-A +A

Burgerlijk procesrecht na Potpourri V

Printervriendelijke versiePrintervriendelijke versieVerstuur naar een vriendVerstuur naar een vriend
Publicatie
Auteur: 
Scheers D
Auteur: 
Thiriar P
Tijdschrift: 
Rechtskundig weekblad
Uitgever: 
intersentia
Jaargang: 
2017-2018
Pagina: 
723
Samenvatting

Bespreking van de wet van 6 juli 2017 (Potpourriwet V), in werking getreden op 3 augustus 2017.

 

Inhoudstafel tekst: 

I. Bevoegdheid

A. Familierechtbank en staat van personen (wijziging van art. 569 Ger.W) bevoegdheid familierechtbank voor de nationaliteitsverklaringen in plaats van de rechtbank van eerste aanleg (voorheen).

Verduidelijking art. 572 Ger.W van het begrip staat van personen in die zin dat ook de vorderingen aangaande de Belgische nationaliteit en die m.b.t. de erkenning van de status van staatloze worden beschouwd als vorderingen inzake de staat van personen.

art. 632bis Ger.W.: de vorderingen tot erkenning van de status van staatloze dienen gebracht te worden voor de familierechtbank van de zetel van het hof van beroep van het rechtsgebied waar de verzoekende partij zijn woonplaats of verblijfplaats heeft.

B. Vrederechter, familierechtbank, leefloon en verplichting tot levensonderhoud

artikel 591, 14° Ger.W.: Alle vorderingen inzake verplichtingen tot levensonderhoud, met inbegrip van de vorderingen aangaande het leefloon, en de vordering van een OCMW tot terugbetaling van het leefloon ten aanzien van de onderhoudsplichtigen van de persoon die het leefloon heeft genoten, behoren niet langer tot de bevoegdheid van de vrederechter maar wel tot de bevoegdheid van de familierechtbank.

de terugvorderingen van het leefloon en van de kosten van maatschappelijke dienstverlening ten aanzien van de persoon die het leefloon zelf heeft genoten, behoren niet langer tot de bevoegdheid van de arbeidsrechtbank maar wordt voortaan een bijzondere bevoegdheid van de vrederechter worden. 

II. Instaatstelling

A. Sancties

Art. 736 Ger.W. wordt taalkundig gewijzigd in die zin dat de term «overleggen» wordt vervangen door «toezenden».

Art. 747 Ger.W. verduidelijking van de reeds door de rechtsleer en rechtspraak aanvaarde regel dat de sanctie van het ambtshalve weren uit het debat van laattijdig neergelegde conclusies zowel geldt bij overschrijding van de termijnen vastgelegd in een gerechtelijk kalender als in een minnelijk proces-kalender.

B. Neerlegging van conclusies

Art. 742 Ger.W. de neerlegging van een conclusie gebeurt door de afgifte ter griffie of ter terechtzitting of door de verzending langs de post of het hiertoe bestemde informaticasysteem. De datum van neerlegging is die waarop de conclusie op de griffie wordt ontvangen.

C. Bijkomende conclusies

12. In art. 748 Ger.W. De uitspraak die verleend wordt nadat er bijkomende conclusietermijnen werd toegekend, is steeds op tegenspraak.

D. Heropening van het debat

Art. 775 Ger.W. Na de heropening van het debat moeten partijen in principe niet meer verschijnen. Het volstaat dat de partijen louter schriftelijke opmerkingen in de vorm van conclusies formuleren over het onderwerp van de heropening uit te wisselen en aan de rechter te bezorgen. Deze conclusies moeten beperkt blijven tot het onderwerp waartoe het debat werd heropend, tenzij de rechtbank formeel verzoekt de opmerkingen en standpunten te verwerken in syntheseconclusies.

E. Verzoek tot maatregelen alvorens recht te doen

art. 19, derde lid Ger.W. Het verzoek art. 19, derde lid Ger. W. dient ingevolge deze aanvulling in zoveel exemplaren als er partijen in het geding zijn te worden neergelegd, vermeerderd met één, aan de griffie moet worden bezorgd. Op deze bepaling is geen sanctie voorzien.

III. Verstek en tegenspraak

Art. 803, eerste lid Ger.W. stelt vanouds bepaalt dat tegen een partij die niet is verschenen op de inleidende zitting en tegen wie geen verstek werd gevorderd, geen verstek kan worden gevorderd op een latere zitting, tenzij deze partij bij gerechtsbrief werd opgeroepen voor deze latere zitting.

