren. Soms komt het schuldstrafrecht opnieuw op de voorgrond, zodat een veroordeling niet louter gebaseerd is op het enkele feit dat de onderneming een winstoogmerk heeft en de leidinggevende leiding geeft, maar soms neemt de rechtspraak ook haar toevlucht tot meer ‘creatieve’ pistes, waarbij de rechter al eens op de beleidsstoel zit.

Ondanks alle evoluties valt het op dat de strafrechtelijke verantwoordelijkheid uiteindelijk meestal kan worden beoordeeld via de grote principes van het strafrecht, die al ingebakken zaten in het Strafwetboek anno 1867.

Dit praktische boek benadert de strafrechtelijke verantwoordelijkheid van leidinggevenden en van rechtspersonen zowel vanuit de juridische als vanuit de bedrijfseconomische realiteit. Het richt zich tot magistraten, advocaten, bedrijfsjuristen, forensische auditoren, bedrijfsleiders en hun adviseurs.

Inhoudstafel tekst: 

Korte Inhoudstafel (p. 0)

Inleiding – Strafrechtelijke verantwoordelijkheid als risico binnen het ondernemingskader (p. 1)

1. De strafrechtelijke verantwoordelijkheid van de natuurlijke persoon (p. 11)

2. De strafrechtelijke verantwoordelijkheid van de rechtspersoon (p. 49)

3. De strafrechtelijke verantwoordelijkheid van enkele bijzondere toezichthouders (p. 165)

4. De preventie – Delegatie van bevoegdheden (p. 189)

Bibliografie (p. 225)

Trefwoordenregister (p. 247)

