-A +A

De invulling door de Raad van State van het begrip uiterst dringende noodzakelijkheid

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Publicatie
Auteur: 
Van Lommel
Tijdschrift: 
Advocatenpraktijk
Uitgever: 
Kluwer
Jaargang: 
2005
Samenvatting

 

Vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid

Voor bijzonder spoedeisende gevallen bestaat de procedure van de vordering tot schorsing bij uiterst dringende noodzakelijkheid. Deze procedure houdt belangrijke afwijkingen in van de gebruikelijke regels, en ze moet beperkt blijven tot de uitzonderlijke gevallen waar deze afwijkingen kunnen worden verantwoord door de bedreigde rechten en belangen.

Voor deze procedure wordt er in het bijzonder verwezen naar artikel 17, §4, van de gecoördineerde wetten en naar artikel 16 van de procedureregeling kort geding.

 

Inhoudstafel tekst: 

Inhoud:
Parlementaire voorbereidingswerken;
Rechtspraakanalyse;
Besluit;
Bibliografie.

Rechtspraak:

• Bij de Raad van State is volgens de procedure van uiterst dringende noodzakelijkheid een vordering ingesteld tot schorsing van de beslissing van de Waalse Regering houdende vernietiging van de constructieve motie van wantrouwen die door de gemeenteraad van Awans is aangenomen op 27 juni 2014. Bij zijn arrest nr 228.128 van 29 juli 2014 heeft de Raad van State besloten die vordering af te wijzen. De Raad van State oordeelt dat de uiterst dringende noodzakelijkheid weliswaar bewezen is, gelet op de grote spanningen die binnen de organen van de gemeente Awans heersen en die de goede werking van die gemeente in het gedrang kunnen brengen, maar oordeelt evenwel dat geen enkel middel van het verzoekschrift in dit stadium van de procedure ernstig kan worden bevonden.

De Raad van State stelt ten eerste dat de beslissing van de Waalse Minister van de Plaatselijke Besturen een handeling van toezicht is die tijdens de periode van lopende zaken genomen kon worden en dat de Minister zich bij zijn handeling gehouden heeft aan de zorgvuldigheidsplicht en volledig onpartijdig is gebleven. Ten tweede stelt de Raad van State dat hij, bij de huidige stand van de bepalingen van het Waals Wetboek van de plaatselijke democratie en de decentralisatie, alleen kon vaststellen dat de “gemengde” motie van wantrouwen, die zowel tegen het gemeentecollege als tegen de burgemeester in het bijzonder gericht was, niet voldeed aan de ontvankelijkheidsvoorwaarden van een individuele motie.
 

 

Gerelateerd
Aangemaakt op: za, 13/02/2016 - 16:38
Laatst aangepast op: za, 13/02/2016 - 16:38

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.