-A +A

De bewijslast bij de vordering van overuren

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Publicatie
Auteur: 
Blomme F
Tijdschrift: 
Or
Uitgever: 
2018
Pagina: 
afl 3, 54-76
Samenvatting

De groei van de vierentwintiguurseconomie heeft ertoe geleid dat in heel wat gevallen de klassieke  nine-to-five-jobs zijn vervangen door stelsels die de

normale arbeidsduurgrenzen overschrijden.

Maar ook bij werkgevers die binnen de klassieke structuren werken, gebeurt het wel eens dat tijdelijk – bijvoorbeeld wegens een grote bestelling of omwille

van een onvoorziene noodzaak – bijkomende uren worden gepresteerd.

De Wet betreffende Wendbaar en Werkbaar werk heeft bijkomende mogelijkheden gecreëerd voor het presteren van overuren (o.a. het systeem van vrijwillige overuren1).

De gepresteerde overuren worden echter niet altijd correct verloond en geven – vaak post factum –aanleiding tot vorderingen inzake bijkomend loon of overloon. In deze bijdrage wordt ingegaan op de problematiek van de bewijslast bij het vorderen vanhet gewone loon en/of overloon voor bijkomende

uren. 

Inhoudstafel tekst: 

1. De bewijslast voor de gepresteerde overuren ligt bij de werknemer die ze vordert 54

1.1. Het bewijs dat het overloonartikel van toepassing is 54

1.2. Het bewijs van het bestaan, de omvang en de duur van de overuren 55

1.3. De medewerking van de werkgever bij debewijsvoering 56

2. Het bewijs dat de overuren werden verricht op verzoek van of met de goedkeuring van de werkgever 58

2.1. De uitdrukkelijke of stilzwijgende goedkeuring van de werkgever 58

2.2. De overuren gecreëerd in strijd met de wil of de richtlijnen van de werkgever 58

3. De documenten die overuren kunnen bewijzen 61

3.1. Tijdsregistratiegegevens 61

3.2. Tijdsregistratiegegevens voor chauffeurs 64

3.3. De door de werkgever opgestelde stukken 64

3.4. De eenzijdig door de werknemer opgesteldedocumenten 66

3.5. De openingsuren 68

3.6. Mailverkeer en briefwisseling 69

3.7. Het systeem gehanteerd voor de andere werknemers 70

4. Het bewijs op basis van vermoedens 70

5. Het getuigenbewijs 71

5.1. De toelaatbaarheid van het getuigenbewijs 71

5.2. Het getuigenbewijs van overuren door collega-werknemers71

5.3. Het getuigenbewijs van overuren door klanten 72

6. De post factum opeising van overloon waarbij de

werknemer lange tijd passief blijft tijdens de arbeidsrelatie 73

6.1. Jurisprudentie waarbij de vordering wordt verworpen 73

6.2. Jurisprudentie waarbij de vordering wordt aanvaard 73

7. De precisering van de vordering 74

7.1. Het bewijs van het aantal overuren 74

7.2. De toekenning van overloon ex aequo et bono 75

[in Jura bibliotheek kantoor]

 

Gerelateerd
Aangemaakt op: do, 07/06/2018 - 15:00
Laatst aangepast op: vr, 15/06/2018 - 23:32

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.