Art. 803, tweede lid houdt een aanvulling in op deze bepaling en stelt dat wanneer op de inleidende zitting twijfel rijst of de gedinginleidende akte de niet-verschenen verwerende partij in staat heeft gesteld zich te verdedigen, de rechter kan bevelen dat de gedinginleidende akte aan deze partij wordt betekend bij gerechtsdeurwaardersexploot.

IV. Rechtsmiddelen

A. Beslissingen alvorens recht te doen en uitgesteld hoger beroep

Nieuwe (aangepaste) bepaling in het gerechtelijk wetboek:

Art. 875bis.

De rechter beperkt de keuze van de onderzoeksmaatregel en de inhoud van die maatregel tot wat volstaat om het geschil op te lossen, mede in het licht van de verhouding van de verwachte kosten van de maatregel tot de inzet van het geschil en waarbij de meest eenvoudige, snelle en goedkope maatregel de voorkeur geniet.

Wanneer de ontvankelijkheid van de vordering wordt betwist, kan de rechter een onderzoeksmaatregel slechts bevelen nadat de vordering ontvankelijk werd verklaard, behalve wanneer de maatregel betrekking heeft op het vervuld zijn van de aangevoerde ontvankelijkheidsvoorwaarde.

Art. 1050.

In alle zaken kan hoger beroep worden ingesteld zodra het vonnis is uitgesproken, zelfs al is dit een verstekvonnis.

Tegen een beslissing inzake bevoegdheid of, tenzij de rechter ambtshalve of op verzoek van een van de partijen anders bepaalt, een beslissing alvorens recht te doen kan slechts hoger beroep worden ingesteld samen met het hoger beroep tegen het eindvonnis.

B. Verzet

Art. 1047 Ger.W. werd herschreven (verzet is vanaf nu enkel nog mogelijk tegen een uitspraak gewezen in laatste aanleg)

Art. 1047.Tegen ieder verstekvonnis dat in laatste aanleg is gewezen kan verzet worden gedaan, onverminderd de bij de wet bepaalde uitzonderingen.
Het verzet wordt betekend bij gerechtsdeurwaardersexploot, dat dagvaarding inhoudt om te verschijnen voor de rechter die het verstekvonnis heeft gewezen.

Met instemming van de partijen kan hun vrijwillige verschijning die formaliteiten vervangen.

De akte van verzet bevat, op straffe van nietigheid, de middelen van de eiser in verzet.

Het verzet kan door de partij, haar raadsman of de voor de partij optredende gerechtsdeurwaarder worden ingeschreven in een register dat daartoe gehouden wordt ter griffie van het gerecht dat de beslissing heeft gewezen. De inschrijving omvat de namen van de partijen en hun raadslieden alsook de datum van de beslissing en van het verzet. 

C. Procesverloop in hoger beroep

Art. 1064 Ger.W. (regeling wettelijke conclusietermijnen in hoger beroep) werd afgeschaft. Dit artikel was reeds sinds 2007 overbodig gezien de wettelijke conclusietermijnregeling toen werden afgeschaft. 

Art. 1066 Ger.W. (aanpassing)

Art. 1066. De zaken waarvoor slechts korte debatten nodig zijn, worden aangehouden en bepleit op de inleidingszitting, of anders binnen ten hoogste drie maanden en, zo nodig, op een namiddagzitting.
Behoudens akkoord van partijen, geldt hetzelfde :
1° in geval van voorziening tegen iedere beslissing van de voorzitter in kort geding of op verzoekschrift;
2° wanneer de bestreden beslissing [1 uitsluitend]1 een beslissing alvorens recht te doen of een voorlopige maatregel inhoudt;
3° wanneer de beslissing een uitstel van betaling toestaat of weigert;
4° in alle zaken betreffende bezwarende beslagen of middelen tot tenuitvoerlegging;
5° inzake faillissement, wanneer het bestreden vonnis uitspraak doet over de faillietverklaring of over de datum van staking van betaling, alsmede inzake akkoord;
6° ingeval wordt opgekomen tegen een beslissing waarvan de voorlopige tenuitvoerlegging zonder borgstelling of kantonnement is toegestaan [1 of waarvan de voorlopige tenuitvoerlegging uitdrukkelijk is toegestaan of geweigerd, met dien verstande dat de debatten vooralsnog beperkt worden tot die bijzondere modaliteiten.

D. Voorziening tot cassatie

Thans is in een mogelijkheid voorzien dat het Hof van Cassatie overgaat tot vernietiging van een uitspraak zonder verdere verwijzing naar een andere bodemrechter (art. 1109/1 Ger.W.)