Integrale Inhoudstafel

Woord vooraf bij de eerste uitgave . . v
Woord vooraf bij de tweede uitgave . . vii
Inleiding – Strafrechtelijke verantwoordelijkheid als risico binnen het ondernemingskader . 1
1. De strafrechtelijke verantwoordelijkheid van de natuurlijke persoon.11
A. Het begrip toerekening . 11
B. Toerekeningsvormen . . 12
a. Materiële toerekening . 12
b. Wettelijke en conventionele toerekening . 13
c. Rechterlijke toerekening . 16
C. Het principe van het schuldstrafrecht . . 17
D. De strafbare deelneming . 22
1. Algemeen . . 22
2. Enkele juridische knelpunten . 30
a. Het bewijs van het deelnemingsopzet . . 30
b. Deelneming door onthouding. 32
c. Deelneming als correctie op de wettelijke/conventionele toerekening . 35
d. De “gewilde onwetendheid” . 42
E. De leidinggevende als werkgever . 45
F. De leidinggevende samen met de rechtspersoon (art. 5, lid 2 Sw.) . . 48
G. De leidinggevende als bewaker van het moreel bestanddeel van de rechts persoon . . 48
2. De strafrechtelijke verantwoordelijkheid van de rechtspersoon . 49
A. Ratio legis van de wet van 4 mei 1999 . 49
B. Schema van de strafbare rechts personen . 52
1. Vooraf – welke misdrijven? . . 52
2. Rechtspersonen van publiek- en privaatrecht . . 53
a. Algemeen . . 53
b. De onder artikel 5, lid 4 Sw. uitgesloten publiekrechtelijke rechtspersonen . 55
3. Buitenlandse rechtspersonen . 64
a. Algemeen . . 64
b. Misdrijven gepleegd in België . 65
c. De extraterritoriale toepassing van de strafwet . 67
4. Nietige rechtspersonen . 68
C. De toerekening . 69
1. De materiële component van het daderschap van de rechtspersoon . 69
2. Verwijtbaarheid t.a.v. de rechtspersoon . 70
a. Algemeen . . 70
b. Misdrijven die geen opzet vereisen . 77
c. Opzettelijke misdrijven . . 81
3. Artikel 5, lid 2 Sw. – De (meestal leiding gevende) natuurlijke persoon samen met de rechtspersoon . . 84
a. Algemeen . . 84
b. Het begrip ‘uitsluitend’ onder artikel 5, lid 2 Sw. 90
c. Het begrip ‘de zwaarste fout’ onder artikel 5, lid 2 Sw. 92
D. De verhouding tussen de autonome strafrechtelijke verantwoordelijkheid van de rechtspersoon en de wettelijke en conventionele toerekening in de bijzondere strafbepalingen . 95
1. Algemeen . . 95
2. De wettelijke (conventionele) toerekening in het licht van artikel 5, lid 2 Sw. . 99
E. De straffen . 100
1. Algemeen . 100
2. De geldboete . . 101
3. De burgerrechtelijke aansprakelijkheid van de rechtspersoon tot betaling van de geldboete waartoe de natuurlijke persoon wordt veroordeeld (art. 50bis Sw.) . 104
4. De straff en aan misdaden en wanbedrijven gemeen, toepasselijk op rechtspersonen (art. 35-37bis Sw.) . . 106
F. Aspecten van procedure . 108
1. Artikel 2 bis V.T.Sv., de lasthebber ad hoc . 108
a. Algemeen . 108
b. Verplichte aanstelling en door wie? . 109
c. Wie kan als LAH worden aangesteld? . 116
d. Statuut . 119
e. Rechten van verdediging . 120
1° Algemeen . 120
2° Zwijgrecht. 122
3° De toegang tot een raadsman tijdens het verhoor en de rechtspersoon. 127
f. Aard van de vergoeding/kosten . 143
g. Slotopmerking i.v.m. de curator . 144
2. Het verval van de strafvordering – De problematiek van de her structureringen . . 144
G. Evaluatie van de strafrechtelijke verantwoordelijkheid van de rechts persoon . 154
1. Inleiding . . 154
2. Inventaris van de onopgeloste kwesties sinds 1999 . . 155
a. Artikel 5, lid 4 Sw. 155
b. De wettelijke en conventionele toerekeningen in relatie tot artikel 5 Sw. . . 155
c. De subjectieve component van het daderschap, de verwijtbaarheid . 155
d. Artikel 5, lid 2 Sw. 155
e. De straff en . 156
f. De impact van herstructureringen op het lot van de strafvordering . 156
g. De LAH . 156
3. Denkpistes tot wijziging . 157
3. De strafrechtelijke verantwoordelijkheid van enkele bijzondere toezichthouders . . 165
A. De vaste vertegenwoordiger . 165
1. Situering vanuit het vennootschapsrecht . 165
2. De vaste vertegenwoordiger uit de corporate-governance-wet (art. 61, § 2 W.Venn.) . 167
a. Ratio legis . 167
b. Conventionele toerekening . 168
c. Staat de strafrechtelijke verantwoordelijkheid van de aanstellende rechts persoon buitenspel? . 170
d. De verhouding tot de algemene strafb aarheid van de rechtspersoon (art. 5, lid 1 Sw.) . 171
e. De aanstellende rechtspersoon toch nog strafrechtelijk verantwoordelijk als deelnemer? . . 172
f. Wie is strafrechtelijk verantwoordelijk als er geen vaste vertegenwoordiger is aangesteld? . . 172
B. De milieucoördinator . 173
C. Toezichthouders op het welzijn op het werk . . 179
1. Bouwplaatsen – De veiligheidscoördinator . . 179
2. De toerekening aan de preventieadviseur in het sociaal recht . . 183
4. De preventie – Delegatie van bevoegdheden . 189
A. Algemeen . 189
B. Definitie en juridische aard van de delegatie . 191
Persoonlijke kopie van ()
C. Vergelijking met andere figuren uit het civiele recht en in het bijzonder met artikel 524bis W.Venn. . 192
D. In welke materies kan men delegeren? . 194
E. Mogelijkheid of verplichting? . . 196
F. Voorwaarden voor de geldigheid van de delegatie van bevoegdheden.197
1. Grondvoorwaarden . . 197
a. Arrest van het hof van beroep te Brussel van 7 september 1994 . 197
b. Afwezigheid van fout en bedrog . 198
c. Verbod tot algemene delegatie . 199
d. De delegatie moet duidelijk en expliciet zijn . . 199
e. De gedelegeerde moet de delegatie (bij voorkeur?) aanvaarden en volledig op de hoogte worden gebracht van de grenzen en de omvang van zijn opdracht . . 200
f. Moet de gedelegeerde een ondergeschikte zijn (verticale delegatie)? . 201
g. Een effectieve overdracht van bevoegdheden . 203
h. De gedelegeerde moet de bekwaamheid, het gezag en de nodige middelen bezitten om zijn opdracht uit te voeren . 203
1° Inleiding . . 203
2° Bekwaamheid . 204
3° Gezag. . 205
4° Middelen . . 206
5° Regelmatig toezicht op de uitvoering van de gedelegeerde taken . . 207
6° Schema grondvoorwaarden . 209
2. Vormvoorwaarden . . 209
G. Enkele bijzonderheden . . 211
1. Subdelegatie . . 211
2. Houdt delegatie een (eenzijdige) wijziging in van de arbeidsvoorwaarden? . . 212
3. Delegatie en de rechtspersoon . . 213
H. Gevolgen van een geldige delegatie van bevoegdheden. . 218
1. Algemeen . 218
2. Delegatie en voortdurende misdrijven . 220
3. Delegatie en fraude . . 221
I. Einde van de delegatie . 222
J. Besluit i.v.m. de delegatie . 223
Bibliografie . 225
Trefwoordenregister . . 247

 

 

 

Gerelateerd
Aangemaakt op: do, 28/12/2017 - 08:39
Laatst aangepast op: do, 28/12/2017 - 08:39

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.