Art. 1109/1. Ingeval het Hof van Cassatie een beslissing betreffende de bevoegdheid vernietigt, verwijst het Hof de zaak zo nodig naar de bevoegde rechter die hij aanwijst. De beslissing betreffende de bevoegdheid bindt de rechter naar wie de zaak wordt verwezen, met dien verstande dat zijn recht om over de grond van de zaak te oordelen onverkort blijft.

Indien het Hof een andere beslissing dan bedoeld in het eerste lid vernietigt, kan het een cassatie zonder verwijzing uitspreken, behalve indien er aanleiding toe bestaat de zaak terug te verwijzen overeenkomstig artikel 1110.

Art. 1110. In geval van vernietiging verwijst het Hof van Cassatie, indien daartoe aanleiding bestaat, de zaak, hetzij naar het gerecht in hoogste feitelijke aanleg van dezelfde rang als datgene dat de bestreden beslissing gewezen heeft, hetzij naar hetzelfde gerecht, anders samengesteld.

Deze wordt voor het aangewezen gerecht aanhangig gemaakt zoals een gewone zaak.
Bedoeld gerecht houdt alleen dan zitting met verenigde kamers wanneer het hof zulks om uitzonderlijke redenen heeft voorgeschreven.

Dat gerecht voegt zich naar het arrest van het Hof van Cassatie betreffende het door dat Hof beslechte rechtspunt. Tegen de beslissing van dat gerecht wordt geen voorziening in cassatie toegelaten in zoverre deze beslissing overeenstemt met het vernietigingsarrest.

Wanneer cassatie wordt uitgesproken in een zaak bedoeld als in artikel 609, 2°, voegt de afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarnaar de zaak is verwezen zich naar de beslissing van het Hof betreffende het door dat Hof beslechte rechtspunt.

V. Voorlopige tenuitvoerlegging

De regels met betrekking tot de voorlopige tenuitvoerlegging, zoals gewijzigd in potpourri I, werden door potpourri V opnieuw gewijzigd.

Art. 1397. Behoudens de uitzonderingen die de wet bepaalt of tenzij de rechter, ambtshalve of op verzoek van een van de partijen, bij met bijzondere redenen omklede beslissing anders beveelt, onverminderd artikel 1414, zijn de eindvonnissen uitvoerbaar bij voorraad, zulks niettegenstaande hoger beroep en zonder zekerheidsstelling indien de rechter deze niet heeft bevolen.

Behoudens de uitzonderingen die de wet bepaalt of tenzij de rechter, ambtshalve of op verzoek van een van de partijen, bij met bijzondere redenen omklede beslissing anders beveelt en onverminderd artikel 1414, schorsen verzet of hoger beroep van de versteklatende partij tegen eindvonnissen die bij verstek zijn gewezen daarvan de tenuitvoerlegging.

Vonnissen alvorens recht te doen, waartoe alle voorlopige maatregelen behoren, zijn van rechtswege uitvoerbaar bij voorraad.

VI. Rechterlijke organisatie

A. Dakloze vrederechter en wandelende magistratuur

Potpourriwet V geeft aan de minister van Justitie toelating om vredegerechten te sluiten. De vrederechter die zijn vredegerecht gesloten ziet is dan aangewezen op de gemeente die de magistraat kosteloos een lokaaltje ter beschikking moet stellen. Dit wordt terecht de rechtsbedeling «sous l’arbre». genoemd.

Potpourriwet V laat verder toe om de zetels van hoven en rechtbanken te sluiten en/of tijdelijk te verplaatsen. Magistraten worden mobieler en moeten "uit hun zetel" , "de baan op". Het lijkt er zelfs op dat stapsgewijs en geruisloos het ambt van vrederechter wordt omgebouwd tot een of ander mandaat van een rondrijdende pro deo rechter binnen de rechtbank van eerste aanleg.

 

B. Hervorming van de gerechtelijke stage

48. Ten slotte hervormt de Potpourriwet V grondig de gerechtelijke stage, waarbij deze toegangsweg tot de magistratuur verder afgebouwd

Gerelateerd
Aangemaakt op: zo, 31/12/2017 - 08:52
Laatst aangepast op: zo, 31/12/2017 - 10:02

Hebt u nog een vraag?

Hebt u nog een vraag in dit verband, klik dan hier om uw vraag aan ons te stellen, of meteen een afspraak te maken voor een consultatie.

Aanvulling

Heeft u een suggestie, aanvulling of voorstel tot correctie met betrekking tot deze pagina? Gebruik dit adres om het te melden.